Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Het belang van het kind in het Nederlands recht (Kalverboer en Zijlstra)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Ontwikkelingsvoorwaarden

In de juridische praktijk wordt vaak een lijst van ontwikkelingsvoorwaarden voor kinderen gebruikt. Deze lijst is in 1989 opgesteld door Bartels & Heiner. In dit boek wordt gekeken of deze lijst nog steeds actueel is en of deze lijst ook uitgebreid zou moeten worden.

 

De ontwikkeling van het kind wordt beïnvloed door de omgeving. De relatie tussen omgevingsfactoren en de ontwikkeling van het kind resulteert in de persoonlijkheid van het kind. In het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) zijn twee artikelen erg belangrijk, dit zijn artikel 3 (eerste lid) en 6. De strekking van deze artikelen zijn als volgt:

 

  • Artikel 3, lid 1: Bij alle maatregelen betreffende kinderen dienen de belangen van het kind een eerste overweging te zijn

  • Artikel 6: Het kind heeft het recht zich te ontwikkelen

 

Als optimale ontwikkelingscondities worden door Bartels & Heiner genoemd:

  1. Adequate verzorging

  2. Veilige fysieke omgeving

  3. Continuïteit en stabiliteit

  4. Interesse

  5. Respect

  6. Geborgenheid, steun en begrip

  7. Een ondersteunende flexibele structuur

  8. Veiligheid

  9. Adequate voorbeelden

  10. Educatie

  11. Omgang met leeftijdsgenoten

  12. Contact over en met eigen verleden

 

Ad. 8: Veiligheid.

Wat is veiligheid? Veiligheid kent de volgende drie kenmerken:

  1. de behoefte aan een volwassene die overzicht en structuur brengt in het leven van het kind

  2. de behoefte aan een volwassene van wie de aanwezigheid leidt tot vermindering van angst

  3. de behoefte aan een volwassene die continuïteit en stabiliteit bewerkstelligt en tevens voldoende ruimte laat voor eigen wensen en initiatieven

 

Wanneer aan bepaalde ontwikkelingsvoorwaarden langere tijd niet kunnen worden voldaan vormen deze risicofactoren voor de ontwikkeling van het kind.

 

De optimale ontwikkelingscondities zoals die door Bartels & Heiner zijn geformuleerd worden nu aan de hand van literatuurstudie onderworpen aan de toets van de tijd: zijn de ontwikkelingscondities nog steeds actueel? Dit gebeurt puntsgewijs.

 

1. Adequate verzorging

Zorg voor gezondheid en voor fysiek welbevinden, zoals het bieden van ruimte, verwarming, kleding, persoonlijk eigendom, voeding en inkomen.’

 

Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkelingsconditie nog steeds van belang is voor het kind. Wel wordt er gepleit voor een uitbreiding van deze conditie. Gewezen wordt op het belang van de sociaal-economische status. Een lagere sociaal-economische status van een gezin vormt een risicofactor voor de ontwikkeling van een kind. Dit komt omdat een lagere sociaal-economische status vaak samen hangt met zaken als: financiële problemen, slechte huisvesting, wonen in een achterstandsbuurt, werkloosheid, lage opleiding, sociale uitsluiting, criminaliteit en verslavingsproblematiek. Het leven in armoede kan betekenen dat een adequate verzorging niet in voldoende mate plaats kan vinden. Van het leven in armoede kan ook een indirecte invloed uitgaan: ouders die leven in armoede hebben vaak verhoogde stress. Gestreste ouders reageren anders op hun kind wat effect heeft op de ontwikkeling van het kind. Bij de actuele definiëring van adequate verzorging wordt dan ook toegevoegd dat de ouders geen zorgen ervaren met betrekking tot de ontwikkelingsconditie adequate verzorging.

 

2. Een veilige fysieke omgeving

De woning is niet gevaarlijk, de omgeving evenmin, er zijn geen bedreigende toxische invloeden.’

 

Ook deze ontwikkelingsvoorwaarde wordt nog steeds van groot belang geacht. In de literatuur wordt vaak een scheiding gemaakt tussen de directe fysieke omgeving en de wijdere omgeving waarin het kind opgroeit. Als risicofactoren in de directe fysieke omgeving worden onder andere genoemd: geweld in het huwelijk, (kinder)mishandeling, geweld op tv, onveiligheid in de buurt of op school. Als risicofactoren in de wijdere omgeving worden onder andere genoemd oorlogen en natuurrampen.

