Hoe veranderen familierelaties tijdens de adolescentie? - Chapter 7

»
Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Voor volledige toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Aanmelden bij JoHo

 

 

Samenvattingen per hoofdstuk bij de 5e druk van Adolescence and Emerging Adulthood: A Cultural Approach van Arnett - Bundel

Is adolescentie een cultureel construct? - Chapter 1

Is adolescentie een cultureel construct? - Chapter 1

Het is belangrijk om bewust te zijn dat elke adolescent opgroeit in een bepaalde cultuur. Adolescentie is een cultureel construct; bepaald door de regels, de normen, de wensen en de leefpatronen in een cultuur. Puberteit is een set van biologische veranderingen die betrokken zijn bij het fysiek en seksueel volwassen worden. Puberteit is universeel; dezelfde biologische veranderingen doen zich voor tijdens de puberteit bij jonge mensen over de hele wereld, hoewel er wel verschillen te vinden zijn in de timing en de culturele betekenis. Adolescentie is meer dan puberteit, het is een periode in het leven tussen het begin van de puberteit en de start van volwassenheid, een periode waarin jonge mensen zich voorbereiden om volwassen verantwoordelijkheid op zich te nemen. Ontwikkelingspsychologie is het onderzoek naar hoe mensen ontwikkelen en de veranderingen gedurende bepaalde periodes in hun leven.

Hieronder wordt gekeken naar de veranderingen in deze periode van adolescentie door de jaren heen voor Westerse culturen. Er wordt ook gekeken naar belangrijke ideeën van sociale psychologie, de studie naar hoe mensen met elkaar omgaan en de effecten op gedrag van de relaties die mensen hebben. Adolescentie is cultureel en sociaal bepaald, dit betekent dat culturen verschillen in hoe ze volwassenheid definiëren en verschillen in de inhoud van volwassen rollen en verantwoordelijkheden waarvan adolescenten moeten leren hoe ze daaraan moeten voldoen. Bijna alle culturen en samenlevingen hebben een soort van adolescentie, maar de lengte, inhoud en dagelijkse ervaringen van adolescentie kunnen erg verschillen. Naast adolescentie (van 10 tot 18 jaar) wordt ook gekeken naar de opkomende volwassenheid (‘emerging adulthood’), deze periode van een jongvolwassene vindt plaats tussen 18 en 25 jaar. In deze tekst blijft de culturele benadering centraal staan.

Hoe wordt adolescentie in Westerse culturen gedefinieerd?

Adolescentie in de oudheid

Al in het eeuwenoude Griekenland werd over adolescentie gesproken; Plato en Aristoteles zagen het als de derde periode in het leven, de periode na de vroege kindertijd (0-7 jaar) en de kindertijd (7-14). De adolescentie duurde van 14 tot 21 jaar. Zij zagen het als een periode waarin de jeugd het vermogen tot redeneren begon te ontwikkelen. Volgens Plato kon een kind pas onderwezen worden in natuurkunde en wiskunde vanaf deze periode, omdat het kind dan pas logisch kon redeneren.

Adolescentie van het vroege Christendom tot de middeleeuwen

Eén van de meest beroemde en invloedrijke boeken van het vroege Christendom was de autobiografie van St. Augustine; Confessions uit ongeveer 400 na Christus. Augustine beschreef zijn leven vanaf de vroege kindertijd tot zijn bekering tot het Christendom op 33 jarige leeftijd. Een groot deel van de autobiografie richt zich op zijn tienerjaren en als begin twintiger, toen hij een roekeloze jonge man was die een impulsief en plezier-zoekend leven leefde. Hij heeft berouw van zijn roekeloze jeugd en stelt dat bekering tot het Christendom de sleutel is tot zowel de eeuwige verlossing als het instellen van de regel over reden boven passie op aarde. De historische archieven over adolescentie zijn schaars, maar er is één goed gedocumenteerde gebeurtenis die de geschiedenis van adolescentie duidelijker maakt. Dit is de kruistocht van de kinderen, in 1212. Dit waren met name kinderen tijdens hun tienerjaren. De tieners kwamen uit Duitsland en de mediterrane kust en ze geloofden dat wanneer ze aan zouden komen, dat het water van de rode zee opzij zou gaan zoals het voor Moses had gedaan en dat ze naar het Heilige Land zouden kunnen lopen. De kruistocht was een poging om de Moslims te benaderen in vrede, geïnspireerd door het geloof dat Jezus had afgekondigd dat het Heilige Land alleen veroverd kon worden door de onschuld van jeugdigen. De kruistocht van de kinderen was een totale ramp, maar het feit dat het gebeurd is, suggereert dat veel mensen adolescentie zagen als een tijd van onschuld en dat ze onschuld zagen als iets met een speciale waarde en kracht.

