Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Boeksamenvatting: Basisboek communiceren

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk A Strategisch nadenken

De weg naar effectief communiceren
Dit hoofdstuk gaat over het begin van communicatie, hetgeen dat zich in je hoofd afspeelt als je communiceert. Stap voor stap wordt omschreven hoe je het beste strategisch kunt communiceren. Deze strategie vormt de basis voor succesvolle communicatie.
Voor het bepalen van deze strategie zijn twee aspecten belangrijk:
·    Het publiek; de doelgroep waarmee je communiceert.
·    Het doel; wat wil je precies bereiken bij het publiek?
Als je deze twee aspecten goed hebt geanalyseerd, dan kan je je strategie bepalen. Omdat het publiek (oftewel je gesprekspartner) ook een doel en een beeld heeft van de situatie, dien je hier rekening mee te houden bij het bepalen van je communicatiestrategie.

Stap 1 naar strategisch communiceren is dan ook publieks- en situatiegericht nadenken.
Elke situatie en elk persoon is anders en vereist dus een andere strategie. Je stelt jezelf vragen, waardoor de situatie en het publiek duidelijker wordt voor jezelf. Bijvoorbeeld: Wat weet het publiek al van het onderwerp of organisatie? Wat vindt het publiek van het onderwerp of organisatie en welke belangen spelen hierbij een rol? Welke kenmerken heeft het publiek? En wat verwacht het publiek van mij of van de organisatie?  
Nadat het publiek en de situatie duidelijk is voor jezelf, bedenk je het doel dat je wilt bereiken.

Stap 2: Doelen bepalen
Doelgericht nadenken is belangrijk. Het helpt je bij het formuleren van een boodschap. Het boek onderscheidt vijf soorten doelen, die ook gecombineerd kunnen worden:
1.    Informeren, het overbrengen van kennis
2.    Instrueren, het aanleren van vaardigheden
3.    Overtuigen, het overbrengen van een mening of deze te veranderen bij anderen
4.    Activeren, het aanzetten van gedrag
5.    Ontroeren, het opwekken van gevoelens.

Het formuleren van doelen is niet makkelijk. De doelen moeten aan bepaalde eisen voldoen, deze kunnen met het woord SMART makkelijker worden onthouden. SMART staat voor:
·    Specifiek: hetgeen dat bij de doelgroep bereikt moet worden, moet duidelijk zijn
·    Meetbaar: de doelen moeten meetbaar zijn, zodat er achteraf gemeten kan worden of de doelen behaald zijn of niet.
·    Aanwijsbaar: degene die verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstelling is bepaald.
·    Realistisch: de doelen moeten haalbaar zijn.
·    Tijdsgebonden: de tijd waarin het doel bereikt moet zijn, ligt vast.

Concrete doelen formuleren is van groot belang. Het boek geeft hiervoor vier redenen:
1.    Door middel van een doelstelling kan je bepalen welk middel nodig is om het publiek te benaderen.
2.    De doelstelling geeft zin en motivatie aan de betrokkenen.
3.    Het proces wordt helderder door een doelstelling.
4.    Evaluatie wordt mogelijk als er een doelstelling is.

Als je kijkt naar het effect dat je wilt bereiken met het doel, wordt het formuleren van een doel gemakkelijker. Er zijn drie soorten doelen, die in relatie tot elkaar staan: kennisdoelen, houdingsdoelen en gedragsdoelen. Bij een doel wordt vaak gedacht aan een einddoel, echter kan je ook tussendoelen opstellen. Een sollicitatiegesprek heeft bijvoorbeeld een kennisdoel en een houdingsdoel als tussendoel en een gedragsdoel als einddoel. Naast deze doelen, bestaan er doelen met een gemeenschappelijk of tegengesteld belang. Hierbij geldt: hoe groter het gemeenschappelijk belang, hoe eerder onderhandelingen afgerond kunnen worden. Het is opnieuw belangrijk om competent te communiceren, je verdiept je in de doelstellingen van je gesprekspartner en bepaalt je strategie zodat je je eigen doelstelling optimaal kunt realiseren.
Dit gaat lastig als mensen hun doelstelling geheim houden, oftewel een verborgen agenda  hebben. Dit kan bewust gaan of onbewust. Iemand heeft  bijvoorbeeld een tekort aan assertiviteit, zij durven hun doelen niet duidelijk te maken.

Op de weg naar effectief communiceren zijn er nu twee stappen gezet: je hebt de situatie en het publiek geanalyseerd en je hebt je doelstellingen geformuleerd op basis van de analyse.

Stap 3: je strategie te bepalen.
Hoe kan je jouw communicatiedoelstelling realiseren?
De strategie is de grote lijn, de tactiek is de concrete invulling van de strategie. De tactiek wordt gebruikt om de strategie uit te kunnen voeren. Om strategisch te communiceren is inlevingsvermogen uitermate belangrijk. Je moet in kunnen schatten hoe de ander naar een situatie of probleem kijkt, zodat je hierop kunt anticiperen. Het is aldus noodzakelijk om de strategie en tactiek van de ander zo goed mogelijk te kennen.
Een tactiek bestaat uit drie delen:
1.    de inhoud
2.    het communicatiemiddel
3.    de stijl (tone of voice)
Als je deze drie punten op een juiste manier weet te gebruiken en toe te passen dan mag je jezelf communicatief competent noemen. Dit behoort tot één van je basisvaardigheden en wordt vaak gevraagd in vacatures.

