Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk

  Bundel

Sluit je aan bij JoHo om te kunnen inloggen en gebruik te maken van de tools en teksten
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    De items van deze bundel
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk

    Keuzewijzer voor samenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk

    Samenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett

     

    Boeksamenvattingen te gebruiken bij de 5e druk van Adolescence and Emerging Adulthood

    Online: samenvatting in chapters

    Print: samenvatting in chapters per post

    Print: samenvatting in chapters aan de balie

    Inhoud Prints van samenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood

    Boeksamenvattingen: inhoudsopgave van de geprinte samenvattingen

    • De geprinte samenvatting bevat de volgende hoofdstukken:
    • Is adolescentie een cultureel construct? - Chapter 1
    • Wat zijn de biologische aspecten van adolescentie? - Chapter 2
    • Wat zijn de cognitieve aspecten van adolescentie? - Chapter 3
    • Wat zijn culturele opvattingen over adolescentie? - Chapter 4
    • Wat zijn genderinvloeden op adolescentie? - Chapter 5
    • Welke rol speelt het ego in de adolescentie? - Chapter 6
    • Hoe veranderen familierelaties tijdens de adolescentie? - Chapter 7
    • Wat is de rol van vrienden en peers tijdens de adolescentie? - Chapter 8
    • Hoe worden liefde en seksualiteit beleefd tijdens de adolescentie? - Chapter 9
    • Hoe zit het met scholing tijdens de adolescentie? - Chapter 10
    • Waarom is adolescentie is een sleutelperiode in de voorbereiding voor werk als volwassene? - Chapter 11
    • Hoe uiten zich problemen en probleemgedrag tijdens de adolescentie? - Chapter 12

    Boeksamenvatting bij de vorige druk

    WorldSupporter

    Gerelateerde samenvattingen & studiehulp bij Adolescence and Emerging Adulthood

     Alternatieve boeksamenvattingen & gerelateerde samenvattingen

    Kennis- en studiegebieden

    Is adolescentie een cultureel construct? - Chapter 1

    Is adolescentie een cultureel construct? - Chapter 1

    Het is belangrijk om zich ervan bewust te zijn dat elke adolescent opgroeit in een bepaalde cultuur. Adolescentie is een cultureel construct; bepaald door de regels, de normen, de wensen en de leefpatronen in een cultuur. Puberteit is een set van biologische veranderingen die betrokken zijn bij het fysiek en seksueel volwassen worden. Puberteit is universeel; dezelfde biologische veranderingen doen zich voor tijdens de puberteit bij jonge mensen over de hele wereld, hoewel er wel verschillen te vinden zijn in de timing en de culturele betekenis. Adolescentie is meer dan puberteit, het is een periode in het leven tussen het begin van de puberteit en de start van volwassenheid, een periode waarin jonge mensen zich voorbereiden om volwassen verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ontwikkelingspsychologie is het onderzoek naar hoe mensen ontwikkelen en de veranderingen gedurende bepaalde periodes in hun leven.

    Hieronder wordt gekeken naar de veranderingen in deze periode van adolescentie door de jaren heen voor Westerse culturen. Er wordt ook gekeken naar belangrijke ideeën van sociale psychologie, de studie naar hoe mensen met elkaar omgaan en de effecten op gedrag van de relaties die mensen hebben. Adolescentie is cultureel en sociaal bepaald, dit betekent dat culturen verschillen in hoe ze volwassenheid definiëren en verschillen in de inhoud van volwassen rollen en verantwoordelijkheden waarvan adolescenten moeten leren hoe ze daaraan moeten voldoen. Bijna alle culturen en samenlevingen hebben een soort van adolescentie, maar de lengte, inhoud en dagelijkse ervaringen van adolescentie kunnen erg verschillen. Naast adolescentie (van 10 tot 18 jaar) wordt ook gekeken naar de opkomende volwassenheid (‘emerging adulthood’), deze periode van een jongvolwassene vindt plaats tussen 18 en 25 jaar. In deze tekst blijft de culturele benadering centraal staan.

    Adolescentie in Westerse culturen

    Adolescentie in de oudheid

    Al in het eeuwenoude Griekenland werd over adolescentie gesproken; Plato en Aristoteles zagen het als de derde periode in het leven, de periode na de vroege kindertijd (0-7 jaar) en de kindertijd (7-14). De adolescentie duurde van 14 tot 21 jaar. Zij zagen het als een periode waarin de jeugd het vermogen tot redeneren begon te ontwikkelen. Volgens Plato kon een kind pas onderwezen worden in natuurkunde en wiskunde vanaf deze periode, omdat het kind dan pas logisch kon redeneren.

    Adolescentie van het vroege Christendom tot de middeleeuwen

    Eén van de meest beroemde en invloedrijke boeken van het vroege Christendom was de autobiografie van St. Augustine; Confessions uit ongeveer 400 na Christus. Augustine beschreef zijn leven vanaf de vroege kindertijd tot zijn bekering tot het Christendom op 33 jarige leeftijd. Een groot deel van de autobiografie richt zich op zijn tienerjaren en als begin twintiger, toen hij een roekeloze jonge man was die een impulsief en plezier-zoekend leven leefde. Hij heeft berouw van zijn roekeloze jeugd en stelt dat bekering tot het Christendom de sleutel is tot zowel de eeuwige verlossing als het instellen van de regel over reden boven passie op aarde. De historische archieven over adolescentie zijn schaars, maar er is één goed gedocumenteerde gebeurtenis die de geschiedenis van adolescentie duidelijker maakt. Dit is de kruistocht van de kinderen, in 1212. Dit waren met name kinderen tijdens hun tienerjaren. De tieners kwamen uit Duitsland en de mediterrane kust en ze geloofden dat wanneer ze aan zouden komen, dat het water van de rode zee opzij zou gaan zoals het voor Moses had gedaan en dat ze naar het Heilige Land zouden kunnen lopen. De kruistocht was een poging om de Moslims te benaderen in vrede, geïnspireerd door het geloof dat Jezus had afgekondigd dat het Heilige Land alleen veroverd kon worden door de onschuld van jeugdigen. De kruistocht van de kinderen was een totale ramp, maar het feit dat het gebeurd is, suggereert dat veel mensen adolescentie zagen als een tijd van onschuld en dat ze onschuld zagen als iets met een speciale waarde en kracht.