Adolescentie van 1500 tot 1890

Begin 1500 werd het in Westerse culturen een gewoonte om als jongvolwassene deel te nemen aan de zogeheten life-cycle service, een periode waarbij de jongeren huishoudelijk werk deden, op het land werkten of in de leer gingen bij een ambachtsman. De jongeren verlieten hiervoor hun huis en woonden voor zo’n 7 jaar bij hun meester. Deze service verdween vanaf de 18e eeuw in Amerika, toen door de industrialisering steeds meer jonge mensen naar de steden trokken. Daar was er geen sociale druk van familie, en de jongeren werden al snel gezien als een sociaal probleem; misdaad, seks voor het huwelijk en alcoholgebruik kwamen vaak voor. Er werden instellingen opgericht om sociale controle uit te oefenen over de jongeren, dit zorgde ervoor dat in de 19e eeuw de problemen sterk afnamen.

Het tijdperk van de adolescentie (1890-1920)

Het was pas eind 19e eeuw dat de term adolescentie voor het eerst veel gebruikt werd. Daarvoor werden mensen in hun tienerjaren en van begin 20 eerder gewoon jeugd genoemd, of jonge mensen. De omslag vond plaats in een belangrijke periode, eind 19e eeuw. Deze tijd wordt ook wel het ‘tijdperk van de adolescentie’ genoemd. Belangrijke veranderingen in deze jaren waren:

  • De wetten tegen kinderarbeid. Kinderarbeid werd beperkt in deze periode, omdat een groot deel van de kinderen aan het werk werd gezet tijdens de industriële revolutie. Jeugdwerkers en onderwijzers zorgden ervoor dat met name de jongere kinderen en tieners niet meer mochten werken, of slechts een beperkt aantal uren per dag.
  • Nieuwe regels over leerplicht. Tot eind 19e eeuw hadden veel landen geen wetten wat betreft leerplicht, of alleen wetten over leerplicht op de basisschool. Tussen 1890 en 1920 werd in veel landen in Europa ook de middelbare school verplicht voor alle kinderen. Deze verandering droeg bij aan het vormen van het tijdperk van de adolescentie, omdat het een meer duidelijke scheiding markeerde tussen adolescentie als een periode van voortgezette scholing en volwassenheid dan als een periode die begint nadat men school heeft afgerond.
  • De opkomst van de adolescentie als specifiek onderzoeksgebied. De derde grote bijdrage aan het tijdperk van de adolescentie was het werk van G. Stanley Hall en het begin van de studie van adolescentie als een apart onderzoeksgebied. Hall was een opmerkelijk persoon, die onder andere het eerste doctoraat in de psychologie in de Verenigde Staten behaalde en oprichter was van de American Psychological Association. Hall was ook één van de oprichters van de ‘child study movement’ in de VS, waarbij wetenschappelijk onderzoek naar de kindertijd en adolescentie werd aangespoord en ook werd gestreefd naar de verbetering van het leven van deze leeftijdsgroepen. Hall was ook de eerste die een boek schreef over de adolescentie, getiteld Adolescence: Its psychology and its relations to Physiology, Anthropology, Sociology, Sex, Crime, Religion and Education. Veel van zijn observaties zijn nog steeds van kracht in huidig onderzoek, maar veel ook niet. Hall was een aanhanger van de recapitulatie theorie, die stelt dat elk individu in zijn ontwikkeling de evolutionaire ontwikkeling van de mens doormaakt. Het stadium van de adolescentie zou daarbij lijken op een tijd waarbij de mens veel wanorde en chaos (storm en stress) meemaakt. Deze theorie wordt tegenwoordig niet meer aangehangen.

