Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Internationaal en Europees recht. Een verkenning van grondslagen en kenmerken

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1: Internationaal recht en internationale samenleving

 

Inleiding

De afgelopen decennia staat het internationaal recht weer veel in de belangstelling en wordt er veel gebruik van gemaakt door staten, internationale organisaties en nationale rechters. Recht en maatschappij hebben veel invloed op elkaar, daarom moet je bij het bestuderen van een rechtsorde kijken naar de bijbehorende samenleving. Vooral bij internationaal recht, om de kenmerken ervan te kunnen begrijpen en omdat veranderingen in de internationale samenleving (zoals toenemende afhankelijkheid) veel invloed hebben gehad.

 

Afbakening van het internationaal publiekrecht

Tot aan het begin van de twintigste eeuw ging het bij het internationaal publiekrecht nog uitsluitend om betrekkingen tussen onafhankelijke staten, en alleen over klassieke onderwerpen als verdragenrecht, het recht van de zee, oorlogsrecht, diplomatieke betrekkingen en gebiedsverkrijging Inmiddels is het internationaal publiekrecht uitgegroeid tot een rechtsorde die zich ook uitstrekt tot andere terreinen zoals mensenrechten, ruimterecht, milieu, economie, internationale organisaties en er zijn er nu ook regels (rechten, plichten, bevoegdheden) voor internationale organisaties, particulieren, ondernemingen, volkeren en bevrijdingsbewegingen.

Internationaal publiekrecht: ‘het geheel van regels dat zijn geldigheid ontleent aan de algemeen geaccepteerde internationale rechtsbronnen zoals verdragen, gewoonterecht, algemene rechtsbeginselen, jurisprudentie en doctrine’. Kenmerkend voor deze bronnen is dat zij niet zijn terug te voeren op één enkele nationale rechtsbron. Het is een rechtsstelsel dat is gebaseerd op het uitgangspunt dat de ene staat niet bevoegd is om regels op te stellen die juridisch bindend zijn voor een andere staat. Staten zijn dus soeverein (onafhankelijk) ten opzichte van andere staten.

Het verschil met internationaal privaatrecht: Internationaal privaatrecht is nationaal recht dat zich bezig houdt met grensoverschrijdende zaken zoals rechtshandelingen tussen verschillende nationaliteiten. Er moet dan gekeken worden welk nationaal rechtstelsel van toepassing is. Iedere staat heeft zijn eigen regels van internationaal privaatrecht (kan dus strijdig zijn). Om problemen te voorkomen hebben staten verschillende verdragen gesloten. Om de problemen die strijdige stelsels van internationaal privaatrecht met zich meebrengen op te lossen, hebben staten daarom gebruik gemaakt van het internationaal publiekrecht.

 

De opkomst van de soevereine staat

Het ‘Westfaalse Systeem’

Historisch bekeken is de ontwikkeling van het internationaal recht nauw verbonden met de ontwikkeling van een samenleving van soevereine, onafhankelijke staten. In West-Europa ontwikkelde het moderne statensysteem zich als antwoord op de teloorgang van politieke orde, de Respublica Christiana, onder het gezag van Keizer en Paus. Dit kwam door de Reformatie, de opkomst van locale heersers en de godsdienstoorlogen.

 

Een belangrijke stap in de richting van het moderne statensysteem was de vrede van Westfalen. Er werden hier verdragen gesloten om een einde te maken aan de godsdienst- en burgeroorlogen die sinds de Reformatie Europa aan de gang waren. Er werd bevestigd dat heersers binnen hun grondgebied exclusief bevoegd zijn om de godsdienst vast te stellen. Anderen mochten zich hier niet mee bemoeien. Dit is één van de belangrijkste beginselen van de Vrede van Westfalen en wordt ook wel cuius regio, eius religio genoemd. Het is belangrijk om de Westfaalse Vredesverdragen te beschouwen als belangrijke stap in de richting van het moderne statensysteem en niet als de overgang naar de nieuwe tijd.

Door de ontwikkeling van de wetenschap vanaf het einde van de zeventiende eeuw nam het belang van territorialiteit verder toe. Het werd mogelijk grenzen op een veel preciezere en objectievere manier vast te stellen. Binnen de vastgestelde grenzen nam de macht van de staat toe. Dit uitte zich in een groeiende bureaucratie, een zich steeds verder uitbreidend takenpakket en een groeiend vermogen om het leven van de bevolking te registreren en te controleren. Het meest sprekende voorbeeld van de toename van macht van de staat is dat deze erin slaagde om het gebruik van geweld te centraliseren.

Ook kenmerkend voor de staat is dat hij wordt beschouwd als een abstracte persoon die niet gelijk kan worden gesteld met de machthebbers of het volk. Dit komt van het onderscheid tussen staat en regering.

