Proces van creatie - Chapter 2

 

Projecten ontstaan op verschillende manieren;

  • Vaak komen ze voort uit een ‘probleem’; er moet iets veranderen.

  • Ze zijn het gevolg van iemands innerlijke behoefte om een idee (doel) te verwezenlijken.

  • Ze komen voort uit het (meer)jarenbeleid van een bedrijf. Bijvoorbeeld: ieder jaar moet er een expositie/evenement/symposia georganiseerd worden.

  • Ze komen voort uit een incidenteel project. Er moet eenmaal iets nieuws gerealiseerd worden. Bijvoorbeeld een omvangrijke verbouwing, het ontwikkelen van een nieuwe attractie.

Spontane creatieproces

Management betekent: het sturen van processen.

Alles om ons heen komt voort uit een idee of vormprincipe. Al die ideeën vormen samen onze Ideeënwereld, waaruit wij (onbewust) onze eigen inspiratie putten. Dit creatieve proces is enigszins te stimuleren door creatieve technieken te gebruiken.

In het volgende overzicht worden het spontane creatieproces (denk/doe-proces) en de stadia ervan weergegeven. Dit wordt ook wel de Ideeënwereld genoemd. De Ideeënwereld gaat uit van twee soorten ideeën; binnen ideeën (abstract/denken), en buiten ideeën (concreet/voelen/doen).

Stadium 1: Beeldvorming.

  • intuïtief waarnemen
  • feiten laten inwerken

Stadium 2: Oordeelsvorming

  • met anderen over praten
  • bezinning
  • afstand nemen

Stadium 3: Ideevorming (gedeeltelijk onbewust)

  • nieuwe verbindingen/associaties
  • spontane idee/ingeving/oplossing

Stadium 4: Planvorming

  • spontane uitwerken van een idee
  • idee wordt plan of ontwerp
  • steun zoeken bij anderen

Stadium 5: Resultaatvorming

  • zoeken naar mogelijkheden voor realisatie
  • improviserend uitvoeren

Stadium 6: Functionering

  • gerealiseerde oplossing/antwoord/product
  • in stand houden en onderhouden

Uitleg spontane creatieproces/Ideeënwereld

Een spontaan creatieproces verloopt in stappen. Als eerste worden we met een situatie geconfronteerd. Deze situatie raakt ons en blijft ons bezighouden (startpunt).

Met deze situatie voelen we ons emotioneel verbonden en blijkt vaak een probleem te zijn waar we niet uitkomen. Daarom praten we erover met anderen, en denken we erover na, omdat we er niet uitkomen.

Op een gegeven moment komt er ‘de ingeving’. Op dat moment komt er energie vrij en werken we grotendeels op ons gevoel dit idee uit. Daarbij zoeken we steun bij anderen die ons willen helpen met de uitvoering/ondersteuning ervan.

Improviserend en experimenterend gaan we over tot de realisatie van deze ingeving/idee.

De zes Stadia van de Ideeënwereld geven dit proces in stappen weer. Het is een cyclisch model, dat begint bij een opgekomen vraag/probleem in de praktijk, en eindigt met een antwoord terug in diezelfde praktijk.

Deze oplossingen en antwoorden roepen onderweg weer nieuwe problemen, vragen of ideeën op. Voor deze nieuwe individuele vragen, kunnen de zes Stadia van de Ideeënwereld weer opnieuw gebruikt worden.

De bestaansgeschiedenis van een vraagstuk

De oorsprong van een vraagstuk, en de nodige aanpak, staat altijd in verbinding met de levenscyclus van het systeem waarin het zich bevindt (bijvoorbeeld een organisatie, een groep of een relatie).

Ieder vraagstuk is uniek en doorloopt in zijn bestaansgeschiedenis verschillende stadia. Vergelijk een vraagstuk bijvoorbeeld met de stadia van de natuur: conceptie, groei, vloei, verval en ondergang. Als mensen kunnen we de stadia van ‘ondergang’ bij ons vraagstuk transformeren door een vernieuwing aan te brengen. Hierdoor kunnen we ons voor de ‘ondergang’ behoeden.

De bestaansgeschiedenis van een vraagstuk kan worden weergegeven in vier zones:

  • Zone 1: zone van vormloosheid (Ideeënwereld)
  • Zone 2: mentale zone (denken)
  • Zone 3: praktische of fysieke zone (maken)
  • Zone 4: zone van de manifeste vorm (wereld waarin wij leven met alle vraagstukken/verschijningen ervan).

