Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Werken met Logistiek

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Deel 1 Logistiek en de vraag naar logistiek

 

1. Wat is logistiek

 

Door ons af te vragen wat logistiek inhoud is het van belang een aantal vragen te beantwoorden. Daarnaast zijn er een aantal vormen waarin de term logistiek kan worden samen gevat. Er wordt in dit hoofdstuk gekeken naar de geschiedenis, de achtergronden en de toepassingsgebieden met betrekking tot logistiek.

De belangrijkste regel in de logistiek is dat het alleen werkt als het afnemers zijn die behoefte hebben aan logistiek.

Als eerste is het van belang een aantal vragen en stellingen met betrekking tot logistiek te beantwoorden:

 

  • Wat is het belang van logistiek voor Nederland?

  • Hoe heeft de logistiek zich ontwikkeld?

  • De bedrijfslogistiek en haar deeltrajecten.

  • Welke beslissingen moeten er worden genomen met betrekking tot een productieomgeving?

  • Wat is logistiek in een distributieomgeving?

  • Logistiek en dienstverlening.

 

 

Wat is het belang van logistiek voor Nederland?

 

In samenwerking met de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven is er in 2009 in Breda een instituut opgericht voor de logistiek in Nederland. Het zogeheten Dinalog(Dutch Institute for Advanced Logistics) Door middel van twee studies van Van Laarhoven is er een visie ontwikkeld hoe Nederland zijn positie kan versterken in de logistieke wereldeconomie. Er is onder andere onderzocht hoe er geïnnoveerd kan worden om zo versterking in de supply chain te bewerkstelligen.

Een supply chain is het onderzoeken, meten en kennis geven van een logistieke keten. Er is innovatie nodig om meet te komen in deze internationale supply chain. Ondernemingen die hun processen en systemen snel genoeg kunnen aanpassen en vernieuwen kunnen internationaal concurreren omdat de supply chain in hoog tempo internationaal ontwikkelt. Doordat de productie, assemblage en klanten ver van elkaar liggen in geografische zin en doordat het vaak over verschillende schakels gaat is het van belang deze supply chain continue te innoveren en te vernieuwen. De fysieke positie van Nederland is niet enkel meer voldoende om mee te kunnen. Een goede kennisinfrastructuur en een hoog niveau van innovatie is van steeds groter belang voor internationale logistiek.

 

Nederland is door gebrek aan innovatie weggezakt als concurrerende positie die altijd zeer sterk was door de geografische ligging en door een goed gecoördineerd bedrijfsleven. In de loop van de tijd hebben omringende landen dit kunnen kopiëren. Hierdoor heeft Nederland een lage innovatiegraad in de supply chain met betrekking tot de omringende landen. Dit heeft te maken met het feit dat bedrijven in het buitenland veel meer aandacht besteden aan de innovatie van de supply chain. Een aantal partijen speelt hier een rol bij. De logistieke dienstverleners, die niet in staat zijn hun eigen innovatie te handhaven en te verbeteren, de transporteurs die te kleinschalig zijn, de kennisinstituten die wel een goede naam hebben op het gebied van onderzoek naar de supply chain maar niet voldoende aandacht besteden aan goed onderwijs en de markt. Tevens speelt de Nederlandse overheid een rol omdat ze geen effectief innovatiebeleid met betrekking tot de supply chain kunnen ontwikkelen. Een gevolg hiervan is dat de concurrentie met andere landen sterk verzwakt is. Dit heeft tevens gevolgen voor de werkgelegenheid en dus voor de Nederlandse economie.

Om Nederland weer terug te krijgen als een belangrijk land voor de internationale supply kan het inspelen op de zogeheten ketenregie-activiteiten. De wereldwijde groei van goederen, de toenemende wensen en eisen van de consument en meer duurzame logistiek veroorzaken een meer complexe en dynamische supply chains. Nederland maakt goede kans om een positie in te nemen in de ketenregie omdat het een sterke positie heeft in de fysieke logistiek(bekendheid, reputatie), goede vertegenwoordiging heeft van internationale Nederlandse logistieke diensten en een hoog gewaardeerde kennispositie heeft. Daarnaast zijn samenwerkingsverbanden en een blijvende innovatie van belang om een positie in de ketenregie te verwerven.