 

Uitbreiding van de statengemeenschap

Het klassieke internationale recht beperkte zich eerst tot Europa ; er was een verschil tussen de verhouding van Europese staten onderling en de verhouding van Europese staten tot niet-Europese volken. Kolonialisme werd niet betwist; Europeanen zagen het als een ´beschavingsmissie´.

Na de eerste wereldoorlog werden de koloniën en gebieden van Duitsland respectievelijk Turkije onder mandaat geplaatst van mandatarissen, dit waren lidstaten van de Volkenbond die verantwoording bij de Volkenbond moesten afleggen. Ze moesten het welzijn van de bevolking daar bevorderen. Na de tweede wereldoorlog kwamen de gebieden onder toezicht van de Beheerschapsraad.

Vlak na aanvaarding van het VN-Handvest veranderde het denken over koloniale overheersing en ´beschavingsmissies´ snel: kolonisatie werd beschouwd als schending van het recht op zelfbeschikking , daarom kwam er een . Door de nieuwverworven onafhankelijkheid kwamen er veel nieuwe staten bij de gemeenschap. Wel bleven veel staten sterk afhankelijk, van andere staten of internationale instanties.

 

Het decentrale karakter van de internationale rechtsorde

Wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende functie in het internationaal recht

De relatie tussen het bestaan van soevereine staten en de aard van het internationaal recht is uitvoerig aan de orde gekomen in de zaak Lotus. De beroemde zaak Lotus uit 1927: Frankrijk vroeg het toenmalige Permanent Hof van Internationale Justitie of Turkije bevoegd was een Franse luitenant, die betrokken was bij een botsing tussen een Frans en een Turks stoomschip te arresteren en vervolgen. Tegenwoordig zou een dergelijke vraag ontkennend beantwoord worden (zie artikel 97 van het VN Verdrag inzake het Recht van de Zee). Frankrijk beriep zich op het verdrag van Lausanne; met dit verdrag was de volledige soevereiniteit van Turkije erkend en er stonden regels in over de uitoefening van jurisdictie over buitenlanders Het Hof kwam tot de conclusie dat het toenmalige internationaal recht zich niet verzette tegen de uitoefening van rechtsmacht door Turkije en dat, nu een verbod afwezig was, Turkije als soevereine staat de vrijheid had om tot vervolging van de Franse luitenant over te gaan. De redenering die het Hof hierbij gaf is belangrijk en bevat drie essentiele bepalingen die nu nog van toepassing zijn:

  1. de internationale samenleving bestaat uit onafhankelijke staten

  2. staten zijn alleen gebonden aan regels die ze vrijwillig hebben aanvaard (verdragen/gewoonterecht)

  3. in een dergelijke internationale samenleving mag het bestaan van beperkingen op de handelingsvrijheid van soevereine staten niet als uitgangspunt genomen worden.

 

Het idee van de internationale gemeenschap van soevereine staten is een van de uitgangspunten van het VN-Handvest en zichtbaar in de structuur van het recht, namelijk de decentrale structuur, ookwel horizontale structuur.

 

In de nationale rechtsorde leidde de ontwikkeling van de moderne staat tot centralisering van de overheidsmacht. Deze centralisering is in de internationale samenleving achterwege gebleven. Dit is duidelijk zichtbaar wanneer je kijkt naar de drie functie die in een rechtssysteem moeten vervuld worden:

  1. De wetgevende en regelstellende functie: het internationaal recht heeft geen centrale wetgever die algemeen verbindende regels mag maken. Het grootste gedeelte regels bestaat dan ook uit verdragen en gewoonte.

  2. De rechtsprekende functie: het internationaal recht heeft geen algemeen systeem van verplichte rechtsmacht waar staten zich aan moeten houden. Het internationaal Gerechtshof mag pas uitspraken doen over geschillen tussen staten als zij het Hof hebben erkend.

  3. De uitvoerende of handhavende functie: uitspraken of schendingen van het internationaal recht kunnen niet worden afgedwongen. De staten zelf spelen een grote rol bij handhaving en afdwinging van regels van internationaal recht.

 

De legalisering van gemeenschapsbelangen

De wil van de staat is van belang bij het internationaal recht, dit belang is op verschillende rechtsgebieden gerelativeerd . Hier is sprake van bij fundamentele normen die als dwingend internationaal recht kunnen worden beschouwd. Ook is er in het internationaal recht steeds meer aandacht voor gemeenschapsbelangen: belangen die uitstijgen boven de belangen van individuele staten en die worden gezien als een aangelegenheid van de internationale gemeenschap als geheel. In sommige gevallen bestaan er internationale organen die zijn belast met de bescherming van deze gemeenschapsbelangen, zoals de VN-Veiligheidsraad. Dit orgaan kan ook overgaan tot het nemen van maatregelen. maatregelen van de Veiligheidsraad kunnen niet alleen gericht zijn tot de lidstaten van de VN, maar ook tot niet-lidstaten of niet-statelijke actoren.