Het ‘Storm and Stress’ debat

Eén van de ideeën van G. Stanley Hall die tegenwoordig nog steeds bediscussieerd wordt, is zijn stelling dat adolescentie per definitie een tijd van storm en stress is. Volgens Hall is het normaal dat adolescenten een tijd ervaren met veel onrust en verstoringen. Hall stelde dat de storm en stress van adolescenten gereflecteerd wordt in een hoge mate van drie soorten problemen gedurende de adolescentie: conflicten met ouders, stemmingswisselingen en risicovol gedrag (bijvoorbeeld drugsgebruik en criminaliteit). Hall was een aanhanger van de Lamarckiaanse evolutietheorie, een theorie die veel mensen aan het begin van de 20e eeuw een betere verklaring vonden voor de evolutie dan de theorie over natuurlijke selectie van Darwin. De theorie van Jean-Baptiste Lamarck wordt nu niet meer aangehangen. Volgens deze theorie is evolutie het resultaat van opstapelende ervaringen. Organismen geven hun eigenschappen door van de ene generatie op de volgende. Dit gebeurt niet in de vorm van genen (hier was in deze tijd nog niets over bekend), maar in de vorm van herinneringen en verworven eigenschappen. Deze herinneringen en verworven eigenschappen zouden dan opnieuw vastgelegd of door middel van recapitulatie opgenomen worden in de ontwikkeling van elke individu van toekomstige generaties. Volgens deze theorie moet er dus een periode in de menselijke evolutie zijn geweest die extreem moeilijk en onstuimig was, want sindsdien is de herinnering van die periode doorgegeven van generatie op generatie en is het samengevat (recapitulatie) in de ontwikkeling van iedere individu als de storm en stress tijdens de adolescente ontwikkeling.

Anna Freud was één van de meest uitgesproken voorstanders van de storm en stress theorie geweest. Zij zag adolescenten die geen storm en stress ervoeren als verdacht. Storm en stress waren volgens haar universeel en onvermijdelijk, in de mate dat de afwezigheid hiervan zou leiden tot een serieus psychologisch probleem.

De stelling dat storm en stress eigenschappen zijn van alle adolescenten en dat de bron hiervan puur biologisch is, klopt niet. Huidige onderzoekers benadrukken dat de meeste adolescenten goed overweg kunnen met hun ouders en respect voor ze hebben. Ook zeggen ze dat voor de meeste adolescenten de stemmingswisselingen niet zo extreem zijn dat ze psychologische behandeling nodig hebben en dat de meeste adolescenten niet met regelmaat risicovol gedrag vertonen. Niet alle adolescenten ervaren storm en stress in deze gebieden, maar de adolescentie is een periode waarin er een grotere kans is op storm en stress dan op andere leeftijden. Culturen verschillen in de mate waarin adolescenten storm en stress ervaren. Er is relatief weinig storm en stress in traditionele culturen, en meer in Westerse culturen.

Wat is het verschil tussen adolescentie en opkomende volwassenheid?

Tijdens een groot deel van de geschiedenis bedoelde men met de term adolescentie niet alleen de vroege tienerjaren, maar ook de late tienerjaren en het begin van de twintiger jaren. Hall definieerde adolescentie als de periode tussen 14 en 24 jaar. Tegenwoordig spreken onderzoekers over het algemeen van adolescentie tussen de 10 en 18 jaar. Waardoor is het beeld van de adolescentie zo veranderd? Er zijn twee verklaringen. Ten eerste is er sinds de 20e eeuw een afname in de leeftijd waarop de puberteit begint. Begin 20e eeuw was de gemiddelde leeftijd waarop een meisje voor het eerst ongesteld werd (ook wel de menarche genoemd) 15 jaar. De puberteit begon toen dus rond de 13 jaar voor de meeste jongeren. De gemiddelde leeftijd van de menarche nam echter af tussen 1900 en 1970, en is nu 12,5. De adolescentie begint tegenwoordig dus eerder, rond de 10 jaar.

De tweede verklaring focust op de eindleeftijd van de adolescentie. Dit is waarschijnlijk geen biologische maar een sociale verandering geweest, namelijk de groei van het aantal adolescenten die de middelbare school afmaakten. Doordat nu bijna alle Britse en andere Europeaanse adolescenten naar de middelbare school gaan en doordat de middelbare school en verder onderwijs verlengd zijn tot de leeftijd van 18 of 19 jaar, is het logisch voor onderzoekers naar adolescentie om de eindleeftijd rond de 18 of 19 jaar te plaatsen. Hall koos niet voor 18 als het einde van de adolescentie, omdat er voor de meeste adolescenten op deze leeftijd geen belangrijke overgang plaatsvond. Scholing stopte eerder, werk begon eerder en men verliet pas later het ouderlijk huis. Daarom koos Hall waarschijnlijk voor 24 jaar als het einde van de adolescentie.