Dit is natuurlijk een ambitieus plan om te realiseren. De Commissie Van Laarhoven heeft daarom een innovatieprogramma samengesteld onder de naam: 'Logistiek en Supply Chains' Dit programma is er op gericht een aantal knelpunten te voorkomen zoals het marktfalen. Dit houdt in dat grootschalige innovaties niet lukken omdat bedrijven en partijen onvoldoende samenwerken. Dit heeft te maken met dat ze elkaar niet vertrouwen en de vraag over de verdelingen( het investeren en profiteren) Daarnaast is de drempel voor grootschalige innovaties hoog omdat het vernieuwend moet werken. Een belangrijke rol is de overheid die een bijdrage kan leveren aan het innovatieprogramma. Dit kan door gunstige voorwaarderen te leveren en door zorg te dragen van de ontwikkeling van het programma.

 

Het programma is er in de eerste plaats op gericht om de bestaande ideeën, concepten en initiatieven te versterken en te ondersteunen. Het programma dient zich daarnaast te richten op onderzoek en ontwikkeling van twee thema's

  • Ketenregie en - configuratie in de markt

  • De regierol van knooppunten.

 

Bij de Ketenregie en - configuratie in de markt zijn twee concepten belangrijk:

  • Cross Chain Control Center( ook wel het 4C-Concept genoemd)

  • De servicelogistiek

 

 

Cross Chain Control Center

 

Het gaat hier om een gezamenlijke ketenregie en -configuratie van grote verladers over meerdere supply chains. Het idee is om bij Breda een Cross Chain Control Center te bouwen met als doel een coördinatiecentrum. Vergelijkbaar met het KLM Operations Control Center. Door supply chains te gaan coördineren en te regisseren kunnen nieuwe diensten worden aangeboden. Het doel van bovenstaand innovatieprogramma is om te onderzoeken hoe dit te ontwikkelen.

 

De servicelogistiek

 

De servicelogistiek dient ervoor om naast productielevering van verladers ook de volledige service op zich te nemen. De servicelogistiek sluit aan bij een bestaand samenwerkingsverband van verladers, kennisinstellingen en supportdienstverleners.

 

Naast deze vormen van innovatie is het van belang dat Nederland een Supply Chain Campus realiseert. Dit is een plek waar regiecenters van bedrijven zich kunnen vestigen, waar onderzoek wordt verricht en waar opleiding kunnen worden gevolgd.

 

 

Hoe heeft de logistiek zich ontwikkeld?

 

Het belang van de logistiek in Nederland is van groot belang. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de geschiedenis van de logistiek in Nederland. Het woord logistiek betekent: alle voorbereidingen en handelingen die nodig zijn om de troepen om de meest doeltreffende wijze van goederen en voorraden te voorzien. We kunnen hieruit opmaken dat het in de eerste plaats een militaire handeling was. Het woord logistiek is afgeleid van het Franse woord logis wat het verlenen van onderdak betekent. Het overnemen van het bedrijfsleven van de logistiek is voor de hand liggend als we er van uit gaan dat effectiviteit een belangrijk onderdeel is van het bedrijfsleven, erop gericht zijn een product zo goedkoop mogelijk produceren. We kunnen een volgende definitie geven van logistiek:

 

Logistiek behelst de organisatie, de besturing, de uitvoering en de planning van goederen vanaf de ontwikkeling en inkoop, via de productie en distributie naar de eindafnemer, inclusief de retourstromen. Doel is om tegen lage kosten en kapitaalgebruik te voldoen aan de behoefte van de markt.

