Hoe is het internationaal recht ontstaan? - Chapter 1

 

1 Welke benaderingen van het internationaal recht zijn er?

Van het recht op vrijheid van meningsuiting tot de compensatie van vertraging bij een internationale vlucht, een wereld zonder internationale rechtsregels is niet voor te stellen. Het internationaal recht heeft niet alleen betrekking op oorlog, vrede of mensenrechten, maar ook op handel en de bescherming van het milieu of vluchtelingen. Het uitgangspunt is dat het bestaan van internationale betrekkingen het bestaan van internationaal recht impliceert. Deze samenvatting geeft een overzicht van het internationaal publiekrecht, hetgeen de (rechts)betrekkingen tussen staten reguleert. Deze rechtsregels raken echter ook internationale organisaties, bedrijven en individuen. Bij de totstandkoming van veel regels zijn dan ook vertegenwoordigers van internationale organisaties als de VN of Greenpeace betrokken geweest. Het internationaal privaatrecht, dat ziet op individuele gedragingen met een internationaal aspect (het sluiten van een internationaal contract of huwelijk bijvoorbeeld), blijft buiten beschouwing.

Het internationaal recht kan worden gezien vanuit verschillende benaderingen:

  • De pragmatische benadering (internationaal recht bestaat als een soort instrument van politici in het kader van vreedzame betrekkingen tussen staten). Dit is onder internationale juristen de dominante benadering.
  • Het kan ook worden gezien als een politiek geladen theorie, welke het product is van het globale kapitalisme en waar aldus kritisch naar gekeken moet worden.
  • Tevens kan het internationaal recht worden gezien als een bron van hoop voor de armen en onderdrukten, deze theorie wordt vaak gehanteerd door juristen die gespecialiseerd zijn in mensenrechten.
  • Tot slot kan er sprake zijn van een nationalistische theorie, waarbij het nationale eigenbelang voorop staat. Internationaal recht wordt gezien als een indringer, die het nationale besluitvormingsproces ondermijnt. Met name sociale conservatieven hanteren deze benadering.

Zij die internationaal recht als een instrument voor politici of een baken voor hoop zien, hebben een kosmopolitische visie. Zij verwachten dat internationaal recht een betere wereld mogelijk maakt en hebben niets met soevereiniteit. Anderzijds geldt voor hen die internationaal recht als een indringer of product van globaal kapitalisme beschouwen, dat soevereiniteit een beschermend schild vormt. Wat een jurist met internationaal recht doet of wat hij ervan vindt, is aldus afhankelijk van de onderliggende ideeën en veronderstellingen over wat de functie van internationaal recht is en welke rol het zou moeten spelen. Daarom wordt hierna eerst uiteengezet hoe het internationaal recht is ontstaan, welke rol het heeft gespeeld en welke rol het in de toekomst kan spelen.

2 Welke rol speelde internationaal recht in de zeventiende eeuw?

De geschiedenis van het moderne internationaal publiekrecht is te herleiden tot de zeventiende eeuw. Dit betekent niet dat er hiervoor geen internationale regels bestonden; oude Griekse steden sloten bijvoorbeeld al langer verdragen met elkaar. De zeventiende eeuw springt er echter om verschillende redenen uit. Een belangrijke ontwikkeling in deze periode is de Vrede van Westfalen in 1648, waarmee een einde kwam aan de Dertigjarige Oorlog. De wereldse macht van de paus kwam hiermee definitief tot een einde. De gemaakte afspraken leidden er tevens toe dat Europa verdeeld werd in een aantal territoriale eenheden. Elke eenheid kon zelf beslissen welke religie zij aannam. Omdat bemoeienis van buitenaf niet was toegestaan, ontstonden er verschillende soevereine staten. Dit was het begin van het moderne staatsbestel.

