Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Group Performance - Nijstad - 1e druk

  Bundel

Sluit je aan bij JoHo om te kunnen inloggen en gebruik te maken van de tools en teksten
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    De items van deze bundel
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Group Performance - Nijstad - 1e druk

    Keuzewijzer voor samenvattingen van Group Performance - Nijstad - 1e druk

    Samenvattingen van Group Performance - Nijstad

     

    Boeksamenvattingen te gebruiken bij de 1e druk van Group Performance

    Online: samenvatting in chapters

    Inhoud van samenvattingen van Group Performance

    Boeksamenvattingen: inhoudsopgave van de online samenvattingen

    • De online boeksamenvatting bevat de volgende hoofdstukken:
      • Hoe kunnen kleine groepen worden bestudeerd? - Chapter 1
      • Welke verschillende processen kunnen er binnen groepen plaatsvinden? - Chapter 2
      • Welke theorieën over groepsprocessen zijn er? - Chapter 3
      • Wat zijn publiekseffecten en co-actie effecten? - Chapter 4
      • Welke invloed kan het individu hebben op de groepsprestaties? - Chapter 5
      • Wat kan de productiviteit van groepen beïnvloeden? - Chapter 6
      • Hoe worden beslissingen binnen groepen genomen? - Chapter
      • Hoe kunnen problemen binnen groepen worden opgelost? - Chapter 8
      • Wat zijn teams en hoe kunnen deze beïnvloed worden door leiders? - Chapter 9
      • Hoe kan een omgeving invloed uitoefenen op een groep? - Chapter 10
      • Hoe kan technologie de communicatie binnen groepen beïnvloeden? - Chapter 11

    Gerelateerde samenvattingen & studiehulp bij Group Performance

     Alternatieve boeksamenvattingen & gerelateerde samenvattingen

    Kennis- en studiegebieden

    Hoe kunnen kleine groepen worden bestudeerd? - Chapter 1

    Hoe kunnen kleine groepen worden bestudeerd? - Chapter 1

    Inleiding

    Tijdens de Cubacrisis in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd, door een groep bestaande uit de president Kennedy en een aantal mensen om hem heen, een verkeerde beslissing genomen. Volgens Janis (1972) gebeurt dit wanneer de leden van de groep zich meer bezig houden met het behouden van consensus binnen de groep dan met de mogelijke consequenties van de beslissingen en evaluaties van mogelijke alternatieven. Dit leidt tot ondoordachte, overhaaste beslissingen. Janis noemt dit groupthink. Dit begrip wordt later nog uitgebreid behandeld.

    Het definiëren van groepen

    Er zijn veel verschillende definities van groepen, van veel verschillende auteurs. Volgens Lewin (1948) zijn mensen een groep wanneer ze dezelfde uitkomsten ervaren, bijvoorbeeld een groep binnen een organisatie die collectief beloond wordt wanneer er winst gemaakt wordt. Volgens Sherif en Sherif (1969) is het essentieel dat er een bepaalde sociale structuur heerst die de groep definieert; anders zou het slechts een verzameling individuen zijn. Een voorbeeld hiervan is het hebben van een leider. Volgens de auteurs van het boek is het beter om ‘het zijn van een groep’ te zien als een dimensie, in plaats van te proberen een strikte definitie van ‘groep’ te vormen. Sommige groepen zijn ‘groeperiger’ dan andere. Dit wordt vaak ‘group entitativity’ genoemd. Dit begrip verwijst naar de mate waarin een collectie personen gezien wordt als samenhangend geheel. Factoren als een gemeenschappelijk lot, sociale structuur, interactie en gedeelde identiteit dragen hier aan bij. De vraag rest dan: welke eigenschappen maken groepen meer tot entiteiten?