Zone 1 is vooral aanwezig als een onbewust idee. In Zone 2, wordt dit idee juist bewust. In Zone 3 groeit het vraagstuk uit in een idee. En in Zone 4 is het idee aanwezig en functioneert het.

Zoals eerder gezegd zal vroeg of laat het idee in verval/ondergang raken. Er komen bij het oorspronkelijke idee steeds meer nieuwe problemen kijken, die soms moeilijk het hoofd te bieden zijn. Wanneer dit gebeurt, moet iedere zone opnieuw bekeken en aangepast worden. Dit is waar Projectmatig werken om draait. Het individuele scheppingsproces van idee, collectief maken. Bekijk iedere zone met zijn eigen problemen, want deze staan altijd in verbinding.

Als voorbeeld kunnen we kijken naar de terugloop van bezoekersaantallen bij een jaarlijks terugkerend evenement. Hoe komt dit? Op dit soort momenten ontstaan ‘herstelvragen’, waarbij je naar een oplossing gaat zoeken. De oude situatie moet hersteld worden; de bezoekersaantallen moeten weer terug op het vorige niveau komen. Hierbij ga je alle stappen van het evenement na en kijk je waar (in welke zone) er zich problemen voordoen. Dit zal een probleem oplossende aanpak hebben, waardoor er vaak organiserend moet worden ingegrepen. Als later blijkt dat deze aanpassingen alsnog niet helpen, zal het gehele concept van het oorspronkelijke idee gewijzigd moeten worden. Hierbij treden dan vernieuwingsvragen op (terug naar Zone 1).

De rationale stap-voor-stapmethode

Wanneer we in de praktijk worden geconfronteerd met problemen in Zone 2 en Zone 3, zullen we stappen moeten ondernemen. Hier is een hulpmiddel voor: de stap-voor-stapmethode. Deze is gebaseerd op een relationele benadering van de problemen die we tegenkomen. Het rationele proces onderscheidt zich van het spontane creatieproces, doordat we in dit proces invloed uit kunnen oefenen. In plaats van onbewust, worden hier bewust keuzes gemaakt om een oplossing te vinden of om een product te realiseren.

Met dit rationele/bewuste denk/doe-proces kunnen we de stadia van de Ideeënwereld opnieuw gebruiken. We voegen hieraan, in plaats van het individuele denken, het teamdenken toe. Plus, het bewust denken, in plaats van enkel het onbewuste. Hieronder volgt een toevoeging van het bewust denken, aan de eerder enkele onbewuste Ideeënwereld.

Ideeënwereld

Onbewust/spontane creatieproces Bewust/rationele analyse

Stadium 1: Beeldvorming

  • intuïtief waarnemen - waarnemen
  • feiten laten inwerken - feiten verzamelen
  • situatie beschrijven als geheel

Stadium 2: Oordeelsvorming

  • met anderen over praten - conclusies trekken
  • bezinning - bezinning
  • afstand nemen - enige afstand nemen/herformuleren
  • openstaan en luisteren

Stadium 3: Bewuste ideevorming (van onbewust naar bewust)

  • nieuwe verbindingen/associaties - inspiratie
  • spontane idee/ingeving/oplossing - nieuwe ideeën generen
  • alternatieve oplossingen bedenken
  • alternatieven overwegen

Stadium 4: Planvorming

  • spontane uitwerken van een idee - eerste uitwerking van idee
  • idee wordt plan of ontwerp - plan van aanpak
  • steun zoeken bij anderen - idee vertalen in plan/ontwerp

Stadium 5: Resultaatvorming

  • zoeken naar mogelijkheden voor realisatie - plan vertalen naar uitvoering
  • improviserend uitvoeren - uitvoeren/implementeren
  • resultaat/oplossing testen

Stadium 6: Functionering

  • gerealiseerde oplossing/antwoord/product - gerealiseerde oplossing/antwoord
  • in stand houden en onderhouden - implementatie
  • gebruik van het product
  • in stand houden en onderhouden

Net zoals ieder model is dit model een versimpelde weergave van de werkelijkheid en vormt ook dit model een visuele cirkel. Het is bedoelt om aan te tonen, dat wanneer er in Stadium 6 iets misgaat, er in Stadium 3 mogelijk een aanpassing moet worden gemaakt om het geheel weer correct te laten functioneren. Omdat bijvoorbeeld een project het product is van een heel team, kan het projectmatig werken d.m.v. dit model op een simpele manier worden gevisualiseerd. Het is op deze manier makkelijker om te zien waar de kern van het probleem zich ongeveer bevindt.