    Adolescentie van 1500 tot 1890

    Begin 1500 werd het in Westerse culturen een gewoonte om als jongvolwassene deel te nemen aan de zogeheten life-cycle service, een periode waarbij de jongeren huishoudelijk werk deden, op het land werkten of in de leer gingen bij een ambachtsman. De jongeren verlieten hiervoor hun huis en woonden voor zo’n 7 jaar bij hun ‘meester’. Deze service verdween vanaf de 18e eeuw in Amerika, toen door de industrialisering steeds meer jonge mensen naar de steden trokken. Daar was er geen sociale druk van familie, en de jongeren werden al snel gezien als een sociaal probleem; misdaad, seks voor het huwelijk en alcoholgebruik kwamen vaak voor. Er werden instellingen opgericht om sociale controle uit te oefenen over de jongeren, dit zorgde ervoor dat in de 19e eeuw de problemen sterk afnamen.

    Het tijdperk van de adolescentie (1890-1920)

    Het was pas eind 19e eeuw dat de term adolescentie voor het eerst veel gebruikt werd. Daarvoor werden mensen in hun tienerjaren en van begin 20 eerder gewoon jeugd genoemd, of jonge mensen. De omslag vond plaats in een belangrijke periode, eind 19e eeuw. Deze tijd wordt ook wel het ‘tijdperk van de adolescentie’ genoemd. Belangrijke veranderingen in deze jaren waren:

    • De wetten tegen kinderarbeid. Kinderarbeid werd beperkt in deze periode, omdat een groot deel van de kinderen aan het werk werd gezet tijdens de industriële revolutie. Jeugdwerkers en onderwijzers zorgden ervoor dat met name de jongere kinderen en tieners niet meer mochten werken, of slechts een beperkt aantal uren per dag.

    • Nieuwe regels over leerplicht. Tot eind 19e eeuw hadden veel landen geen wetten wat betreft leerplicht, of alleen wetten over leerplicht op de basisschool. Tussen 1890 en 1920 werd in veel landen in Europa ook de middelbare school verplicht voor alle kinderen. Deze verandering droeg bij aan het vormen van het tijdperk van de adolescentie, omdat het een meer duidelijke scheiding markeerde tussen adolescentie als een periode van voortgezette scholing en volwassenheid dan als een periode die begint nadat men school heeft afgerond.

    • De opkomst van de adolescentie als specifiek onderzoeksgebied. De derde grote bijdrage aan het tijdperk van de adolescentie was het werk van G. Stanley Hall en het begin van de studie van adolescentie als een apart onderzoeksgebied. Hall was een opmerkelijk persoon, die onder andere het eerste doctoraat in de psychologie in de Verenigde Staten behaalde en oprichter was van de American Psychological Association. Hall was ook één van de oprichters van de ‘child study movement’ in de VS, waarbij wetenschappelijk onderzoek naar de kindertijd en adolescentie werd aangespoord en ook werd gestreefd naar de verbetering van het leven van deze leeftijdsgroepen. Hall was ook de eerste die een boek schreef over de adolescentie, getiteld Adolescence: Its psychology and its relations to Physiology, Anthropology, Sociology, Sex, Crime, Religion and Education. Veel van zijn observaties zijn nog steeds van kracht in huidig onderzoek, maar veel ook niet. Hall was een aanhanger van de recapitulatie theorie, die stelt dat elk individu in zijn ontwikkeling de evolutionaire ontwikkeling van de mens doormaakt. Het stadium van de adolescentie zou daarbij lijken op een tijd waarbij de mens veel wanorde en chaos (storm en stress) meemaakt. Deze theorie wordt tegenwoordig niet meer aangehangen.

    Het ‘Storm and Stress’ debat

    Eén van de ideeën van G. Stanley Hall die tegenwoordig nog steeds bediscussieerd wordt is zijn stelling dat adolescentie per definitie een tijd van storm en stress is. Volgens Hall is het normaal dat adolescenten een tijd ervaren met veel onrust en verstoringen. Hall stelde dat de storm en stress van adolescenten gereflecteerd wordt in een hoge mate van drie soorten problemen gedurende de adolescentie: conflicten met ouders, stemmingswisselingen en risicovol gedrag (bijvoorbeeld drugsgebruik en criminaliteit). Hall was een aanhanger van de Lamarckiaanse evolutietheorie, een theorie die veel mensen aan het begin van de 20e eeuw een betere verklaring vonden voor de evolutie dan de theorie over natuurlijke selectie van Darwin. De theorie van Jean-Baptiste Lamarck wordt nu niet meer aangehangen. Volgens deze theorie is evolutie het resultaat van opstapelende ervaringen. Organismen geven hun eigenschappen door van de ene generatie op de volgende. Dit gebeurt niet in de vorm van genen (hier was in deze tijd nog niets over bekend), maar in de vorm van herinneringen en verworven eigenschappen. Deze herinneringen en verworven eigenschappen zouden dan opnieuw vastgelegd of door middel van recapitulatie opgenomen worden in de ontwikkeling van elke individu van toekomstige generaties. Volgens deze theorie moet er dus een periode in de menselijke evolutie zijn geweest die extreem moeilijk en onstuimig was, want sindsdien is de herinnering van die periode doorgegeven van generatie op generatie en is het samengevat (recapitulatie) in de ontwikkeling van iedere individu als de storm en stress tijdens de adolescente ontwikkeling.

