Schrijfgids - Hoe formuleer je een duidelijk leesbare zin? - Chapter 1

 

Gebruik korte zinnen

Lange zinnen, vooral wanneer ze veel bijzinnen bevatten, wat een negatieve invloed heeft op de leesbaarheid van de tekst, zijn vaak lastiger te begrijpen dan korte zinnen, al helemaal wanneer ze veel informatie bevatten, waardoor de lezer de tekst vaak nog eens voor zichzelf moet herhalen met het doel een tekst volledig te begrijpen.

Het is beter om een zin op te delen in kleinere stukken, zoals in de volgende tekst het geval is. Daarnaast is het goed om stil te staan bij formuleringen die eventueel korter zouden kunnen. “Met het doel” kan bijvoorbeeld prima geformuleerd worden door het woord “om”. Probeer in iedere zin geen, of maximaal één, bijzin te gebruiken.

Lange zinnen zijn vaak lastiger te begrijpen dan korte zinnen. Wanneer een zin veel bijzinnen en informatie bevat heeft dit een negatieve invloed op de leesbaarheid. Door het gebruik van lange zinnen zal de lezer de tekst vaak nog eens voor zichzelf moeten herhalen om de tekst volledig te begrijpen.

Belangrijke zinsdelen dicht bij elkaar

Probeer woorden die bij elkaar horen zo dicht mogelijk bij elkaar te zetten. Dit kunnen bijvoorbeeld onderwerp en persoonsvorm zijn (voorbeeld 1) of lidwoord met het zelfstandig naamwoord (voorbeeld 2). Ook maakt een mededeling midden in een hoofdzin een zin moeilijker te lezen (voorbeeld 3). Let er dus op dat je woorden die bij elkaar horen ook daadwerkelijk bij elkaar zet.

Voorbeeld 1

De schrijver, die te weinig tijd had genomen om een volledige samenvatting te schrijven, kreeg zijn opdracht terug om hem te verbeteren.

De schrijver kreeg zijn opdracht terug om hem te verbeteren, omdat hij te weinig tijd had genomen om een volledige samenvatting te schrijven.

Voorbeeld 2

De, in verband met het slechte weer, afgelaste vergadering moest de maand daarna worden ingehaald.

De vergadering, die in verband met het slechte weer was afgelast, moest in de maand daarna worden ingehaald.

Voorbeeld 3

Wanneer het regent, hoewel dit in de winter nauwelijks voorkomt, in Thailand, vinden de meeste inwoners dat plezierig.

Wanneer het regent in Thailand, vinden de meeste inwoners dat plezierig. Dit komt echter nauwelijks voor in de winter.

Consistente opsommingen

Voor de lezer is het erg prettig wanneer een opsomming puntsgewijs is. Gebruik door de hele tekst hetzelfde teken, bijvoorbeeld een streepje of een puntje. Formuleer de opsommingen zo dat ieder punt dezelfde stijl heeft. Regels hiervoor zijn:

  • Zet alle opsommingen in dezelfde vorm, bijvoorbeeld gebiedende wijs, of vraagvorm;

  • Begin zoveel mogelijk met hetzelfde woordsoort, zoals een lidwoord, een vragend voornaamwoord e.d.;

  • Zet de werkwoorden in dezelfde vorm, enkelvoud, meervoud of gebiedende wijs;

  • Gebruik de juiste interpunctie. Wanneer de opsomming onderdeel is van een lopende zin begint iedere opsomming met een kleine letter. Na ieder punt zet je een puntkomma en de laatste opsomming eindigt met een punt. Wanneer de opsomming geen onderdeel is van een lopende zin begint ieder deel met een hoofdletter en eindigt ieder deel met een punt.

Voorbeeld

Voor deze functie zoeken wij iemand

  • Die veel ervaring heeft met schrijven

  • Wil foutloos leren spellen

  • Met al enige kennis heeft van bedrijven

  • Zonder behoefte aan een kantoor voor zijn werkzaamheden

Voor deze functie zoeken wij iemand die:

  • Ervaring heeft met schrijven;

  • Foutloos wil leren spellen;

  • Enige kennis heeft van bedrijven;

  • Onafhankelijk van kantoor kan werken.

