Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Samenvatting Cross-Cultural Psychology (John W. Berry)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1 – Introduction

Het gebied van de cross-culturele psychologie kan het beste beschreven worden als de studie naar de relatie tussen culturele context en menselijk gedrag. Dat laatste bevat zowel openlijk gedrag (observeerbare acties en respones) als verborgen gedrag (geloof, betekenissen, gedachtes).

De meeste onderzoekers gaan er van uit dat verschillen tussen dit soort gedrag moet worden gezien als culturele vormende reflecties op een algemeen functionerende psyche. Ze gaan uit van een ‘psychic unity’ van de menselijke soort. Deze positie wordt ook ingenomen door de schrijver van dit boek. Andere onderzoekers beweren dat het psychologische functioneren juist verschilt per cultuur.

In dit boek wordt de term ‘cross –cultural psychology’ gebruikt als overkoepelende term voor het vakgebied. Het algemene idee is dat cultuur een belangrijke rol speelt op de ontwikkeling van menselijk gedrag. Men gelooft dat psychologisch onderzoek ‘cultural-informed’ moet zijn; menselijk gedrag vindt niet plaats in een vacuüm en dat moet psychologen meenemen tijdens onderzoek.

 

Definities: wat is cross-cultureel onderzoek?

Er kan op verschillende manieren definitie worden gegeven aan cross-culturele psychologie. Enkele voorbeelden:

1. Cross-cultureel onderzoek in de psychologie is een expliciete, systematische vergelijking van psychologische variabelen onder verschillende culturele condities om te specificeren wat voor processen verschil in menselijk gedrag veroorzaken.

2. Cross-cultureel onderzoek is de empirische studie van leden van verschillende culturen die verschillende ervaringen hebben, die leiden tot voorspelbare en significante verschillen in gedrag. Bij het gros van deze studies spreken de culturele groepen een andere taal en hebben ze een andere politieke achtergrond.

3. Cross-cultureel onderzoek is elk soort onderzoek naar menselijk gedrag die een vergelijking maakt tussen meer dan twee culturen.

4. Culturele psychologie is de studie naar de rol van cultuur naar het mentale gedeelte van de mens.

5. Culturele psychologie heeft een onderscheidend onderwerp (psychologische diversiteit), het wil een psychologisch pluralisme ontwikkelen.

In de meeste definities komt het begrip cultuur naar voren. We gebruiken hiervoor de definitie: ‘een gedeelde manier van leven van een groep mensen.’

Elke definitie brengt een ander onderdeel van cultuur naar voren. Bij de eerste draait het om de relatie tussen cultuur en gedrag. De tweede gaat in op ervaringen die verschil tussen gedrag kunnen veroorzaken. De derde definitie gaat er van uit dat cross-cultureel onderzoek cultuur vergelijkend onderzoek is. In de laatste twee definities is cross-cultureel vervangen door culturele psychologie. Dit stelt de vraag of je cultuur en gedrag wel los van elkaar kunt zien.

Bij de cultuur vergelijkende benadering, die wordt gerepresenteerd in de eerste drie definities, bestaan culturele condities onafhankelijk van de individuen. Deze condities zijn gerelateerd aan verschillen in gedragspatronen, zonder te implementeren dat er verschillen zijn in psychologische functies en processen. De laatste twee definities gaan er vanuit dat er ook verschillen zijn in deze psychologische functies en processen. Weinig aandacht wordt er in deze definities gegeven aan het feit dat er naast verschillen, ook overeenkomst kunnen zijn in bepaalde psychologische processen tussen culturen, of zelfs universeel zijn voor de mens.

De definitie van cross-culturele psychologie dat gehanteerd wordt in dit boek luidt:
Cross-culturele psychologie is de studie naar: overeenkomsten en verschillen in individueel psychologisch functioneren in verschillende culturele en etnoculturele groepen; naar onverwachte veranderingen in variabelen die het functioneren reflecteren; en de relatie tussen psychologische variabelen met de socioculturele, ecologische en biologische variabelen.

 

Themes of debate

Theme 1: Cultuur als intern of extern van een persoon

Tot op welke hoogt moet cultuur worden gezien als deel van een persoon (internal culture), en tot op welke hoogte als een set van condities buiten een persoon (external culture)? Als we het hebben over de Europese of Indiaanse cultuur, kunnen we kijken naar de manier waarop men geld verdient, de politieke organisatie etc.: dit is external culture. Maar we kunnen ook kijken naar ideeën, filosofieën, geloven etc.: dit is internal culture. Taal, godsdienst, kennis en geloof van een sociale omgeving raken geïnternaliseerd in een persoon. Externe condities kunnen ook factoren als klimaat, economie, armoede, contact met een nieuwe cultuur na migratie inhouden.