    • Afhankelijkheid: wanneer groepsleden onderling afhankelijk van elkaar zijn, versterkt dit de entiteit van de groep. Taak-afhankelijkheid komt voor binnen teamsporten, waarbij de ene speler er op moet kunnen rekenen dat een andere speler zijn taak goed uitvoert. Uitkomst-afhankelijkheid verwijst naar de mate waarin groepsleden gezamenlijk afhankelijk zijn van het ontvangen van bepaalde uitkomsten, zoals salaris. Deze twee vormen van afhankelijkheid komen vaak samen voor, maar dat is niet noodzakelijk.

    • Belang: hoe belangrijk is de groep voor de groepsleden?

    • Interactie: in welke vorm interacteert de groep en wat is de frequentie van interactie?

    • Permeabiliteit: hoe moeilijk is het om binnen de groep te geraken of om de groep weer te verlaten? Zijn de leden stabiel of is er een groot verloop aan leden? Sommige groepen zijn erg moeilijk om binnen te komen en dus niet erg permeabel. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een exclusieve studentenvereniging met een uitgebreide ontgroening.

    • Gelijkenis: groepen zijn vaak gevormd op basis van gelijkenis tussen de leden: alle leden houden van tennis of alle leden zijn tieners die graag tekenen.

    • Groepscohesie: dit bepaalt of leden bij de groep blijven en bindt de leden aan elkaar. Er zijn verschillende vormen van cohesie binnen groepen.

      • Taakcohesie: er is een gedeelde verantwoordelijkheid voor de taken van de groep.

      • Interpersoonlijke cohesie: de groep heeft een aantrekkingskracht op de leden.

    In een onderzoek van Lickel et al. (2000) werd onderzocht welke acht groepskarakteristieken het beste de entiteit van groepen voorspelden. Gevonden werd dat interactie het belangrijkste positieve effect had op entiteit: meer interactie hing samen met meer entiteit. Belang, gedeelde doelen, gelijkenis onder groepsleden en duur van de groep hadden een positieve relatie met entiteit terwijl groepsgrootte en permeabiliteit een negatieve relatie hadden met entiteit (oftewel: hoe groter de groep en hoe groter de permeabiliteit, hoe minder entiteit).

    In dit boek worden vooral taakgroepen bekeken. Deze zijn vaak relatief klein, hebben meestal face-to-face interactie en delen een doel: het uitvoeren van bepaalde taken. Dit leidt er toe dat taakgroepen een relatief hoge entiteit hebben, hoewel er onderling nog wel verschillen zijn, veroorzaakt door andere factoren.

    Functies van groepen

    Taakgroepen hebben de functie een taak uit te voeren. Taakgroepen bestaan, omdat een individu de taak niet zou kunnen uitvoeren of omdat het inefficiënt zou zijn om een individu de taak te geven. Individuele groepsleden hebben soms verschillende specialismen, die in combinatie de efficiency (rendement) en effectiveness (effectiviteit) verhogen.

    Een groep voorziet ook in een aantal behoeften die mensen hebben. Een belangrijke is de ‘need to belong’, de drang om ergens bij te horen. De mens heeft een natuurlijke neiging om stabiele, sterke relaties met anderen aan te gaan. Het horen bij een groep is een manier om deze neiging te uiten. Onderzoek heeft aangetoond dat positief contact met groepsgenoten, zoals binnen een familie of een kerk, het leven kan verlengen (Berkman & Syme, 1979). Er zijn ook andere consequenties: deze wil om er bij te horen, leidt er ook toe dat mensen grote weerstand ervaren wanneer hun groep bedreigd wordt. Daarnaast zorgt het er ook voor dat mensen hun positie willen beschermen en dus niet gauw kritiek zullen leveren op anderen in de groep, omdat ze bang zijn hun eigen status als groepslid te verliezen. Feitelijke verstoting uit de groep heeft negatieve effecten op het welzijn van een groepslid.