 

3. Stabiliteit en continuïteit

Stabiliteit in de levensomstandigheden, continuïteit in de verzorging en gunstige ontwikkelingen voortzetten.’

 

De trend van tegenwoordig is dat aan stabiliteit en continuïteit grote waarde wordt gehecht. Bij de keuze voor wel of niet terugplaatsing naar de biologische ouders wordt de keuze vaak gebaseerd op het belang dat gehecht wordt aan stabiliteit en continuïteit. De stabiliteit in de levensomstandigheden kunnen door verschillende stressvolle gebeurtenissen verstoord worden. Gebeurtenissen kunnen ongewenst, ambigue of gewenst zijn.

De stabiliteit kan verstoord worden door verhuizingen, verandering van school, instabiliteit in de gezinssamenstelling, opgroeien in levensbedreigende omstandigheden (oorlogen, natuurrampen, bomaanslagen).

De spraak-taalontwikkeling, de sociaal-economische ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling beïnvloeden elkaar wederzijds. Taal is van groot belang voor de verdere spraak-taalontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling en de sociaal-economische ontwikkeling. Bij het ontwikkelen van een eigen identiteit speelt communicatie een belangrijke rol. Door middel van communicatie bouwt het kind bovendien relaties met de sociale omgeving op (ervaren van belangrijk zijn, erkend en herkend voelen). Gewezen wordt dan ook op het belang van stabiliteit tussen de taal die de omgeving spreekt en de taal die het kind zelf spreekt.

Continuïteit is van belang in verband met hechting. Onveilige hechting leidt vaak tot gedragsproblemen bij het kind. Van een goede hechtingsrelatie is sprake indien:

  • de ouder gericht is op het kind en blijft als dat nodig is

  • het kind ervaart dat aan zijn behoeften wordt voldaan, zich meer gaat richten op die persoon en vertrouwen krijgt in de betreffende ouder

 

Doordat het kind vertrouwen krijgt in zijn ouder, krijgt het kind ook vertrouwen in anderen. Daarnaast ontwikkelt het kind een gevoel van eigenwaarde. Een hechtingsrelatie is selectief, duurzaam en persoonsgebonden. Continuïteit in een hechtingsrelatie is dan ook van groot belang.

In de definiëring werd verder gesproken over het voortzetten van gunstige ontwikkelingen. Gedacht kan dan worden aan werk, opleiding en de relatie met een belangrijk persoon uit de omgeving. Het bieden van een toekomstperspectief is van groot belang voor de identiteitsontwikkeling van het kind. Zekerheid over de toekomst en het daarbij horende gevoel van het kind zelf richting aan zijn of haar leven te kunnen geven is cruciaal. Een gunstige ontwikkeling kan echter pas worden voortgezet indien aan de overige condities wordt voldaan. Voor een duidelijk en concreet toekomstperspectief vormen stabiliteit en continuïteit basale voorwaarden. Er wordt dan ook voor gepleit om de voorwaarde ‘stabiliteit en continuïteit’ te actualiseren, zo, dat het onderdeeltje ‘een gunstige ontwikkeling voortzetten’ hieruit verwijderd wordt. Later zal dit onderdeel een andere plaats krijgen.

 

4. Interesse

Interesse in de jeugdige, in zijn leefwereld en persoon, bij voorkeur van de verzorger’.

 

Voor de ontwikkeling van het kind wordt een autoritatieve opvoedingsstijl als meest optimale opvoedingsstijl beschouwd. Een autoritatieve opvoedingsstijl wordt gekenmerkt door opvoeders die geïnteresseerd zijn in hun kind en een open communicatie tussen ouders en kind. Een open relatie tussen ouders en kind heeft een gunstig effect op de ontwikkeling van het kind. De definiëring zoals die hierboven is weergegeven is nog steeds in zijn geheel actueel.

 

5. Respect

De behoeften, wensen, gevoelens en verlangens van de jeugdige worden serieus genomen. In elk geval door de verzorger(s) maar het is ook wenselijk dat dit gebeurt door anderen met wie de jeugdige in aanraking komt’.