Opkomende volwassenheid

Volgens de schrijver is het fout om de adolescentie te laten eindigen bij 18 jaar. De late tienerjaren en vroege twintiger jaren zijn belangrijk, en worden door de schrijver de periode van opkomende volwassenheid genoemd. Een aantal karakteristieken van deze periode zijn:

  • leeftijd van de zoektocht naar identiteit: mensen bekijken verschillende mogelijkheden om hun leven in te richten, voor zowel werk als liefde. Zo komen ze erachter wie ze zijn, en wat ze willen.
  • leeftijd van instabiliteit: door het exploreren van mogelijkheden is deze periode erg instabiel, dit is bijvoorbeeld te zien in de verschillende woonplekken die een jongere heeft, of de verschillende relaties die hij doormaakt.
  • leeftijd van focus op jezelf: de meeste opkomende volwassenen verlaten het ouderlijk huis wanneer zij 18 of 19 zijn en ze trouwen en hebben hun eerste kind vaak pas wanneer ze achterin de 20 zijn, soms begin 30. Zelfs in landen waar de opkomende volwassenen tot hun vroege twintigerjaren thuis blijven, zoals in Zuid-Europa en Aziatische landen, krijgen ze een meer onafhankelijke levensstijl dan ze hadden als adolescent.
  • leeftijd van het gevoel ‘ertussenin’ te zitten: de jongere is geen adolescent meer, maar ook geen volwassene. De meeste jongvolwassenen antwoorden dat ze in sommige opzichten volwassen zijn, maar in sommige ook nog niet.
  • leeftijd van de mogelijkheden: de toekomst ligt nog open voor de jongvolwassene, niks is nog zeker. Er heerst ook nog veel optimisme over de toekomst in deze periode.

Niet elke cultuur heeft een periode van opkomende volwassenheid. Culturen variëren ook in de leeftijd dat jonge mensen verwacht worden om echt volwassen te worden. Een periode van opkomende volwassenheid bestaat alleen in die culturen waar jongeren volwassen rollen, zoals het huwelijk en ouderschap, kunnen uitstellen. Het wordt met name aangetroffen in geïndustrialiseerde samenlevingen. In dit boek wordt gesproken over drie periodes: de vroege adolescentie van 10 tot 14 jaar, de late adolescentie van 15 tot 18 jaar en de opkomende volwassenheid van 19 tot ongeveer 25 jaar.

Hoe ziet de overgang naar volwassenheid eruit?

Wanneer volwassenheid wordt bereikt is een complexe vraag en het verschilt significant tussen culturen. De overgang naar volwassenheid in geïndustrialiseerde culturen kan op een aantal manieren gedefinieerd worden. Volgens de wet is het meestal op de leeftijd van 18 jaar, omdat een persoon dan bepaalde volwassen rechten krijgt als het mogen tekenen van bepaalde documenten en het mogen stemmen. Volwassenheid kan ook het moment zijn waarop een individu bepaalde volwassen rollen mag gaan vervullen, zoals full-time werk, huwelijk en ouderschap. Volgens jonge mensen zelf waren de karakteristieken anders:

  • het nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf
  • het maken van onafhankelijke keuzes
  • financieel onafhankelijk worden

Deze karakteristieken worden door mensen uit verschillende culturen, etnische groepen en sociaal economische klassen genoemd.

De karakteristieken draaien allemaal om individualisme; het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen zonder hulp van anderen. Dit wordt vaak het tegenovergestelde genoemd van collectivisme, waarbij verplichtingen jegens anderen belangrijk zijn.

De overgang naar volwassenheid: variaties tussen culturen

Tussen culturen zijn ook afwijkingen te vinden in de karakteristieken van volwassenheid. Zo zien jonge Israëli’s het dienen in het leger als een belangrijke voorwaarde en jonge Argentijnen hechten veel waarde aan de mogelijkheid om hun familie financieel te onderhouden. Dit komt ook terug in Korea en China, en reflecteert collectivistische waarden.

In traditionele culturen is het huwelijk de overgang naar volwassenheid. Pas na het huwelijk krijgt het individu volwassen verantwoordelijkheden en rechten. Het kan zijn dat in deze culturen het huwelijk een symbool is voor de collectivistische waarde van onderlinge afhankelijkheid, dat de persoon door te trouwen nieuwe verplichtingen aangaat jegens een andere familie.

