  Chapter 

Welke rechtsverkenningen zijn belangrijk? - BulletPoints 1

  • Recht is een eenheid van regels die wettelijk zijn vastgesteld. Het recht zorgt ervoor dat de betrekkingen tussen mensen zo soepel en eerlijk mogelijk verlopen.

  • Rechtsnormen verschillen van andere normen:

    • Rechtsnormen richten zich op het externe gedrag van mensen;

    • Bij het overtreden van een rechtsnorm is er meestal een wettelijke sanctie.

  • Objectief recht: het recht als een geheel van regels of normen dat de samenleving ordent.

  • Subjectief recht: subjectief recht omschrijft een bepaalde (persoonlijke) bevoegdheid. 

  • Natuurrecht: recht dat niet door mensen, met name de wetgever, tot stand is gebracht, maar recht dat van nature geldt.

  • Positief recht: het recht dat door de bevoegde autoriteiten (wetgever) op de juiste manier tot stand is gebracht.

  • Publiekrecht: het recht dat betrekking heeft op de staat. Een kenmerk van het publiekrecht is dat het algemeen belang voorop staat.

  • Privaatrecht:  het recht dat van toepassing is op individuen. In het privaatrecht staan de particuliere belangen van individuen voorop.

  • Formeel recht: heeft betrekking op het regelen van de procedure. Dit wordt ook wel het procesrecht genoemd.

  • Materieel recht: heeft betrekking op hoe de overheid reageert op een bepaalde overtreding of verbod. 

  • Wetten zijn in drie categorieën in te delen:

    • Wetten die alleen formeel zijn en dus niet materieel.  Bijvoorbeeld artikel 105 lid 1 van de Grondwet; de goedkeuring van de rijksbegroting.

    • Wetten die zowel formeel als materieel zijn. Bijv. de Wet Werk en Bijstand.Wetten die alleen materieel en niet formeel zijn. Bijvoorbeeld provinciale verordeningen.

  • De Trias Politica van Montesquieu bestaat uit de wetgevende-, uitvoerende- en rechtsprekende macht.

  • Volgens het legisme zou de rechter zich streng moeten houden aan het toepassen van het recht zoals dat door de wetgever is opgesteld.

  • Dualisme: de internationale rechtsorde en de nationale rechtsorde worden gezien als twee heel aparte werelden.

  • Monisme: het internationale recht en het nationale recht worden juist wel als één geheel gezien.

Waaruit bestaat rechtsvinding en rechtswetenschap? - BulletPoints 2

  • Empirische cyclus: Het voortdurende proces van inductie, theorievorming, deductie en toetsing wordt de empirische cyclus genoemd.

  • De hermeneutische benadering is een analyse die naar onderliggende structuur kijkt. De hermeneutiek stelt dat het natuurwetenschappelijke wereldbeeld te beperkt is.

  • De beslissing van de rechter wordt ook wel modus ponens oftewel de stellende wijs genoemd. De eerste premisse is de rechtsregel die wordt toegepast. De tweede premisse betreft de rechtsregels.

  • De deductieve redenering oftewel de modus ponens, is een redenering die van algemeen naar concreet gaat.

  • Interpretatiemethoden:

    • Grammaticale interpretatie: bedoeld om de betekenis van een tekst te begrijpen of uit te leggen.

    • Sociologische interpretatie: het gaat om de woorden van een wettelijke bepaling in relatie tot de maatschappelijke context waarin de wettelijke bepaling moet worden toegepast.

    • Systematische interpretatie: een bepaalde regel wordt in een groter geheel van regels geplaatst, waarbij het grotere geheel de interpretatie van de afzonderlijke onderdelen bepaalt.

    • Rechtsvergelijkende interpretatie: aansluiting zoeken bij hoe een bepaalde juridische kwestie of rechtsregel in een ander rechtsstelsel wordt opgelost of toegepast.

    • Anticiperende interpretatie: een rechtsregel interpreteren doordat er rekening wordt gehouden met een wetswijziging die op stapel staat

    • Rechtshistorische interpretatie: een toepasselijke rechtsregel wordt begrepen in de context van de regels waarmee de onderhavige problematiek in eerdere wetgeving werd geregeld.

