Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Begrippenlijst Media Studies (Long & Wall)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Begrippenlijst Hoofdstuk 1

 

Abarrant reading is een term van Umberto Eco. Het houdt in dat een tekst gemaakt en gelezen wordt met een andere code dan die van de maker (de boodschap komt dus niet aan zoals de bedoeling van de maker was). Belangrijk hier is dat Eco niet zegt dat aberrant reading 'dus' slecht is: hij geeft juist aan dat het gebruik van codes leidt tot aberrant readings die polysemia tot gevolg heeft.

Affective responses zijn emotionele reacties van de kijker op de informatie die een mediatekst geeft.

Aristoteles kwam er al snel achter dat het belangrijk is om efficiënt te kunnen spreken om zo deel te kunnen nemen aan het publieke leven. In de tijd van zijn Art of Rhetoric ging het er vooral om dat men het publiek kon overtuigen van zijn of haar standpunt.

Artefacts zijn de letterlijke vormen die mediaproducten hebben. Denk aan een mobieltje, CD-roms en een grammofoonplaat.

Barthes, Roland - Onderzocht allerlei mogelijke ideeën die door een teken getriggerd worden. Hij introduceerde de termen denotatie en connotatie.

Cognities refereren aan het feit dat en hoe wij kennis vergaren en vervolgens gebruiken.

Commodity of terwijl 'grondstof'. Een mediaproduct heeft een bepaalde economische waarde, bijvoorbeeld de kosten van een mobieltje. Maar ook advertenties en televisieprogramma's hebben een economische waarde, ook al betaal je er als consument niet direct een prijs voor.

Compositie omvat het selecteren van hoeken, belichting, lenzen, framing en andere constructieve fotografische elementen. Denk bijvoorbeeld aan een close-up van een persoon: zo'n beeld leent zich goed voor het laten zien van emoties.

Connotatie refereert naar de verschillende associaties die verschillende mensen hebben bij een mediatekst. Bij een foto van een hond zal de één denken aan een huisdier, de ander aan 'vies' en een volgende denkt aan zijn of haar overleden hond.

Constructies refereren naar de maakbaarheid van mediateksten. Mediateksten zijn niet 'natuurlijk', ze zijn gemaakt en hierbij komen allerlei keuzes, belangen en ideeën kijken (aan de kant van de maker).

Cropping betekent dat je een bepaald deel van het beeld weg 'snijdt' en zo dus kleiner maakt.

Decoderen is het proces waarin de kijker een bepaalde code van een maker 'leest'. Deze codes hoeven niet dezelfde te zijn.

Denotatie betekent dat we meestal niet slechts één idee hebben bij een teken, maar allerlei mogelijke ideeën die door het teken getriggerd kunnen worden. Dit aspect heeft Roland Barthes verder onderzocht.

Diachronische aanpak kijkt naar veranderingen in taal in de loop der tijd, terwijl een synchronische aanpak kijkt naar taal in een bepaalde tijd.

Eco, Umberto kwam met het idee van een code. Op die manier wilde hij verklaren dat en hoe lezers een tekst op verschillende manieren op kunnen vatten. (Let op, het gaat hier om verschillende lezers die allemaal hun eigen manier hebben, en niet om één lezer die een tekst op meerdere manieren ziet). Hij gebruikt de term preferred reading als de tekst is gemaakt en gelezen met dezelfde code (de boodschap is dus goed aangekomen). Aberrant reading houdt in dat een tekst gemaakt en gelezen wordt met een andere code (de boodschap is dus niet goed aangekomen). Belangrijk hier is dat Eco niet zegt dat aberrant reading 'dus' slecht is: hij geeft juist aan dat het gebruik van codes leidt tot aberrant readings die polysemia tot gevolg heeft.

Encoderen is het proces waarin de maker van een mediaproduct een bepaalde code gebruikt om zijn of haar boodschap te communiceren naar de kijker.