Marokkaanse ideeën over adolescentie

Davis en Davis bestudeerden adolescenten in Marokko. Het belangrijkste concept voor adolescentie is ‘aql, dat te maken heeft met redelijkheid, begrip en rationaliteit, maar ook zelfcontrole. Iemand die ‘aql bezit heeft controle over zijn behoeftes en passies en wil en is in staat om deze te beperken, uit respect voor de mensen om hem heen. ‘Aql wordt gezien als een eigenschap van volwassenen, die vaak nog ontbreekt in adolescenten. Marokkaanse mannen zouden er 10 jaar langer over doen om het te ontwikkelen, waardoor meisjes veel eerder verantwoordelijkheden krijgen. Een andere term die wordt gebruikt is taysh, wat roekeloosheid en frivoliteit betekent. Dit is juist een eigenschap van adolescenten.

De wetenschappelijke studie naar adolescentie en opkomende volwassenheid

Onderzoekers die de adolescentie op een wetenschappelijke manier bekijken, gebruiken de ‘wetenschappelijke methode’, waarbij gebruik wordt gemaakt van hypothesen, sampling, procedure, methoden, analyse en interpretatie. Een hypothese is het idee van de onderzoeker over een mogelijk antwoord op de vraag die hij stelt. De sample is heel belangrijk, die moet representatief zijn voor de populatie die wordt onderzocht. Als de sample representatief is voor de populatie, dan zijn de uitkomsten van de sample te generaliseren naar de populatie. Ook betrouwbaarheid en validiteit zijn belangrijk. Een methode is betrouwbaar wanneer men gelijke resultaten verkrijgt in verschillende situaties. Een methode heeft een goede validiteit wanneer het meet wat het beoogt te meten. Een meting hoeft niet persé valide te zijn wanneer het betrouwbaar is.

In sociaal wetenschappelijk onderzoek worden meestal vragenlijsten gebruikt als methode van onderzoek. Deze zijn vaak met gesloten vragen, waarbij de respondent kan kiezen uit antwoorden. Gesloten vragen maken het makkelijker om data te verzamelen, maar deze vragenlijsten hebben ook beperkingen in het gebruik: door de vastgestelde antwoordmogelijkheden krijgt het onderzoek weinig diepte en diversiteit. Interviews bieden dan de uitkomst. Interviews geven kwalitatieve data, vragenlijsten geven juist kwantitatieve data. Bij interviews moeten de antwoorden in het gesprek nog gecodeerd en geclassificeerd worden en dit kost veel tijd, geld en moeite. Een andere methode van onderzoek is etnografisch onderzoek. Hierbij leven wetenschappers een tijd bij de mensen die ze willen bestuderen en ze verzamelen informatie door observaties, ervaringen en gesprekken met de mensen.

In wetenschappelijk onderzoek wordt vaak gebruik gemaakt van experimenten, waarbij groepen worden gemaakt die verschillende behandelingen krijgen. Daarna wordt gekeken welk effect de behandeling heeft gehad. In sociaal wetenschappelijk onderzoek is dit lastig: adolescenten kunnen bijvoorbeeld niet random aan hoge kwaliteit of lage kwaliteit scholen worden toegewezen om het effect op hun leerprestaties te bekijken. In zo’n geval wordt een natuurlijk experiment uitgevoerd: een situatie die van nature bestaat wordt gebruikt en niet gecreëerd door de wetenschapper. In het voorbeeld kan de wetenschapper de adolescenten testen op hun leerprestaties voor- en nadat ze zelf een bepaalde school kiezen. Een belangrijk natuurlijk experiment in de adolescentie is adoptie: door adoptiekinderen te vergelijken met hun biologische en adoptieouders, kan worden gekeken hoe genen of juist omgeving de ontwikkeling van een kind beïnvloeden.

Een ander natuurlijk experiment is de tweelingstudie. Eeneiige (identieke) tweelingen hebben precies hetzelfde genotype (genenpakket), twee-eiige tweelingen delen maar de helft van hun genen, zoals normale broertjes of zusjes. Door deze typen tweelingen te vergelijken kan worden onderzocht of een karakteristiek genetisch bepaald is. Als identieke tweelingen meer op elkaar lijken in een bepaalde karakteristiek, dan heeft dit waarschijnlijk te maken met genen.