 

Logistiek is een belangrijk middel om aan de wensen en eisen te voldoen van de consument en klant in de westerse wereld. Sinds 1970 is de logistiek in ontwikkeld en verbreedt. In het onderstaande voorbeeld wordt in het kort de ontwikkeling van de logistiek weergegeven vanaf 1970 tot 2010:

 

  • 1970: De logistieke functie begint vorm te krijgen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen productielogistiek en distributielogistiek. In 1973 wordt de Vereniging Logistiek Management (VLM) opgericht.

  • 1980: De computer doet zijn intrede. De computer wordt gebruikt als hulpmiddel ingezet om de materiaalbehoefte te berekenen.

  • 1990: Er vindt een uitbreiding plaats in de richting van inkooplogistiek en reverse logistics.

  • 1995: De supply chain wordt belangrijker, de logistiek verplaatst zich naar zaken buiten de eigen onderneming.

  • 2000: De samenwerking met afnemers wordt steeds belangrijker.

  • 2005: De communicatie tussen verschillende partners wordt verbeterd door de mogelijkheid van bijvoorbeeld Radio Frenquency Identification (RFID).

  • 2010: Nieuwe manier van samenwerking in de keten doen hun intrede zoals de hierboven besproken Cross Chain Control Centrer(4C).

 

Het werkterrein van de logistieke mogelijkheden heeft zich uitgebreid naar bijvoorbeeld dienstverleners en non-profitorganisaties zoals de Belastingdienst die met het verwerken van het aangiftebiljet invoeringen heeft gedaan van een bewakingssysteem met barcodes waardoor de biljetten niet snel meer zoek raken zoals daarvoor regelmatig het geval was. Door registratie en beheersing kunnen ook doorlooptijden gereduceerd worden en is er een snellere inning mogelijk. Een ander voorbeeld zijn ziekenhuizen die met patiëntenbestanden een snellere en betere aanpak genereren in de behandeling en de informatieverwerking.

Logistiek is een vakgebied dat op geheel eigen wijze naar organisaties kijkt. Het primaire proces: de goederenstroom dient als uitgangspunt. De goederenstroom levert de geldstroom op naar het bedrijf waardoor ze innovatief kunnen blijven.

 

 

De bedrijfslogistiek en haar deeltrajecten.

 

Als we het bedrijf simpel willen duiden met de vraag wat een bedrijf of organisatie eigenlijk is dat komt het erop neer dat goederen in de organisatie worden verwerkt tot (meer) waardevolle goederen. Dit proces heeft dus een toegevoegde waarde. De meest bekende vorm van een proces is de zogeheten Black Box. Een Black Box is een eenvoudige weergave van een fysiek stroom binnen een organisatie. De basisvorm komt neer op:

 



Invoer ->

Doorvoer ->

Uitvoer ->

 

De fysieke stroom kan variëren tot grondstoffen, artikelen maar ook patiënten die als gezonde mensen het ziekenhuis verlaten. Bij een beschouwing van een Black Box wordt alleen de invoer en uitvoer van het proces beschouwd. Er wordt niet ingegaan op wat er in dit proces gebeurt. Wanneer met het proces van de organisatie verder wil verdiepen wordt er gesproken van subsystemen. Subsystemen zijn eenheden in het systeem die op zichzelf kunnen worden beschouwd zonder dat het overzicht op het totaal verloren gaat.

We noemen dit ook wel het inzoomen op het systeem van de organisatie. De totale stroom van goederen tussen het oerproduct en de consument wordt onderverdeeld in twee deeltrajecten:

 

  • Het Traject Material Management

  • Het Traject Psychical Distribution Management

 

 

Bij het Traject Material Management gaat het om het geheel van de activiteiten om van grondstoffen een product voor de consument te maken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Binnen het Material Management worden er vier subsystemen onderscheidden namelijk:

  • De inkoop, aanvoer en verwerving: Het beoordelen van leveranciers van grondstoffen, hulpmaterialen en halffabricaten.