    Anna Freud was één van de meest uitgesproken voorstanders van de storm en stress theorie geweest. Zij zag adolescenten die geen storm en stress ervoeren als verdacht. Storm en stress waren volgens haar universeel en onvermijdelijk, in de mate dat de afwezigheid hiervan zou leiden tot een serieus psychologisch probleem.

    De stelling dat storm en stress eigenschappen zijn van alle adolescenten en dat de bron hiervan puur biologisch is, klopt niet. Huidige onderzoekers benadrukken dat de meeste adolescenten goed overweg kunnen met hun ouders en respect voor ze hebben. Ook zeggen ze dat voor de meeste adolescenten de stemmingswisselingen niet zo extreem zijn dat ze psychologische behandeling nodig hebben en dat de meeste adolescenten niet met regelmaat risicovol gedrag vertonen. Niet alle adolescenten ervaren storm en stress in deze gebieden, maar de adolescentie is een periode waarin er een grotere kans is op storm en stress dan op andere leeftijden. Culturen verschillen in de mate waarin adolescenten storm en stress ervaren. Er is relatief weinig storm en stress in traditionele culturen, en meer in Westerse culturen.

    Adolescentie en opkomende volwassenheid

    Tijdens een groot deel van de geschiedenis bedoelde men met de term adolescentie niet alleen de vroege tienerjaren, maar ook de late tienerjaren en het begin van de twintigerjaren. Hall definieerde adolescentie als de periode tussen 14 en 24 jaar. Tegenwoordig spreken onderzoekers over het algemeen van adolescentie tussen de 10 en 18 jaar. Waardoor is het beeld van de adolescentie zo veranderd? Er zijn twee verklaringen. Ten eerste is er sinds de 20e eeuw een afname in de leeftijd waarop de puberteit begint. Begin 20e eeuw was de gemiddelde leeftijd waarop een meisje voor het eerst ongesteld werd (ook wel de menarche genoemd) 15 jaar. De puberteit begon toen dus rond de 13 jaar voor de meeste jongeren. De gemiddelde leeftijd van de menarche nam echter af tussen 1900 en 1970, en is nu 12,5. De adolescentie begint tegenwoordig dus eerder, rond de 10 jaar.

    De tweede verklaring focust op de eindleeftijd van de adolescentie. Dit is waarschijnlijk geen biologische maar een sociale verandering geweest, namelijk de groei van het aantal adolescenten die de middelbare school afmaakten. Doordat nu bijna alle Britse en andere Europeaanse adolescenten naar de middelbare school gaan en doordat de middelbare school en verder onderwijs verlengd zijn tot de leeftijd van 18 of 19 jaar, is het logisch voor onderzoekers naar adolescentie om de eindleeftijd rond de 18 of 19 jaar te plaatsen. Hall koos niet voor 18 als het einde van de adolescentie, omdat er voor de meeste adolescenten op deze leeftijd geen belangrijke overgang plaatsvond. Scholing stopte eerder, werk begon eerder en men verliet pas later het ouderlijk huis. Daarom koos Hall waarschijnlijk voor 24 jaar als het einde van de adolescentie.

    Opkomende volwassenheid

    Volgens de schrijver is het fout om de adolescentie te laten eindigen bij 18 jaar. De late tienerjaren en vroege twintiger jaren zijn belangrijk, en worden door de schrijver de periode van opkomende volwassenheid genoemd. Een aantal karakteristieken van deze periode zijn:

    • leeftijd van de zoektocht naar identiteit: mensen bekijken verschillende mogelijkheden om hun leven in te richten, voor zowel werk als liefde. Zo komen ze erachter wie ze zijn, en wat ze willen.

    • leeftijd van instabiliteit: door het exploreren van mogelijkheden is deze periode erg instabiel, dit is bijvoorbeeld te zien in de verschillende woonplekken die een jongere heeft, of de verschillende relaties die hij doormaakt.

    • leeftijd van focus op jezelf: de meeste opkomende volwassenen verlaten het ouderlijk huis wanneer zij 18 of 19 zijn en ze trouwen en hebben hun eerste kind vaak pas wanneer ze achterin de 20 zijn, soms begin 30. Zelfs in landen waar de opkomende volwassenen tot hun vroege twintigerjaren thuis blijven, zoals in Zuid-Europa en Aziatische landen, krijgen ze een meer onafhankelijke levensstijl dan ze hadden als adolescent.

    • leeftijd van het gevoel ‘ertussenin’ te zitten: de jongere is geen adolescent meer, maar ook geen volwassene. De meeste jongvolwassenen antwoorden dat ze in sommige opzichten volwassen zijn, maar in sommige ook nog niet.

    • leeftijd van de mogelijkheden: de toekomst ligt nog open voor de jongvolwassene, niks is nog zeker. Er heerst ook nog veel optimisme over de toekomst in deze periode.