 

Binnen een autoritatieve opvoedingsstijl wordt de relatie tussen ouders en kind gekenmerkt door respect. Het tonen van respect voor het individu van het kind wordt gezien als een beschermende factor voor de ontwikkeling van het kind. Als er sprake is van tegenovergestelde zaken van respect, zoals:

  • afwijzing door het thuismilieu

  • vijandigheid en agressie in de ouder-kindrelatie

  • ruzies en conflicten tussen ouders

  • niet consistent reageren op, of het negeren van gevoelens en behoeftes van het kind

 

Ouders die zichzelf niet gerespecteerd voelen door bijvoorbeeld de samenleving of hun werkomgeving en zich soms gekwetst voelen door hun eigen kinderen, hebben vaak een lage zelfwaardering. Een lage zelfwaardering van ouders vergroot de kans dat deze negatieve gevoelens worden afgereageerd op hun kinderen. Een responsieve, koesterende houding van ouders is de optimale basis voor het ontstaan van een veilige hechtingsrelatie. Een responsieve en sensitieve reactie op de behoeftes en signalen van het kind door de omgeving leiden ertoe dat het kind competentie, zelfstandigheid en zelfvertrouwen verwerft. Vanuit de literatuur wordt dus nadruk gelegd op respect zoals die naar voren komt in de omgeving van het kind. De actuele definiëring zou dan ook aangepast moeten worden met meer nadruk op het belang van de omgeving bij het serieus nemen van de behoeften, wensen, gevoelens en verlangens van het kind.

 

6. Geborgenheid, steun en begrip

Geborgenheid, steun en begrip van tenminste één volwassene, bij voorkeur de verzorger.’

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de beschikbaarheid van ondersteuning vanuit de omgeving en het daadwerkelijk gebruik maken van deze ondersteuningsbronnen. Vaak is het voldoende te weten dat je elk moment steun in kan roepen waardoor mensen vaak tot meer in staat zijn en concrete steun vaak overbodig blijkt te zijn. Steun kan gegeven worden vanuit de familie, buren, kennissen en formele bronnen zoals de school, een vereniging of een sportclub. Steun kan betrekking hebben op emotioneel, cognitief, sociaal en materieel gebied. Naast steun werd geborgenheid en begrip genoemd. Zowel geborgenheid als begrip wijzen op een bepaalde sfeer waarin een kind opgroeit. Een warme omgeving waarbinnen een kind opgroeit, draagt zorg voor een adequate identiteitsontwikkeling. Een warm klimaat kent twee uitersten. Het ene uiterste is het ontbreken van warmte in de omgeving, het andere uiterste is dat een kind ‘overbeschermd’ wordt. Beide uitersten zijn risicofactoren voor de ontwikkeling van het kind.

Uitgaande van de informatie afkomstig uit literatuuronderzoek stellen de auteurs voor de definitie als volgt aan te passen:

Affectief klimaat: Geborgenheid, steun en begrip vanuit de omgeving, passend bij het kind en tot uiting komend in de relatie die het kind met zijn ouder heeft.’

 

7. Een ondersteunende, flexibele structuur

Een ondersteunende, flexibele structuur, aangepast aan de jeugdige:

  • Voldoende regelmaat in het leven van alledag

  • Aanmoediging en stimulering

  • Het stellen van realistische eisen

  • Het stellen van grenzen en het geven van regels

  • Het geven van inzicht in en argumenten voor de gestelde grenzen en regels

  • Het voldoende ruimte laten aan de jeugdige voor eigen wensen en vrijheid voor eigen initiatief en experimenten, evenals de vrijheid om over de structuur te (leren) onderhandelen

  • De jeugdige krijgt niet meer verantwoordelijkheid dan hij aan kan en ervaart binnen die begrenzing de gevolgen van zijn gedrag, leert zo de gevolgen te schatten en zijn gedrag af te wegen’

 

Ook hier wordt gewezen op de positieve bijdrage die een autoritatieve opvoedingsstijl hieraan kan leveren. Met betrekking tot een ‘ondersteunende, flexibele structuur’, wordt een autoritatieve opvoedingsstijl gekenmerkt door het stellen van grenzen en eisen, uitleg van regels en grenzen, overdracht van waarden en normen, controle van het gedrag van het kind, aanmoedigen van zelfstandig gedrag en het plaatsvinden van overleg met kinderen.

Rink benadrukt het belang van regelmaat in het leven van alledag voor de ontwikkeling van het kind. In het door Rink ontwikkelde viervariabelenmodel komt ‘regelmaat’ tot uitdrukking door de variabele situatietypes (de zogenaamde St.--variabele). Situatietypes worden door Rink omschreven als ‘een regelmatig terugkerend moment in het dagelijkse opvoedingsgebeuren, dat herkend wordt omdat het een constante identiteit heeft’. Voorbeelden van situatietypes zijn: opstaan en naar school gaan, eten, thuiskomen uit school, naar bed gaan enz. Ook Slot & Spanjaard wijzen op het belang van regelmaat. Volgens hen helpt de dagelijkse routine bij het creëren van een leefbare en overzichtelijke situatie, wat weer van belang is voor de ontwikkeling van het kind. Structuur in de dag betekent structuur in het leven van een kind.

 

Zodra ouders hun kind aanmoedigen en stimuleren stellen zij automatisch eisen aan hun kind. Ouders moeten kinderen stimuleren met nuttige zaken zoals praktische vaardigheden, taal, speelgoed, boeken, uitstapjes maar ook zaken gericht op andere personen zoals leren gehoorzamen en respect tonen. Een ontwikkelingsstimulerende houding van ouders heeft een beschermende invloed op risicofactoren. Het aanleren van nieuwe vaardigheden gebeurt door middel van instructie. De definitie van instructie is als volgt: het kind voorzien van nieuw informatie waarmee het nieuwe kennis en vaardigheden kan ontwikkelen.

Kinderen hebben regels en grenzen nodig om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Het belang van inzicht in het ‘waarom’ van regels wordt daarnaast ook vaak benadrukt. Verder is uit onderzoek gebleken dat het uitoefenen van controle van de ouders grote invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen. Er zijn verschillende manieren van controle mogelijk. Een controle die gunstig is voor de ontwikkeling van het kind is een controle die gekenmerkt wordt door democratie en monitoring. Daar staat tegenover dat een rigide en dwingende controle-uitoefening een negatieve invloed heeft op de aanpassing en ontwikkeling van kinderen. Het doel van controle is het gedrag van het kind reguleren. Controle kan plaatsvinden door middel van straf, instructie, gebieden, belonen en negeren.

Voor het ontwikkelen van de eigen identiteit is het belangrijk dat een kind de ruimte krijgt om zijn eigen persoonlijkheid te ontdekken, bijvoorbeeld de ruimte om zelf met een conflict om te gaan.

 

Aan de hand van het ontwikkelingsniveau moet in de gaten gehouden worden welke verantwoordelijkheid en zelfstandigheid het kind aankan. Bewustwording van de gevolgen van het eigen gedrag geschiedt op basis van hoe de omgeving reageert op het gedrag van het kind. Een adequate manier van controle bestaat onder andere uit een consistente reactie op het gedrag van het kind.

Aan de hand van de literatuur blijkt dus dat de oorspronkelijke definiëring van Bartels & Heiner hier en daar wat aanvulling nodig is. Dit leidt tot de volgende actuele definiëring:

Een ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur:

  • voldoende regelmaat in het leven van alledag

  • aanmoediging, stimulering, geven van instructie en het stellen van realistische eisen

  • het stellen van grenzen, het geven van regels, het geven van inzicht in en argumenten voor de gestelde grenzen en regels

  • het uitoefenen van controle op het gedrag van het kind

  • het voldoende ruimte laten aan het kind voor eigen wensen en vrijheid voor eigen initiatief en experimenteren, evenals de vrijheid om over de structuur te (leren) onderhandelen

  • het kind krijgt niet meer verantwoordelijkheid dan hij aankan en ervaart zo binnen die begrenzing de gevolgen van zijn gedrag en leert zo de gevolgen in te schatten en zijn gedrag af te wegen

 

8. Veiligheid

Veiligheid is een basale ontwikkelingsconditie. Als aan de eerste zeven voorwaarden is voldaan wordt automatisch aan de conditie van veiligheid voldaan. Afgezien van de hierboven beschreven voorwaarden kan de minimale behoefte aan veiligheid ook omschreven worden als: de behoefte aan een volwassene die overzicht en structuur brengt in het leven van de jeugdige, wiens aanwezigheid angstreducerend werkt, die continuïteit en stabiliteit bewerkstelligt en die de jeugdige voldoende ruimte laat voor eigen wensen en initiatief.’

 

Ieder kind heeft behoefte aan veiligheid. Veiligheid kan in de eerste plaats geboden worden door ouders door middel van het bieden van een veilige thuisbasis waarin groeimogelijkheden voor het kind gegarandeerd zijn. Bartels en Heiner stellen dat wanneer aan voorgaande condities (1 t/m 7) is voldaan, er automatisch aan de voorwaarde ‘veiligheid’ wordt voldaan. De auteurs van dit boek vinden dat daarmee de andere condities (9 t/m 12) te kort wordt gedaan: alle condities zijn van invloed op de mate waarin in de veiligheidsbehoefte van het kind wordt voorzien. Als aanvulling op de oorspronkelijke definitie willen zij dan ook toevoegen dat als aan alle ontwikkelingsvoorwaarden is voldaan, er optimaal in de veiligheidsbehoefte van het kind wordt voorzien en een positieve ontwikkeling van het kind in de toekomst gewaarborgd kan worden.

 

9. Adequate voorbeelden

De jeugdige komt in contact met andere kinderen en volwassenen van wie hij gedrag, optreden, normen en waarden kan overnemen die voor hem nu en waarschijnlijk later van belang zijn.’

De autoritatieve opvoedingsstijl wordt gekenmerkt door een positieve identificatie met de ouders. Bij gebrek aan een adequaat identificatiefiguur wordt de kans op scheefgroei in de ontwikkeling vergroot. Dit vergroot op zijn beurt weer de kans dat iemand op latere leeftijd crimineel gedrag gaat vertonen. Het welzijn van ouders heeft een grote invloed op hoe een ouder met zijn kind omgaat en hoe het kind zijn ouders ziet. Het welzijn kan bijvoorbeeld negatief beïnvloed worden door werkloosheid, oorlog of het moeten missen van een dierbaar iemand. Het welzijn van ouders en hoe ze reageren op hun kind, heeft gevolgen voor hoe het kind de ouders zien. Ouders met veel problemen zijn dan ook vaak geen adequate voorbeelden en bevorderen een adequaat ontwikkelingsverloop van een kind niet. Kinderen nemen gedrag en manieren over zoals zij die in hun eigen leven meekrijgen. Als in een gezin bepaalde gedragingen of manieren van reageren normaal en geaccepteerd zijn, zal een kind deze als voorbeeld voor het eigen gedrag hanteren en dezelfde patronen aanleren. Het belang van adequate voorbeelden wordt ondersteund door de sociale leertheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat gedrag geleerd wordt op basis van gedrag van andere belangrijke personen (modellen) uit de omgeving. Kinderen nemen zowel bewust als onbewust gedrag van personen uit de omgeving over. De omgeving vervult een modelfunctie met betrekking tot het aanleren van vaardigheden, omgangsvormen, fatsoensnormen en communicatie met anderen. Als aanvulling op de oorspronkelijke definitie willen de auteurs toevoegen dat de ouder van het kind een belangrijke voorbeeldfunctie heeft.

 

10. Educatie

Kinderen en jongeren dienen scholing en opleiding te krijgen, en de gelegenheid tot het ontplooien van talenten (bijvoorbeeld sport of muziek).’

 

De ontwikkeling van het kind wordt op school gestimuleerd op diverse ontwikkelingsgebieden. Het verkleint de kans op een sociaal isolement, het zelfvertrouwen van het kind wordt vergroot, het kind ontmoet andere kinderen en gaat vriendschappen aan en door bijvoorbeeld het volbrengen van een opdracht doet het kind positieve ervaringen op.

Ook andere activiteiten in de vrije tijd stimuleren de ontwikkeling van het kind. Zo stimuleert buiten spelen de motorische en sociale ontwikkeling van kinderen. De oorspronkelijke definiëring van educatie volstaat nog steeds.

 

11. Omgang met leeftijdsgenoten

Omgang met leeftijdsgenoten in gevarieerde situaties.’

 

Vooral in de jonge adolescentiefase zijn vrienden voor jongeren erg belangrijk. Positieve contacten met leeftijdsgenoten zijn van groot belang. Jongeren kunnen leeftijdsgenoten steun bieden, ze kunnen positieve reacties van leeftijdsgenoten ontvangen, sociale vaardigheden van elkaar leren, experimenteren met sociale rollen, het is van belang voor het ontwikkelen van waarden en normen en het geeft perspectief op de integratie in de samenleving van volwassenen. Het ontbreken van vriendschappen met leeftijdgenoten verhoogt de kans op psychosociale problematiek. Deze kinderen ontwikkelen een negatieve sociale identiteit, wat betekent dat zij zich zorgen maken om wat andere mensen van ze vinden. Wel is het van belang dat de tijd die een jongere doorbrengt met zijn leeftijdgenoten in balans is met de tijd die een jongere doorbrengt met zijn oudere. Wanneer een jongere te veel tijd met leeftijdgenoten doorbrengt wordt de kans groter dat de betreffende jongere delinquent wordt. Aan de oorspronkelijke definitie wordt nog toegevoegd dat de omgang met andere kinderen in gevarieerde situaties bij de belevingswereld en het ontwikkelingsniveau van het kind moet passen.

 

12. Kennis over en contact met eigen verleden

  • de jeugdige heeft recht op een zo eerlijk mogelijk verhaal over de eigen afkomst als hij daar aan toe is, en zo nodig hulp bij het verwerken ervan

  • contact met de biologische ouders of significante figuren uit het eigen verleden, en zo nodig opvang en begeleiding daarbij als de jeugdige dit wenst en eraan toe is, en als het niet uitdrukkelijk ongewenst is

  • integratie in het huidige leven van vroegere ervaringen om het psychosociaal functioneren te verbeteren, indien gewenst en geïndiceerd’

 

Voor zowel adoptie als pleegkinderen geldt dat vragen over hun afkomst naar voren komen in de adolescentiefase. Afhankelijk van hoe de omgeving op deze vragen reageert, of ouders hierover een open of een gesloten houding hebben, gaan kinderen op een bepaalde manier om met de vragen rondom hun afkomst. Wanneer ouders een gesloten houding hebben is het gevolg vaak dat kinderen zich in de zoektocht naar de biologische ouders vastbijten omdat zij zich tegengewerkt voelen door hun omgeving. Kinderen die met vragen over hun biologische ouders blijven zitten komen relatief vaak in het hulpverleningscircuit terecht. Kennis over en contact met het eigen verleden zijn dus van belang voor een adequaat verloop van de psychosociale ontwikkeling. Deze ontwikkelingsvoorwaarde is nog steeds in zijn geheel actueel.

 

Wijzigingen in de ontwikkelingsvoorwaarden

De ontwikkelingsvoorwaarden van Bartels en Heiner hebben geleid tot het model ‘Belang van het kind en voorwaarden voor ontwikkeling’. Door de auteurs zijn de volgende wijzigingen aangebracht in het model:

  • Geen conditie veiligheid: de vraag of er sprake is van veiligheid kan worden vertaald naar de vraag of een optimale ontwikkeling van het kind kan worden gewaarborgd.

  • Toevoeging aspect tijd: hierdoor wordt de betekenis van een specifieke conditie duidelijk met betrekking tot het nu, later, vroeger of voortdurend aanwezig zijn. Om deze reden wordt de conditie ‘kennis over en contact met het eigen verleden’ niet aan het actuele model toegevoegd.

  • Condities aanwezig in gezin, samenleving, of in beide: condities kunnen verdeeld worden naar aanwezigheid in het gezin, de samenleving of beide.

  • Onderscheid tussen fysiek welbevinden en opvoeding.

  • Geborgenheid, steun en begrip: in het model wordt deze conditie opgesplitst in twee condities, namelijk ‘affectief klimaat’ (omvat geborgenheid, steun en begrip in de gezinssituatie) en ‘sociaal netwerk’ (steun aan het kind en het gezin vanuit de samenleving). Wanneer de opvoedingssituatie onder druk staat wordt de rol en inzet van het sociaal netwerk van groot belang.

 

Nieuw model

Het model ‘Belang van het kind en voorwaarden voor ontwikkeling’ van Kalverboer en Zijlstra ziet er nu als volgt uit:

 

Ontwikkelingsvoorwaarden in het gezin

Actuele situatie

 

Fysiek welzijn

  1. Adequate verzorging

  2. Een veilige fysieke directe omgeving

 

Opvoeding

  1. Affectief klimaat

  2. Een ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur

  3. Adequaat voorbeeldgedrag van de ouder

  4. Interesse

 

Toekomst en verleden

  1. Continuïteit in opvoeding en verzorging, toekomstperspectief

 

Ontwikkelingsvoorwaarden in de samenleving

Actuele situatie

  1. Een veilige fysieke wijdere omgeving

  2. Respect

  3. Sociaal netwerk

  4. Educatie

  5. Omgang met leeftijdgenoten

  6. Adequaat voorbeeldgedrag samenleving

 

Toekomst en verleden

  1. Stabiliteit in levensomstandigheden, toekomstperspectief

 

De centrale vraag bij de beoordeling is of het kind zich in de toekomst optimaal kan ontwikkelen. Is aan alle voorwaarden voor optimale ontwikkeling voldaan, dan kan een positieve ontwikkeling van het kind in de toekomst gewaarborgd worden.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Donateur met JoHo abonnement