De tweede belangrijke gebeurtenis in de zeventiende eeuw voor de ontwikkeling van het internationaal recht, was de publicatie van ‘On the Law of War and Peace’ in 1625 van Hugo de Groot. De Groot werd gezien als een toonaangevende intellectueel. Hij had veel invloed op de vorming van het internationale recht, met name met betrekking tot vrijheid van de zeeën. De theorie van De Groot – waar hieronder dieper op wordt ingegaan – was cruciaal voor de positie van Nederland en de Verenigde Oost-indische Compagnie (VOC). De Nederlandse vloot was op basis van het beginsel van de vrije zee gegarandeerd van een vrije scheepvaart. Andere landen, zoals Engeland en Spanje, werd het onmogelijk gemaakt om op legale wijze de macht te claimen in overzeese gebieden. Een van zijn vernieuwende inzichten was dat iedereen het recht heeft om te handelen en dat handelsrouten, zoals de zeeën, als vrij beschouwd moeten worden. Dit heeft ertoe geleid dat Amsterdam het centrum van de globale economie werd en resulteerde in de Gouden Eeuw.

De Groot wordt wel gezien als de grondlegger van het internationaal publiekrecht, maar deze stelling is onhoudbaar. Internationaal recht is niet ‘uitgevonden’ door één persoon, maar is ontstaan uit wisselwerkingen tussen staten en de commentaren van geleerden. Bovendien zijn er meer personen die veel invloed hebben gehad op het internationaal recht, zoals de Spaanse theologen Suarez en Vitoria. De relevantie van De Groot kan echter niet ontkend worden. Zo vormde hij een brug tussen de klassieke ‘natuurlijke’ manier van denken en de ‘positieve’ denkwijze. In het eerste geval wordt ervan uitgegaan dat het recht niet wordt gemaakt, maar gevonden. Kenmerkend wordt gedacht dat het ‘recht’ is opgelegd door God. Positivisme gaat er daarentegen vanuit dat het recht niet is gegeven of door een hogere macht is opgelegd, maar dat het door de mens gemaakt. Recht is wat staten besluiten of overeenkomen dat recht is.
Mogelijk is De Groot een van de eerste denkers die het idee van een onderling verbonden internationale gemeenschap met een eigen rechtssysteem heeft ontwikkeld. In zijn publicatie werd ook de bindende kracht van verdragen en internationale verplichtingen besproken.

3 Hoe verhoudt internationaal recht zich tot kolonialisme?

Zoals reeds aangestipt, is internationaal recht nauw verbonden met imperialisme en kolonialisme. De opkomst van het vroeg moderne internationale recht is niet los te zien van de moeite die het de Europese machten heeft gekost om invloed in andere delen van de wereld te verkrijgen. Het idee van de vrije zee gaf dan ook uitstekende condities voor ontdekkingsreizen en internationale handel, waardoor Nederland in een gunstige positie verkeerde. Deze vrijheden veronderstelden echter ook dat de betrekkingen met de inheemse bewoners van continenten als Afrika en Azië onderworpen waren aan bepaalde regels. Een van deze regels was dat gevonden overzeese gebieden geacht werden niet-soeverein te zijn en aan niemand toe te behoren (terra nullius). De Europese machten konden op basis van dit beginsel verkondigen dat ‘ontdekte’ gebieden aan hen toebehoorden. De belangen van de originele bewoners waren ondergeschikt, hoewel dezelfde bewoners van belang waren bij het maken van handelsovereenkomsten.

Een groot deel van de wereld werd het speelveld van Europese machten: op een gegeven moment was de niet-Europese wereld vrijwel helemaal verdeeld tussen twee van deze machten. De gebieden ten westen van de Atlantische Oceaan behoorden tot Spanje, terwijl Portugal sommige gebieden in het oosten claimde. Dit werd in 1494 bevestigd in het Verdrag van Tordesillas. De twee uitbreidende machten kwamen elkaar weer tegen in de Stille Oceaan, wat leidde tot het Verdrag van Saragossa in 1529. Aan het einde van de zestiende eeuw verschenen Engeland en Nederland als maritieme machten, waardoor de handelsmonopolies in de Indische Oceaan werden doorbroken en er een einde kwam aan de overheersing van Spanje en Portugal. De Nederlanders richtten in 1602 de VOC op en stelden daarmee hun positie vast. Een belangrijk verschil tussen de Spaanse en Portugese overheersing en de Nederlandse overheersing was dat de VOC gedelegeerd overheidsgezag uitoefende. Zij kon gebieden verkrijgen en besturen, de oorlog verklaren, verdragen sluiten en beslag leggen op buitenlandse schepen. In 1603 leidde dit tot een conflict met Portugal, toen de Nederlanders een Portugees schip in beslag namen. Om dit te legitimeren, werd De Groot gevraagd een wettelijk kader op te stellen. Dit deed hij, en in 1609 werd ‘Mare Liberum’ gepubliceerd. Hierin stelde hij dat open zeeën geen terra nullius waren (zoals de Spanjaarden en Portugezen aannamen), maar dat zij gemeenschappelijk eigendom waren en dus niet vatbaar voor inbezitneming en soevereiniteit. De Engelsen waren hierop tegen. Zij stonden erop dat er exclusieve rechten moesten zijn op de open zeeën rondom de Britse Eilanden. Zij waren dus voorstanders van het idee dat staten maritieme zones konden verkrijgen. Halverwege de zeventiende eeuw gingen de Nederlanders hiermee akkoord.