De creatievraag.

In bepaalde situaties kan een projectteam een ‘creatievraag’ krijgen. In dat geval is er nog geen idee, vorm of richting. Er is nog weinig tot niets om inspiratie uit te putten; het projectteam moet zelf alles gaan bedenken.

In dat geval kunnen we kijken naar Stadium 3: Ideevorming. Daaraan wordt een creatievraag toegevoegd. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kan ik mijn studenten leren op welke wijze ze vraagstukken in de praktijk kunnen aanpakken?’

De creatievraag gaat uit van een bepaalde vaagheid, dat concreet moet worden gemaakt. Het vage kan concreet gemaakt worden door een dekkende vraag te stellen (de creatievraag).

De projectgeoriënteerde benadering.

Traditioneel gezien worden er eerst ideeën naar voren gebracht, en wordt er pas daarna gekeken naar voor wie het product interessant zal zijn (bijvoorbeeld bij televisieprogramma’s). Dit is een voorbeeld van een projectgeoriënteerde benadering; eerst het product, daarna de doelgroep.

Bij projecten kunnen grofweg drie startsituaties worden onderscheiden:

  1. Een project op eigen initiatief:

  • startvraag is gebaseerd op het eigen idee van de initiatiefnemer (productoriëntatie).
  • startvraag is gebaseerd op een sluimerende vraag in de omgeving (marktoriëntatie²).
  1. Project in opdracht:

  • startvraag is gebaseerd op concrete vraag van een opdrachtgever (vraagoriëntatie).

Makers van televisieprogramma’s zetten een idee om naar een product voor de markt. Deze manier (productgeoriënteerde) domineerde lang ook het bedrijfsleven. Denk bijvoorbeeld aan het fabriceren van allerlei producten, die de markt toch wel zou kopen. Maar toen het aanbod van meerdere bedrijven groter werd, en dus de concurrentie, moesten zij hun methode herzien. Zij maakten aanpassingen in hun stadia, en werden genoodzaakt om zich meer op de behoefte van de markt (doelgroepen) te gaan concentreren. Oftewel; eerst peilen wat de markt wil, en dán het product.

Tegenwoordig is deze marktoriëntatie niet meer weg te denken. Sterker nog; wat de klant wil staat centraal bij de ontwikkeling van een nieuw product/project.

Daartegenover staat de culturele sector. Daar is nog altijd een sterke drang naar productoriëntatie aanwezig. Kunstenaars gaan vaak uit van hun eigen ideeën. En verzetten zich vaak tegen maatschappelijke wensen voor entertainment; ze doen iets omdat ze dat zelf willen doen (theatermakers, muzikanten, schrijvers, schilders). Juist door deze individuele drive, kunnen mensen besluiten voor dat entertainment te kiezen (eigenzinnig, uniek). En kunnen bedrijven om diezelfde redenen besluiten om die specifieke kunstenaar te gaan sponsoren.

Anderzijds bestaat het risico dat een specifiek product niet blijkt aan te slaan bij anderen, waardoor de kunstenaar zou kunnen falen.

Als we kijken naar voorgaande voorbeelden, blijkt de eenzijdigheid aanwezig. Bij productoriëntatie maak je iets voor jezelf met een verbonden eigen risico. Bij marktoriëntatie maak je iets voor de markt, maar kun je wel je eigen identiteit verliezen.

De projectmatige aanpak, doet zowel recht aan de creatieve vrijheid van de bedenkers, alsmede dat het zich ook richt op een maatschappelijke behoefte. Er wordt uitgegaan van een dynamisch evenwicht. De projectmatige aanpak is gebaseerd op afgewogen productmarktcombinaties (PMC’s).

Definiëren van de startvraag van een product.

Als we het onderscheid willen kunnen maken tussen de productoriëntatie, de marktoriëntatie en vraagoriëntatie willen zien, kunnen we overzichtelijk maken in de vorm van een tabel:




 

1. Ideeproject

Idee over een product vormt uitgangspunt.

2. Marktproject

Probleem/vraag van de markt vormt uitgangspunt.

3. Opdrachtproject

Concrete vraag van klant/opdrachtgever vormt uitgangspunt.

A.

Creatievraag

(basisvorm nog niet duidelijk).