Lang werd er onderzoek na gedrag gedaan als een uitkomst van de sociale en culturele waarin men leeft. Een wending vond plaats toen men cultuur als iets subjectiefs ging zien, individuen geven zelf betekenis aan bepaalde dingen.

Als je ze om een mening zou vragen zouden veel cross-culturele psychologen zeggen dat je zowel rekening moet houden met interne en externe factoren. Helaas wordt er in onderzoek vaak aandacht geschonken aan slechts één van deze factoren.

Thema 2: relativisme en universalisme

Tot op welke hoogte zijn psychologische functies en processen te zien als een algemeen iets voor de mens (universalism), en tot op welke hoogte tot iets cultuur specifieks (relativism)? Voor beide stromingen zijn resultaten gevonden.

Voor lange tijd werden universalisme en relativisme gepresenteerd als een ditochomy, waar universalisme liet zien dat we de mens als een eenheid moeten zien. Relativisme daarentegen wijst ons op het verschil tussen culturen. In universalisme ligt de focus op hoe verschillende ecologische en socioculturele omgevingen impact hebben op een gedeeld menselijk functioneren en leiden tot verschillen in gedrag. In relativisme ligt de focus op hoe functies en processen een uitkomst zijn van interactie met andere individuen; ze zijn afhankelijk van cultuur.

Tussen deze extreme wordt onderscheid gemaakt tussen vier posities.

De eerste is extreem relativisme: hier gaan ze er vanuit dat alle psychologische realiteit afhangt van onze eigen interpretatie en begrip. Deze visie is wordt weinig gebruikt in de cross-culturele psychologie.

De tweede is moderate relativisme. Deze kan het best beschreven worden met het volgende citaat: “Mensen zijn geboren met de capaciteit om te kunnen functioneren in elke cultuur, maar als ze opgroeien ontwikkelen ze psychen die zijn gemaakt om te kunnen functioneren in een specifieke cultuur.” Deze visie gaat er vanuit dat psychologische functies de uitkomst zijn van organismen en hun socioculturele context.

De derde is moderate universalisme. Zij gaan er vanuit dat zowel verschillen als overeenkomsten bestaan tussen culturen en dat psychologische onderzoek van beide op de hoogte moet zijn. Deze benadering gaat er vanuit dat culturele verschillen niet automatisch betekenen dat er ook psychologische verschillen zijn. De betekenis van bepaald gedrag is afhankelijk van de cultuur, maar dat deze betekenis wel begrepen kan worden als iets algemeens.

De laatste is extreem universalisme, ook wel absolutisme. Deze benadering zegt dat gedrag niet op een belangrijke manier wordt beïnvloed door cultuur.

Thema 3: psychological organization of cultural differences

Verschillen in gedrag tussen culturele groepen zijn over het algemeen niet interessant op zichzelf, maar omdat ze worden gezien als indicators van een breder aspect van gedrag of als psychologisch functioneren. Interpretaties kunnen breed of juist heel gelimiteerd zijn. In dit boek nemen we verschillende niveaus van generaliseerbaarheid onder de loep. De discussie van het derde thema richt zich vooral op de vraag of verschillen die worden gevonden tussen culturen eigenlijk wel altijd relateren aan elkaar, of dat je ze moet zien als iets onafhankelijks.

De meest vergaande generalisaties zijn deze van culture-as-a-system. Dit kan heel nuttig zijn al je een vergelijkbare set van parameters hebt waaraan een systeem kan worden beschreven, zo dat het duidelijk wordt wel en wat niet tot het systeem behoort. Dit is op verschillende manieren gebeurd door verschillende mensen, maar helaas heeft deze benadering nooit een systematische beschrijving van cultuur kunnen maken dat vergelijking mogelijk maakt, en tegelijkertijd kritisch is naar empirische data.

Iets minder abstract zijn de interpretaties van brede culturele dimensies, waar individualisme-collectivisme en interdepent self en independent self de meest prominente voorbeelden zijn. Maar ook deze benadering heeft zijn beperkingen, het zou zorgen voor een te simpel beeld van een bevolking.

Dan is er ook een benadering die uitgaat van het verschil in ‘styles’: een concept dat gebruikt wordt om patronen te beschrijven voor cognitieve mogelijkheden; dat is hoe mensen in bepaalde culturen cognitieve problemen benaderen.

