Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Handboek jeugdzorg / 1 stromingen en specifieke doelgroepen (Hermann & Verheij)

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

6. Pedagogische invalshoeken

We moeten ons afvragen welke pedagogische invalshoeken of benaderingen we kunnen aantreffen in de jeugdzorg. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat de problematiek waarmee cliënten, dit kunnen jeugdigen of ouders zijn, de hulpverleners confronteren voor een deel gezien moet worden als een pedagogisch probleem. Bij een pedagogisch probleem loopt er iets spaak in de opvoeding. De consequentie hiervan is dat een deel van de hulp die wordt geboden gericht moet zijn op het opheffen of verminderen van het probleem in de opvoedingssituatie. Een wetenschappelijke discipline die zich hier mee bezig houdt is de orthopedagogiek. Baartman onderscheidt vier verschillende visies als het gaat om hoe de orthopedagogiek aankijkt tegen de opvoedingsproblemen binnen het domein van de jeugdzorg. De vier visies zijn:

  1. De jeugdige vertoont een pedagogisch tekort of stoornis.

  2. De jeugdige stelt een niet adequaat beantwoorde vraag om hulp aan de opvoeders.

  3. De relatie tussen de jeugdige en zijn opvoeders of opvoedingsomgeving is verstoord.

  4. De jeugdige heeft zich in onvoldoende mate de maatschappelijk geaccepteerde normen eigen gemaakt.

 

1. De jeugdige vertoont een pedagogisch tekort of stoornis

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw is de opvatting dat een jeugdige een pedagogisch tekort vertoont belangrijk geweest in het denken van pedagogen over kinderen en jongeren met psychosociale problemen. Tegenwoordig noemen we een kind waarmee we in de jeugdzorg te maken krijgen een kind dat een stoornis vertoont in zijn opvoedbaarheid. Jeugdigen worden dan aangeduid met moeilijk opvoedbare kinderen. Het kind vertoont een biologisch en/of psychisch defect waardoor het kind moeilijk opvoedbaar is. Deze visie wordt in de orthopedagogiek niet meer gezien als pedagogische invalshoek, maar het gaat hier om een ontwikkelings-psychopathologische invalshoek. Deze verandering van visie verandert niets aan het feit dat jeugdigen een tekort in hun psychisch en gedragsmatig functioneren kunnen vertonen, maar er is meer wetenschappelijke kennis voorhanden over de problemen bij jeugdigen dat hierdoor de visie is veranderd.

 

2. De jeugdige stelt een niet adequaat beantwoorde vraag om hulp aan de opvoeders

De belangrijkste orthopedagoog in ons land is J.F.W Kok. Hij had een theorie van pedagogische vraagstellingstypen. Deze theorie heeft in de jeugdzorg nog grote invloed en wordt in residentiële centra en centra voor dagbehandeling veelvuldig toegepast. Wat houdt deze theorie van pedagogische vraagstellingstypen nou precies in? Kok zegt dat de psychosociale en gedragsproblemen van een kind moeten worden gezien als een vraag om specifieke opvoeding.

Je kunt hierbij volgens Kok onderscheid maken tussen de verschillende vragen. Kok onderscheidt drie soorten vraagstellingstypen:

  • Het type losmaking of bevrijding, dit zie je vooral bij jeugdigen met angststoornissen.

  • Het type structuurverlening, dit zie je vooral bij jeugdigen met aandachtstekort stoornissen.

  • Het type affectie en structuurverlening, dit zie je vooral bij jeugdigen met gedragsstoornissen.

 

Later zijn er door Kok nog enkele vraagstellingstypen bij gekomen. De gekozen pedagogische benadering moet een antwoord vormen op de opvoedingsvraag van de jeugdigen. Kok onderscheidt bij het geven van een antwoord drie soorten strategieën.

  • Eerstegraadsstrategie, dit wordt gezien als de basisaanpak. Dit is de wijze van klimaat creëren, situaties hanteren en zichzelf presenteren in relaties.

  • Tweedegraadsstrategie, dit is een ondersteunende aanpak.

  • Derdegraadsstrategie, dit is het individuele hulpverleningsplan.

 

Of het vraagstellingsmodel van Kok effect heeft, daar is niks over bekend. Er wordt niet meer gekeken naar wat mankeert het kind, maar naar wat vraagt het kind. Dit is een verschuiving in de probleemstelling.

 

3. Als de relatie tussen de jeugdige en zijn opvoeders of opvoedingsomgeving verstoord is

Naast de verschuiving van de probleemstelling is er nog een andere belangrijke verandering in het orthopedagogisch denken, als het niet meer primair gaat over kinderen, maar over de stagnaties die zich in het opvoeden van kinderen en de opvoedingssituatie voordoen. De relatie tussen jeugdige en opvoedingsomgeving komt centraal te staan. Baartman zegt dat de verandering ligt aan drie elementen. Dit zijn:

  • De toegenomen belangstelling voor de systeemtheorie, hierin wordt het functioneren van een individu in verband gebracht met het functioneren van het sociaal systeem waar het individu deel van uitmaakt. Een naam die hierbij hoort is Choy.

  • De toegenomen belangstelling voor de hechtingstheorie, hierin wordt het functioneren van kinderen in verband gebracht met de mate en wijze van gehecht zijn aan hun ouders en verzorgers. Een naam die hierbij hoort is Van IJzendoorn.