Passieve zinnen

Gebruik niet onnodig de passieve vorm!

Maak zo min mogelijk zinnen met een passieve vorm, probeer in plaats daarvan actieve zinnen te maken.

Voorbeeld

De samenvatting werd geschreven door de auteur.

De auteur schreef de samenvatting.

In de eerste, passieve, zin ligt de nadruk op de samenvatting. In de tweede, actieve, zin ligt de nadruk op de auteur. Bedenk dus van tevoren goed wat de boodschap van je zin moet zijn. Zinnen met een actieve vorm zijn meestal beter te lezen. Een passieve vorm maakt een tekst zakelijker en onpersoonlijk en is daardoor minder aansprekend.

Soms is het echter niet belangrijk wie het onderwerp is, zoals in de zin: “Zinnen met een actieve vorm worden meestal makkelijker begrepen.” De toevoeging door wie, zoals door mensen, of door studenten, is niet belangrijk voor deze tekst. In dit geval is een passieve zin de beste oplossing.

Wanneer de opdracht het toelaat, kun je een tekst beter leesbaar maken door personen duidelijk te noemen. Dus gebruik dan niet:”er wordt geconcludeerd dat...”, maar “wij concluderen dat”. Wanneer de opdracht een wetenschappelijk verslag is, kun je de ik/wij- vorm weer beter niet gebruiken. Soms is het lastig om een actieve zin van een passieve zin te maken. Ga in dat geval op zoek naar een ander werkwoord, dit maakt het vaak al actief.

Werkwoorden vs. zelfstandige naamwoorden

Veel werkwoorden in het Nederlands hebben een afgeleid zelfstandig naamwoord, zoals tikken – het tikken, spelen – het spelen of onderbrengen – het ondergebrachte. Wanneer je van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maakt noemen we dit een naamwoord constructie. Deze constructie maakt een tekst langer, statisch en minder goed leesbaar.

Voorbeeld

Het bij de nieuwe ouders ondergebrachte kind voelt zich al snel thuis.

Het kind, dat bij de nieuwe ouders is ondergebracht, voelt zich al snel thuis.

Varieer in de zinsbouw

Hoewel zinnen niet te lang moeten zijn en niet meer dan één bijzin moet bevatten, is het wel belangrijk dat er afwisseling in de zinsbouw zit. Begin zinnen bijvoorbeeld niet altijd met de persoonsvorm, zet er af en toe een vraag tussen of gebruik de gebiedende wijs. Hierdoor is de tekst minder saai en bevat de tekst meer ritme. Let ook op de lengte van de zinnen. Het foutieve voorbeeld bevat relatief veel korte zinnen, wat niet prettig leest. Teveel lange zinnen maken een tekst echter weer onnodig ingewikkeld. Probeer korte zinnen daarom met langere zinnen af te wisselen, zoals in de tweede voorbeeldzin.

Voorbeeld

Een reiziger moet rekening houden met reisomstandigheden. De reis kan verschillende gevaren met zich meebrengen. De reiziger moet zich allereerst laten inenten. De zon kan veel schade doen aan de huid wanneer de reiziger zich niet goed insmeert met zonnebrandcrème. Daarnaast kan hij het beste zorgen voor een afgesloten backpack of koffer. Sloten of flightbags kunnen hieraan bijdragen.

Als reiziger moet je rekening houden met de reisomstandigheden, aangezien reizen verschillende gevaren met zich mee kan brengen. Laat je goed inenten wanneer je op reis gaat! Wanneer je je niet goed insmeert met zonnebrandcrème, kan de zon veel schade doen aan de huid. En is je backpack of koffer goed afgesloten, bijvoorbeeld door middel van een slot of een flightbag?

Duidelijke verwijswoorden

Verwijswoorden zijn woorden die terugslaan op een eerder genoemd woord, zoals in de zin De jongen ging reizen met zijn beste vriend. Iedereen vond hem aardig.