    Groepen helpen ook om de wereld om ons heen te begrijpen. De social comparison theory (Festinger, 1954) stelt dat mensen een accuraat beeld van zichzelf en van de wereld willen hebben. Een manier om hun wereldbeeld te testen is door het te testen aan de ‘sociale realiteit’: “ik vind dit mooie schoenen, ik vraag me af wat mijn vrienden ervan vinden”. Groepen spelen ook een rol in het begrijpen van onszelf. Volgens de social identity theory (Tajfel en Turner, 1986) en de self-categorization theory (Turner et al, 1987) definiëren mensen zichzelf deels naar aanleiding van de groepen waarvan ze lid zijn. De social identity is het deel van het zelfconcept dat ontstaat door lidmaatschap van groepen en de waarde en significantie van een bepaalde groep.

    Exchange theory (Thibaut & Kelley, 1959) stelt dat sociale relaties helpen om de behoeften van een individu te vervullen en dat hierbij vaak sprake is van uitwisseling (exchange). Sociale relaties hebben zowel kosten als baten en zolang de baten tegen de kosten opwegen, is een sociale relatie positief voor een individu. Er is veel onderzoek waaruit blijkt dat wanneer mensen het idee hebben dat ze meer investeren in een relatie dan dat ze krijgen, ze ongelukkiger zijn.

    Hoe groepen te onderzoeken?

    Er worden in het boek drie belangrijke methoden besproken waarmee groepen onderzocht kunnen worden: kwalitatieve case-studies, surveys en experimenten.

    1. Kwalitatieve case-studies

    Kwalitatief onderzoek houdt in dat een of meerdere entiteiten (groepen, organisaties) gedurende langere tijd bestudeerd worden. Hierbij worden kwalitatieve methoden gebruikt, zoals interviews en observaties. Het grootste voordeel van kwalitatief onderzoek is dat er een zeer rijk en gedetailleerd beeld geschetst kan worden van dat wat men heeft onderzocht. Er zijn echter ook twee belangrijke nadelen: er kunnen maar enkele entiteiten zo extensief onderzocht worden en daardoor is de generaliseerbaarheid van resultaten onduidelijk. Daarnaast is het moeilijk om conclusies te trekken op basis van zulke uiteenlopende, rijke data. Daardoor heeft de onderzoeker veel invloed en zijn de conclusies niet erg objectief. Deze vorm van methode kan gebruikt worden voor het vormen van theorieën. Maar dankzij de nadelen is deze methode minder geschikt voor het testen van hypotheses en theorieën. Hiervoor wordt over het algemeen kwantitatief onderzoek gebruikt.

    2. Surveys en correlationeel design

    Wanneer onderzoek wordt gedaan met behulp van surveys, wordt een groot aantal entiteiten (personen, groepen, organisaties) door de onderzoekers benaderd en krijgt vragenlijsten voorgelegd. Met rating scales worden bepaalde variabelen gekwantificeerd: hoe leuk vinden de groepsleden elkaar, hoe vaak zien ze elkaar, hoeveel conflicten zijn er, etc. Omdat de variabelen gekwantificeerd worden, kunnen er vervolgens statistische analyses worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is correlationeel onderzoek: in hoeverre hangt de mate waarin groepsleden elkaar bij hun dagelijks leven betrekken samen met de mate waarin ze zich betrokken voelen bij de groep en is deze samenhang positief of negatief?

    Soms kunnen verschillende bronnen worden gebruikt om data te genereren die vervolgens vergeleken kan worden. Twee manieren om dit te doen zijn:

    • Gebruik verschillende mensen om verschillende variabelen te meten

    • Combineer data van vragenlijsten met data van andere bronnen, bijvoorbeeld uit archieven

    Een andere mogelijkheid is longitudinaal onderzoek met vragenlijsten: hierbij worden dezelfde personen op verschillende momenten gemeten met dezelfde instrumenten. Zo kan verandering en ontwikkeling in kaart gebracht worden.