Met het concept van gedragsdomeinen is het generaliseerbare principe niet toegepast op psychologische functies, maar op gebieden van gedrag georganiseerd in termen van skills en kennis van procedures.

De bovengenoemde gemaakte concepten zijn aantrekkelijk omdat ze er voor zorgen dat je culturen kunt vergelijken.

 

Interpretatieve posities

Cultuur-vergelijkende psychologie

Cultuur-vergelijkende psychologie combineert interesses van culturele antropologen met psychologische onderzoeksmethoden. De cultuur-vergelijkende psychologie vindt zijn oorsprong in het idee dat er een universele psychisch functioneren is. In de breedste zin van het woord is universaliteit terug te vinden in basisbehoeften van de menselijke soort, zoals honger en dorst, en de behoefte aan sociale organisatie. Maar dit wordt ook in andere soorten dan de mensen terug gevonden. Universaliteit krijgt echt betekenis als je het definieert op het niveau van psychisch functioneren. Ze doen de assumptie dat psychologische concepten pas zinvol zijn als ze overal ter wereld opgaan.

De meest gangbare onderzoeksstrategie is die waarin uitgaan van de context waarin iemand leeft, waarbij ook ecologische en socioculturele factoren worden meegenomen en worden gezien als voorafgaande factoren. Psychologische variabelen zoals waarden en attitudes, maar ook gedrag dat geobserveerd kan worden wordt gezien als een uitkomst hiervan.

Een onderzoekstraditie in deze stroming focust zich op ecoculturele variabelen. Zie hiervoor box 1.1 op blz. 13 voor een schema.

De laatste jaren is de focus komen te liggen op socioculturele variabelen, vooral op waarden. Verschillen tussen landen worden weergegeven als verschillen tussen waarden, zoals individualisme-collectivisme. Verschillen in waarden wordt gezien als verschil in bijvoorbeeld de mate van socialisatie.

 

Culturele psychologie

Het motto van de cross-culturele psychologie is altijd geweest: “psychic unity of humankind”. Schweder bedacht een alternatief motto: “culture and psyche make eacht other up”. Dit indiceert dat cultuur en gedrag worden gezien als onafscheidelijk, en dat verschillen in de pscyhe zullen uitmonden in verschillen in culturele context. De culturele benadering word gedefinieerd als relativistisch, kijkend naar onderliggende processen om verschillen te verklaren. Als voorbeeld neemt men het feit dat er in etnografisch onderzoek emoties zijn gevonden die wij in het Westen niet kennen. Hiermee wordt bevestigd dat emoties niet een algemeen goed zijn, maar socioculturele constructies die cultuur specifiek zijn.

De culturele psychologie zoals wij de vandaag de dag kennen staat nog in de kinderschoenen, daarom veranderen de ideeën nog wel eens. De originele positie dat “psyche and culture makes each other up” is opgevolgd door een andere slogan: “one mind, but many mentalities”. Recent wordt er veel onderzoek gedaan naar het contrast tussen oost-Aziaten en Amerikanen, vooral naar of een persoon zichzelf definieert als geïntegreerd in de groep of als een individu die losstaat van de ander. Dit wordt gezien als interdepent construal of the self vs. independent construal of the self.

Huidig empirisch onderzoek probeert een vergelijkende benadering na te streven. Anders dan in de cultuur-vergelijkende benadering worden verschillen in psychologische variabelen geïnterpreteerd als verschil in psychologisch functioneren wat haar wortels heeft in psycholgische geschiedenis van een cultuur. Kort gezegd: in de culturele psychologie worden verschillen in waarneembaar gedrag geïnterpreteerd als verschillen in onderliggende psychologische processen en functies.

 

Inheemse psychologie

De laatste tientallen jaren hebben psychologen buiten Europa onderzoeksmethoden ontwikkeld die relevanter zijn voor de lokale bevolking dan de Westerse methoden. Deze ontwikkeling heet de inheemse psychologie.

Historische psychologie als een wetenschap is belangrijk geweest in niet-Westerse wereld. Psychologen buiten Europa en Amerika gebruikten eerst de methoden die ze waren aangeleerd in het Westen, maar ze ontdekten dat deze niet altijd relevant zijn voor de lokale bevolking in de niet-Westerse wereld.

Grote nadruk ligt in de inheemse psychologie op psychologische concepten waar geen Engels woord voor is, zoals bijvoorbeeld amae in het Japans wat behoeft aan afhankelijkheid betekent.

