Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Samenvatting Media Studies (Long & Wall)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1: Hoe media betekenis geven

 

In dit hoofdstuk van Long & Wall wordt besproken hoe we mediateksten (foto's, films, televisieprogramma's enzovoorts) en haar betekenis het beste kunnen analyseren. Het is belangrijk om na te denken over welke vragen we stellen wanneer we een mediatekst analyseren. Hoe wordt iets afgebeeld, waarom en op welke manier moet ik hier naar kijken? In dit hoofdstuk zullen er retorische en semiologische benaderingswijzen worden behandeld.

 

Hoe we nadenken over mediateksten

 

De output van media, of terwijl het eindproduct van een mediaproductie, kan op drie verschillende manieren gedefinieerd worden.

  • Artefacts - Een artefact is de letterlijke vorm die een mediaproduct heeft. Denk aan een mobieltje, CD-roms en een grammofoonplaat.

  • Commodity - Een mediaproduct heeft een bepaalde economische waarde, bijvoorbeeld de kosten van een mobieltje. Maar ook advertenties en televisieprogramma's hebben een economische waarde, ook al betaal je er als consument niet direct een prijs voor. Het begrip 'commodity' betekent 'grondstof'.

  • Meaning - Of terwijl 'betekenis'. Mediaproducten vertellen ons iets op een bepaalde manier, wat invloed heeft op ons als individu. Het gaat hier om de manier waarop we beïnvloed worden.

 

Dagelijks krijgen we met zoveel mediateksten te maken, dat het onmogelijk is om ze stuk voor stuk te analyseren. Op een bepaalde manier doen we dat natuurlijk wel: als we een poster zien van een film of toneelstuk begrijpen we dat onze aandacht getrokken wordt en we raken enthousiast. Al die indrukken zijn verspreid over de hele media en dat is kenmerkend voor het leven van nu. We zijn er aan gewend geraakt om al die beelden en indrukken betekenis te geven, hetzij diepgaand, hetzij oppervlakkig. Er zijn drie manieren om na te denken over het geven van betekenis aan mediaproducten:

  • Het werk van de producenten - de productenten en makers van een product hebben hun eigen ideeën over welke betekenissen hun producten hebben.

  • De consument - wij als consumenten consumeren de producten om verschillende redenen (school, plezier, enzovoorts) en geven op onze eigen manier betekenis aan die producten. Sociale en historische context is hier van belang.

  • Bekendheid met mediaproducten - mediaproducten zijn er in allerlei soorten en maten (kranten, televisieprogramma's, films, enzovoorts) waardoor we al een bepaalde bekendheid met hen hebben.

Betekenissen van mediaproducten komen dus op verschillende manieren tot stand. Communicatie is hier van belang: hoe communiceren producten en consumenten met elkaar en op welk niveau?

 

Mediateksten zijn er niet 'gewoon': ze willen iets vertellen. Als consumenten zijn we vaak geneigd om de beelden die we voorgeschoteld krijgen voor lief te nemen zonder er verder over na te denken. Echter, als we verder willen komen in het veld van analyse, zullen we manieren moeten vinden om dat voor elkaar te krijgen. Belangrijk is bijvoorbeeld het gebruik van een technische taal die wij, als studenten, allemaal begrijpen. Hieronder zullen twee soorten aanpak behandeld worden om de verschillende kanten van de media en hun betekenissen te benaderen.

 

Analytische vaardigheden: retoriek

 

Mediaproducenten hebben een scala aan technieken die er voor zorgen dat wij ons als consument persoonlijk betrokken voelen, bijvoorbeeld bij een film, een nieuwsbericht en een blog op internet. Deze technieken samen noemen we 'media retoriek'. Een belangrijke vraag die hierbij past is bijvoorbeeld de vraag hoe mediateksten georganiseerd zijn en wat hun betekenissen zijn. In de media retoriek gaat men er van uit dat mediateksten en hun betekenis bestaan uit verschillende technieken, conventies en stijlen. Mediaproducenten willen graag onze cognities helpen (hoe wij kennis vergaren en vervolgens gebruiken) om de mediatekst als een soort communicatiemiddel te zien. In media zitten immers altijd een boodschap.

 

Taal, retoriek en betekenis

 

Naast media retoriek zijn ook taal en betekenis van belang.