    Niet elke cultuur heeft een periode van opkomende volwassenheid. Culturen variëren ook in de leeftijd dat jonge mensen verwacht worden om echt volwassen te worden. Een periode van opkomende volwassenheid bestaat alleen in die culturen waar jongeren volwassen rollen, zoals het huwelijk en ouderschap, kunnen uitstellen. Het wordt met name aangetroffen in geïndustrialiseerde samenlevingen. In dit boek wordt gesproken over drie periodes: de vroege adolescentie van 10 tot 14 jaar, de late adolescentie van 15 tot 18 jaar en de opkomende volwassenheid van 19 tot ongeveer 25 jaar.

    De overgang naar volwassenheid

    Wanneer volwassenheid wordt bereikt is een complexe vraag en het verschilt significant tussen culturen. De overgang naar volwassenheid in geïndustrialiseerde culturen kan op een aantal manieren gedefinieerd worden. Volgens de wet is het meestal op de leeftijd van 18 jaar, omdat een persoon dan bepaalde volwassen rechten krijgt als het mogen tekenen van bepaalde documenten en het mogen stemmen. Volwassenheid kan ook het moment zijn waarop een individu bepaalde volwassen rollen mag gaan vervullen, zoals full-time werk, huwelijk en ouderschap. Volgens jonge mensen zelf waren de karakteristieken anders:

    • het nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf

    • het maken van onafhankelijke keuzes

    • financieel onafhankelijk worden

    Deze karakteristieken worden door mensen uit verschillende culturen, etnische groepen en sociaal economische klassen genoemd.

    De karakteristieken draaien allemaal om individualisme; het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen zonder hulp van anderen. Dit wordt vaak het tegenovergestelde genoemd van collectivisme, waarbij verplichtingen jegens anderen belangrijk zijn.

    De overgang naar volwassenheid: variaties tussen culturen

    Tussen culturen zijn ook afwijkingen te vinden in de karakteristieken van volwassenheid. Zo zien jonge Israëli’s het dienen in het leger als een belangrijke voorwaarde en jonge Argentijnen hechten veel waarde aan de mogelijkheid om hun familie financieel te onderhouden. Dit komt ook terug in Korea en China, en reflecteert collectivistische waarden.

    In traditionele culturen is het huwelijk de overgang naar volwassenheid. Pas na het huwelijk krijgt het individu volwassen verantwoordelijkheden en rechten. Het kan zijn dat in deze culturen het huwelijk een symbool is voor de collectivistische waarde van onderlinge afhankelijkheid, dat de persoon door te trouwen nieuwe verplichtingen aangaat jegens een andere familie.

    Marokkaanse ideeën over adolescentie

    Davis en Davis bestudeerden adolescenten in Marokko. Het belangrijkste concept voor adolescentie is ‘aql, dat te maken heeft met redelijkheid, begrip en rationaliteit, maar ook zelfcontrole. Iemand die ‘aql bezit heeft controle over zijn behoeftes en passies en wil en is in staat om deze te beperken, uit respect voor de mensen om hem heen. ‘Aql wordt gezien als een eigenschap van volwassenen, die vaak nog ontbreekt in adolescenten. Marokkaanse mannen zouden er 10 jaar langer over doen om het te ontwikkelen, waardoor meisjes veel eerder verantwoordelijkheden krijgen. Een andere term die wordt gebruikt is taysh, wat roekeloosheid en frivoliteit betekent. Dit is juist een eigenschap van adolescenten.

    De wetenschappelijke studie naar adolescentie en opkomende volwassenheid

    Onderzoekers die de adolescentie op een wetenschappelijke manier bekijken, gebruiken de ‘wetenschappelijke methode’, waarbij gebruik wordt gemaakt van hypothesen, sampling, procedure, methoden, analyse en interpretatie. Een hypothese is het idee van de onderzoeker over een mogelijk antwoord op de vraag die hij stelt. De sample is heel belangrijk, die moet representatief zijn voor de populatie die wordt onderzocht. Als de sample representatief is voor de populatie, dan zijn de uitkomsten van de sample te generaliseren naar de populatie. Ook betrouwbaarheid en validiteit zijn belangrijk. Een methode is betrouwbaar wanneer men gelijke resultaten verkrijgt in verschillende situaties. Een methode heeft een goede validiteit wanneer het meet wat het beoogt te meten. Een meting hoeft niet persé valide te zijn wanneer het betrouwbaar is.

    In sociaal wetenschappelijk onderzoek worden meestal vragenlijsten gebruikt als methode van onderzoek. Deze zijn vaak met gesloten vragen, waarbij de respondent kan kiezen uit antwoorden. Gesloten vragen maken het makkelijker om data te verzamelen, maar deze vragenlijsten hebben ook beperkingen in het gebruik: door de vastgestelde antwoordmogelijkheden krijgt het onderzoek weinig diepte en diversiteit. Interviews bieden dan de uitkomst. Interviews geven kwalitatieve data, vragenlijsten geven juist kwantitatieve data. Bij interviews moeten de antwoorden in het gesprek nog gecodeerd en geclassificeerd worden en dit kost veel tijd, geld en moeite. Een andere methode van onderzoek is etnografisch onderzoek. Hierbij leven wetenschappers een tijd bij de mensen die ze willen bestuderen en ze verzamelen informatie door observaties, ervaringen en gesprekken met de mensen.