    • Teleologische interpretatie: er wordt gekeken naar de bedoeling of achterliggende gedachte van de rechtsregel.

    • Wetshistorische interpretatie: de context waarin de rechtsregel is ontstaan wordt onderzocht.

    • Extensieve interpretatie: het bereik van een rechtsregel wordt uitgebreid.

    • Restrictieve interpretatie: het bereik van een rechtsregel wordt juist beperkt.

  • Oplossing voor rechtsregels die elkaar tegenspreken:

    • Allereerst gaan bijzondere regels voor algemene regels (lex specialis derogat legi generali)

    • Ten tweede gaan regels in een wet in formele zin voor regels in een wet in materiële zin (lex superior derogat legi inferiori)

    • Tot slot gaat bij regels van gelijke rang, de regel die het laatst tot stand is gebracht voor  (lex priori derogat legi anteriori)

  • Redeneerwijzen in de praktijk:

    • Analogie-redenering: Bij redeneren naar analogie wordt een bijzondere regel veralgemeend en van toepassing verklaard op een niet uitdrukkelijk geregeld geval die in relevante opzichten lijkt op het wel geregelde geval.

    • A contrario-redenering: Bij de a-contrario-redenering geldt de wettelijke regeling alleen maar voor het uitdrukkelijke geval.

    • Rechtsverfijning: bij rechtsverfijning wordt het toepassingsgebied van een regel juist ingeperkt door het stellen van extra voorwaarden voor de toepasselijkheid van de regel.

Hoe ziet het Nederlandse staatsrecht er uit? - BulletPoints 3

  • Rechtsbronnen staatsrecht zijn de grondwet, verdrag, statuut, jurisprudentie, gewoonte.

  • Grondrechten hebben een verticale en een horizontale werking.

  • Beperking grondrechten:

    • Door voorschriften betreffende de competentie en de procedure.

    • Door het geven van zgn. doelcriteria.

  • Vrijheid van levensovertuiging: is een levensbeschouwing die als een rode draad door iemands leven loopt, het fundament van iemands bestaan.

  • Het “belijden” van een godsdienst of levensovertuiging kan als volgt uitgelegd worden:

    • Iemand mag een bepaalde godsdienstige overtuiging hebben

    • Iemand mag zijn religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging uiten in individuele en collectieve kring

    • Men is vrij om organisaties, waarbinnen de godsdienstuiting of levensovertuiging plaats kan vinden, op te richten

    • Men is vrij om hun godsdienstige overtuiging in onderwijs en opvoeding over te dragen en uit te dragen.

  • Pro toetsingsverbod:

    • Democratieargument: een wet in formele zin is door een democratisch gekozen wetgever gemaakt.

    • Rechtszekerheidsargument. Constitutionele toetsing ondermijnt de rechtszekerheid.

    • Trias argument. Het toetsen van een formele wet door de rechter is in strijd met de Trias Politica, aangezien de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten.

  • Contra toetsingsverbod:

    • Veranderde houding t.o.v. wet. In onze tijd is de legistische mentaliteit van Thorbecke verleden tijd.

    • Primaat van grondrechten. Grondrechten hebben een steeds belangrijker positie gekregen. - Slechte wetgeving noodzaakt tot toetsing.

    • De parlementaire meerderheid en de regering zijn door een gedetailleerd regeerakkoord ontstaan.

    • Wetgever wordt sterk beïnvloed door verschillende maatschappelijke groeperingen.

  • Typische kenmerken van een staat: gezag en macht uitgeoefend in een staat, macht door de overheid, over een bepaalde gemeenschap van mensen (volk), op een bepaald grondgebied in een organisatorisch verband.

  • Voorbeelden van staatsvormen zijn: Statenbond,  Bondsstaat, Eenheidsstaat.

  • Voorbeelden van regeringsvormen: presidentieel stelsel, parlementair stelsel, conventioneel stelsel.

  • Kenmerken voor democratie: burgers hebben actief en passief kiesrecht, iedere politieke partij moet aan verkiezingen kunnen meedoen en zij mogen vergaderingen houden en propaganda voeren.