Bronfenbrenner’s ecologische theorie

Bronfenbrenner ontwikkelde zijn ecologische theorie als reactie op theorieën die naar zijn mening teveel aandacht besteedden aan de nabije omgeving van het kind, zoals de ouders. Bronfenbrenner wilde met zijn theorie de bredere culturele omgeving die mensen ervaren als zij ontwikkelen onder de aandacht brengen en ook de manieren waarop de verschillende niveaus van iemands omgeving met elkaar interacteren. Volgens Bronfenbrenner zijn er vijf niveaus of systemen die een rol hebben in de ontwikkeling:

  • microsysteem: de nabije omgeving, daar waar je dagelijks leven zich afspeelt, dus de relaties met ouders, broers en zusjes, vrienden, leerkrachten en andere volwassenen zoals coaches en werkgevers. Het kind is een actieve ‘agent’ in het microsysteem: het wordt beïnvloedt door ouders maar beïnvloedt andersom ook zelf zijn omgeving. Veel onderzoekers gebruiken de term context voor het microsysteem.
  • mesosysteem: het netwerk van connecties tussen microsystemen; de opvoeding door de ouders kan bijvoorbeeld botsen met de waarden van de leerkracht.
  • exosysteem: de sociale instellingen die indirect de ontwikkeling beïnvloeden, zoals de school en media.
  • macrosysteem: culturele opvattingen en waarden en economie en regering.
  • chronosysteem: de veranderingen die voorkomen in de omstandigheden van de ontwikkeling door de tijd heen, zowel voor het individu als op nationaal niveau. Denk aan de impact van het verliezen van je bijbaantje als je 15 bent, tegenover het verliezen van je baan als je 45 bent, of de opkomst van een wet die het mogelijk maakt voor vrouwen om te werken.

Wat is adolescentie over de wereld?

In een heel kort overzicht de adolescentie in de grotere regio’s van de wereld:

  • Sub-Sahara Afrika: in de landen onder de Sahara heerst relatief veel armoede en is de levensverwachting korter. Adolescenten krijgen te maken met ziekten. De Afrikaanse cultuur heeft verder een krachtige traditie van grote, ondersteunende families, met veel kinderen per gezin. Adolescenten groeien dus op met veel broers en zussen en dragen daar vaak verantwoordelijkheid voor.
  • Noord Afrika en het Midden Oosten: hier oefent het islamitische geloof veel invloed uit. Zo is er een traditie van patriarchie, waarbij de vader de autoriteit heeft en iedereen aan hem dient te gehoorzamen. Deel van deze patriarchie is de dominantie van mannen over vrouwen. In veel samenlevingen dragen vrouwen en meisjes een burka, als toonbeeld van bescheidenheid, en soms mogen ze niet alleen over straat. Maagdelijkheid is een vereiste en vrouwen worden niet geacht te werken. Deze strenge regels maken de volwassenheid voor veel meisjes erg beperkt.
  • Azië: de landen in Azië verschillen erg van elkaar: sommigen zijn al sterk geïndustrialiseerd, zoals Japan, anderen zijn nog druk bezig met industrialisering (zoals China). Er zijn wel wat overeenkomsten. In Azië overheerst de invloed van het confucianisme, een geloof dat veel waarde hecht aan filial piety, letterlijk vertaald ‘kinderlijke vroomheid’: kinderen moeten hun ouders respecteren, gehoorzamen en vereren. Ook moet de oudste zoon voor zijn ouders zorgen als zij ouder worden. In het confucianisme is onderwijs ook heel belangrijk; kinderen in Azië worden onder grote druk gezet om te presteren, omdat examens in grote mate bepalen wat zij als volwassene zullen doen.
  • India: India maakt officieel deel uit van Azië, maar de cultuur is behoorlijk verschillend. Culturele tradities zijn namelijk gebaseerd op het hindoeïsme. Het is verder een van de weinige landen in de wereld zonder leerplicht voor kinderen of adolescenten. In landelijke gebieden zijn maar weinig scholen. Verder is er nog veel kinderarbeid, hoewel de regering wel stappen neemt om dit te beperken. In India is er een kaste systeem: mensen worden geboren in een bepaalde kaste, gebaseerd op hun morele en spirituele vorige levens. Een kaste is in feite een sociale klasse, die de status van een individu bepaalt. Trouwen buiten je kaste is verboden. De lagere kasten krijgen de slecht betaalde beroepen en hebben minder mogelijkheden tot onderwijs. De relaties binnen een familie in India zijn sterk en warm: adolescenten brengen meer tijd door met hun familie dan met vrienden
  • Latijns Amerika: Ook in Latijns Amerika zijn er veel verschillende culturen, maar ook wat algemene kenmerken. Voor adolescenten zijn er 2 sleutelbegrippen: politieke stabiliteit en economische groei. Politieke stabiliteit is daarbij een voorwaarde voor economische groei, waarna jonge mensen betere kansen krijgen. Op dit moment is de werkloosheid onder volwassenen en jonge mensen groot.
  • Het ‘Westen’: Westerse landen zijn behoorlijk stabiel, democratisch en welvarend. Jonge mensen hebben veel mogelijkheden voor onderwijs en kunnen uit veel beroepen kiezen. Ook vrijetijdsbesteding is veelzijdig.