    In wetenschappelijk onderzoek wordt vaak gebruik gemaakt van experimenten, waarbij groepen worden gemaakt die verschillende behandelingen krijgen. Daarna wordt gekeken welk effect de behandeling heeft gehad. In sociaal wetenschappelijk onderzoek is dit lastig: adolescenten kunnen bijvoorbeeld niet random aan hoge kwaliteit of lage kwaliteit scholen worden toegewezen om het effect op hun leerprestaties te bekijken. In zo’n geval wordt een natuurlijk experiment uitgevoerd: een situatie die van nature bestaat wordt gebruikt en niet gecreëerd door de wetenschapper. In het voorbeeld kan de wetenschapper de adolescenten testen op hun leerprestaties voor- en nadat ze zelf een bepaalde school kiezen. Een belangrijk natuurlijk experiment in de adolescentie is adoptie: door adoptiekinderen te vergelijken met hun biologische en adoptieouders, kan worden gekeken hoe genen of juist omgeving de ontwikkeling van een kind beïnvloeden.

    Een ander natuurlijk experiment is de tweelingstudie. Eeneiige (identieke) tweelingen hebben precies hetzelfde genotype (genenpakket), twee-eiige tweelingen delen maar de helft van hun genen, zoals normale broertjes of zusjes. Door deze typen tweelingen te vergelijken kan worden onderzocht of een karakteristiek genetisch bepaald is. Als identieke tweelingen meer op elkaar lijken in een bepaalde karakteristiek, dan heeft dit waarschijnlijk te maken met genen.

    Bronfenbrenner’s ecologische theorie

    Bronfenbrenner ontwikkelde zijn ecologische theorie als reactie op theorieën die naar zijn mening teveel aandacht besteedden aan de nabije omgeving van het kind, zoals de ouders. Bronfenbrenner wilde met zijn theorie de bredere culturele omgeving die mensen ervaren als zij ontwikkelen onder de aandacht brengen en ook de manieren waarop de verschillende niveaus van iemands omgeving met elkaar interacteren. Volgens Bronfenbrenner zijn er vijf niveaus of systemen die een rol hebben in de ontwikkeling:

    • microsysteem: de nabije omgeving, daar waar je dagelijks leven zich afspeelt, dus de relaties met ouders, broers en zusjes, vrienden, leerkrachten en andere volwassenen zoals coaches en werkgevers. Het kind is een actieve ‘agent’ in het microsysteem: het wordt beïnvloedt door ouders maar beïnvloedt andersom ook zelf zijn omgeving. Veel onderzoekers gebruiken de term context voor het microsysteem.

    • mesosysteem: het netwerk van connecties tussen microsystemen; de opvoeding door de ouders kan bijvoorbeeld botsen met de waarden van de leerkracht.

    • exosysteem: de sociale instellingen die indirect de ontwikkeling beïnvloeden, zoals de school en media.

    • macrosysteem: culturele opvattingen en waarden en economie en regering.

    • het chronosysteem: de veranderingen die voorkomen in de omstandigheden van de ontwikkeling door de tijd heen, zowel voor het individu als op nationaal niveau. Denk aan de impact van het verliezen van je bijbaantje als je 15 bent, tegenover het verliezen van je baan als je 45 bent, of de opkomst van een wet die het mogelijk maakt voor vrouwen om te werken.

    Adolescentie over de wereld

    In een heel kort overzicht de adolescentie in de grotere regio’s van de wereld:

    • Sub-Sahara Afrika: in de landen onder de Sahara heerst relatief veel armoede en is de levensverwachting korter. Adolescenten krijgen te maken met ziekten. De Afrikaanse cultuur heeft verder een krachtige traditie van grote, ondersteunende families, met veel kinderen per gezin. Adolescenten groeien dus op met veel broers en zussen en dragen daar vaak verantwoordelijkheid voor.

    • Noord Afrika en het Midden Oosten: hier oefent het islamitische geloof veel invloed uit. Zo is er een traditie van patriarchie, waarbij de vader de autoriteit heeft en iedereen aan hem dient te gehoorzamen. Deel van deze patriarchie is de dominantie van mannen over vrouwen. In veel samenlevingen dragen vrouwen en meisjes een burka, als toonbeeld van bescheidenheid, en soms mogen ze niet alleen over straat. Maagdelijkheid is een vereiste en vrouwen worden niet geacht te werken. Deze strenge regels maken de volwassenheid voor veel meisjes erg beperkt.

    • Azië: de landen in Azië verschillen erg van elkaar: sommigen zijn al sterk geïndustrialiseerd, zoals Japan, anderen zijn nog druk bezig met industrialisering (zoals China). Er zijn wel wat overeenkomsten. In Azië overheerst de invloed van het confucianisme, een geloof dat veel waarde hecht aan filial piety, letterlijk vertaald ‘kinderlijke vroomheid’: kinderen moeten hun ouders respecteren, gehoorzamen en vereren. Ook moet de oudste zoon voor zijn ouders zorgen als zij ouder worden. In het confucianisme is onderwijs ook heel belangrijk; kinderen in Azië worden onder grote druk gezet om te presteren, omdat examens in grote mate bepalen wat zij als volwassene zullen doen.

    • India: India maakt officieel deel uit van Azië, maar de cultuur is behoorlijk verschillend. Culturele tradities zijn namelijk gebaseerd op het hindoeïsme. Het is verder een van de weinige landen in de wereld zonder leerplicht voor kinderen of adolescenten. In landelijke gebieden zijn maar weinig scholen. Verder is er nog veel kinderarbeid, hoewel de regering wel stappen neemt om dit te beperken.

    • In India is er een kaste systeem: mensen worden geboren in een bepaalde kaste, gebaseerd op hun morele en spirituele vorige levens. Een kaste is in feite een sociale klasse, die de status van een individu bepaalt. Trouwen buiten je kaste is verboden. De lagere kasten krijgen de slecht betaalde beroepen en hebben minder mogelijkheden tot onderwijs.