    Twee voordelen van survey-onderzoek:

    • De variabelen zijn te kwantificeren

    • De ‘real world’ validiteit is hoog

    Twee nadelen van survey-onderzoek:

    • Surveys zijn vaak afhankelijk van subjectieve data

    • Er kan geen causaliteit worden aangetoond, slechts correlatie

    3. Experimenten

    Bij experimenteel onderzoek wordt een situatie gecreëerd die gecontroleerd wordt door de onderzoeker. Dit maakt het mogelijk om manipulaties uit te voeren waardoor de effecten bepaalde factoren onderzocht en met elkaar vergeleken kunnen worden. Proefpersonen worden random toegewezen aan een conditie met een bepaalde manipulatie. Zo weet men zeker dat er geen andere oorzaken zijn van de effecten die eventueel gevonden worden. Een groot voordeel van experimenteel onderzoek is dat men hierbij in staat is, om causale relaties te onderzoeken. In sommige gevallen is het niet mogelijk om de proefpersonen random te verdelen. In deze gevallen vallen de onderzoekers terug op quasi-experimenteel onderzoek, waarbij de onderzoekers de situatie in de werkelijkheid gebruiken om twee condities te vergelijken. Het probleem hierbij is echter wel weer dat causaliteit niet aangetoond kan worden.

    Conclusie

    Er zijn verschillende manieren om groepen te onderzoeken. Kwalitatief onderzoek leidt tot nieuwe inzichten en theorieën, maar kan deze niet testen. Surveys kunnen de werkelijkheid inzichtelijker maken, maar leiden niet tot causale conclusies. Experimenten kunnen gebruikt worden om causale conclusies te trekken, maar worden in artificiële en gecontroleerde situaties afgenomen en hebben dus een twijfelachtige relatie met de werkelijkheid. Het is dus het best om per onderzoek te kijken wat het doel is en welke methode het best kan worden ingezet om dit doel te bereiken.

    Welke verschillende processen kunnen er binnen groepen plaatsvinden? - Chapter 2

    Welke verschillende processen kunnen er binnen groepen plaatsvinden? - Chapter 2

    Moreland en Levine (1982) beschrijven het model van groepssocialisatie. Dit model maakt onderscheid tussen vijf stadia van groepslidmaatschap: onderzoek, socialisatie, onderhoud, resocialisatie en herinnering (investigation, socialization, maintenance, re-socialization & remembrance). Van het ene naar het andere stadium bewegen, vergt een roltransitie. De roltransitie die plaatsvindt tussen het stadium ‘onderzoek’ en het stadium ‘socialisatie’ is de entree tot de groep. Andere transities zijn acceptatie (van nieuw lid naar vast lid), divergentie (van vast lid naar marginaal lid) en het verlaten van de groep (van marginaal lid tot ex-lid). Roltransities ontstaan naar aanleiding van evaluaties waarbij de groep en het individuele groepslid elkaar evalueren. De vijf stadia verschillen wat de mate van commitment betreft: de mate waarin een groepslid zich identificeert met de groep en de doelen van de groep en de mate waarin hij lid wil blijven.

    Welke theorieën over groepsprocessen zijn er? - Chapter 3

    Welke theorieën over groepsprocessen zijn er? - Chapter 3

    Groepen bestaan uit leden en zowel een afzonderlijk lid als de groep in het geheel kunnen gezien worden als entiteit. Groepen en leden zijn hiërarchisch georganiseerd: het lid (laag niveau) is lid van de groep (hoger niveau). Zowel het afzonderlijke lid als de groep in het geheel kunnen verschillende kenmerken hebben: een lid kan extravert, intelligent zijn, etc., een groep kan klein zijn, permeabel, etc. Ook een derde niveau speelt mee: de context. De meeste groepen functioneren niet in isolatie van de rest van de wereld.