In deze zin is het niet duidelijk of “hem” op de jongen of op de beste vriend slaat. Het woord waar “hem” naar verwijst noemen we het antecedent. Herhaal het bedoelde woord, of geef meer informatie zodat de lezer de verwijzing goed begrijpt.

De jongen ging reizen met zijn beste vriend. Iedereen vond de jongen erg aardig.

Daarnaast kun je de tekst duidelijker maken door het verwijswoord en het antecedent dicht bij elkaar te plaatsen. Ook is het belangrijk dat je verwijst met het juiste verwijswoord, vooral bij het geslacht worden fouten gemaakt. In de zin hierboven is het duidelijk dat het verwijswoord “hem” moest zijn, omdat de jongen mannelijk is, maar bij andere woorden kan dit lastig zijn. Welk geslacht hebben bijvoorbeeld: het bedrijf, de faculteitsraad of de vereniging? Naar mannelijke woorden verwijs je met hij/hem/zijn, naar vrouwelijke woorden met zijn/ze/haar en naar onzijdige woorden met het en zijn. Wanneer je het geslacht niet zeker weet is het verstandig om dit op te zoeken in een woordenboek of op internet.

Signaalwoorden

Om het verband tussen twee zinnen, alinea's of hoofdstukken aan te geven kun je verwijswoorden gebruiken. De lezer weet dan direct wat de strekking van deze zin zal zijn, waardoor de tekst veel makkelijker te lezen is. Als auteur weet je altijd beter wat je bedoelt met een tekst dan de lezer. Gebruik daarom altijd iets meer signaalwoorden dan dat je nodig acht.

De droogte heeft de bewoners van het land uitgehongerd. Er is niet voldoende graan gegroeid. De dieren hadden niet voldoende te drinken. Er is weinig vlees beschikbaar. De cacaoproductie is volledig gestopt. Noodhulp is geboden door enkele buurlanden. Er zijn weer voldoende waterbronnen aanwezig.

De droogte heeft de bewoners van het land uitgehongerd. Door de droogte is er ten eerste niet voldoende graan gegroeid. Daarnaast hadden de dieren onvoldoende te drinken, waardoor er weinig vlees beschikbaar is. Ook is de cacaoproductie volledig gestopt. Doordat er noodhulp is geboden door enkele buurlanden waren er weer voldoende waterbronnen aanwezig.

Veel gebruikte signaalwoorden staan in Tabel 1. Varieer ook in de signaalwoorden die je gebruikt om de tekst niet eentonig te maken.
 

Verbanden tussen de zinnen

Signaalwoorden

Tegenstelling

Daarentegen, weliswaar, evenwel, echter, toch, hoewel, integendeel, maar, niettemin, ondanks, terwijl

Doel-middel

Door, met, om te, waarmee, daarmee

Oorzaak, gevolg

Door, daardoor, doordat, waardoor, zodoende, zodat

Voorwaarde

Indien, als, mits, wanneer

Opsomming

Ten eerste, bovendien, daarnaast, ook, en, vervolgens, verder, ten slotte

Reden

Aangezien, daarom, namelijk, omdat, want, wegens

Tijd

Daarna, intussen, nadat, terwijl, toen, voordat, wanneer, zodra, nu

Vergelijking

Evenals, net zo, net als, eveneens, evenzo, evenzeer, zoals

Tabel 1. Overzicht signaalwoorden

Voorzetseluitdrukkingen

Sommige mensen gebruiken veel voorzetseluitdrukkingen in plaats van voorzetsels. Deze voorzetseluitdrukkingen hebben vaak drie woorden, zoals als gevolg van, door middel van en onder invloed van. Deze uitdrukkingen kunnen vervangen worden door één woord, zodat de tekst makkelijker te lezen is. “Als gevolg van” kun je bijvoorbeeld vervangen door “door”, “ten behoeve van” door “voor” en “met het oog op” door “om”.

Moeilijke woorden

Teksten bevatten vaak onnodig veel moeilijke woorden. Hoewel moeilijke woorden een bepaalde status aan een tekst kunnen geven, maakt het een tekst niet leesbaarder. Vaak is het verstandig om de lastige woorden te vervangen door eenvoudigere alternatieven. Zo kun je additioneel vervangen door aanvullend, of persisteren door vasthouden aan. Of een tekst af en toe moeilijke woorden kan bevatten kun je inschatten door goed over je publiek na te denken.