    • De relaties binnen een familie in India zijn sterk en warm: adolescenten brengen meer tijd door met hun familie dan met vrienden

    • Latijns Amerika: Ook in Latijns Amerika zijn er veel verschillende culturen, maar ook wat algemene kenmerken. Voor adolescenten zijn er 2 sleutelbegrippen: politieke stabiliteit en economische groei. Politieke stabiliteit is daarbij een voorwaarde voor economische groei, waarna jonge mensen betere kansen krijgen. Op dit moment is de werkloosheid onder volwassenen en jonge mensen groot.

    • Het ‘Westen’: Westerse landen zijn behoorlijk stabiel, democratisch en welvarend. Jonge mensen hebben veel mogelijkheden voor onderwijs en kunnen uit veel beroepen kiezen. Ook vrijetijdsbesteding is veelzijdig.

    Globalisering

    Globalisering betekent dat technologische vooruitgang en economische integratie de wereld ‘kleiner’ maken, of homogener. Jonge mensen hebben steeds gelijkwaardiger omgevingen, en dus ook gelijkwaardiger ervaringen. Dit betekent niet dat jonge mensen overal ter wereld precies hetzelfde opgroeien, er is eerder sprake van een biculturele identiteit: de identiteit voor de eigen cultuur en een identiteit voor de mondiale cultuur.

    Wat zijn de biologische aspecten van adolescentie? - Chapter 2

    Wat zijn de biologische aspecten van adolescentie? - Chapter 2

    Adolescentie is een cultureel geconstrueerd concept, maar de biologische veranderingen die een adolescent doormaakt zijn universeel. Biologische gebeurtenissen in de adolescentie hangen wel samen met culturele aspecten, zoals timing en voorbereiding op deze gebeurtenissen en de reactie die het opwekt bij de adolescent zelf en zijn omgeving.

    Het woord puberteit komt van het Latijnse ‘pubescere’, dat ‘harig worden’ betekent. De puberteit houdt meer in dan het harig worden: er vindt een biologische revolutie plaats waarbij anatomie, fysiologie en uiterlijk sterk veranderen.

    Wat zijn de cognitieve aspecten van adolescentie? - Chapter 3

    Wat zijn de cognitieve aspecten van adolescentie? - Chapter 3

    In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de cognitieve ontwikkeling van adolescenten en opkomende volwassenen. Dit betreft de ontwikkeling in denkpatronen, probleemoplossend vermogen en capaciteiten voor geheugen en aandacht. Jean Piaget’s theorie is hierbij belangrijk.

    Wat zijn culturele opvattingen over adolescentie? - Chapter 4

    Wat zijn culturele opvattingen over adolescentie? - Chapter 4

    Een belangrijk deel van de culturele opvattingen van adolescenten is het deel over goed en fout in de opvoeding. Elke cultuur heeft opvattingen over wat een ouder zijn kind moet leren om een ‘goed’ individu te worden; wat een goede socialisatie is. Er zijn drie uitkomsten van socialisatie:

    • Zelfregulatie: het vermogen om controle uit te oefenen over je impulsen en te voldoen aan sociale normen, een deel hiervan is de ontwikkeling van een geweten.

    • Rol voorbereiding: je gaat je voorbereiden op een beroepsrol, gender rol etc.

    • Bronnen van betekenis: je ontdekt wat belangrijk is, waar je voor moet leven.

    Elke cultuur heeft bovenstaande uitkomsten van socialisatie. Vaak worden deze uitkomsten niet expliciet aangeleerd. In de adolescentie zijn de drie uitkomsten erg belangrijk: zelfregulatie begint al bij geboorte, maar in de adolescentie komt er een nieuwe soort impuls bij: de seksuele impuls. Ook moet de adolescent leren omgaan met de toename in lichamelijke kracht en omvang. De adolescentie is daarnaast ook belangrijk voor rol voorbereiding. Ten slotte kunnen adolescenten leren over waarden en opvattingen die betekenis hebben omdat zij het vermogen tot abstract denken ontwikkelen.

    Wat zijn genderinvloeden op adolescentie? - Chapter 5

    Wat zijn genderinvloeden op adolescentie? - Chapter 5

    Vanaf de geboorte van een kind bepaalt het geslacht in grote mate hoe we over hem of haar denken en wat we van haar verwachten qua karakteristieken en gedrag. In de adolescentie worden individuen zich sterk bewust van hun gender. In dit boek wordt het woord gender gebruikt in plaats van sekse, want er is een specifiek verschil tussen de twee termen: sekse is de term voor de biologische status van man zijn of vrouw zijn. Gender verwijst naar de sociale categorieën van ‘man’ of ‘vrouw’. Door dit woord te gebruiken geef je aan dat ‘man’ zijn meer is dan alleen wat biologisch aantoonbare verschillen met een vrouw: sommige karakteristieken zijn cultureel of sociaal bepaald. De impact van gender is het grootst in traditionele culturen. Er zijn vaste patronen van gedrag waaraan adolescenten moeten voldoen, waarbij jongens van meisjes gescheiden werken. De genderpatronen zijn het sterkst in de adolescentie.