    Wat zijn publiekseffecten en co-actie effecten? - Chapter 4

    Wat zijn publiekseffecten en co-actie effecten? - Chapter 4

    Een belangrijke vraag aangaande de prestaties van groepen betreft de functie van publiek. Wanneer een groepslid een taak uitvoert, zijn er vaak andere groepsleden aanwezig. De vraag is: in welke gevallen zorgt dit voor een betere prestatie en wanneer heeft publiek juist een negatief effect? Studies die gebruik maken van het zogeheten audience paradigm (publiekparadigma) laten proefpersonen een taak uitvoeren terwijl er (veel) anderen naar hen kijken. Daarnaast hebben verschillende groepsleden invloed op elkaar wanneer meerderen naast elkaar gelijkende taken uitvoeren. In een co-action paradigm werken proefpersonen aan een taak in de aanwezigheid van anderen die (min of meer) dezelfde taak uitvoeren. Deze andere proefpersonen kunnen tegelijk ook het publiek vormen dat de deelnemer observeert.

    Welke invloed kan het individu hebben op de groepsprestaties? - Chapter 5

    Welke invloed kan het individu hebben op de groepsprestaties? - Chapter 5

    In de jaren 1880 deed Ringelmann onderzocht de relatie tussen groepsgrootte en prestatie, onder andere met behulp van experimenten waar mensen moesten touw trekken. Hij ontdekte het Ringelmann-effect: de daadwerkelijke prestatie van een groep is lager dan de potentiele prestatie. Dit wordt verklaard door een verlies van motivatie van de groepsleden en door een inadequate coördinatie binnen de groep.

    Motivatieverlies komt voor wanneer groepsleden minder inzet tonen in een groep, vergeleken met wanneer ze individuele taken uitvoeren. Verlies van coördinatie komt voor wanneer de input van verschillende groepsleden niet optimaal wordt omgevormd naar groepsoutput. Bij touw trekken bijvoorbeeld zie je dit wanneer de groepsleden niet allemaal precies tegelijk in precies dezelfde richting trekken. Zowel het verlies van motivatie als het verlies van coördinatie draagt bij aan het Ringelmann-effect.

    Wat kan de productiviteit van groepen beïnvloeden? - Chapter 6

    Wat kan de productiviteit van groepen beïnvloeden? - Chapter 6

    In 1953 suggereerde Alex Osborn een methode om verschillende oplossingen voor problemen te bedenken: brainstorming. Brainstorming kan ingezet worden om oplossingen te vinden voor problemen waarbij er vele potentiele oplossingen zijn die niet makkelijk als goed of slecht te classificeren zijn. Al snel werd brainstormen erg populair. Het is gebaseerd op twee principes:

    1. Deferment of judgment (het uitstellen van een oordeel).

    2. Quantity breeds quality (kwantiteit leidt tot kwaliteit).

    Volgens Osborn zijn er twee redenen waarom mensen niet creatief kunnen zijn: ze oordelen te snel en geven te snel op. Daarom stelde hij met brainstorming voor dat het opperen van ideeën en de beoordeling ervan gesplitst werden. Daarnaast moesten mensen volgens hem zoveel mogelijk ideeën bedenken, en dat is makkelijker in een groepje dan alleen. Onderzoek bood steun voor de ideeën van Osborn. Brainstormen in een groep van 12 bleek het best te werken, vanwege cognitieve stimulatie: groepsleden kunnen voort bouwen op elkaars ideeën. Dit werkt het best in een groep die niet te klein en niet te groot is.

    Hoe worden beslissingen binnen groepen genomen? - Chapter 7

    Hoe worden beslissingen binnen groepen genomen? - Chapter 7

    Het nemen van beslissingen is een van de belangrijkste taken die binnen groepen worden uitgevoerd. Zo worden politieke besluiten genomen in commissies of de Tweede Kamer, worden beslissingen over de toekomst van een bedrijf genomen in vergaderingen van de directie en wordt in selectie comitées besloten welke werknemers worden aangenomen. Ook minder belangrijke beslissingen worden in groepen genomen: welk cadeau een groepje vrienden voor een van de groepsleden koopt of waar een familie heen gaat op vakantie.

    Er zijn twee redenen dat groepen veel van deze beslissingen maken en niet individuen:

    1. Groepsbesluiten worden genomen om consensus te bereiken en er voor te zorgen dat alle meningen worden meegewogen, zodat de meeste van de groepsleden achter de beslissing staan. Dit is belangrijk, omdat mensen meer bereid zijn achter een beslissing te staan wanneer ze zelf een rol hebben gespeeld in de besluitvorming.