Vakjargon

Vakjargon is de taal die door een bepaald vakgebied wordt gebruikt. Zo gebruiken juristen andere begrippen dan psychologen, artsen of economen. Vakjargon heeft als voordeel dat er een gemeenschappelijke taal is voor alle mensen uit dit vakgebied. Het heeft echter als nadeel dat het lastig te begrijpen is voor mensen die uit een ander vakgebied komen. Schrijf je een tekst voor een andere doelgroep, vervang dan het vakjargon voor andere woorden. Als er geen synoniem is voor dit woord kun je er een omschrijving van geven. Als je toch een vakterm moet gebruiken, probeer er dan een uitleg van te geven in de tekst, of in een voetnoot. Wanneer het echt nodig is veel vaktermen termen te gebruiken, voeg dan een woordenlijst toe aan het einde van de tekst.

Vage woorden

Wees zo concreet mogelijk bij het schrijven van de tekst. Bepaalde woorden zijn fijn om te gebruiken, omdat ze vaak toepasbaar zijn, maar zeggen eigenlijk weinig. Woorden als “meestal, sommige, enkele, aanzienlijk, gedeeltelijk en nu en dan” geven weliswaar een beeld van de strekking, maar zijn niet concreet. “Meestal” kan 51% van de keren betekenen, maar ook 99%. Vervang deze vage woorden door een concretere variant.

Synoniemen

Gebruik niet te vaak hetzelfde woord achter elkaar. Dit verveelt de lezer en maakt het een saaie tekst. Gebruik echter ook niet al te vage en vergezochte synoniemen. Probeer een goed gemiddelde te vinden in herhaling, of vaag woordgebruik.

Het schrijven van een tekst kan lastig zijn. Voordat je de tekst begint te lezen wil je vaak weten waar de tekst over gaat. Als een tekst moeilijke woorden bevat moet je een tekst vaak meerdere keren lezen. Een tekst kan daarnaast ook saai woorden als je teveel dezelfde woorden in de tekst gebruikt.

Het schrijven van tekst kan lastig zijn. Voordat je een tekst begint te lezen wil je vaak weten waar hij over gaat. Als een stuk moeilijke woorden bevat moet je het vaak meerdere keren lezen. Een verhaal kan daarnaast ook saai worden als je hierin teveel dezelfde woorden gebruikt.

Zinsbouw

Woorden samentrekken

Het samentrekken van woorden is in veel gevallen juist. Het is vaak onnodig om een woord meerdere keren te herhalen, zoals in de zin : Hij reisde door Zuid-Amerika en door Mexico. In dit geval is het niet nodig om “hij reisde” ook nog te herhalen na “en”.

Vaak gebeurt het samentrekken van zinnen echter ook onterecht. Er zijn een aantal voorwaarden voor het mogen samentrekken van zinnen:

  • Je mag twee zinnen niet samentrekken wanneer de betekenis van het woord verschilt. Hij houdt kippen en van haar.

In dit geval is kippen houden niet hetzelfde als houden van. Daarom mag je de zin hier niet samentrekken.

  • De samentrekkende zinsdelen moeten dezelfde functie in de zin hebben. Ze moeten bijvoorbeeld beiden de functie onderwerp of lijdend voorwerp hebben.

    Wij vinden Azië een mooi werelddeel en staat dan ook bovenaan ons lijstje van vakantieplannen.

    Azië is in het eerste geval een lijdend voorwerp, in het tweede geval zou het het onderwerp zijn. Daarom moet je “Azië” nogmaals herhalen na “en”. Je kunt Azië wel vervangen door het verwijswoord “het”.

  • De zinsdelen moeten, ten opzichte van de persoonsvorm, dezelfde plaats in de zin hebben.

Bijzinnen

Om een zin korter te maken kun je het onderwerp van een bijzin weglaten, zoals in het volgende voorbeeld:

Nadat wij een lange reis gemaakt hadden, kwamen we weer thuis.