    Welke rol speelt het ego in de adolescentie? - Chapter 6

    Welke rol speelt het ego in de adolescentie? - Chapter 6

    Het begrip ‘zelf’ (the self) wordt heel belangrijk in de adolescentie. Adolescenten gaan naar zichzelf kijken, zichzelf evalueren, en dit is soms negatief. Dit wordt zelfreflectie genoemd. De ontwikkeling van een goede zelfreflectie heeft verschillende gevolgen: adolescenten veranderen hun zelfconceptie: wie ben ik. Adolescenten veranderen in hun zelfwaardering, in hun emotioneel begrip (vooral meer bewustzijn van hun eigen emoties) en in hun identiteit: ze zien beter welke capaciteiten en tekortkomingen ze hebben en vinden daardoor een plaats in de samenleving.

    Hoe veranderen familierelaties tijdens de adolescentie? - Chapter 7

    Hoe veranderen familierelaties tijdens de adolescentie? - Chapter 7

    Voor adolescenten verandert er veel in hun familierelaties. Zo zoeken adolescenten steeds meer autonomie in deze relaties en kan het familieleven gecompliceerd worden wanneer ouders scheiden of hertrouwen. Toch blijft de familie belangrijk voor steun, liefde en bescherming en de meeste adolescenten kijken op naar hun ouders.

    Wat is de rol van vrienden en peers tijdens de adolescentie? - Chapter 8

    Wat is de rol van vrienden en peers tijdens de adolescentie? - Chapter 8

    Tijdens de adolescentie en ontluikende volwassenheid zijn vriendschappen erg belangrijk. De invloed van ouders neemt af, en vrienden vormen de brug tussen de band met familie en de band met een romantische partner. Ook peers worden belangrijker: adolescenten gaan vaak naar grote middelbare scholen of universiteiten met een hele peer cultuur. Peers en vrienden zijn twee verschillende groepen. Peers zijn simpelweg mensen met bepaalde gemeenschappelijke statusaspecten, zoals dezelfde leeftijd. Vaak zijn vrienden ook peers, maar dan de mensen met wie je een gewaardeerde relatie opbouwt.

    Hoe worden liefde en seksualiteit beleefd tijdens de adolescentie? - Chapter 9

    Hoe worden liefde en seksualiteit beleefd tijdens de adolescentie? - Chapter 9

    De vormen van relaties in de adolescentie zijn sterk veranderd sinds de jaren ’70. Relaties vormden zich door daten, waarbij formele regels werden gevolgd zoals dat een jongen een meisje uit vroeg naar een film. Nu zijn relaties veel minder formeel. Een verklaring hiervoor is dat de gender scheiding veel minder is sinds de vrouwenbeweging in de jaren ’60: jongens en meisjes kunnen ook met elkaar omgaan als vrienden. In veel niet-Westerse culturen komt daten bijna niet voor, en informeel contact tussen mannen en vrouwen in de adolescentie ook niet, vanwege culturele waarden van kuisheid en gearrangeerde huwelijken.

    Hoe zit het met scholing tijdens de adolescentie? - Chapter 10

    Hoe zit het met scholing tijdens de adolescentie? - Chapter 10

    Verplicht secundair onderwijs bestaat in Groot-Brittannië nog niet heel lang. Pas in april 1900 werden basisscholen die ook les gaven aan kinderen tussen de 10 en 15 jaar erkend. Toch werd pas door de Elementary Education Act van 1893, aangenomen in 1905, de minimale leeftijd waarop men school mocht verlaten 12 jaar. De ‘Fisher Education Act’ van 1918 zorgde ervoor dat secundair onderwijs verplicht werd tot 14 jaar en gaf secundaire scholen verantwoordelijkheid aan de staat en niet meer aan kerken of liefdadigheidsinstellingen. De meeste kinderen bleven nu tot hun 14e op de basisschool, in plaats van dat ze naar een aparte school gingen voor seculair onderwijs. De ‘Education Act’ van 1944 (ook wel de ‘Butler Act’ genoemd) zorgde in Engeland en Wales voor de scheiding tussen primair onderwijs en secundair onderwijs op 11 jarige leeftijd. Ook gold de leerplicht sinds 1947 tot 15 jaar. In september 1973 werd de leerplichtleeftijd verhoogd naar 16 en sinds 2007 plant de overheid om de leeftijd naar 18 te verhogen in 2013. Groot-Brittannië heeft nu een mengelmoes van secundair onderwijs met zowel openbare gefundeerde scholen als onafhankelijke scholen. Een onafhankelijke school in Groot-Brittannië is een school die niet gefinancierd wordt door het belastingsysteem van de overheid, maar door privé bronnen (voornamelijk door de ouders van de kinderen). In niet-geïndustrialiseerde landen is scholing na de kindertijd nog steeds zeldzaam, en is iets voor de elite. Adolescenten werken met volwassenen en leren zo hun vak. Maar ook hier gaan vanwege globalisering steeds meer jongeren naar school. Dit komt ook door economische ontwikkeling: nieuwe technologieën zijn beschikbaar, waar geschoolde mensen voor nodig zijn.

    Waarom is adolescentie is een sleutelperiode in de voorbereiding voor werk als volwassene? - Chapter 11

    Waarom is adolescentie is een sleutelperiode in de voorbereiding voor werk als volwassene? - Chapter 11

    Adolescenten in traditionele culturen ondergaan dezelfde veranderingen die adolescenten in het Westen al hebben meegemaakt. Het traditionele landbewerken veranderde in exploitatie in fabrieken tijdens de industrialisering, daarna beperkten regeringen kinderarbeid in de vroege 20e eeuw, en halverwege de 20e eeuw gingen bijna alle adolescenten naar de middelbare school. Sinds die tijd zijn adolescenten steeds vaker school met werk gaan combineren.