Indexicaal verband is een verband dat bestaat uit oorzaak (teken) en haar effect (object). Als we een deurbel horen in een film, leggen we het verband dat er iemand voor de deur staat. Sporen van een hert in een bos vertellen ons dat er een hert heeft gelopen.

Iconisch verband is een verband dat de fysieke overeenkomsten tussen een object en een teken beschrijft. Een hond in een foto lijkt fysiek op een 'echte' hond.

Juxtaposition is het plaatsen van een foto naast een andere foto, waardoor we er een bepaalde betekenis aan geven (bijvoorbeeld een foto van een kind en rechts daarvan een foto van een oude mevrouw: dit geeft ons waarschijnlijk het idee dat het om een oma en kleinkind gaat). Natuurlijk gaat het bij juxtaposition ook om de manier waarop objecten in de foto zelf gepositioneerd zijn.

Langue is een term die betrekking heeft op het gehele systeem van significatie en haar aspecten. Als je de term 'Hollands' gebruikt, kan je denken aan hutspot, regen en Sinterklaas. Dat zijn allerlei verschillende aspecten die tot langue behoren.

Meaning of terwijl 'betekenis'. Mediaproducten vertellen ons iets op een bepaalde manier, wat invloed heeft op ons als individu. Het gaat hier om de manier waarop we beïnvloed worden.

Mediaretoriek - Hier gaat men er van uit dat mediateksten en hun betekenis bestaan uit verschillende technieken, conventies en stijlen die gebruikt worden om het publiek te sturen en/of manipuleren.

Mediatekst kan een televisieprogramma, film, krantenartikel en dat soort dingen zijn.

Mise-en-scène omvat belichting, setting, personages en compositie.

Montage gaat iets verder dan juxtaposition. Montage is het monteren van twee of meer foto's in één foto.

Multi-accentuality houdt in dat een teken een bepaalde algemene betekenis heeft, maar dat er ook nog andere betekenissen mogelijk zijn. Dit idee werd geïntroduceerd door Valentin Volosinov. Volgens hem moeten we tekens, wanneer ze gebruikt worden, zien als tekens die verschillen van betekenis afhankelijk van de 'lezer'. Er is dus niet één vaste betekenis bepaald door het taalsysteem: de positie van de 'lezer' in de maatschappij is ook van belang!

Paradigma en syntagma zijn termen die refereren aan de regels van een taalsysteem. Een syntagma is een complexere structuur van tekens, bijvoorbeeld een zin. In de zin "Vandaag is het een slechte dag" is het woord 'slechte' gekozen uit het paradigma. In plaats van 'slechte' hadden we ook 'mooie' kunnen kiezen uit het paradigma.

Parole is een term die gebruikt wordt om de expressie van een langue te beschrijven.

Peirce, Charles was een belangrijke denker uit de 20e eeuw. Hij heeft de basis gelegd voor de semiologie. Hij wilde verder kijken dan louter naar wat er gezegd wordt tussen mensen; hij wilde op een meer algemene, abstracte en theoretische manier kijken om zo systemen te ontdekken in betekenisgeving, communicatie en betekenissen zelf. Ook gebruikte Peirce de term "semiotiek", in plaats van semiologie. Beide begrippen betekenen hetzelfde. Ook niet onbelangrijk zijn de verbanden tussen tekens en de objecten waarnaar die tekens refereren. Peirce noemde drie mogelijke verbanden: iconische, indexicale en symbolische verbanden.

Polysemia betekent letterlijk "meerdere betekenissen". Dit kan je het beste zien als 'meerdere opvattingen': iedereen leest en ziet een tekst anders, los van de algemene betekenis van de tekst.

Preferred reading is een term van Umberto Eco. Het gaat hier om hoe de tekst is gemaakt en gelezen met dezelfde code die de maker gebruikt heeft (de boodschap is dus goed aangekomen).