 

Is internationaal recht ‘recht’?

Sommige mensen menen dat het internationale recht niet als ´echt recht´ kan worden gezien, omdat er sprake is van een decentraal karakter of horizontale structuur. Wanneer er wordt gekeken naar het internationale recht, dan kun je zeggen dat het opvalt dat belangrijke actoren zoals staten, internationale organisaties en nationale rechters de regels van het internationaal recht wel degelijk als juridisch geldend beschouwen. Er is geen sterk centraal gezag. Toch kan men beter het internationale recht als een echte rechtsorde beschouwen en eraan toevoegen dat deze rechtsorde een bijzonder karakter heeft.

 

Staatssoevereiniteit

Soeverein’ betekent dat een staat niet onderworpen is aan het gezag van een andere staat: De staat heeft binnen een land het hoogste juridische gezag (dat is de interne dimensie), dat andere landen moeten accepteren (non-interventiebeginsel, de externe dimensie). Dit moet wel binnen de grenzen van het internationale recht blijven. Het internationaal recht bepaalt de inhoud en de strekking van de soevereiniteit en regelt ook dat via verdragen nieuwe internationale organisaties opgericht mogen worden. Aan deze organisaties kunnen bevoegdheden worden overgedragen. Deze organisaties zorgen voor nieuwe regels binnen het internationale recht. In toenemende mate is het traditionele tussenstatelijke recht aangevuld met regels die tot stand komen, worden geïnterpreteerd en worden gehandhaafd door of via internationale organisaties.

 

De transnationale samenleving en het recht der internationale organisaties

Instiutionalisering van interstatelijke organisaties

Internationaal recht is vooral ontstaan om het gedrag tussen staten te regelen. Door technologische ontwikkelingen, schaalvergroting en internationalisering van de economie kregen staten steeds meer te maken met problemen die verder gingen dan binnen de grenzen van de staat. Staten waren steeds meer verplicht om mee te werken aan oplossingen van transnationale problemen. Daardoor zijn de internationale organisaties ontstaan. Internationale organisaties zijn opgericht door staten door middel van een verdrag. Hadden internationale organisaties eerst een beperkte, vooral technische functie; na WO II zijn er honderden bijgekomen, gespecialiseerde en universele. Deze hadden toen vooral een politieke functie. Ten aanzien van internationale organisaties wordt uitgegaan van het attributiebeginsel: zij hebben alleen die bevoegdheden die in het oprichtingsverdrag zijn toebedeeld door lidstaten. Anderzijds hebben zij wel een eigen dynamiek.

 

De Verenigde Naties

Doelstellingen en karakter van de VN

  1. Het beste voorbeeld van de institutionalisering van de internationale samenleving is de VN. Zij hebben een brede, politieke functie en hun doelstellingen zijn de volgende: Het handhaven van internationale vrede en veiligheid

  2. Het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties

  3. Het tot stand brengen van internationale samenwerking bij het oplossen van internationale vraagstukken van economische, sociale, culturele of humaitaire aard en bij het bevorderen van eerbied voor de rechten van de mens

  4. Het zijn van een centrum voor de harmonisatie van het optreden van naties ter verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen.

 

 

Belangrijk binnen de VN is de soevereine gelijkheid van de leden en de VN bemoeit zich niet met “aangelegenheden die wezenlijk onder de nationale rechtsmacht vallen” (artikel 2 lid 7 VN-Handvest). De soevereine gelijkheid van de leden is ook erg belangrijk (artikel 2 lid 1 VN-Handvest). Het mondiale karakter blijkt uit artikel 4 VN-Handvest, omdat het lidmaatschap voor alle “vredelievende” staten. Toelating van nieuwe leden gebeurt op basis van een besluit van de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad (artikel 4 lid 2 VN-Handvest). In artikel 5 en 6 VN-Handvest staat de schorsing of uitstoting.

 

Hoofdorganen van de VN

  • De Algemene Vergadering (General Assembly): Bestaat uit alle leden van de VN, vergadert jaarlijks van september tot december en bestaat voor effectieve besluitvorming uit 6 commissies. De resoluties, zijn formeel niet bindend, maar kunnen wel een belangrijke rol spelen in de rechtsvorming. Ze worden in de meeste gevallen aangenomen als consensus bereikt is, maar soms is een 2/3e meerderheid gewenst of, bij belangrijke resoluties (artikel 18 Handvest van de VN), geboden. De resoluties zijn formeel niet bindend maar wel gezaghebbend.