Internationaal recht speelde ook een rol bij de internationale slavenhandel. Hoewel het eerst was toegestaan, werd het in de negentiende eeuw geleidelijk aan verboden. De afschaffing van slavernij vond plaats voorafgaand aan de kolonisatie van Afrika. Frankrijk en Engeland hebben de grootste delen in bezit genomen, maar ook Duitsland, België en Portugal namen kolonies in. Dit wil niet zeggen dat de laatste drie genoemde landen zich minder uitbuitend hebben gedragen, met name België heeft Congo geheel ontdaan van zijn rijkdommen.

4 Welk verband bestaat er tussen internationaal recht en economie?

Zoals blijkt uit bovenstaande, heeft het internationaal recht ook een economisch component. Denk bijvoorbeeld aan de oprichting van internationale organisaties als de World Trade Organisation (WTO) en het International Monetary Fund (IMF) en de verschillende regelingen voor het reguleren van de markten in producten als koffie en cacao. De Groot pleitte al eerder voor vrije handelsroutes, met name omdat vrije handel grote economische voordelen zou hebben.

De grenzen van territoriaal gezag bleven ook na deze periode een onderwerp van discussie. In de tweede helft van de twintigste eeuw zagen de meeste zaken van het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice; ICJ) op de precieze grenzen van territoriaal eigendom, zowel op land als op zee. Het vaststellen van deze grenzen was vooral interessant als er olie of gas werd gevonden. Ook hieruit blijkt het belang van internationaal recht. Het typeert echter ook de impotentie van het internationaal recht; wanneer staten de mogelijkheid zien zich economisch te bevoordelen, dan zijn zij geneigd zich niet te gedragen conform het non-interventiebeginsel. Zo hebben de Engelsen, Fransen en Amerikanen zich in negatieve zin bemoeid met olielanden als Iran, Irak, Koeweit en West-Afrika.

In de laatste eeuwen heeft het internationale recht ook een strafrechtelijk aspect gekregen. In het internationaal strafrecht zijn de normadressaten echter individuen, niet staten. Staten kunnen niet naar de gevangenis worden gestuurd, maar individuen die in naam van de staat internationale misdrijven plegen wel.

5 Hoe wordt de naleving van internationaal recht gewaarborgd?

Het meest opmerkelijke kenmerk van internationaal recht is het ontbreken van één overkoepelende autoriteit. Hoe kan internationaal recht functioneren zonder soevereine autoriteit? Hoe worden de regels gemaakt als een wetgever ontbreekt en hoe kan het stelsel werken zonder een algemene politiemacht en openbare aanklagers? Staten, en in toenemende maten ook private partijen, lijken in beginsel echter het internationaal recht te willen implementeren en volgen. Een verklaring hiervoor is dat staten zich aan het internationaal recht zullen houden, omdat zij het zelf opstellen. De omstandigheden kunnen echter wijzigen, waardoor het kan voorkomen dat staten hun verplichtingen schenden. Dit is normaal gesproken echter niet aannemelijk. Een verklaring hiervoor is dat de implementatie en toepassing van het recht een zaak van gewoonte en routine is. Wanneer een wettelijke norm gedurende een bepaalde tijd wordt toegepast, zal dit niet zomaar veranderen. Tenzij er iets drastisch gebeurt, zoals een nieuw verdrag of een nieuwe uitspraak, zullen staten blijven doen wat zij gewend zijn te doen. Dit versterkt het internationale recht. Daarnaast spelen ook juristen van onder meer buitenlandse ministeries een belangrijke rol. Zij zorgen ervoor dat (de autoriteit van) het recht gerespecteerd wordt. Een andere verklaring is de status van internationaal recht. Een regel van internationaal recht die in het algemeen beschouwd wordt als nuttig en op de juiste wijze tot stand is gekomen, zal worden gezien als rechtmatig. Staten hoeven er niet aan herinnerd te worden zich aan de regel te houden, zij zullen dit zelf ook willen, omdat dit rechtens juist is. Dit is vooral het normatief aspect van internationaal recht.