Na een lange reis gemaakt te hebben, kwamen we weer thuis.

Vaak wordt dit echter ook onterecht gedaan. Om ervoor te zorgen dat je terecht het onderwerp weglaat kun je:

  • Het onderwerp in de hoofdzin en bijzin gelijk maken.

    Mijn fietsband reparerend, bleek de fietspomp het niet te doen. Deze zin impliceert dat de fietspomp de fietsband repareert. Beter zou zijn: Mijn fietsband reparerend, merkte ik dat de fietspomp het niet deed.

  • De bijzin weghalen wanneer deze opgenomen kan worden in de hoofdzin. Concluderend, stellen wij dat het onderzoek onvoldoende uitsluitsel biedt.

    Wij concluderen dat het onderzoek onvoldoende uitsluitsel biedt.

Vaste voorzetsels bij werkwoorden

Bij sommige werkwoorden hoort altijd een vast voorzetsel. Door het weglaten van dit woord kun je de zin weliswaar korter maken, maar het is een onjuist gebruik van een werkwoord. Voorbeelden hiervan zijn twijfelen aan, opzien tegen, ervan verzekeren. Zonder deze voorzetsels kan een zin een compleet andere betekenis krijgen.

Enkelvoudige persoonsvormen

De persoonsvorm is de werkwoordsvorm die verandert van tijd en van persoon. Soms is het lastig om te bepalen of een persoonsvorm meervoud of enkelvoud moet zijn, omdat niet alle onderwerpen een duidelijk enkelvoud of meervoud hebben.

Je gebruikt het enkelvoud wanneer:

  1. Alle delen van een onderwerp als eenheid gelden.

Voorbeeld: Het in- en uitschrijven voor onze nieuwsbrief is erg eenvoudig.

  1. Bij het gebruik van “met”.

Voorbeeld: De man met zijn assistent ging naar de afspraak.

  1. Wanneer zinnen beginnen met een meewerkend voorwerp en een enkelvoudig onderwerp.

Voorbeeld: “Deze groep mensen mankeert absoluut niets”. Het lijkt alsof deze groep mensen het onderwerp is, maar dit is het meewerkend voorwerp. Absoluut niets is het onderwerp, waardoor de persoonsvorm in het enkelvoud staat.

  1. Wanneer “Of, zowel...als, niet alleen...maar ook en …. noch” in een zin staan en de twee onderwerpen enkelvoudig zijn.

  2. Met de constructies “geen van... en meer dan één, een van... en de enige van”. Voorbeeld: “Geen van de voorzitters had de orde in de zaal kunnen herstellen”.

  3. Bij verzamelnamen als “tweetal, paar, raad, groep, aantal, team”. Voorbeeld: “Een tweetal landen zal door ons bezocht worden.” Sommige van dit soort woorden (aantal, reeks, paar, massa) kunnen zowel meervoud als enkelvoud zijn. Gebruik in dit geval een enkelvoudige persoonsvorm as je aan een groep denkt, gebruik een meervoudige persoonsvorm als je aan losse aspecten denkt.

  4. Bij woorden van hoeveelheid en soort (euro, procent, kilo, uur, jaar, soort, model, genre). Voorbeeld: “Negentig procent van de Nederlanders is nooit buiten Europa geweest”. Ook bij deze woorden mag je soms wel een meervoudsvorm gebruiken. Dit kan wanneer je de afzonderlijke delen wil benadrukken. Voorbeeld:”24 uur is een dag” en “24 uur duren lang als je wacht”. Als je bij ieder uur stil staat van deze 24 uur mag je een meervoudige persoonsvorm gebruiken.

Voorbeeld: Dit onderwerp, of eventueel een ander, zal de basis voor mijn scriptie vormen.

Meervoudige persoonsvormen

Je gebruikt meervoud in de volgende gevallen:

  1. Wanneer twee enkelvoudige onderwerpen verbonden zijn door “en, alsmede, alsook”.

Voorbeeld: “De student en de werkgroepdocent vonden dat het tentamen te moeilijk was.”