  • De voorraadbeheersing van grondstoffen, hulpmaterialen en halffabricaten

  • De productieplanning en de besturing en uitvoering hiervan

  • Materials handling: Keuze intern fabriekstransport en handling van grondstoffen, hulpmaterialen en halffabricaten en producten die gereed zijn tot centrale magazijn.

 

Het doel is om een balans te vinden in deze vier subsystemen. Met name in productiebedrijven worden de logistieke kosten uitgedrukt als percentage van de productiewaarde of de verkoopwaarde.

  • De productiewaarde is de waarde van het materiaal dat is ingekocht plus de door het productiebedrijf toegevoegde waarde.

  • De verkoopwaarde is de productiewaarde plus de toegevoegde waarde van winst.

 

 

Het Traject Psychical Distribution Management houdt zich bezig met hoe het product bij de consument komt. Het begint met het einde van het productieproces om vervolgens het proces te doorlopen om het bij de consument of afnemer te brengen.

Bij dit traject zijn drie subsystemen te onderscheidden:

  • Het voorraadbeheer van het product dat gereed is;

  • De problematiek rond en binnen depots en magazijnen;

  • Het transport

 

Deze bovenstaande trajecten worden ook wel Business logistics (Bedrijfslogistiek)genoemd, dit is een verzamelnaam voor alle activiteiten die zich bezig houden met het beheersen van de inkomende en uitkomende goederen te beheersen.

In totaal zijn er vier deeltrajecten binnen de logistiek. De eerste twee zijn zoals boven beschreven het Traject Material Management en het Traject Psychical Distribution. Dit brengt ons tot de derde en vierde deeltrajecten namelijk:

  • De Inkoop - en de productielogistiek

  • De reverse logistics

 

De inkoop en de logistiek hiervan gaat over het beheersen van de goederen en de gegevens hiervan. Dit gaat met name over het oerproduct tot aan het begin van het productieproces.

De reverse logistics heeft een belangrijkere plek ingenomen in het logistieke proces. De ontwikkelingen op milieugebied heeft ertoe geleid dat er binnen bedrijven meer aandacht wordt besteed aan de zogeheten retourstromen. Deze retourstromen noemen we reverse logistics. Het belangrijkste hieraan is de recycling van producten en verpakkingen om ze weer opnieuw te kunnen gebruiken. Er ontstaat hierdoor een link naar het inkoopproces omdat het vaak weer wordt gebruikt in het primaire proces.

 

Kort samengevat bestaat de logistieke organisatie uit vier deelsystemen: inkooplogistiek, productielogistiek, distributielogistiek en reverse logistics.

 

 

 

Welke beslissingen moeten er worden genomen met betrekking tot een productieomgeving?

 

Er is vanzelfsprekend verschil in een productieproces van goederen. Een levering van een vliegtuig heeft een veel langer proces dan de levering van bijvoorbeeld brood of zuivel. Er zit daarnaast verschil in het product wanneer we spreken van een productieonderneming en handelsonderneming. De productieonderneming voert wijzigingen door aan het product om het zo te voorzien van een eigen identiteit. Bij een handelsonderneming is er in het algemeen geen sprake van een wijziging in het product. We spreken dan van de kenmerken van het product die worden aangeduid als form, fit and function. De wijzigingen die het productiebedrijf doorvoert is onderhevig aan een aantal bewerkingen. We spreken dan van de naar elkaar toestromende productie van een convergente goederenstroom. In deze convergente stroom bestaat een product uit meerdere onderdelen.(bijvoorbeeld een booreiland, gebouwen). Hier tegenover staat de divergente productie Hieruit wordt uit een enkele grondstof vele specifieke producten gemaakt. Onderstaand voorbeeld zal het verschil duidelijk maken:

 

Convergente stromen:

 

Buizen. Deze ondergaan een proces in de onderdelenfabricage.

 

Wielen. Deze ondergaan een proces in de Subassemblage

 

Koopdelen. De koopdelen ondergaan een proces in de Voormontage.