Maar de voornaamste reden dat inheemse psychologie is ontstaan is het opvallende probleem dat landen met een laag inkomen niet vaak worden onderzocht door Westerse onderzoekers. In dit boek wordt voor het arme deel van de wereld de term majority world gebruikt.

De term inheemse psychologie is eigenlijk een misvatting op twee manier. Ten eerste wekt het de illusie dat de westerse psychologie losstaat van deze psychologie, terwijl het eigenlijk net zo goed een onderdeel van is.

Ten tweede, als er behoefte is aan een vorm van lokale psychologie, dan moeten er meer inheemse psychologen komen, in principe één psycholoog per cultuur.

De traditie binnen de inheemse psychologie hangt meer naar het relativisme dan naar het universalisme, omdat het unieke psychologische concepten per cultuur erkent. Inheemse pyschologie en culturele psychologie delen hierin hun opvating. Er is ook een andere kant aan inheemse pychologie: ze willen vooral de westerse concepten van de methoden binnen de psychologie overstijgen. Psychologie relevant maken buiten het Westen heeft weer meer weg van een universalistische benadering.

 

Het ontwerpen van cross-cultureel onderzoek

Sampling

Het begrip van ‘een’ cultuur als verschillend van een andere cultuur wordt in dit boek op twee manieren naar voren gebracht. Allereerst refereert het naar een groep personen die bepaalde artifacts en mentifacts (ideeën, geloven, conventies) in gelijkenis hebben. In de tweede betekenis komt het naar voren als een repertoire aan gedrag, zowel direct waarneembare als niet direct waarneembare gedragingen bevatten.

Twee begrippen worden als karakteristiek gezien om culturen van elkaar te onderscheiden. Allereerst moet de variantie tussen twee populaties in gedrag een groot deel uitmaken van de totale variantie. We noemen dit differentiatie.

Het tweede begrip is permanentie. Een cultuur bestaat nog verder dan het psychologische, omdat het kan blijven bestaan als de oorspronkelijke leden er niet meer zijn.

De verschillen tussen culturen, ook wel cultunits, moeten op een bepaalde manier geselecteerd worden. Als er onderzoek wordt gedaan naar maatschappelijke variabelen, is het logisch om onderscheid te maken aan de hand van de staat. Als er een populatie is gekozen, moet er een sample worden gemaakt. Het is belangrijk om deze representatief te laten zijn. Veel cultuur-vergelijkend onderzoek is gedaan onder studenten (niet representatief voor de rest van de bevolking), waardoor er culturele homogeniteit ontstaat.

We kunnen uit dit alles twee conclusies trekken. Allereerst dat de selectie van culturele populaties geleid moet worden door duidelijke overweging over de eigenschap die de populaties van elkaar onderscheidt.

Daarnaast, ook al zal er tot op een bepaalde hoogte sprake van zijn, moet men oppassen met een bepaalde sample (bv. Studenten) als representatief te zien voor de gehele populatie. Dit leidt tot een verkeerd beeld van culturele verschillen.

 

Kwalitatieve en kwantitatieve benaderingen

Het grootste onderscheid in onderzoek wordt gemaakt tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. De kwalitatieve methode vindt zijn wortels in de etnografieën van cultureel antropologen. (In box 1.2 op blz. 23 wordt uitgebreid uitgeleid wat het verschil is tussen emic en etic approaches.) Kwalitatief onderzoek vindt plaats in een natuurlijke setting en wordt ook wel veldonderzoek genoemd. De gebruikte methodes zijn interactief, zien participanten als betrokkenen in plaats van subject zoals bij surveys. De onderzoek interpreteert de data, en reflecteert kritisch op zijn of haar eigen rol.

Maar er wordt ook kritiek geleverd op deze manier van onderzoek doen. Allereerst is de uitkomst van het onderzoek sterk afhankelijk van de onderzoeker. Er zijn geen regels aan het interpreteren van de uitkomst, het gaat om het inzicht van de onderzoeker.

Ten tweede is dat er geen formele procedure bestaat om de validiteit van de resultaten te meten.

De meeste onderzoekers gebruiken voornamelijk kwantitatieve methoden, gebaseerd op het experimentele paradigma binnen de psychologie. Bepaalde culturele condities vormen de onafhankelijke variabele, en bepaald gedrag vormt de afhankelijke variabele. De meest gebruikte methoden zijn instrumenten die een waarde kunnen geven aan iets (zoals intelligentietest) en het (quasi)experimentele ontwerp. Maar ook aan de kwantitatieve benadering zitten tekortkomingen. Bij quasi-experimenten zijn er veel variabelen waar men geen controle over heeft, waardoor vergelijkingen maken lastig is.