  • Kiesstelsels: districtenstelsel of evenredige vertegenwoordiging.

  • Hoofdstromingen in politieke partijen in Nederland:  christen-democraten, socialisten en liberalen

  • Regering: bestaat uit Koning en Ministers. Heeft een indirecte democratische legitimatie, de regering wordt namelijk niet gekozen.

  • Wat zijn de vijf beginselen van de rechtsstaat? Legaliteitsbeginsel, Grondrechten, Constitutionalisme, Opgetekend recht verschanst, Rechterlijke controle.

  • Belangrijke abbb (algemene beginselen van behoorlijk bestuur):

    • Verbod van détournement de pouvoir

    • Willekeurverbod

    • Zorgvuldigheidsbeginsel

    • Motiveringsbeginsel

    • Rechtszekerheidsbeginsel

    • Gelijkheidsbeginsel

    • Beginsel van fair play

Waaruit is het strafrecht opgebouwd? - BulletPoints 4

  • Wanneer is sprake van een strafbaar feit?

    • Menselijke gedraging

    • Menselijke gedraging moet voldoen aan delictsomschrijving zoals die is omschreven in de wet

    • Menselijke gedraging, als die voldoet, moet wederrechtelijk zijn

    • Schuld moet aan verdachte te wijten zijn.

  • Legaliteitsbeginsel in strafrecht:

    • Geen strafbaar feit zonder wet

    • Geen straf zonder wet

    • Geen strafbaar feit zonder voorafgaande wet

    • Geen analoge wetsinterpretatie

    • Wetten moeten voldoende duidelijk zijn.

  • Indeling van strafbare feiten:  misdrijven tegen publieke zaak, misdrijven tegen de zeden, misdrijven tegen de persoon, persoonlijke vrijheid, leven, lijf en vermogen, overtredingen.

  • Algemene strafuitsluitingsgronden zijn: ontoerekeningsvatbaarheid,  overmacht,  noodweer, noodweerexces, wettelijk voorschrift, ambtelijk bevel, onbevoegd ambtelijke bevel.

  • Beginselen van strafprocesrecht:

    • Opportuniteitsbeginsel

    • Openbaarheid van rechtspraak

    • Beginsel der onmiddellijkheid

    • Keuze van raadsman

    • Binnen redelijke tijd

    • Rechtspraak in meerdere instanties

  • Wettige bewijsmiddelen waarop de rechter zijn oordeel moet baseren: eigen waarneming rechter,  verklaring van rechter, verklaring van getuige,  verklaring van deskundige, schriftelijke bescheiden.

Wanneer en hoe wordt privaatrecht toegepast? - BulletPoints 5

  • Er bestaan een aantal verschillen tussen publiekrecht en privaatrecht:

    • Publiekrecht dient algemeen belang; privaatrecht dient particulier belang

    • Bij handhaving publiekrecht gaat initiatief uit van overheid; bij privaatrecht gaat handhaving uit van de burger zelf

    • Middelen tot handhaving privaatrecht: burger kan zelf nakoming, ontbinding of vernietiging vorderen;

    • Privaatrecht is het gemene, commune recht; publiekrecht is het bijzondere recht

    • Publiekrechtelijke bevoegdheden worden voor bepaald doel aangewend; privaatrechtelijke bevoegdheden kunnen voor elk doel worden gebruikt.

  • Absolute rechten: rechten die men tegenover iedereen kan handhaven (volledige rechten en beperkte rechten)

  • Relatieve rechten: werken slechts tegenover bepaalde personen.

  • Rechtsfeiten zijn onder te verdelen in:

    • Toevallige feiten

    • Menselijke handelingen met beoogd rechtsgevolg (rechtshandelingen)

    • Menselijke handelingen met niet-beoogd rechtsgevolg; feitelijke handelingen.

  • Vier wilsgebreken in het BW:

    • Dwaling

    • Bedreiging

    • Bedrog

    • Misbruik van omstandigheden.