 

De drie verschillende processen resulteren in het proces Assemblage met als eindproduct Fietsen.

 

Divergente stromen:

 

Melk ondergaat Voorbereiding en wordt Verpakt als bijvoorbeeld Yoghurt, Roomboter of Melkpoeder.

 

 

 

Wat is logistiek in een distributieomgeving?

 

 

Zoals eerder vermeld brengen handelsbedrijven en distributiebedrijven geen wijzigingen aan het product. De taak van deze bedrijven is om het product te leveren. De juiste tijd en de juiste plaats spelen in deze sector een belangrijke rol. Een ander belangrijk punt is het product afstemmen op de wensen van de klant en het maken van winst. Als we kijken naar de detailhandel zijn er een aantal kenmerken van belang voor de goederenstroom:

  • Een groot aantal leveranciers

  • Grote hoeveelheden

  • Veel afnemers(kopers)

  • Een uitgebreid assortiment

 

Naar aanleiding van deze kenmerken ontstaat er een logistieke structuur binnen het bedrijf die als doel heeft om zoveel mogelijk producten in de winkelschappen te hebben en een minimale magazijnopslag, daarnaast het hebben van een distributiecentrum waar producten van verschillende leveranciers worden opgeslagen en een hoge frequentie van levering aan de verschillende filialen. We kunnen denken aan bijvoorbeeld een warenhuis of een supermarkt. Een supermarkt als Albert Heijn bijvoorbeeld levert de producten die snel lopen tweemal per dag af aan de filialen. We noemen dit beleveringsfrequentie. De farmaceutische handel heeft een nog grotere beleveringsfrequentie. Deze groothandels zijn vaak dicht bij de afnemers gelegen omdat het een korte levertijd moet kunnen garanderen.

 

 

Logistiek en dienstverlening.

 

De vraag die we hier kunnen stellen is of logistiek ook kan worden toegepast in de dienstverlening. Logistiek gaat vaak veel verder dan enkel het vervoeren van producten. Een voorbeeld hiervan is de luchtvaart. Luchtvaartmaatschappijen hebben te maken met dure productiemiddelen en veeleisende klanten. De logistiek in de luchtvaart bestaat uit organisatie, planning, besturing en het afhandelen van het zo comfortabel mogelijk de klant(passagier) van A naar B te brengen. Er zijn een tweetal beweegredenen te noemen die deze vorm van logistiek mogelijk maakt. Simpel gezegd zijn dat:

 

  • De interne beweegredenen

  • De externe beweegredenen

 

Als voorbeeld noemen we KLM omdat dit bedrijf zich al enige tijd bezighoudt met deze twee vormen van beweegredenen.

 

De interne beweegredenen

 

De KLM is opgesplitst in verschillende onderdelen die businessunits worden genoemd. Deze hebben elk een eigen budget. De bedoeling is om de kosten zo laag mogelijk te houden. Dit kan door meer efficiënt te werken. De maatschappij heeft bijvoorbeeld veel kosten als het zijn passagiers niet op tijd of helemaal niet kan brengen op de plaats van hun bestemming.

 

De externe beweegredenen

 

De efficiëntie komt deels voor uit de vele eisen die de klant in de loop van de tijd is gaan stellen. Vliegen is steeds minder een luxe en meer gewoon geworden. Als gevolg hiervan wil de klant zo goedkoop, snel en comfortabele reizen. Efficiënt en precies werken betekent een tevreden klant en minder kosten, dus ruimte voor winst. De KLM onderscheidt drie kernactiviteiten: Passage, vracht en onderhoud. We gaan hier wat dieper in op het onderdeel Passage.

De passage wordt is een samenkomst van twee onderdelen namelijk: Markt en winkel en Fabriek. Bij de Markt en winkel spreken we over het opzetten en verkopen van diensten( Sales, Flight operations, Pricing en Services) Bij de Fabriek spreken we van de producten waarmee de KLM haar diensten uitvoert(Fleet Services, Distribution, Cabin personel, Ground Services, Flight crew)

Bij de Markt en winkel kunnen we denken aan de verkoop van directe tickets en de verkoop via reisbureaus.