  • De Veiligheidsraad (Security Council, artikel 25 VN-Handvest): Bestaat uit vijftien leden, waarvan de VS, Rusland, China, Frankrijk en Engeland permanent zijn en het vetorecht hebben (behalve bij procedurele besluiten) omdat zij de overwinnaars waren na WO II en ze anders het Handvest niet wilden aanvaarden. De tien anderen rouleren en hebben zitting voor twee jaar. De Veiligheidsraad neemt een besluit aan wanneer negen van de vijftien voor stemmen (artikel 27 Handvest van de VN), waar de permanente vijf leden dus bij moeten zitten, tenzij ze zich onthouden van stemming. Door de grote toename van het aantal leden van de VN en de gewijzigde internationale situatie (vooral het beëindigen van de Koude Oorlog) is een hervorming van de huidige situatie binnen de Veiligheidsraad gewenst; het is niet bepaald representatief, omdat er inmiddels 192 staten lid zijn. Het is gewenst dat Japan, Duitsland, staten uit Latijns-Amerika/Azië/Afrika en zelfs de EU misschien ook een plaats moeten krijgen. Bovendien hebben andere mondiale organisaties het aantal leden van hun ‘raad’ ook aangepast aan het toegenomen ledenaantal. Op 21 maart 2005 kwam Kofi Annan met het rapport ‘In Larger Freedom: Towards Development, Security and Human Rights for All’ waarin hij onder andere inging op de mogelijke hervorming van de organisatie. De voorgestelde uitbreiding van het aantal leden van de Veiligheidsraad (naar 24) kan echter alleen doorgaan als de permanente vijf leden ermee instemmen. De roep om hervorming is ook sterker geworden omdat de Veiligheidsraad vanaf de jaren ’90 pas echt belangrijk is geworden: zolang de Koude Oorlog duurde functioneerde de Veiligheidsraad (VS en SU zaten er allebei in) nauwelijks. De besluiten van de Veiligheidsraad zijn bindend.

  • Het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice) zie hoofdstuk 10.

  • De Beheerschapsraad (Trustee Council): Moest de afgenomen gebieden van Turkije en Duitsland beheren. Na 1945 wilden andere staten hun koloniën echter niet overdragen aan deze raad en omdat alle gebieden nu onafhankelijk zijn, is de Raad non-actief.

  • Het Secretariaat (Secretariat): de ambtelijke dienst van de VN onder leiding van de Secretaris-generaal die voor vijf jaar gekozen wordt door de AV op aanbeveling van de Veiligheidsraad. Heeft de bevoegdheid om zaken met betrekking tot de vrede en veiligheid onder de aandacht van de Veiligheidsraad te brengen. De rapporten van het Secretariaat hebben grote invloed op het beleid van de VN.

  • De Economische en Sociale Raad (ECOSOC): is de tegenhanger van de Veiligheidsraad op de andere beleidsterreinen: economische en sociale samenwerking en mensenrechten. Er zijn 54 leden, gekozen voor drie jaar door de AV (de P-5 altijd). De ECOSOC coördineert zijn commissies en de gespecialiseerde organisaties, die zelfstandig zijn maar door een overeenkomst met ECOSOC bij de VN horen. Dit zijn twaalf gespecialiseerde organisaties.

(zie voor een uitgebreid schema van de VN pagina 27 W&W).

 

Reparation of Injuries-zaak (1949): Een VN-medewerker was in Jeruzalem vermoord. De vraag die aan het Internationaal Gerechtshof werd voorgelegd, was of de VN een zodanige positie in het international recht had, dat deze organisatie zelfstandig op internationaal vlak kon vragen om genoegdoening voor geleden schade. Het antwoord was volgde was “Ja”. De VN heeft dus rechtspersoonlijkheid (dit is besloten naar aanleiding van veranderingen in de internationale samenleving). Er werd in tegenstelling tot Lotus benadrukt dat de juridische soevereine staten de facto afhankelijk zijn en dat er naast de staten ook andere belangrijke actoren op het internationaal niveau zijn: de internationale organisaties.

Attributiebeginsel: internationale organisaties hebben alleen die bevoegdheden die in het oprichtingsverdrag zijn toebedeeld door de lidstaten (beginsel van soevereiniteit dus niet aangetast). In de praktijk echter ontwikkelen de organisaties zich verder, daarom is er druk tot ‘constitutionalisering’; zodat ook op internationaal niveau de democratische rechtstaat is vastgesteld. Doordat de regelgeving steeds meer invloed heeft op private rechtspersonen en particulieren, en deze direct en indirect bij besluiten betrokken zijn, is er een complexere bestuursvorm ontwikkeld: governance.

Nu is de bestuursvorm niet alleen horizontaal (gouvermenteel/niet-gouvermenteel), maar ook verticaal. Je hebt dus te maken met verschillende niveaus van besluitvorming: multilevel governance. Een achterliggende gedachte hierbij is dat internationale organisaties in enkele gevallen gaan optreden als wetgever en besluiten aannemen die rechtstreeks invloed hebben op de rechtspositie van individuen.

 

 

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)