    Hoe uiten zich problemen en probleemgedrag tijdens de adolescentie? - Chapter 12

    Hoe uiten zich problemen en probleemgedrag tijdens de adolescentie? - Chapter 12

    Het risico op problemen is hoger in de adolescentie dan in andere leeftijdsperioden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internaliserende en externaliserende problemen. Internaliserende problemen gaan vaak samen, zo zal een adolescent met een eetstoornis ook sneller depressief zijn. Jongeren met internaliserende problemen worden soms overgecontroleerd genoemd, omdat ze vaak uit gezinnen komen waarbij ouders hun kinderen streng in de gaten houden. Deze problemen komen vaker voor bij meisjes. Deze jongeren ervaren veel verdriet en verontrusting.

    Externaliserende problemen gaan ook vaak samen. Adolescenten die vechten zullen ook eerder een misdaad begaan. Jongeren met deze problemen heten ondergecontroleerd, omdat hun ouders hen meestal niet in de gaten houden. Deze problemen komen meer voor bij jongens. Deze jongeren ervaren niet veel verontrusting omdat er meestal geen echte problemen zijn in de omgeving die de problemen veroorzaken. De motivatie voor het gedrag ligt meer bij het verlangen naar opwinding. De jongeren zien de problemen van het gedrag ook niet.

    Geprinte samenvatting van Adolescence and Emerging Childhood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk

    Geprinte samenvatting van Adolescence and Emerging Childhood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk

    Price: 5,00 €
    Stapel Summaries Samenvattingen

    Inhoud: De samenvatting van Adolescence and Emerging Childhood: A Cultural Approach van Arnett behandelt in 12 hoofdstukken de hoofdzaken van de adolescentie. Aan de hand komen onder andere de veranderende familierelaties tijdens de adolescentie, het culturele aspect van adolescentie, en de opkomst van probleemgedrag.

    Vorm: geprint, ongeveer 85 pagina's

    Taal: Nederlands

    Kortingsgroep: 
    Korting voor JoHo donateurs vanaf 20%
    De crossroads van deze bundel
    Study Bundle Specialisation Clinical Development Psychology - UvA
    Advice & Summaries Specialisation Clinical Development Psychology - UvA
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Children’s Thinking: Cognitive Development and Individual Differences - Bjorklund et al. - 6e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Social and personality development - Shaffer e.a. - 6e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Handboek Klinische Ontwikkelingspsychologie - Prins & Braet - 2e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Interventies in het onderwijs: leerproblemen - Taal & Snelling - 1e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Handelingsgerichte diagnostiek in de jeugdzorg: Een kader voor besluitvorming - Pameijer & Draaisma - 2011
    Choice Assistance with summaries of Discovering Statistics Using IBM SPSS Statistics - Field - 5th edition
    Choice assistance with summaries of Writing Psychology Research Reports - Starreveld - 1st edition
    Choice assistance with summaries of Cognitive Behaviour Therapy for Children and Families - Graham & Reynolds - 3th edition
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach - Arnett - 5e druk
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Children’s Thinking: Cognitive Development and Individual Differences - Bjorklund et al. - 6e druk
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Social and personality development - Shaffer e.a. - 6e druk
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Handboek Klinische Ontwikkelingspsychologie - Prins & Braet - 2e druk
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Handelingsgerichte diagnostiek in de jeugdzorg: Een kader voor besluitvorming van Pameijer & Draaisma - 2011
    Subscriber bundle with online chapter summaries of Discovering statistics using IBM SPSS Statistics - Field - 5th edition
    Subscriber Bundle with online chapter summaries of Writing Psychology Research Reports - Starreveld - 1st edition
    Subscriber Bundle with online chaptersummaries of Psychological Communication: Theories, Roles and Skills for Counsellors - Van der Molen et al. - 2nd edition
    Subscriber bundle with online chapter summaries of Cognitive Behaviour Therapy for Children and Families - Graham & Reynolds - 3rd edition
    Shop Bundle with printed summaries for Specialisation Clinical Development Psycholoy - UvA
    Summary Shop Psychology Bachelor 3 & Masters - UvA
    JoHo: bundel begrijpen

      Hoe werkt een JoHo Bundel (pagina)

    • Bundels zijn verzamelingen (vaak links) van pagina's rond een specifieke vraag of onderwerp
    • Bundels werken als navigatietool

    Welke soorten bundels zijn er?

    Productbundels

    • Verzekeringsbundels: verzameling van content rond verzekeringsadvies of verzekeringsaanbod
    • Abonnementsbundels: verzameling van content rond advies of services voor JoHo abonnees en donateurs
    • Shopbundels: verzameling van artikelen die besteld kunnen worden

    Persoonlijke bundels

    • op vrijwel elke pagina kun je onder de 'Footprints' de 'Add to my pages' optie vinden. Daar kun je pagina's toevoegen aan je eigen verzamelingen en bundels. Deze bundels met jouw bewaarde pagina's kun je vervolgens onderaan vrijwel elke pagina terugvinden als je bent ingelogd als JoHo donateur of abonnee.

    Studiehulpbundels

    • Boekbundels: verzameling van chapters die tezamen de samenvatting van een boek vormen
    • Studiebundel: verzameling van content die hoort bij een specifiek vak of een studiefase

    Themabundel

    • Verzameling van content die behoort bij een topic en themapagina

    Toolbundel

    • Verzameling van content gericht op een specifiek proces of actie (bijvoorbeeld een vacature zoeken of een vak bestuderen)

    Toolbundel voor abonnees

    • Verzameling van content met toegang of services voor JoHo abonees
    Footprint: achterlaten
    Pagina bewaren in je bundels:

    (Service voor ingelogde JoHo donateurs)