Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Methoden en Technieken van Onderzoek in de Criminologie (Bijleveld)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1. Inleiding methoden en technieken in de criminologie

Dit boek gaat over methoden en technieken om criminologisch onderzoek uit te voeren. Criminologie is een objectwetenschap. Dit betekent dat het niet één verklaring gebruikt voor diverse fenomenen, maar juist allerlei verklaringen voor één fenomeen(criminaliteit). Hierbij worden allerlei verschillende disciplines gebruikt. Wetenschappers gebruiken in de criminologie vaak hun herkomstwetenschap (psychologie, sociologie, etc.).

Criminaliteit is géén criminologie. Criminaliteit (volgens de wet) geeft een te smalle definitie die ook nog aan verandering onderhevig is (zo was homoseksualiteit ooit verboden en nu niet meer). Criminologie is beter te definiëren als de studie van het vóórkomen van criminaliteit, het verklaren er van, de strafrechtelijke sancties en de victimologie. Slachtofferstudies zijn onder te verdelen in twee typen. Ten eerste heb je de studies die inzicht moeten geven in de gevolgen van het delict voor het slachtoffer(bv. slaapstoornissen, PTSD, etc.). Ten tweede kunnen slachtofferstudies dienen om inzicht te verkrijgen   het totale aantal gepleegde delicten in Nederland.

Criminaliteit is een containerbegrip. In een onderzoek ben je vaak geïnteresseerd in een bepaald type van criminaliteit, zoals vermogens- of geweldsdelicten. Daarbij hebben deze verschillende typen criminaliteit verschillende verklaringen. Het is dus van belang te zorgen dat het onderwerp niet te heterogeen is.

Een standaardclassificatie van criminaliteit is die van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze heeft twintig categorieën gebaseerd op de Nederlandse wetten. Je kunt ook andere indelingen hanteren, zoals of er wel of geen directe slachtoffers waren, of het delict individueel of in een groep plaatsvond, mate van georganiseerdheid, jonge/oude dader, etc.

 

Wetenschap

De meningen zijn verdeeld over wat de wetenschap nu eigenlijk is. Iedereen is het er wel over eens dat het rationeel en objectief moet zijn en moet streven naar de waarheid. Door de tijd heen zijn er diverse waarheidsopvattingen geweest. Fenomenologie houdt rekening met de mens in relatie tot zijn omgeving (bijv. dat twee mensen hetzelfde kunnen doen, met een heel ander doel). Symbolisch interactionisme gaat er van uit dat mensen middels symbolen met elkaar in interactie staan. Menselijk gedrag is alleen te begrijpen wanneer je de symbolen van menselijke interactie begrijpt. Neopositivisme probeert aan de hand van wetenschappelijk getoetste uitspraken iets te zeggen over de werkelijkheid. Het is de tegenhanger van kritisch rationalisme. Dit gaat er juist van uit dat er nooit iets echt waar kan zijn; je kunt alleen weten dat iets niet waar is. Het wordt daarom ook wel falsificationisme genoemd: je moet theorieën falsificeren, en als die niet-gefalsificeerd is, is die “voorlopig waar”.

 

Empirische cyclus

Wetenschappelijk onderzoek verloopt via de zogenaamde empirische cyclus. Deze zorgt er voor dat het onderzoek bepaalde fasen doorloopt. Deze fasen zijn:

  • Theoriefase. In deze fase heb je een onderwerp, hier doe je een literatuurstudie naar.
  • Inductiefase. Nu neem je het algemene idee en formuleert een abstracte onderzoeksvraag.
  • Deductiefase. Hier maak je het nog preciezer door toetsbare hypothesen te formuleren en constructen te operationaliseren. Het moet duidelijk zijn hoe het onderzoek gaat verlopen (zodat het ook voor een andere onderzoeker duidelijk is).
  • Toetsingsfase. Nu worden gegevens verzameld en de hypothesen getoetst.
  • Evaluatiefase. In deze fase worden de resultaten geanalyseerd, wordt het onderzoek gecontroleerd (is het objectief verlopen, etc.) en wordt gekeken wat zegt het over de theorie. 