Een andere verklaring voor de naleving van internationaal recht is dat staten elkaar nodig hebben op het wereldtoneel. Staten staan voortdurend met elkaar in contact en zullen hun reputatie niet willen schenden. Niemand wil zaken doen met een staat die regelmatig zijn verplichtingen schendt. Dit wordt ook wel een sociale sanctie genoemd. Dit laatste geeft aan dat internationaal recht niet geheel sanctieloos is. Er is dan wel geen internationale politiemacht of rechter die staten op de vingers tikt, maar de sociale sanctie kan zwaar drukken. Daarnaast voorziet het internationale recht in een aantal reacties op schendingen van internationale verplichtingen. Het betreft maatregelen die genomen worden binnen de grenzen van het recht en de boodschap uitdragen dat een staat niet akkoord is met het gedrag van de ander. Voorbeelden hiervan zijn het oproepen van de ambassadeur voor een ‘overleg’ en het verbreken van diplomatieke betrekkingen. Dergelijke acties zenden een sterke politieke boodschap uit, zonder dat een internationale verplichting wordt geschonden. Dit is niet het geval bij de zogenaamde represailles, ook wel tegenmaatregelen genoemd. Dit zijn wettelijk ongeoorloofde maatregelen, welke toch als geoorloofd worden beschouwd als deze worden genomen als reactie op een onrechtmatige handeling van de andere staat. Als A bijvoorbeeld een verdrag schendt, dan mag B ditzelfde doen. Dit beginsel kwam aan bod bij een zaak tussen Nederland en België voor het Permanent Court of International Justice (PCIJ, de voorganger van het ICJ) in 1937. België stelde dat Nederland een verdragsverplichting had geschonden en dat zij daarom hetzelfde mocht doen. De rechter oordeelde dat deze reactionele opschorting van verplichtingen in beginsel gerechtvaardigd was, zodat het toepasbaar was in internationale betrekkingen. Een andere maatregel tegen het handelen van een andere staat is bijvoorbeeld zelfverdediging of de collectieve veiligheidsactie. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is het ook mogelijk om individuen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd gevangen te nemen, denk aan het Rwanda of Joegoslavië tribunaal.

6 Zijn staten gebonden aan internationaal recht?

In het licht van bovenstaande, rijst de vraag of het internationaal recht bindend van aard is. Als het gedrag van een staat wordt beoordeeld, is het immers van belang of deze staat gebonden was aan de internationale regel of dat er slechts een regel uit de sociale praktijk is geschonden. De weigering van een staat om de rode loper uit te rollen voor een buitenlands staatshoofd leidt tot schending van een etiquette, maar zal niet aan de rechter worden voorgelegd. Er is immers geen internationale regel die hiertoe verplicht.

Zelfs als geaccepteerd zou worden dat internationaal recht bindend is, rijst de vraag waar dit recht vandaan komt. De vroege denkers (voor de Reformatie) zagen internationaal recht als natuurrecht, dat komt van God en enkel kan worden herkend door personen met het juiste geloof. Dit maakt het echter subjectief. Degenen met een ander geloof zouden tot andere conclusies kunnen komen, en zelfs binnen hetzelfde geloof zijn verschillende visies mogelijk. Tegen de 19e eeuw werd de natuurlijke benadering grotendeels vervangen door een positivistische benadering en een meer wetenschappelijke kijk op recht. Positivisten menen dat recht door de mens wordt gecreëerd. De inhoud van het recht kan aldus ontdekt worden door het gedrag van staten te bestuderen. Men realiseerde zich echter dat als recht hetgeen is wat staten doen, het geen normatieve functie heeft.