  1. Wanner landen en instellingen in het meervoud staan.

Voorbeeld: “De Verenigde Staten zijn een populair vakantieland”.

  1. In constructies met “een van of behoort tot” als ze gevolgd worden door een bijvoeglijke bijzin.

Voorbeeld: “Dit is een van de schrijvers die een tekst duidelijk kunnen verwoorden.

  1. Na de woorden “tal van”.

Voorbeeld: “Tal van landen zijn getroffen door de tsunami”.

Verleden tijd

Als je iets in het verleden wilt uitdrukken kun je daarvoor verschillende tijden gebruiken. Je kunt de voltooid tegenwoordige tijd gebruiken: “De student heeft zijn paper geschreven” of de onvoltooid verleden tijd “De student schreef zijn paper”. Beide zinnen zijn juist, maar betekenen wel iets anders. Deze verschillen kunnen erg subtiel zijn.

De voltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd geven aan:

  • Een incident of een onbeperkte duur. De v.t.t. een incident in het verleden. Het is in het verleden voltooid. Het paper van de student is nu afgerond. De o.v.t. Is onbeperkte duur, de handeling is nog niet voltooid. De student schreef vorige week aan zijn paper, maar hij is nog niet af.

  • Een verbinding met een bepaald moment, of geen verbinding. De v.t.t. geeft niet duidelijk een moment weer. Het is niet duidelijk wanneer de student zijn paper schreef. De o.v.t. geeft een afbakening van de tijd. Er was een bepaalde tijd dat de student aan zijn paper schreef.

  • Doorwerking naar het spreekmoment of niet. De v.t.t. geeft aan dat er nog een gevolg is. De student heeft zijn paper geschreven, nu heeft hij zijn diploma. De o.v.t. geeft dit niet aan. De student schreef zijn paper. Dit is nu afgesloten.

  • Een feit of beschrijving? De v.t.t. geeft feiten. De o.v.t. geeft een beschrijving. Voorbeeld: Vorig jaar ben ik op reis geweest naar Thailand. (v.t.t.). Het regende daar erg veel in de zomer (o.v.t).”

Zijn of hebben?

Sommige werkwoorden kun je zowel met “zijn” als met “hebben” vervoegen. De betekenis van de zin verschilt wel bij deze twee werkwoorden. Wanneer je “hebben”gebruikt beschrijf je een activiteit, wanneer je “zijn”gebruikt beschrijf je een situatie. Voorbeeld: “We hebben zes uur gevlogen” of “We zijn gisteren naar huis gevlogen”.

Is geweest of geweest is?

Ik denk niet dat ze al eens in India is geweest.

Ik denk niet dat ze al eens in India geweest is.

In sommige gevallen maakt het niet uit of de persoonsvorm voor of achter het voltooid deelwoord staat. Beide gevallen zijn juist en betekenen nagenoeg hetzelfde. Bij sommige werkwoorden maakt de volgorde echter wel een verschil.

Ze denkt dat het aantal fouten in deze tekst beperkt is.

Ze denkt dat het aantal fouten in deze tekst is beperkt.

Het eerste voorbeeld geeft aan dat er niet veel fouten in de tekst zitten, het tweede voorbeeld geeft aan dat er minder fouten in de tekst zitten dan eerst. Laat je in dit soort gevoelen leiden door je gevoel, dan kun je het beste inschatten welke vorm je moet gebruiken.

Heb je niet de volledige tekst in beeld, log dan eerst in
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    JoHo: crossroad uit de selectie
    Spotlight: partners met impact

    Partnerselectie: inspiratie & activiteiten in binnen- en buitenland

    Wereldstage & Wereldjob

    Wereldstage is actief op Curaçao en helpt je aan betaald werk, stages, vrijwilligerswerk en de invulling van een 'gap programma'. Ze organiseren voor alle leeftijden programma's van een paar weken of langer, waarbij je erachter komt welke toekomst bij jou past. Lokale initiatieven worden gesteund door vrijwilligers te plaatsen, en financieel bij te dragen aan de vele goede doelen op Curaçao.