Globalisering

Globalisering betekent dat technologische vooruitgang en economische integratie de wereld ‘kleiner’ maken, of homogener. Jonge mensen hebben steeds gelijkwaardiger omgevingen, en dus ook gelijkwaardiger ervaringen. Dit betekent niet dat jonge mensen overal ter wereld precies hetzelfde opgroeien, er is eerder sprake van een biculturele identiteit: de identiteit voor de eigen cultuur en een identiteit voor de mondiale cultuur.

Wat zijn de biologische aspecten van adolescentie? - Chapter 2

Wat zijn de biologische aspecten van adolescentie? - Chapter 2

Adolescentie is een cultureel geconstrueerd concept, maar de biologische veranderingen die een adolescent doormaakt zijn universeel. Biologische gebeurtenissen in de adolescentie hangen wel samen met culturele aspecten, zoals timing en voorbereiding op deze gebeurtenissen en de reactie die het opwekt bij de adolescent zelf en zijn omgeving.

Het woord puberteit komt van het Latijnse ‘pubescere’, dat ‘harig worden’ betekent. De puberteit houdt meer in dan het harig worden: er vindt een biologische revolutie plaats waarbij anatomie, fysiologie en uiterlijk sterk veranderen.

Wat zijn de cognitieve aspecten van adolescentie? - Chapter 3
Wat zijn culturele opvattingen over adolescentie? - Chapter 4
Wat zijn genderinvloeden op adolescentie? - Chapter 5
Welke rol speelt het ego in de adolescentie? - Chapter 6
Hoe veranderen familierelaties tijdens de adolescentie? - Chapter 7
Wat is de rol van vrienden en peers tijdens de adolescentie? - Chapter 8
Hoe worden liefde en seksualiteit beleefd tijdens de adolescentie? - Chapter 9
Hoe zit het met scholing tijdens de adolescentie? - Chapter 10
Waarom is adolescentie een sleutelperiode in de voorbereiding voor werk als volwassene? - Chapter 11
Hoe uiten zich problemen en probleemgedrag tijdens de adolescentie? - Chapter 12

  Chapters 

Teksten & Informatie

JoHo: paginawijzer

JoHo 'chapter 'pagina

 

Wat vind je op een JoHo 'chapter' pagina?

  •   JoHo chapters zijn tekstblokken en hoofdstukken rond een specifieke vraag of een deelonderwerp

Crossroad: volgen

  • Via een beperkt aantal geselecteerde webpagina's kan je verder reizen op de JoHo website

Crossroad: kiezen

  • Via alle aan het chapter verbonden webpagina's kan je verder lezen in een volgend hoofdstuk of tekstonderdeel.

Footprints: bewaren

  • Je kunt deze pagina bewaren in je persoonlijke lijsten zoals: je eigen paginabundel, je to-do-list, je checklist of bijvoorbeeld je meeneem(pack)lijst. Je vindt jouw persoonlijke  lijsten onderaan vrijwel elke webpagina of op je userpage
  • Dit is een service voor JoHo donateurs en abonnees.

Abonnement: nemen

  • Hier kun je naar de pagina om je aan te sluiten bij JoHo, JoHo te steunen en zelf en volledig gebruik te kunnen maken van alle teksten en tools.

Abonnement: checken

  • Hier vind je wat jouw status is als JoHo donateur of abonnee

Prints: maken

  • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten. Wil je een tekst overzichtelijk printen, gebruik dan deze knop.
JoHo: footprint achterlaten