Wanneer we kijken naar het onderdeel Fabriek kunnen we zien dat hierin weer verschillende diensten in zijn verwerkt. Deze moeten nauwkeurig op elkaar aansluiten om de kosten zo laag mogelijk te houden. De KLM heeft een project ontwikkeld dat het zogeheten Building Blocks heet. Het fabrieksgedeelte is opgesplitst in drie blokken: een grondblok, vliegblok en weer een grondblok. In het kort is dit het proces wat een vliegtuig doorloopt van het opstijgen, het vliegen en de landing, schoonmaken, gereedmaken voor de volgende vlucht. In een schema ziet dit er als volgt uit:

Een vlucht van Schiphol naar New York.

 





Grondblok

Grondtijd op Schiphol

 

Vliegblok

Vluchttijd van Schiphol naar New York

Grondblok

Grondtijd New York

Vliegblok

Vluchttijd van New York naar Schiphol

Grondblok

Grondtijd op Schiphol

 

Elk van deze blokken heeft een eigen afdeling die hiervoor verantwoordelijk is. De afdeling Ground Services is verantwoordelijk voor het grondblok, de Flight operators voor het vliegblok. De Fleet Services is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van een vlucht. Het Cabin personel is verantwoordelijk voor het besturen van het vliegtuig en de uitvoering van de vlucht. Door deze verschillende onderdelen helder te maken wil de KLM een betere efficiëntie behalen waardoor de kosten omlaag gaan.

2. Vraag en aanbod in relatie tot logistiek

 

In dit hoofdstuk bespreken we een aantal factoren die te maken hebben met de marktvraag in relatie tot logistiek. We onderscheiden hier een aantal factoren:

 

De vraag en wens bij de klant

Het consumentengedrag

Het ontwerpen van producten en het op de markt brengen

De distributie naar de afnemers en klanten

De Customer Service

Het proces van elektronische bestelling naar levering

 

 

De vraag en wens bij de klant

Als eerste werpen we de vraag op welke logistieke uitdagingen de markt te bieden heeft.

Er zijn volgens Martin Christopher een viertal uitdagingen voor het logistiek management in bedrijven te noemen:

Customer service explosie;

De tijdreductie

De globalisatie

De organisatorische integratie

 

We zullen de vier uitdagingen kort behandelen te beginnen met:

 

Customer service explosie

 

De consument in het algemeen stelt veel meer eisen aan het product. Dit gaat over de kwaliteit van het product, de prijs/kwaliteitsverhouding en de service. Producenten moeten meer op zoek naar voordelen van hun producten die zich onderscheidden van de concurrentie. Door in te zetten op een kwalitatief hoge service naar de klanten toe hoopt een bedrijf zich te onderscheidden en de klanten aan zich te binden voor langere tijd.

 

De tijdreductie

 

Snelle service en levering zijn voor veel ondernemingen van groot belang. De klant heeft immers een groot keuzemenu en wanneer er niet op tijd geleverd kan worden is er altijd de concurrent die het wel kan leveren. Tijdreductie in het leveren van een product is een groot aandachtspunt geworden. We noemen dit lead time management Het idee van lead time management is als volgt: hoelang duurt het om een klantenorder om te zetten in inkomsten?

 

De globalisatie

 

De globalisatie is een andere grote uitdaging voor bedrijven, de grondstoffen worden wereldwijd ingekocht en het liefst geproduceerd in lage lonen landen zodat de kosten laag blijven en de winst hoger wordt. Tevens verschilt de vraag vaak per land in het product, wat voor het ene volk gewild is, hoeft voor het buurland niet zo te zijn. Voor bedrijven is het een uitdaging om verschillende producten aan te bieden die aan ieder zijn specifieke wensen voldoet. Door de standaardisatie in de logistiek van onderdelen en de flexibele productie probeert een bedrijf een balans te vinden tussen logistieke kosten en de wens van de klanten.