    2. Groepen hebben over het algemeen de beschikking over meer informatie en beslissen dus op basis van een beter overzicht dan een individu. Een groep kan het besluit baseren op een combinatie van alle informatie waarover de afzonderlijke groepsleden beschikken. Dit wordt informatie-integratie genoemd.

    Hoe kunnen problemen binnen groepen worden opgelost? - Chapter 8

    Hoe kunnen problemen binnen groepen worden opgelost? - Chapter 8

    Het maken van beslissingen in groepen gaat over het bereiken van consensus over een bepaald optioneel besluit. Besluiten variëren in kwaliteit, maar vaak is er geen sprake van een ‘fout’ besluit en een ‘goed’ besluit. Bij het oplossen van problemen in groepen ligt dit anders: hier kunnen groepen wel tot een juiste of onjuiste conclusie komen en een belangrijk aspect dat veel aandacht heeft gekregen in onderzoek is de vraag hoe goed groepen er in zijn om de juiste oplossing voor een probleem te vinden. Veel onderzoek naar deze vraag heeft gebruik gemaakt van de social decision scheme theory (zie vorige hoofdstuk). In het bijzonder is onderzoek gedaan naar of het genoeg is wanneer er één groepslid is die de juiste oplossing weet: gebruiken groepen een truth wins-beslissingsschema, of wint de meerderheid bijvoorbeeld? Een ander belangrijk onderwerp in onderzoek is het voorkomen van het maken van fouten. We weten dat individuen vaak systematische fouten maken bij sommige types oordelen. Doen groepen het beter, omdat groepsleden elkaars fouten kunnen verbeteren?

    Wat zijn teams en hoe kunnen deze beïnvloed worden door leiders? - Chapter 9

    Wat zijn teams en hoe kunnen deze beïnvloed worden door leiders? - Chapter 9

    Teams zijn een bijzondere vorm van groepen. Binnen teams zijn leden duidelijk onderling wederzijds afhankelijk van elkaar. Cohen en Bailey (1997) definieerden teams als volgt: Een team is een collectie individuen die wat hun taken betreft wederzijds afhankelijk van elkaar zijn, die zichzelf zien als een intacte sociale entiteit binnen een of meerdere sociale systemen (bedrijven of organisaties bijv) en zo ook door buitenstaanders gezien worden, en die relaties onderhouden binnen en buiten de grenzen van hun eigen organisaties.

    Er zijn vele voorbeelden te noemen van dergelijke teams: een team van mijnwerkers, politiecorpsen, onderzoeksprojectgroepen, etc. ook militaire groepen, rockbands of luchtvaartcrews vallen binnen de definitie van het woord ‘team’.

    Hoe kan een omgeving invloed uitoefenen op een groep? - Chapter 10

    Hoe kan een omgeving invloed uitoefenen op een groep? - Chapter 10

    Groepen functioneren niet in een vacuüm: ze bestaan binnen een bepaalde (sociale) context, zoals een bedrijf of een school. Een manier waarop groepen zich verbinden met de omgeving is door middel van interactie met mensen buiten de groep. Deze interacties houden vaak een uitwisseling van bepaalde zaken zoals informatie of geld in. Groepen zijn open systemen: informatie kan zich als het ware binnen en buiten een groep bewegen, leden kunnen vertrekken en nieuwe leden kunnen toetreden.

    Ook functioneren groepen vaak in een context waar ook andere groepen aanwezig zijn. Dit zorgt voor inter-groepsprocessen waar veel onderzoek naar gedaan is.