 

Evaluatie gebeurt aan de hand van vier criteria:

  1. Absoluut criteria 1: logische consistentie. De theorie moet inhoudelijk ontegenstrijdig zijn.
  2. Absoluut criteria 2: toetsbaarheid. De theorie moet toetsbaar zijn.
  3. Relatief criteria 1: parsimonie. Bij twee theorieën met gelijke verklaringskracht, gaat de voorkeur uit naar de meest eenvoudige theorie.
  4. Relatief criteria 2: compatibiliteit. Bij twee theorieën over één onderwerp, gaat de voorkeur uit naar de theorie die het meeste overeenkomt met de andere theorieën over het betreffende onderwerp (de theorie die compatibel is met wat we al dachten).

 

Modellen en theorieën

Een model is een constellatie van de werkelijkheid welke aan drie voorwaarden moet voldoen: het model moet onafhankelijk zijn van de werkelijkheid, het moet bekender zijn dan de werkelijkheid en het moet in structuur overeenkomen met de werkelijkheid. Een theorie is een voorbeeld van een model, maar het is ingewikkelder. Het moet voorspellingen kunnen doen en kunnen verklaren.

 

Typen onderzoek

Eerst kijken we naar het niveau waarop je onderzoek kunt doen. We onderscheiden het micro-, meso- en macroniveau. Het microniveau is het niveau met de kleinste analyse-eenheid: het individu. Het macroniveau kijkt naar processen op aggregatieniveau: bijv. de staat. Bij uitspraken op dit niveau moet men oppassen voor de zogenaamde ‘ecologische fout’: wanneer onderzoekers bevindingen op het ene niveau verklaren op een ander niveau. Het mesoniveau valt tussen het micro- en macroniveau. Het moet gaan over een niveau hoger dan het individu, maar niet zo hoog als de staat. Denk bijv. aan een groep, of een wijk.

Ten tweede kijken we naar kwantiteit versus kwaliteit. Sommige vragen vergen heel veel data en hebben een grote kwantiteit nodig om een antwoord te vinden (bijv. of je wilt weten of vermogenscriminaliteit afneemt). Andere vragen hebben juist meer kwalitatieve informatie nodig (bijv. hoe drugshandelaren te werk gaan).

Ten derde kijken we naar of we dingen willen beschrijven of verklaren. Het liefste willen we dingen kunnen verklaren, maar voordat je dat kunt doen moet je wel weten hoe een situatie er in de werkelijkheid uit ziet en zul je het toch eerst moeten beschrijven. Beschrijvend onderzoek geeft een opsomming van het vóórkomen van bepaalde verschijnselen en brengt het soms in verband met andere verschijnselen, maar het kan het niet verklaren. Verklarend onderzoek wordt ook wel causaliteits- of experimenteel onderzoek genoemd.

Ten vierde kijken we naar de tijdfactor. Soms ben je geïnteresseerd in een oorzaak-gevolgrelatie. Als je dat goed wilt toetsen, zul je data moeten verzamelen op twee tijdstippen, om er zeker van te zijn dat het ene voorafgaat aan het andere. Zo’n onderzoek, waarin je door de tijd metingen verricht noemt men longitudinaal onderzoek. Je kunt een prospectief en een retrospectief longitudinaal onderzoek hebben. Bij prospectief loop je met de bevindingen in de tijd mee; bij retrospectief worden respondenten ‘achteraf’ gevraagd gegevens over de tijd heen te produceren. Omdat zulk onderzoek heel lang duurt en veel geld kost, wordt er vaker cross-sectioneel onderzoek verricht. Hiermee kun je heel goed beschrijvend onderzoek doen.

Tot slot kijken we naar het gebruik van primaire of secundaire data. Primaire gegevens zijn door de onderzoeker zelf verzameld. Secundaire gegevens zijn al gepubliceerd maar worden hergebruikt voor onderzoek (zoals gegevens van het CBS).

 

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)