  • Taal - door dit materiaal wordt communicatie mogelijk gemaakt. Het gaat hier niet alleen om woorden: ook geluiden, beelden en grammatica zijn taal.

  • Retoriek - is verantwoordelijk voor de manier waarop taal wordt gebruikt voor een bepaald doel, bijvoorbeeld emotie opwekken bij een film.

  • Betekenis - de kijker geeft een bepaalde betekenis aan een mediatekst.

Belangrijk hier is om te beseffen dat retoriek gaat over het organiseren ten opzichte van het resultaat. Een mediatekst geeft informatie, en dat heeft een emotionele reactie van de kijker als gevolg. Zulke reacties worden affective responses genoemd. In de retoriek probeert men om die reacties te sturen (en dus telt voor hen vooral het resultaat).

 

Wortels van de retoriek

 

Een andere definitie van retoriek is "de kunst van persuasieve communicatie". Retoriek houdt zich in deze definitie bezig met compositie, stijl en argumentatie. Aristoteles kwam er al snel achter dat het belangrijk is om efficiënt te kunnen spreken om zo deel te kunnen nemen aan het publieke leven. In de tijd van zijn Art of Rhetoric ging het er vooral om dat men het publiek kon overtuigen van zijn of haar standpunt. Met een hoogtepunt in de Renaissance en de studie van retoriek nog altijd bloeiend in onze tijd kunnen we dus stellen dat zij belangrijk is voor ons. Retoriek heeft ook bijgedragen aan het structuralisme, deconstructie en verschillende discoursen. Wellicht heb je wel eens gehoord van 'lege retoriek': het idee dat een argument heel overtuigend in elkaar zit, terwijl het eigenlijk geen goede inhoud heeft. Een andere term is een 'retorieke vraag', een vraag zonder antwoord. Retoriek heeft vooral betrekking op emotionele reacties, en wordt daarom vaak als inferieur aan een rationele reactie gezien. Long en Wall proberen echter om zowel de emotionele als rationele reacties evenveel aandacht te geven en zien ze als even belangrijk. Niet alleen woorden, maar ook beelden en geluiden (zeker in onze tijd) vallen onder de retoriek.

 

Retorische mediatechnieken en -vaardigheden ontdekken

 

Verbale retoriek bestaat uit woorden, zowel geschreven als gesproken. Denk hierbij niet alleen aan een gesprek, maar ook uit songteksten, radioprogramma's en journalistiek.

Presenterende retoriek bestaat uit de manier waarop (een mediatekst) gepresenteerd wordt. Denk maar aan een presentator van een nieuwsuitzending: hij of zij wordt geacht om op een nette, duidelijke en rustige manier te praten, terwijl een presentator van MTV veel uitbundiger presenteert. De manier waarop iemand presenteert heeft invloed op ons als kijker. Maar niet alleen de presentator zelf is van belang, ook de mise-en-scène speelt mee (hieronder valt licht, set, personages en compositie), naast geluidseffecten op bijvoorbeeld de radio. Al deze elementen helpen mee een zo echt mogelijk beeld te presenteren.

 

Fotografische elementen spelen ook een rol bij retoriek. Er zijn vijf manieren:

  • Retouching - Onder dit aspect van de fotografie vallen de manieren waarop je een foto kan accentueren of juist weglaten.

  • Cropping - Dit betekent dat je een bepaald deel van het beeld weg 'snijdt' en zo dus kleiner maakt.

  • Composition - Hieronder valt het selecteren van hoeken, belichting, lenzen, framing en andere constructieve fotografische elementen. Denk bijvoorbeeld aan een close-up van een persoon: zo'n beeld leent zich goed voor het laten zien van emoties.

  • Juxtaposition - Hier gaat het om het plaatsen van een foto naast een andere foto, waardoor we er een bepaalde betekenis aangeven (bijvoorbeeld een foto van een kind en rechts daarvan een foto van een oude mevrouw: dit geeft ons waarschijnlijk het idee dat het om een oma en kleinkind gaat). Natuurlijk gaat het bij juxtaposition ook om de manier waarop objecten in de foto zelf gepositioneerd zijn.

  • Montage - Iets verder dan juxtaposition is het monteren van twee of meer foto's in één foto.