    Hoe kan technologie de communicatie binnen groepen beïnvloeden? - Chapter 11

    Hoe kan technologie de communicatie binnen groepen beïnvloeden? - Chapter 11

    Communicatie, het uitwisselen van informatie via berichten, kan synchroon en asynchroon plaatsvinden. Bij synchrone communicatie worden verstuurde berichten meteen beschikbaar voor de ontvanger, die er meteen op kan reageren. Verschillede vormen van communicatiemiddelen zijn synchroon, bijvoorbeeld face-to-face gesprekken, videoconferenties, telefoonconferenties en bijvoorbeeld chat. Boodschappen kunnen ook asynchroon gecommuniceerd worden, zoals bijvoorbeeld het geval is bij het sturen van videoboodschappen, voicemail, e-mail en brieven. Voor face-to-face ontmoetingen is het noodzakelijk dat de personen die willen communiceren met elkaar in dezelfde ruimte zijn, maar bij veel andere vormen van communicatie is dit niet het geval. Dit biedt een belangrijk voordeel.

    Group Performance - Nijstad - 1e druk - Begrippenlijst
    De crossroads van deze bundel
    Study Bundle Specialisation Work and Organisational Psychology - UvA
    Advice & Summaries Specialisation Work & Organisational Psychology - UvA
    Choice Assistance with summaries of Applied Psychology in Human Resource Management - Cascio & Aguinis - 7th edition
    Choice Assistance with summaries of Discovering Statistics Using IBM SPSS Statistics - Field - 5th edition
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Group Performance - Nijstad - 1e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van An Introduction to Contemporary Work Psychology - Peeters et al. - 1e druk
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Real World Research van Robson - 3e druk
    Choice assistance with summaries of Writing Psychology Research Reports - Starreveld - 1st edition
    Keuzewijzer voor samenvattingen van Leadership in Organizations - Yukl - 8e druk
    Subscriber bundle with online chaptersummaries of Applied Psychology in Human Resource Management - Cascio & Aguinis - 7th edition
    Subscriber bundle with online chapter summaries of Discovering statistics using IBM SPSS Statistics - Field - 5th edition
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Group Performance - Nijstad - 1e druk
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van An Introduction to Contemporary Work Psychology - Peeters et al. - 1e druk
    Subscriber Bundle with online chapter summaries of Writing Psychology Research Reports - Starreveld - 1st edition
    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Leadership in Organizations - Yukl - 8e druk
    Shop Bundle with printed summaries for Work and Organisational Psychology - UvA
    Summary Shop Psychology Bachelor 3 & Masters - UvA
    JoHo: bundel begrijpen

      Hoe werkt een JoHo Bundel (pagina)

    • Bundels zijn verzamelingen (vaak links) van pagina's rond een specifieke vraag of onderwerp
    • Bundels werken als navigatietool

    Welke soorten bundels zijn er?

    Productbundels

    • Verzekeringsbundels: verzameling van content rond verzekeringsadvies of verzekeringsaanbod
    • Abonnementsbundels: verzameling van content rond advies of services voor JoHo abonnees en donateurs
    • Shopbundels: verzameling van artikelen die besteld kunnen worden

    Persoonlijke bundels

    • op vrijwel elke pagina kun je onder de 'Footprints' de 'Add to my pages' optie vinden. Daar kun je pagina's toevoegen aan je eigen verzamelingen en bundels. Deze bundels met jouw bewaarde pagina's kun je vervolgens onderaan vrijwel elke pagina terugvinden als je bent ingelogd als JoHo donateur of abonnee.

    Studiehulpbundels

    • Boekbundels: verzameling van chapters die tezamen de samenvatting van een boek vormen
    • Studiebundel: verzameling van content die hoort bij een specifiek vak of een studiefase

    Themabundel

    • Verzameling van content die behoort bij een topic en themapagina

    Toolbundel

    • Verzameling van content gericht op een specifiek proces of actie (bijvoorbeeld een vacature zoeken of een vak bestuderen)

    Toolbundel voor abonnees

    • Verzameling van content met toegang of services voor JoHo abonees
    Footprint: achterlaten
    Pagina bewaren in je bundels:

    (Service voor ingelogde JoHo donateurs)