Presenterende retoriek bestaat uit de manier waarop (een mediatekst) gepresenteerd wordt. Denk maar aan een presentator van een nieuwsuitzending: hij of zij wordt geacht om op een nette, duidelijke en rustige manier te praten, terwijl een presentator van MTV veel uitbundiger presenteert. De manier waarop iemand presenteert heeft invloed op ons als kijker. Niet alleen de presentator zelf is van belang, ook de mise-en-scène speelt mee (hieronder vallen licht, set, personages en compositie), naast geluidseffecten op bijvoorbeeld de radio. Al deze elementen helpen mee een zo echt mogelijk beeld te presenteren.

Retoriek is verantwoordelijk voor de manier waarop taal wordt gebruikt voor een bepaald doel, bijvoorbeeld emotie opwekken bij een film.

Retouching omvat de manieren waarop je een foto kan accentueren of juist dingen kan weg laten.

Saussure, Ferdinand de legde samen met Peirce de basis voor de semiologie. Beide heren wilden verder kijken dan naar louter wat er gezegd wordt tussen mensen; ze wilden op een meer algemene, abstracte en theoretische manier kijken om zo systemen te ontdekken in betekenisgeving, communicatie en betekenissen zelf.

Semiologie gaat over de betekenissen die symbolen hebben. In de semiologie probeert men aan de hand van allerlei manieren om uit te leggen hoe iets de betekenis krijgt die hij gegeven wordt. Waar retoriek zich meer focust op encoderen en decoderen, richt semiologie zich op hoe en waarom de inhoud van mediateksten betekenis krijgt.

Semiotiek is hetzelfde als semiologie, alleen werd semiotiek gebruikt door Peirce, terwijl de Saussure liever semiologie gebruikte.

Signified is het beeld dat wij krijgen bij het zien van de signifier. Als je het woord 'kat' leest (signifier) denk je waarschijnlijk aan een kat (the signified). De signifier triggert dus the signified. Deze twee termen zijn niet los van elkaar te denken: de één heeft de ander nodig. Term van de Saussure.

Signifier houdt de fysieke aspecten van een teken in die er voor zorgen dat iemand dat teken op een bepaalde manier ontvangt. Het uitspreken of opschrijven van een woord hoort bijvoorbeeld bij de term signifier. Term van de Saussure.

Sociale conventies bepalen de betekenis van bijvoorbeeld een mediatekst. Volgens de Saussure vormen deze conventies de organisatie van de taalregels.

Synchronische aanpak kijkt naar taal en mediateksten in dezelfde tijd.

Symbolisch verband bestaat louter uit conventies en wordt uitgedrukt in woorden. Niks in het woord 'hond' zegt dat we aan een vierpotig, harig beest denken, en toch doen we dat.

Syntagma is een term die refereert aan de regels van een taalsysteem. Een syntagma is een complexere structuur van tekens, bijvoorbeeld een zin. In de zin "Vandaag is het een slechte dag" is het woord 'slechte' gekozen uit het paradigma. In plaats van 'slechte' hadden we ook 'mooie' kunnen kiezen uit het paradigma.

Tekens zitten overal in de wereld 'verstopt'. Als tekens gecombineerd worden, kunnen er (nieuwe) betekenissen ontstaan.

Verbale retoriek bestaat uit woorden, zowel geschreven als gesproken. Denk hierbij niet alleen aan een gesprek, maar ook uit songteksten, radioprogramma's en journalistiek.

Volosinov, Valentin introduceerde het idee van multi-accentuality en polysemia. Volgens hem moeten we tekens, wanneer ze gebruikt worden, zien als tekens die verschillen van betekenis afhankelijk van de 'lezer'. Er is dus niet één vaste betekenis bepaald door het taalsysteem: de positie van de 'lezer' in de maatschappij is ook van belang!

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Begrippenlijst bij het boek Media Studies. Let op: bevat alleen hoofdstuk 1, 2, 4 en 8.

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)