Het proces van communicatie
Nu alle stappen zijn gezet voor een effectieve communicatiestrategie, begint het communicatieproces. Het boek geeft de volgende definitie van communicatie: “Communicatie is het aanbieden van een boodschap door een zender aan een ontvanger.” Of de communicatie slaagt is irrelevant, het gaat om de intentie en om het effect.

Dit communicatieproces bestaat uit verschillende onderdelen. Deze worden hieronder besproken.

De boodschap
De boodschap vormt een belangrijk onderdeel in het proces. Door misverstanden kan de boodschap makkelijk worden vervormd, niet aankomen of maar gedeeltelijk aankomen. Daarbij kan de boodschap onbegrepen worden. De boodschap bestaat uit vier aspecten:
1.    het zakelijke aspect: hetgeen dat wordt gecommuniceerd;
2.    het expressieve aspect: het persoonlijke deel in de boodschap. Bijvoorbeeld je gemoedstoestand of je zelfbeeld;
3.    Het relationele aspect: zegt iets over het beeld dat je van de ander hebt. Een directeur van een groot bedrijf wordt bijvoorbeeld anders benadert dan een vuilnisman;
4.    het appellerende aspect: is de manier waarop je het doel van de boodschap verkondigd. Je kan het doel van de boodschap versluieren door eerst vragen te stellen en dan pas het hoge woord eruit te gooien. Dit kan je helpen je doel te bereiken. Als je bijvoorbeeld wilt dat iemand je helpt met verhuizen, kan je eerst vragen of hij/zij iets te doen heeft die dag. Daarna vraag je of hij/zij je kan helpen.

Alle vier de aspecten beïnvloeden elkaar. Het gaat erom dat je een evenwicht vindt in alle aspecten. Dit bepaalt namelijk of een boodschap op de gewenste wijze wordt ontvangen begrepen.
Als alle vier aspecten van de boodschap in evenwicht zijn, wordt er competent gecommuniceerd.

De boodschap kan op verschillende manieren worden gebracht. Communiceren doe je met je zintuigen. Je praat, schrijft of zwijgt. Dit laatste aspect is een non-verbaal communicatiemiddel, je laat met je lichaamstaal zien wat je wilt zeggen. Communicatie wordt pas een communicatieproces wanneer boodschappen uitgewisseld worden tussen mensen die van elkaars aanwezigheid bewust zijn.
                                    
Fig. 1 (Severijnen, O (2008), Basisboek Communiceren, Utrecht/Zutphen, Thiememeulenhoff. P. 11)

Zender en ontvanger
Interpersoonlijke communicatie is de communicatie tussen twee of meer mensen. De mensen die interpersoonlijk communiceren zijn in elkaars nabijheid. Dit kan face-to-face of via technisch hulpmiddel, zoals een telefoon. Interpersoonlijke communicatie tussen twee personen wordt een tweegesprek genoemd. Dit gesprek wordt gevoerd door een zender en een ontvanger, deze rolverdeling staat niet vast, maar wordt onderling gewisseld. Er wordt succesvol gecommuniceerd als een tweerichtingsverkeer voortdurend succesvol is.  

Naast interpersoonlijke communicatie bestaat massacommunicatie. Zoals het woord al zegt wordt een massa benadert door de zender. Dit kan gaan via een openbaar communicatiemiddel, bijvoorbeeld televisie of radio. Dit wordt ook wel massamedia genoemd. Opnieuw kan dit ook non-verbaal worden gebracht door bijvoorbeeld een T-shirt met opdruk of een tatoeage.
Feedback geven op massacommunicatie is lastiger dan op interpersoonlijke communicatie. Door middel van het internet wordt dit verschil echter steeds kleiner. Iedereen heeft de vrijheid om te reageren op bijvoorbeeld een tv-programma.

Encoderen en decoderen
De zender encodeert een boodschap aan de ontvanger. Hij vertaalt de abstracte boodschap in zijn hoofd naar woorden en gebaren. Vervolgens decodeert de ontvanger dit. Hij vertaalt de boodschap van de zender en interpreteert deze. Hij komt achter: het ervaringsniveau van de zender, de cultuur van zender en ontvanger, de onderlinge verstandhouding en het belang van de boodschap.

Feedback
Belangrijk voor de zender zijn de reacties op de boodschap van de ontvangers, oftewel de feedback. De feedback kan al tijdens het communicatieproces worden gegeven, zowel verbaal en als non-verbaal. Als mensen zuchten en steunen tijdens een presentatie dan kan de zender hierop anticiperen. Vaak zijn zenders blij met feedback, omdat zij zo weten wat aanslaat en wat niet. Als ontvangers de feedback niet uit zichzelf geven, dan kan de zender dit stimuleren.

Ruis
Bij het encoderen en decoderen van een boodschap kunnen verschillende storingen optreden, dit noemt men ruis. Ruis kan ontstaan door te moeilijk taalgebruik of externe invloeden zoals lawaai.
De ruis kan worden gedetecteerd door de feedback van de ontvangers. Zo kan de zender hier rekening mee houden.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)