  • Onrechtmatige daad:

    • Inbreuk op een recht

    • Doel of nalaten in strijd met een wettelijke plicht

    • Doen of nalaten in strijd hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt

  • Gewone rechtsmiddelen in privaatrecht:  hoger beroep,  verzet en beroep in cassatie

  • Buitengewone rechtsmiddelen:  herziening en cassatie in belang van de wet.

  • Absolute competentie: bij welke rechtelijke instantie moet een zaak aanhangig gemaakt worde

  • Relatieve competentie: bij welke rechter van een bepaalde soort in een bepaald gedeelte van het land een zaak aanhangig gemaakt moet worden.

  • Beginselen van burgerlijk procesrecht:

    • Openbaarheid van behandeling

    • Motivering van de beslissing

    • Horen van beide partijen

    • Verplichte procesvertegenwoordiging

    • Niet-kostenloosheid van de procedure

    • Lijdelijkheid van de rechter

    • Onderzoek in twee instanties

Wanneer worden rechtsvergelijking en volkenrecht gebruikt? - BulletPoints 6

  •   Bij een rechtsvergelijking komen de volgende problemen voor:

    • Vaak onvoldoende vertrouwd met het vreemde rechtsstelsel om goede voorstelling te vormen

    • Gevaar dat men geneigd is eigen voorstellingen te projecteren in het vreemde recht

    • Taalproblemen voor bepaalde rechtsstelsels

  • Het nut van rechtsvergelijking is:

    • Hulpmiddel in het kader van rechtsfilosofische reflectie op de aard van het rechtsbegrip

    • Middel om eigen nationale recht beter te leren kenen en te verbeteren en om betekenis daarvan enigszins te relativeren

    • Middel dat iets leert over rechtsstelsel van andere volken

    • De betekenis van rechtsvergelijking in het kader van het internationale recht.

  • Kenmerken internationaal recht zijn: niet-afdwingbaarheid, auto-interpretatie en het ontbreken van wereldwetgever.

  • Bronnen van moderne volkenrecht:

    • Verdragen

    • Internationaal gewoonterecht

    • Algemene rechtsbeginselen

    • Rechterlijke beslissingen en opvattingen van de meest gezaghebbende auteurs (doctrine)

    • Besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

  • Subjecten van internationaal recht zijn  staten,  internationale organisaties waarbij de soevereiniteit niet wordt aangetast,  supranationale organisaties waarbij de soevereiniteit wel wordt aangetast en die de taak van de staat op een bepaald gebied overnemen en  individuen.

  • Indeling internationale organisaties:

    • 1. Speciale of functionele organisaties  &  algemene of politieke organisaties

    • 2. Intergouvernementele  &  supranationale organisaties

  • De doelstelling van de VN is het bevorderen van respect voor mensenrechten. Dit leidde tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dit diende weer als grondslag bij de opstelling van mondiale (IVBPR en IVESCR) en regionale mensenrechtenverdragen (ESH en EVRM).

  • Doorwerking internationaal recht:

    • Dualistisch stelsel: internationaal recht en nationaal recht is strikt gescheiden, omzetting als nationaal recht is altijd nodig

    • Monistisch stelsel: geen scheiding, internationaal recht heeft automatisch doorwerking in de nationale rechtsorde.

Hoe zijn de mensenrechten tot stand gekomen? - BulletPoints 7

  • Men kan onderscheid maken tussen twee soorten benadering van mensenrechten:

    • Filosofisch-ethische benadering: mensenrechten worden getypeerd in termen van fundamentele waarden die door het recht moeten worden beschermd.

    • Structureel-vergelijkende benadering: men probeert de structuur van mensenrechten te vergelijken met verschijnselen die erop lijken.

  • Kenmerken van mensenrechten zijn:

    • Mensenrechten zijn hoger recht

    • Gecodificeerd hoger recht (geeft een vaste vorm)

    • Rigide recht

    • Afdwingbaarheid voor de rechter

    • Universaliteit.

  • Mensenrechtenideologie kan omschreven worden aan hand van typologie van vier soorten rechten:

    • Gewone juridische rechten

    • Mensenrechten als constitutionele rechten

    • Gewone morele rechten

    • Mensenrechten als universele of natuurlijke rechten

Lees of zoek verder »
Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Dit chapter is gebundeld in:
Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen