Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Samenvatting Bastard culture! How User Participation Transforms Cultural Production (Mirko Tobias Schaefer, 1, 2011)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Introductie

 

In 1983 was er bijzonder veel aandacht voor de pc als machine. Het werd ook wel ´machine van het jaar´ genoemd. Dit kan worden gezien als een belangrijk punt in het ontstaan van de informatiemaatschappij. In de laatste dertig jaar is de pc een medium geworden dat dagelijks wordt gebruikt voor zowel werk, ontspanning als vermaak. Het internet heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Hierdoor werden alle computers met elkaar verbonden, waardoor een wereldwijd informatienetwerk kon ontstaan. Het heeft de gebruikers de mogelijkheid gegeven om grote hoeveelheden data online te publiceren, te organiseren en te delen. Daarbij heeft het wereldwijde web ervoor gezorgd dat computers gezamenlijk gebruikt kunnen worden, en de pc werd in 1995 dan ook officieel een massamedium.

 

Het resultaat van bovenstaande trends noemt men participatiecultuur. Dit beschrijft de nieuwe rol van mensen in culturele productie. Participatie is een belangrijke term wanneer wordt gesproken over de nieuwe media. Mensen zijn niet langer passieve gebruikers, maar actieve participanten (in culturele productie). Het is niet meer zo dat mensen de media gepresenteerd krijgen dat zij die ‘consumeren‘. Zij zijn zelf ook media gaan creëren, of bestaande media gaan veranderen. De term Web 2.0 is daarbij ook belangrijk. Dit verwijst naar een verzameling van webtechnologieën die het mogelijk maken makkelijk dingen te publiceren en te delen op het internet. Veel mensen zijn hierdoor gaan ´socializen´ en dingen gaan produceren. Deze producties noemt men ´user-generated content´ (UGC).

 

Echter, men moet niet te enthousiast zijn over deze nieuwe gebruikersactiviteiten. Het betekent immers niet dat de onderliggende machtsstructuren verdwijnen. Hiermee doelt de auteur op de macht die de cultuurindustrieën hadden toen mensen zelf niks konden inbrengen in wat er werd gepubliceerd. De cultuurindustrie creëerde, en de mensen consumeerden. Maar in deze nieuwe participatiecultuur hebben mensen veel meer invloed op wat er precies aan cultuur wordt geproduceerd. Sommige wetenschappers stellen dan ook dat de cultuurindustrieën hun macht verliezen. Maar dit is onjuist. De traditionele bedrijven passen zich aan en vinden nieuwe manieren om geld te verdienen. Daarbij proberen ze controle te krijgen over de culturele productie van gebruikers en hun eigen intellectuele eigendommen. De ´cultuurindustrie´ verdwijnt dus niet, maar verandert. De interacties tussen gebruikers en corporaties, en de relatie tussen markten en mediapraktijken zijn sterk met elkaar verbonden. De term ´bastard culture´ doelt dan ook op het feit dat de meest heterogene participanten en activiteiten met elkaar zijn verbonden, die een mix aan cultuurproductie opleveren.

 

Technologische vooruitgang ≠ sociale vooruitgang

In de maatschappij bestaat het idee dat sociale vooruitgang zal volgen uit technologische vooruitgang. Participatie speelt een rol in dit idee, samen met het gevecht tegen uitsluiting van politieke besluitvorming en tegen uitsluiting van bezit van productiemiddelen en het creëren van media-inhoud. Dit zal later worden toegelicht.

 

Maar dit idee heeft tekortkomingen. Gebruikersactiviteiten leiden niet zomaar tot verschuivingen in machtsstructuren in de culturele industrieën. Veel te vaak worden gebruikersactiviteiten geromantiseerd en overschat. Deze mensen zien hierbij een belangrijke verschuiving niet, namelijk de transformatie van mediacorporaties als inhoudproducenten naar platformaanbieders voor gebruiker-gecreërde media-inhoud. Men kan zich daarbij afvragen in hoeverre gebruikersactiviteiten inmiddels zijn geïntegreerd in businessmodellen. Tot slot bestaat participatiecultuur uit meer dan alleen gebruikersactiviteiten. Ook machineprocessen en softwareprocedures dragen bij aan productie, net als de technologie zelf.

 

Wat men dus ´participatiecultuur´ noemt is eigenlijk heel complex en bestaat uit de volgende vijf factoren. Ten eerste het idee dat sociale vooruitgang volgt uit technologische vooruitgang. Ten tweede de culturele eis voor een reconfiguratie van machtsrelaties. Ten derde de eigenschappen van de technologie. Ten vierde hoe die eigenschappen worden gebruikt voor ontwerp en de toepassing door gebruikers. En tot slot de socio-politieke dynamieken die zijn gerelateerd aan die technologieën.