    Dutchies Travel

    Dutchies Travel is dé plek om reisplannen, ideeën en dromen van alle Dutchies (en hun vrienden) ter wereld te ontwikkelen! Door hun passie & liefde voor reizen te delen met de Nederlandse community creëren ze unieke en volledig op maat gemaakte droomreizen.
    Ze geven gratis advies over reizen in Australië, Nieuw-Zeeland, Fiji, Canada en hun andere bestemmingen. Ze helpen je bij het maken van je reisplannen, en bij het kiezen en regelen van tours en activiteiten die het beste bij jou passen.

    Vrijwillig Wereldwijd

    Vrijwillig Wereldwijd is een kleinschalige organisatie die de mooiste lokale projecten in meer dan 10 landen ondersteunt op de continenten: Afrika, Zuid-Amerika, Azië en Europa. Ze zijn er van overtuigd dat vrijwilligerswerk in het buitenland kan leiden tot een geweldige win-win situatie. Door middel van een goede begeleiding en jarenlange ervaring doen ze er alles aan doen om deze belofte waar te maken. Dit omdat ze op deze manier de wereld een stukje mooier willen maken en mensen willen inspireren.

    Snowminds

    Bij Snowminds deelt het volledige team dezelfde passie: Sneeuw! Iedereen in het team heeft winterseizoenen gedaan, uiteenlopend van één winterseizoen tot meer dan negen. Snowminds begeleidt haar ski- en snowboardleraren van de reis tot skipas, van het hotel tot je contract. Bij Snowminds volgt iedereen basis- en vervolgopleidingen om uiteindelijk zo goed voorbereid mogelijk de verschillende skiculturen ter wereld te kunnen ervaren én de Snowboard gasten van dezelfde passie te laten genieten.

    Pakachere

    Pakachere is een backpackershostel en creatief centrum in Malawi, opgericht door twee Nederlanders. De plek doet dienst als een ontmoetingsplek, waar mensen samen kunnen komen voor workshops, activiteiten of om gewoon een drankje te doen.

    Oneworld

    OneWorld is de grootste Nederlandse website over mondiale verbondenheid en duurzaamheid. Naast de website OneWorld.nl geeft de organisatie ook een aantalk keer per jaar het tijdschrijft OneWorld uit!

      Chapters 

    Teksten & Informatie

    JoHo: paginawijzer

    Hoe werkt een JoHo Chapter?

     

    Wat vind je op een JoHo Chapter pagina

    •   JoHo Chapters zijn tekstblokken en hoofdstukken rond een specifieke vraag of een deelonderwerp

    Crossroad: volgen

    • Via een beperkt aantal geselecteerde webpagina's kan je verder reizen op de JoHo website

    Crossroad: kiezen

    • Via alle aan het chapter verbonden webpagina's kan je verder lezen in een volgend hoofdstuk of tekstonderdeel.

    Footprints: bewaren

    • Je kunt deze pagina bewaren in je persoonlijke lijsten zoals: je eigen paginabundel, je to-do-list, je checklist of bijvoorbeeld je meeneem(pack)lijst. Je vindt jouw persoonlijke  lijsten onderaan vrijwel elke webpagina of op je userpage
    • Dit is een service voor JoHo donateurs en abonnees.

    Abonnement: nemen

    • Hier kun je naar de pagina om je aan te sluiten bij JoHo, JoHo te steunen en zelf en volledig gebruik te kunnen maken van alle teksten en tools.

    Abonnement: checken

    • Hier vind je wat jouw status is als JoHo donateur of abonnee

    Aantekeningen: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten. Je kunt zelf online aantekeningen maken en bewaren, je eigen antwoorden geven op tests, of bijvoorbeeld checklists samenstellen.
    • De aantekeningen verschijnen direct op de pagina en zijn alleen voor jou zichtbaar
    • De aantekeningen zijn zichtbaar op de betrokken webpagine en op je eigen userpage.

    Prints: maken

    • Dit is een service voor wie bij JoHo is aangesloten.  Wil je een tekst overzichtelijk printen, gebruik dan deze knop.
    JoHo: footprint achterlaten