  • De toegenomen belangstelling voor de opvoedingsrelatie en het opvoedingsproces. Hierin vermindert de aandacht voor de opvoedingsdoelen.

 

Deze verschuiving heeft tot gevolg dat veel interventiemethoden gericht zijn op de verbetering van de opvoedingssituatie en de gezinssituatie. Janssens maakt onderscheid tussen verschillende programma's. Het eerste type programma is erop gericht het opvoedingsgedrag van ouders of verzorgers te optimaliseren. En op dat de hele gezinssituatie en leefsituatie van een jeugdige het aangrijpingspunt van de interventie is. Het tweede type programma gaat meer over de ambulante vormen van de jeugdzorg, en is meer gericht op de pleegzorg en residentiële zorg.

 

4. Het optimaliseren van opvoedingsgedrag bij ouders

De problemen in de opvoedingssituatie zijn primair bij de ouders te lokaliseren. We onderscheiden drie verschillende dimensies van opvoedingsgedrag:

  • Te weinig of te veel affectief emotionele steun aan hun kind.

  • Te streng of te toegeeflijk in het stellen van grenzen en eisen.

  • Te veel of te weinig stimuleren van het zelfstandig functioneren van hun kind. Dit is vooral belangrijk in de adolescentiefase.

 

De ouders en verzorgende moeten voldoen aan drie pedagogische vaardigheden:

  • Het bieden van veiligheid en structuur aan een jeugdige.

  • Het toezicht op en monitoren van het wel en wee van de jeugdige.

  • Het signaleren en versterken van positief/adaptief gedrag van de jeugdige.

     

Om te zorgen dat deze pedagogische vaardigheden bij ouders en verzorgers versterkt worden, zijn er verschillende educatieve programma's ontwikkeld. Volgens Janssens zijn de effecten van deze programma's gering.

 

Gezinssituatie en opvoedingssituatie

Uit onderzoek blijkt dat alleen het veranderen van de pedagogische vaardigheden van ouders en verzorgers niet het gewenste resultaat heeft. Hierdoor ontstaan er programma's die niet alleen zijn gericht op de verandering van het opvoedingsgedrag van de ouders, maar zijn ook gericht op de gehele gezinssituatie en opvoedingssituatie. Als de basale zorg ontbreekt in de opvoedingssituatie heeft een interventie die gericht is op een verbetering ouder-kindrelatie geen zin. Er zijn veel gezinsondersteuningsprogramma's ontwikkeld. Tegenwoordig worden die aangeduid met Intensief Pedagogische Thuishulp (ITP). Tussen de verschillende gezinsondersteuningsprogramma's zijn een aantal gemeenschappelijke kenmerken te vinden.

  • De hulp wordt geboden in de thuissituatie.

  • De hulp is relatief kortdurend en intensief.

  • De hulp is gericht op het hele gezin en niet alleen op de opvoeders.

  • De problemen zijn van dien aard dat uithuisplaatsing dreigt. De hulp is erop gericht op dit te voorkomen.

 

De drie meest voorkomende vormen van ITP in Nederland zijn; video-hometraining (VHT), het programma Families First (FF) en de Praktisch Pedagogische Thuishulp (PPTH). Uit onderzoek is gebleken dat IPT programma's effect hebben. Door deze dingen is het vraaggericht werken steeds centraler komen te staan.

 

Het competentiemodel

Het vergroten van de vaardigheden van de opvoeders en jeugdigen is uitgewerkt in het sociale competentiemodel of taakvaardigheidsmodel. Dit model komt niet uit de orthopedagogiek, maar heeft wel een onmisbare pedagogische betekenis en wordt veel toegepast binnen jeugdzorg. Wat houdt dit model in. Het competentiemodel is ontwikkeld door het pedagogisch instituut en geïnspireerd door het Amerikaanse Teaching Family Homes. Iemands competentie verwijst naar de vraag of er een balans bestaat tussen de vaardigheden van het individu en de taken waar deze voor staan. Onder vaardigheden verstaan we bijvoorbeeld sociale, cognitieve en praktische vaardigheden van een individu. En een taak verwijst naar de alledaagse taken. Taken kunnen worden verlicht door protectieve of beschermingsfactoren.

 

De jeugdige heeft zich in onvoldoende mate de maatschappelijk geaccepteerde normen eigen gemaakt

Jeugdigen die zich niet houden aan de maatschappelijk geaccepteerde normen moeten in de oudste pedagogische benadering worden heropgevoed.

 

Bij het opleggen van straffen aan jongeren in de vorm van ambulante trajecten (taakstraffen) en een jeugdinrichting wordt gebruik gemaakt van heropvoedingsprogramma's. Er zijn twee spraakmakende residentiële heropvoedingsprogramma's.

  • Glenn Mills School, hier wordt gebruik gemaakt van het idee dat jongeren sterk gevoelig zijn voor de invloed van leeftijdsgenootjes (peers).

  • EQUIP-programma, dit programma richt zich op groepsgewijze interventies. Door de peer culture op een positieve manier te beïnvloeden zal ook het gedrag van de individuele groepsleden in positieve zin zijn te beïnvloeden.

 

Het effect van deze twee programma’s is nog niet aangetoond.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Samenvatting van het boek. Gebaseerd op de meest recente druk. Hoofdstuk 1 t/m 5 en 14 ontbreken helaas.

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)