Een belangrijk keerpunt in de jaren 80 van de vorige eeuw maakte duidelijk dat het internationaal recht continue op zoek is naar een compromis tussen het naturalistische en het positivistische gedachtegoed. Internationaal recht moet zowel voortvloeien uit het naturalisme (het behoort de goedheid van de mensheid te dienen, de directe link met God is in belang afgenomen), als uit het positivisme (het behoort de praktijken en belangen van staten te reflecteren). Dit is echter structureel onmogelijk. Wanneer iemand een naturalistisch argument inbrengt, is deze kwetsbaar voor de kritiek van een positivist en andersom. Een naturalist kan bijvoorbeeld stellen dat nucleaire wapens een verschrikkelijke uitvinding zijn. Een positivist kan hier tegenin brengen dat het gebruik ervan door geen enkel verdrag wordt uitgesloten en daarmee volledig legaal is. De naturalist kan vervolgens stellen dat er dan wel geen verdragsverbod bestaat, maar dat er ook geen duidelijke regel is die het gebruik toestaat. Deze discussie kan eindeloos doorgaan, tenzij staten hierover overeenstemming bereiken. Het ICJ om advies vragen is nutteloos, het Hof zal zich hier niet over uitlaten totdat een politiek akkoord is bereikt. Het enige dat het Hof kan doen – en heeft gedaan in 1996 – is verklaren dat het gebruik van nucleaire wapens in beginsel onrechtmatig is, maar in sommige gevallen rechtmatig kan zijn. Het is echter de vraag wat deze gevallen zijn. Uiteindelijk wordt internationaal recht op deze wijze bepaald door politici. Het biedt daarmee wel een kader, maar geen oplossingen omdat het tegelijkertijd moet aansluiten bij de dagelijkse praktijk en rechtvaardigheid.

Juridische argumenten worden zelfs ingeroepen als politieke instrumenten, dit wordt ook wel ‘lawfare’ genoemd. Een voorbeeld betreft de vele zaken die Oekraïne aanspande tegen Rusland na diens inlijving van het schiereiland de Krim in 2014. Ook werden meldingen gedaan bij internationale organisaties, op basis van verschillende argumenten (veiligheid Zwarte Zee, belang van spoorwegen etc.). Weinig ervan was zinvol en Oekraïne kon zelf ook niet serieus menen te kunnen winnen, maar de vele rechtsacties toonden de wereld wel dat Rusland zich gedroeg als een ‘pestkop’. Lawfare kan voor kleine staten derhalve dienen als instrument tegen de grote machten.

7 Wat is de relevantie van internationaal recht?

Of men het internationaal recht nuttig acht, hangt af van de internationale politiek. Zo zien realisten het internationaal recht als irrelevant. Het internationale stelsel is een machtsstrijd tussen staten, waarbij staten alles zullen doen om hun eigenbelang te vergroten. Staten zullen internationaal recht alleen respecteren als zij hier zelf beter van worden en het links laten liggen als dit niet het geval is. Internationaal recht is volgens deze gedachte alleen relevant zolang het de belangen van een staat reflecteert, anders zal het worden geschonden.

Volgens het liberale institutionalisme kan het internationale recht daarentegen wel relevant zijn, mits dit zo gevormd is dat hierbij rekening wordt gehouden met de drang naar macht van staten. Net zoals realisten, gaan ook zij ervan uit dat staten gedreven worden door eigenbelang. Internationaal recht kan echter nuttig zijn als het gaat om handel en investering. Wettelijke regels zorgen namelijk voor zekerheid en creëren stabiele verwachtingen. Rechtsregels kunnen helpen om transactiekosten te verminderen en alleen daarom al gunstig zijn en het eigenbelang van de staat dienen. Een lidstaat van de WTO hoeft zich bijvoorbeeld geen zorgen te maken over de nakoming van de verplichtingen van een andere lidstaat. Het lidmaatschap bij de WTO maakt internationale handel en buitenlandse investering daarmee gemakkelijker en beter voorspelbaar, hetgeen economische vooruitgang ten goede komt.