 

Analytische vaardigheden: semiologie

 

Het Griekse -ogie geeft aan dat het om een rationeel begrip gaat dat gebruikt wordt om dingen uit te leggen. In het geval van semiologie gaat het over de betekenissen die symbolen hebben. In de semiologie probeert men aan de hand van allerlei manieren om uit te leggen hoe iets de betekenis krijgt die hij gegeven wordt. Waar retoriek zich meer focust op encoderen en decoderen, richt semiologie zich op hoe en waarom de inhoud van mediateksten betekenis krijgt. Neem als voorbeeld een nieuwslezer: retorisch gezien is het van belang om de setting, manier van spreken en manier van presenteren mee te nemen, terwijl het in de semiologie gaat om waarom dan bijvoorbeeld een zwarte nieuwslezer of iemand met een vreemd accent ons zo raakt. Ook hier geldt weer dat een gezamenlijke technische taal handig is om elkaar, studenten, te begrijpen.

 

Wortels van de semiologie

 

De basis van semiologie is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Twee belangrijke denkers uit de 20e eeuw zijn Ferdinand de Saussure en Charles Sanders Peirce. Zij hebben de basis gelegd voor de semiologie. Beide heren wilden verder kijken dan louter wat er gezegd wordt tussen mensen; ze wilden op een meer algemene, abstracte en theoretische manier kijken om zo systemen te ontdekken in betekenisgeving, communicatie en betekenissen zelf.

Peirce noemde het semiotiek, terwijl de Saussure liever semiologie gebruikte. Beide begrippen zijn 'goed'. Er zijn drie belangrijke aannames in de semiologie:

  • Mediateksten worden beschouwd als constructies; hiermee wordt gedoeld op het productieproces. Mediateksten zijn niet 'natuurlijk', ze zijn gemaakt en hierbij komen allerlei keuzes, belangen en ideeën kijken (aan de kant van de maker). Zo komen we weer terug bij het begrip artefacts, zoals eerder in dit hoofdstuk genoemd.

  • De betekenis van bijvoorbeeld een mediatekst is niet iets wat vast staat. De betekenis komt juist tot stand via sociale conventies. Volgens de Saussure vormen deze conventies de organisatie van de taalregels.

  • In het verlengde hiervan kunnen we stellen dat de betekenis van een tekst het resultaat is van zowel die conventies als van de beweegredenen van de makers.

 

Semiologie in de analyse van teksten: tekens, dingen die betekenis geven en dingen die betekenis hebben gekregen

 

In de semiologie gaan we er vanuit dat het belangrijkste communicatie-element het teken is. Denk hierbij aan een verkeersbord, een advertentietekst etc. Volgens de Saussure bestaat een teken uit de signifier en the signified. De signifier houdt de fysieke aspecten van een teken in die er voor zorgen dat iemand dat teken op een bepaalde manier ontvangt. Het uitspreken of opschrijven van een woord hoort bijvoorbeeld bij de term signifier. The signified ten slotte is het beeld dat wij krijgen bij het zien van de signifier. Als je het woord 'kat' leest (signifier) denk je waarschijnlijk aan een kat (the signified). De signifier triggert dus the signified. Deze twee termen zijn niet los van elkaar te denken: de één heeft de ander nodig. Toch benadrukt de Saussure dat het uiteindelijk om de tekens zelf gaat, maar dat het wel handig is om na te denken over hoe een teken tot stand komt (via bovengenoemde termen).

Vergeet ook niet dat de betekenis van een teken er niet al was voordat de betekenis werd gegeven: iets heeft betekenis omdat wij dat, volgens onze conventies, zo bepaald hebben. Als dat niet zo zou zijn, zou er ook niet zoiets bestaan als taal differentiatie.

 

Omdat taal zich niet beperkt tot alleen woorden, pleit de Saussure er ook voor dat non-verbale communicatie in stukjes gehakt kan worden: basic units. In de moderne media betekent dat dus dat televisieprogramma's, computergames en kranten vol met individuele tekens staan die samen het geheel maken.

 

Langue is een term die betrekking heeft tot het gehele systeem van significatie en haar aspecten. Als je de term 'Hollands' gebruikt, kan je denken aan hutspot, regen en Sinterklaas. Dat zijn allerlei verschillende aspecten die tot langue behoren.

Parole is een term die gebruikt wordt om de expressie van een langue te beschrijven.

Paradigma en syntagma zijn termen die refereren aan de regels van een taalsysteem. Een syntagma is een complexere structuur van tekens, bijvoorbeeld een zin. In de zin "Vandaag is het een slechte dag" is het woord 'slechte' gekozen uit het paradigma. In plaats van 'slechte' hadden we ook 'mooie' kunnen kiezen uit het paradigma.

 

Semiologische technieken en vaardigheden herkennen en gebruiken

 

Tekens zijn nagenoeg altijd gecombineerd met elkaar, om op die manier betekenis te geven. In televisieprogramma's zijn deze combinaties het meest complex. Woorden worden hier gecombineerd met visuele aspecten zoals gezichtsuitdrukkingen, kleding en de setting. Al deze tekens zijn ook weer gecombineerd met belichting, camera perspectief, editing en framing. Er bestaan verbale en visuele tekens. Verbale tekens zoals woorden zijn makkelijk te herkennen; ze worden immers uitgesproken of opgeschreven. Maar een visueel teken in de vorm van bijvoorbeeld een foto is veel lastiger om te ontdekken. Immers, een foto is toch gewoon een beeld dat we herkennen? Een vogel is gewoon een vogel, daar valt niets aan te veranderen. Toch moeten we in ons achterhoofd houden dat een beeld geen vaststaande betekenis heeft. Het gaat gevoelsmatig tegen onze natuur in om een non-verbale tekst uit elkaar te halen en te zien als een constructie van allerlei talige elementen die door sociale conventies tot stand zijn gekomen. Daarnaast lijken massamedia nu eenmaal heel realistisch, waardoor we er niet verder over na gaan denken. Belangrijk is om altijd te beseffen dat, stel een hond wordt gefotografeerd, de hond niet langer 'onschuldig' is: hij bestaat nu als een teken, als onderdeel van een groter geheel van communicatie.

Een diachronische aanpak kijkt naar veranderingen in taal in de loop der tijd, terwijl een synchronische aanpak kijkt naar taal in een bepaalde tijd.

 

Het moeilijkste is om te kijken naar hoe tekens gebruikt worden en hoe ze samen complexe systemen vormen, zoals televisieprogramma's en krantenartikels. Stel, we kijken naar een foto van de band One Direction. Het is moeilijk om die foto niet meteen de stempel 'One Direction' te geven. In de semiologie is het echter van belang om alle tekens los van elkaar te kunnen zien: de retoriek blijkt bijvoorbeeld uit hoe de bandleden zijn gekleed, hoe ze worden gepresenteerd en hoe ze staan. Samen met de visuele tekens vormen zij een groter teken: de band One Direction. We moeten onszelf afvragen wat de belangrijkste en opvallendste elementen zijn in een mediatekst, en hoe ze betekenis krijgen in de tekst zelf. Een manier om hier meer grip op te krijgen is het weghalen van een teken (bijvoorbeeld de kledingstijl) en deze vervangen door een ander teken (geen kleding). De kans is groot dat de gehele betekenis van de foto nu verandert! Op die manier kunnen we dus onderzoeken hoe belangrijk bepaalde tekens zijn in bepaalde teksten - de één is nu eenmaal belangrijker dan de ander. In woorden kunnen bijvoorbeeld lettertype, kleur, grootte, intonatie en toonhoogte als belangrijke tekens gezien worden.

 

Connotatie en denotatie

 

Wanneer we tekens zien hebben we meestal niet slechts één idee hierbij, maar allerlei mogelijke ideeën die door het teken getriggerd worden. Dit aspect heeft Roland Barthes verder onderzocht. Hij introduceerde de termen denotatie en connotatie. Wanneer we naar een foto van een hond kijken, denken we waarschijnlijk allemaal aan een hond - dit is denotatie: de eerste ingeving is hierbij belangrijk. Verder associaties verschillen per persoon - huisdier, eng, vies, leuk beest - en dit heet connotatie.

 

Ook niet onbelangrijk zijn de verbanden tussen tekens en de objecten waarnaar die tekens refereren. Peirce noemde drie mogelijke verbanden:

  • Iconisch verband - dit verband beschrijft de fysieke overeenkomsten tussen een object en een teken. Een hond in een foto lijkt fysiek op een 'echte' hond.