 

Dealing with threats to interpretation

Porteus heeft onderzoek gedaan naar intelligentie aan de hand van een doolhof. Hij liet mensen over heel de wereld zijn doolhof oplossen. Hij zag inzicht en planning als factoren om intelligentie te meten. Er kwam uit dat de bosjesmannen het domste waren, en de witte westerse groepen het slimst. Porteus ging er vanuit dat: 1. Intelligentie op precies dezelfde manier werd gemeten, ook al verschilt de cultuur. 2. Scores van de test een goede weergave zijn van de intelligentie in het algemeen. 3. Verschillen zeggen iets over de culturen waarin men leeft.

De eerste assumptie houdt in dat de uitslagen van de test vrij zijn van cultural bias. De tweede houdt in dat de score kan worden gegeneraliseerd naar algemene intelligentie. De derde assumptie houdt in dat individuele scores iets zeggen over de intelligentie in de cultuur in het algemeen en de verschillen daartussen. We zullen nu kijken hoe elk van deze assumpties kan leiden tot over-interpretatie van culturele verschillen.

 

Equivalence of concepts and data

We noemen scores gelijkwaardig als ze hetzelfde kunnen worden geïnterpreteerd door twee personen van verschillende culturen. Een gebrek aan vergelijkbaarheid kan een consequentie zijn van de cultural bias. Conceptuele gelijkwaardigheid impliceert dat een domein in iedere cultuur een bepaalde waarde heeft om het te mogen vergelijken met elkaar.

 

Er zijn drie levels van gelijkwaardigheid opgesteld door Van de Vijver. Deze levels kunnen worden geïllustreerd aan de hand van temperatuurmetingen.

  • Structurele gelijkwaardigheid: houdt in dat het zelfde wordt gemeten, maar op een andere schaal. (temperatuurmetingen die worden gemaakt op een Celcius schaal, of een Fahrenheit schaal)

  • Metrieke gelijkwaardigheid: houdt in dat het verschil tussen twee scores hetzelfde inhoudt, ongeacht in welke cultuur het is gevonden (metingen op een Celcius en een Fahrenheit schaal, waar de intervallen op de schaal even groot zijn, maar omdat het absolute nulpunt verschilt, kunnen de metingen niet direct vergeleken worden)

  • Schaal gelijkwaardigheid: houdt in dat scores van een bepaalde waarde dezelfde betekenis hebben cross-cultureel, en op dezelfde manier geïnterpreteerd kunnen worden. (temperatuurmetingen gemaakt met een Celcius thermometer en een andere Celcius thermometer)

 

Generalisatie

Psychologisch data zijn zelden interessant op zichzelf: ze zijn bedoeld om een breder domein te kunne representeren. Een vaak gemaakte onderscheiding is die tussen performances en competences. Performances zijn gedragingen van individuen, inclusief scores van testen. Competences zijn de kwaliteiten van een individu die deze performance mogelijk maken. Een verder scheiding kan worden gemaakt tussen comptences en de onderliggen psychische processen. Soms wordt deze scheiding gemaakt door te suggereren dat psychologische processen worden gedeeld door mensen in elke cultuur, maar dat competences en de culturele realisatie verschillen.

 

De generalisatie theorie werd bedacht door Cronbach. Hij beweert dat een meting een sample vormt voor de gehele set aan mogelijke gedragingen die de meting kan bevatten. In andere woorden, een meting is interessant als het een goede representatie is van de set van gedragingen waar het naar wordt gegeneraliseerd.

 

Distinguishing culture-level and individual-level variance

Er zijn twee niveaus van analyse: het individuele niveau en het culturele niveau, waar elk individu een oorsprong kent in zijn of haar cultuur. Op zulke data moet een multilevel analyse worden uitgevoerd. Dit is belangrijk omdat men kan veranderen in level, en zo kan de data ook veranderen van betekenis.

Om data te kunnen vergelijken moet men de culturele populatie representeren met één score. Er wordt een gemiddelde genomen van alle individuen, dit wordt aggregration genoemd. Het tegenovergesteld is disaggregation. Dit gebeurt wanneer populatie-level informatie wordt gebruikt om iets over een individu te zeggen. Er kan isomorphism zijn tussen de twee levels, dit betekent dat de individuele en de culturele data dezelfde structuur hebben.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Uitgebreide samenvatting van h1 t/m 8 van het boek. Gebaseerd op meest recente druk.

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)