 

Analyseren van participatiecultuur

Participatie is meer dan alleen gebruikers die deelnemen aan productie en distributie. Het is ook de belofte van vooruitgang en het promoten van computertechnologie en het internet, en ook dat consumenten meer macht zouden krijgen en politiek activisme te stimuleren. De nieuwe media zou dit waarmaken. Daarbij spelen ook de eigenschappen van de technologie een rol. De eigenschappen van technologie kunnen zodanig zijn dat ze mensen wel of juist niet stimuleren om er gebruik van te maken.

 

Media dispositieven

Participatie kan ook bekeken worden in termen van media dispositieven. Dit betekent dat verschillende aspecten zijn gerelateerd aan machtsstructuren, kennis over technologie en design, socio-politieke zaken en interacties tussen alle participanten. Er moet dan gekeken worden naar verschillende formaties van relaties tussen drie domeinen: een domein van verschillende redevoeringen (populair, wetenschappelijk, bureaucratisch, etc.), het domein van technologie (basiseigenschappen van de technologie en design), en het domein van de gebruikers (wat zij daadwerkelijk doen met de nieuwe technologieën). Deze domeinen zijn allemaal aan elkaar gerelateerd en veranderen de definitie van participatie. Ze beïnvloeden elkaar wederkerig.

 

Om deze relaties te bestuderen kan gebruik worden gemaakt van de actor-netwerk theorie. Dit is een theorie die alle objecten beschouwd als onderdeel van een sociaal netwerk.

 

Actor-netwerk theorie

Een eerste punt van de actor-netwerk theorie is dat noch de sociale omgeving als de maatschappij een gegeven zijn. Bijvoorbeeld wanneer je een buurtgemeenschap onderzoekt dan gaat het vaak over familie, buren, vrienden. Maar wanneer je een online gemeenschap onderzoekt dan kunnen de mensen in deze gemeenschap veel gevarieerder zijn. De sociale omgeving is dus niet zomaar gegeven. Een tweede aspect is dat ook niet-menselijke actors en hun capaciteiten actief kunnen bijdragen aan de participatiecultuur. Een derde punt is een assumptie die deze theorie maakt. De theorie maakt namelijk een slecht onderscheid tussen cultuur en technologie, door menselijke en niet-menselijke actoren op dezelfde manier te behandelen. Deze theorie wordt verder gebruikt om het actor-netwerk omtrent culturele productie te onderzoeken.

 

Socio-technische ecosystemen

Je kan ook kijken naar socio-technische ecosystemen. In dat geval interacteren gebruikers niet alleen met elkaar via webapplicaties, maar ook met het software design en de onderliggende structuur van databases en informatiemanagementsystemen. Socio-technische ecosystemen beschrijven de omgeving gebaseerd op informatietechnologie die de prestaties van veel gebruikers mogelijk maakt. Design en gebruikersactiviteiten zijn met elkaar verwikkeld en van elkaar afhankelijk om het systeem te verbeteren. Bijvoorbeeld Flickr. Flickr heeft heel veel gebruikers, maar achter de schermen wordt door informatiemanagementsystemen gereageerd op hun activiteiten. Deze theorie wordt gebruikt om te kijken hoe culturele productie zich ontwikkeld en wat de rol is van verschillende factoren in het socio-technische ecosysteem van culturele productie.

 

Affordance, ontwerp en toepassing

Het sociale nut van software, software-gebaseerde producten en internettechnologieën wordt beschreven aan de hand van drie procedures die technologie vormgeven: affordance, ontwerp en toepassing.

 

Affordance is een kenmerk van een object dat uitnodigt tot een bepaalde actie. Het zegt iets over de interactie tussen het object en een mens. Bijvoorbeeld een knop nodigt uit om erop te drukken, terwijl een koord uitnodigt om eraan te trekken. Ontwerp heeft betrekking op het creëren en vormgeven van artefacten. Het gaat om het formaliseren van verwachte gebruikersactiviteiten door het gebruik van bepaalde materialen en technologieën. Toepassing gaat over hoe gebruikers technologie integreren in hun alledaagse activiteiten, en daarbij soms het origineel aanpassen. Het heeft betrekking op het gebruik, het aanpassen, hergebruiken en verder ontwikkelen van artefacten op manieren die de ontwerpers zelf niet hadden voorzien. De engelse term die hiervoor wordt gebruikt is ´appropriation´.

 

Deze drie procedures zijn op diverse manieren onderling afhankelijk van elkaar. Zo creëert het ontwerp zelf affordances, maar is het ook afhankelijk van de affordances van de materialen. En hoe de technologie is ontworpen, heeft invloed op hoe gebruikers het zullen toepassen.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)