  • Indexicaal verband - dit verband bestaat uit oorzaak (teken) en haar effect (object). Als we een deurbel horen in een film, leggen we het verband dat er iemand voor de deur staat. Sporen van een hert in een bos vertelt ons dat er een hert heeft gelopen.

  • Symbolisch verband - dit verband bestaat louter uit conventies en wordt uitgedrukt in woorden. Niks in het woord 'hond' zegt dat we aan een vierpotig, harig beest denken, en toch doen we dat.

 

Het is heel belangrijk om teksten niet louter als een hoopje tekens te zien. Zoals hierboven al duidelijk werd bij retoriek, gaat het erom hoe tekens georganiseerd en gepresenteerd worden. Denk aan praten: we leren een bepaalde woordenschat aan, maar daarbij komt een heel systeem van grammaticaregels. Zonder die regels kunnen we niet goed communiceren. Zo zit het ook bij mediateksten: we kijken niet alleen maar naar de beelden, nee, we kijken ook hoe ze zijn gecombineerd met en gerelateerd aan elkaar. Gecombineerde tekens krijgen vaak een ander verband dan losse tekens. Aangezien tekens overal anders opgevat worden (in verschillende culturen bijvoorbeeld), moeten we de begrippen polysemia en multi-accentuality erbij betrekken. Multi-accentualitiy (multi-benadrukking) houdt in dat een teken een bepaalde algemene betekenis heeft, maar dat er ook nog andere betekenissen mogelijk zijn. Dit idee werd geïntroduceerd door Valentin Volosinov. Volgens hem moeten we tekens, wanneer ze gebruikt worden, zien als tekens die verschillen van betekenis afhankelijk van de 'lezer'. Er is dus niet één vaste betekenis bepaald door het taalsysteem: de positie van de 'lezer' in de maatschappij is ook van belang! Een woord als 'geld' begrijpt waarschijnlijk iedereen, maar niet iedereen vat dit op dezelfde manier op. De één zal geld als noodzaak zien, de ander als extraatje en de volgende maakt zich helemaal niet druk om geld. Een ander concept is polysemia, wat letterlijk betekent "meerdere betekenissen". Dit kan je het beste zien als 'meerdere opvattingen': iedereen leest en ziet een tekst anders, los van de algemene betekenis van de tekst.

 

Encoderen en decoderen

 

Umberto Eco kwam met het idee van een code. Op die manier wilde hij verklaren dat en hoe lezers een tekst op verschillende manieren op kunnen vatten. (Let op, het gaat hier om verschillende lezers die allemaal hun eigen manier hebben, en niet om één lezer die een tekst op meerdere manieren ziet). Een code converteert informatie in een speciaal 'format' dat gebruikt wordt om te communiceren. Een code heeft regels die bepalen hoe een element gecombineerd kan worden met een ander element. Geschreven taal, Morse code, politiecodes, het zijn allemaal codes. Een code die betekenis geeft is een speciaal taalsysteem: hij geeft allerlei verschillende regels en tekens die gecombineerd kunnen worden. De maker van een tekst encodeert, terwijl de lezer een tekst decodeert. Stel dat een documentairemaker graag de boodschap wil verspreiden dat homoseksualiteit normaal is, en de lezer haalt er juist de boodschap uit dat homoseksualiteit abnormaal is, dan is de code van de maker dus niet opgevat zoals hij dat gewild had. Eco gebruikt de term preferred reading waar het gaat om hoe de tekst is gemaakt en gelezen met dezelfde code (de boodschap is dus goed aangekomen). Aberrant reading houdt in dat een tekst gemaakt en gelezen wordt met een andere code (de boodschap is dus niet goed aangekomen). Belangrijk hier is dat Eco niet zegt dat aberrant reading 'dus' slecht is: hij geeft juist aan dat het gebruik van codes leidt tot aberrant readings die polysemia tot gevolg heeft.

 

Aangezien makers van teksten graag zo min mogelijk polysemia (dus verschillende interpretaties) willen, moeten zij bedreven manipulators zijn van mediataal. De retorische vaardigheden zijn hier dus enorm van belang.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Uitgebreide samenvatting van het boek. Let op: Bevat hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 12 en 14.

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)