A2;Productgeoriënteerde creatievraag

Ik wil me uiten en zoek daarvoor een vorm. Daarna kijken of het product iets voor de markt kan betekenen. (Beide zijn nog niet duidelijk).

A1; Marktgeoriënteerde creatievraag

Ik word geconfronteerd met een behoefte in de markt en zoek daarvoor een product. (Project niet duidelijk, doelgroep wel).

A3; Klantgeoriënteerde creatievraag

Ik word geconfronteerd met een concrete vraag vanuit de markt/opdrachtgever en zoek een passend product als antwoord. (Projectresultaat niet duidelijk, doelstelling wel).

B.

Vormgevingsvraag

(basisvorm is duidelijk).

B2; Productgeoriënteerde vormgevingsvraag

Ik heb een duidelijk idee van het product dat gerealiseerd moet worden. Daarna kijken wie er geïnteresseerd is. (Projectmatig duidelijk, doelgroep niet).

B1; Marktgeoriënteerde vormgevingsvraag

Voor de behoefte in de markt heb ik een duidelijk beeld van het nodige product. (Project én doelgroep zijn duidelijk).

B3;

Klantgeoriënteerde vormgevingsvraag

Ik heb een helder beeld van het product dat gerealiseerd moet worden om de vraag van de markt te beantwoorden.

(Project en doelgroep zijn duidelijk.

De eerste fase in de projectmatige aanpak, de initiatiefase, moet er rekening gehouden worden met de verschillen in de startsituatie.

Vormgevingsvraag: Als duidelijk is waar het project zich op gaat richten (markt, klant of allebei).

Als het duidelijk is waar het resultaat van het project zich op gaat richten, dan kan daarop aangesloten worden met een projectmatige aanpak.

Creatievraag: Als er een vraag is, maar nog geen beeld van het projectresultaat.

In de voorbereidende fase moeten er eerst alternatieve oplossingen worden geïnventariseerd.

De hele tekst lezen? Alle JoHo tools gebruiken? Sluit je dan aan bij JoHo en log in!
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    JoHo & Partnernieuws

    DSW: sluit voordelig je zorgverzekering af

    JoHo solidariteitskeuze

    JoHo: zoekt medewerkers voor tijdelijk en vast

    Werken, jezelf ontwikkelen en een ander helpen?

    JoHo zoekt medewerkers, op verschillend niveau, die willen meebouwen aan een betere wereld en een zich vernieuwende organisatie

    Vacatures en mogelijkheden voor vast werk en open sollicitaties

    Vacatures en mogelijkheden voor tijdelijk werk en bijbanen

    Vacatures en mogelijkheden voor stages en ervaringsplaatsen

      Chapters 

    Teksten & Informatie

    JoHo: paginawijzer

    Hoe werkt een JoHo Chapter?

     

    Wat vind je op een JoHo Chapter pagina

    •   JoHo Chapters zijn tekstblokken en hoofdstukken rond een specifieke vraag of een deelonderwerp

    Crossroad: volgen

    • Via een beperkt aantal geselecteerde webpagina's kan je verder reizen op de JoHo website

    Crossroad: kiezen

    • Via alle aan het chapter verbonden webpagina's kan je verder lezen in een volgend hoofdstuk of tekstonderdeel.

    Footprints: bewaren

    • Je kunt deze pagina bewaren in je persoonlijke lijsten zoals: je eigen paginabundel, je to-do-list, je checklist of bijvoorbeeld je meeneem(pack)lijst. Je vindt jouw persoonlijke  lijsten onderaan vrijwel elke webpagina of op je userpage
    • Dit is een service voor JoHo donateurs en abonnees.

    Abonnement: nemen

    • Hier kun je naar de pagina om je aan te sluiten bij JoHo, JoHo te steunen en zelf en volledig gebruik te kunnen maken van alle teksten en tools.

    Abonnement: checken

    • Hier vind je wat jouw status is als JoHo donateur of abonnee

    Aantekeningen: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten. Je kunt zelf online aantekeningen maken en bewaren, je eigen antwoorden geven op tests, of bijvoorbeeld checklists samenstellen.
    • De aantekeningen verschijnen direct op de pagina en zijn alleen voor jou zichtbaar
    • De aantekeningen zijn zichtbaar op de betrokken webpagine en op je eigen userpage.

    Prints: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten.  Wil je een tekst overzichtelijk printen, gebruik dan deze knop.
    JoHo: footprint achterlaten