Een tussenvorm van realisme en liberaal institutionalisme is de wettelijke - en economische benadering. Hierbij gaat het dus niet om een politieke benadering. Economen gaan ervan uit dat staten rationele actoren zijn en dat een maximale winst hun hoofddoel is. Staten zijn daarom soms geneigd gemeenschappelijke regels aan te nemen, omdat dit kan leiden tot winstmaximalisatie. In andere omstandigheden kan een eenzijdig optreden echter de voorkeur hebben. Het is echter de vraag of staten wel altijd ‘rationeel’ handelen, en zo ja, of rationaliteit daadwerkelijk gepaard gaat met maximale winst. Daarnaast bestaat het risico dat een economische benadering de normatieve kant van het internationaal recht ondermijnt. Als het recht niet zorgt voor maximale winst, dan zou een andere route kunnen worden gekozen, bijvoorbeeld een die gepaard gaat met geweld.

Een derde benadering betreft de constructivistische benadering, welke het internationaal recht erg serieus neemt. Waar de realisten, en tot op zekere hoogte ook de institutionalisten, geneigd zijn om te denken dat al het recht gebaseerd is op strafrecht, menen de constructivisten dat het afstamt van het privaatrecht. Internationaal recht ziet niet alleen op het verbieden van dingen, maar heeft ook een faciliterende functie. Staten kunnen allianties sluiten, het bevordert de politieke dialoog en het bepaalt bijvoorbeeld of de inval van een land in een buurland moet worden gezien als een invasie, humanitaire interversie of als zelfverdediging. Internationaal recht verschaft het kader en de vocabulaire die internationale politiek mogelijk maken. Het is van groot belang, omdat het helpt de samenleving te vormen.

8 Welke rol speelt globalisatie?

De opkomst van globalisatie tegen het einde van de twintigste eeuw heeft de verhouding tussen internationaal recht en economie versterkt. Globalisatie ziet echter niet alleen op economie, maar ook op culturele en sociale betrekkingen. Globalisatie gaat samen met ‘global governance’: het uitoefenen van autoriteit, op wereldniveau, buiten de gebruikelijke rechtsstructuren. Dit vormt een uitdaging voor het internationale recht. Hoe moeten internationale juristen bijvoorbeeld de financiële regels beoordelen die ontwikkeld zijn door het Comité van Bazel voor het banktoezicht? Globalisatie en global governance werpen nieuwe gebieden op ter regulatie en dwingen internationaalrechtelijke juristen hun handelsinstrumenten te heroverwegen. De klassieke opvattingen en categorieën van internationaal recht zijn hiermee achterhaald. Internationaal recht kan alleen betekenis hebben als het zich aanpast aan de veranderende wereld, hetgeen een voortdurend proces is. Een voorbeeld hiervan is het debat rondom migratie.

9 Hoe verhoudt internationaal recht zich tot ethiek?

Er wordt wel eens gesteld dat internationaal recht niet erg ethisch is, maar hierover valt te discussiëren. Voor de opkomst van het Westfaalse systeem vormden de ethische aspecten van het internationaal recht geen probleem. Als internationaal recht is opgelegd door God, dan is het per definitie voldoende ethisch. Discussie bestond enkel over de vraag of oorlog altijd fout was en of er omstandigheden bestonden die oorlog kunnen rechtvaardigen. Tegenwoordig is het grootste probleem niet dat internationaal recht en ethiek niets met elkaar te maken hebben, maar dat verschillende concepten van ethiek en internationaal recht met elkaar concurreren. Sommigen reageerden woedend toen het EHRM in 2007 oordeelde dat het niet kon oordelen over een vordering van Kosovaarse burgers tegen het optreden van VN en NAVO troepen in Kosovo. De VN was niet aangesloten bij het EVRM en daarom had het Hof geen jurisdictie. Het ethische argument hiertegen was dat de mensenrechten opgeofferd werden. Het tegenovergestelde, het bestraffen van sommige VN-lidstaten voor gedragingen van de VN zelf, kan echter ook als oneerlijk worden beschouwd. Het zou de collectieve veiligheidsfunctie van de VN ondermijnen, wat op de lange termijn tot nog meer oneerlijkheid zou leiden.

Zo kan men het Arrest Warrant van het ICJ interpreteren als een verwerping van de mensenrechten (een Congolese minister was immuun voor vervolging ondanks zijn mogelijke betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen). Anderzijds kan het ook worden gezien als een overwinning voor deliberatieve politici. Onschendbaarheidsregels maken het onmogelijk om regeringsleden lastig te vallen, waardoor internationale communicatie plaats kan vinden zonder bemoeienis. Dat is op zichzelf ook ethisch.

De stelling dat globale ethiek onderontwikkeld is kan niet worden tegengesproken. Dit is deels het resultaat van het feit dat morele filosofen de neiging hebben om enkel te denken aan de ethische plichten van individuen, en aan niet die van staten. Het is echter de vraag of staten wel over de capaciteit beschikken om ethisch te handelen. Daarnaast hebben individuen sterkere verplichtingen jegens naasten dan vreemden. De politieke ethiek richt zich dan ook op de individuen binnen een bepaalde gemeenschap, zoals een stad of staat. Desondanks moet binnen het internationaal recht het inzicht bestaan dat  wereldarmoede ethisch onacceptabel is. Dit geldt ook ten aanzien van genocide, slavernij en marteling. Kortom: internationaal recht is niet verstoken van ethiek, maar de ethiek zelf is niet uniform: verschillende ethici volgen verschillende tradities, welke leiden tot verschillende conclusies over wat ethische gedrag inhoudt.

Stampvragen

  1. Noem een aantal belangrijke gebeurtenissen voor de totstandkoming van het Internationaal Recht
  2. Wie is een van de grondleggers van het Internationaal recht en waarom?
  3. Hoe kan het dat ondanks het feit dat het internationaal recht geen overkoepelende autoriteit heeft, het systeem toch lijkt te werken? Geef een aantal verklaringen.
  4. Wat is het verschil tussen een regel van internationaal recht en een sociale regel?
  5. Benader het internationaal recht vanuit verschillende politieke en economische perspectieven
  6. Wat is het verband tussen internationaal recht en economie?
De hele tekst lezen? Alle JoHo tools gebruiken? Sluit je dan aan bij JoHo en log in!
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    JoHo: crossroad uit de selectie

    JoHo & Partnernieuws

    DSW: sluit voordelig je zorgverzekering af
    JoHo: zoekt medewerkers voor tijdelijk en vast

    Werken, jezelf ontwikkelen en een ander helpen?

    JoHo zoekt medewerkers, op verschillend niveau, die willen meebouwen aan een betere wereld en een zich vernieuwende organisatie

    Vacatures en mogelijkheden voor vast werk en open sollicitaties

    Vacatures en mogelijkheden voor tijdelijk werk en bijbanen

    Vacatures en mogelijkheden voor stages en ervaringsplaatsen

    JoHo: crossroads via selectie
    JoHo: crossroads via de bundel

      Chapters 

    Teksten & Informatie

    JoHo: paginawijzer

    Hoe werkt een JoHo Chapter?

     

    Wat vind je op een JoHo Chapter pagina

    •   JoHo Chapters zijn tekstblokken en hoofdstukken rond een specifieke vraag of een deelonderwerp

    Crossroad: volgen

    • Via een beperkt aantal geselecteerde webpagina's kan je verder reizen op de JoHo website

    Crossroad: kiezen

    • Via alle aan het chapter verbonden webpagina's kan je verder lezen in een volgend hoofdstuk of tekstonderdeel.

    Footprints: bewaren

    • Je kunt deze pagina bewaren in je persoonlijke lijsten zoals: je eigen paginabundel, je to-do-list, je checklist of bijvoorbeeld je meeneem(pack)lijst. Je vindt jouw persoonlijke  lijsten onderaan vrijwel elke webpagina of op je userpage
    • Dit is een service voor JoHo donateurs en abonnees.

    Abonnement: nemen

    • Hier kun je naar de pagina om je aan te sluiten bij JoHo, JoHo te steunen en zelf en volledig gebruik te kunnen maken van alle teksten en tools.

    Abonnement: checken

    • Hier vind je wat jouw status is als JoHo donateur of abonnee

    Aantekeningen: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten. Je kunt zelf online aantekeningen maken en bewaren, je eigen antwoorden geven op tests, of bijvoorbeeld checklists samenstellen.
    • De aantekeningen verschijnen direct op de pagina en zijn alleen voor jou zichtbaar
    • De aantekeningen zijn zichtbaar op de betrokken webpagine en op je eigen userpage.

    Prints: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten.  Wil je een tekst overzichtelijk printen, gebruik dan deze knop.
    JoHo: footprint achterlaten