 

De organisatorische integratie

 

Op logistiek gebied is er bij veel bedrijven sprake van functioneel gescheiden afdelingen. Door grote partijen op te kopen wil de inkoper een lagere prijs af dwingen. De productiemanagers plannen grote series en de salesafdeling wil op elk moment kunnen leveren. Bedrijven hebben mensen nodig die al deze verschillende afdeling zo goed mogelijk te laten (samen)werken. We noemen dit generalisten. Zij moeten ervoor zorgen dat er organisatorische integratie kan plaatsvinden. Hun primaire doel ligt op de markt en de customer service met als doel om concurrentievoordeel te behalen.

 

Het consumentengedrag

 

In deze paragraaf behandelen we de invloed van het consumentengedrag op de logistiek.

Doordat de consument steeds veeleisender wordt en in zekere zin ook grilliger is het van belang dat er wordt ingespeeld op het consumentengedrag. We bespreken dit aan de hand van het begrip massa-individualisatie.

 

Massa-individualisatie.

 

In de verschillende schakels van het marketingconcept staat de consument altijd centraal omdat deze verantwoordelijk is voor de winst van de onderneming. Met name in de voedsel -en levensmiddelenbranche is dit een belangrijk onderdeel. Een bekende visie is het zogeheten efficiënt consumer response(ECR) Deze visie wil bereiken dat de echte eindconsument centraal wordt gesteld in het denken en handelen van alle ondernemingen.

De consument is kritisch en veeleisend en daar moet op worden ingespeeld. Kwalitatieve producten, een goede prijs/kwaliteitsverhouding, ruim assortiment en geen of weinig 'uitverkochte' producten. Ondernemingen in de keten moeten gaan samenwerken om aan deze wens te voldoen. De massa-individualisatie is niet meer dan voor iedereen een op maat gesneden product aan te bieden. Daarbij het op maat gesneden product te leveren tegen de kosten van een standaardproduct. Er zijn hier twee termen die voor de klant belangrijk zijn: Customizing en Commodity.

Customizing is de waardering die klanten hebben voor de producten die aan hun eisen en wensen voldoen.

Commodity wil zeggen dat de klant voor de customized producten niet meer wil betalen dan voor het standaard product.

 

Hier komt natuurlijk het probleem bij kijken dat de producten op maat hogere kosten met zich meebrengt dan de standaardproducten. De standaardproducten zijn vaak massaproducten en massa is goedkoper dan maatwerk. De vraag die een bedrijf zich dan moet stellen is hoe de wens van maatwerk te leveren tegen een zo'n laag mogelijk kostenplaatje.

Er zijn twee trends die de verhoogde interesse voor massa-individualisatie enigszins kan verklaren:

De individualisering. De vraag wordt steeds onvoorspelbaarder doordat de consument steeds individualistischer wordt. Dit is een gevolg van een toename in welvaart en de behoefte zich te onderscheiden en erkenning. Bedrijven moeten hierdoor de uitdaging aangaan om nog klantgerichter te gaan werken door middel van goede producten, keuze in de producten en snelheid in de levering.(een voorbeeld is de uitvoerigheid in kleur bij een nieuwe auto waarin de consument kan kiezen, het voegt niets toe aan de kwaliteit, maar het hebben van een keuze in de kleur van een nieuwe auto is voor veel consumenten belangrijk).

Een tweede uitdaging zit in de onvoorspelbaarheid van de consument(de grilligheid) Consumenten zijn niet gebonden aan een winkel of bedrijf voor een product. Ze willen vaak meerdere opties hebben en vergelijkingsmateriaal hebben. Daarbij is de prijs/kwaliteitsverhouding van groot belang.(als de computerwinkel om de hoek niet een bepaald onderdeel kan leveren, dan bestellen we het online en wordt het de volgende dag gewoon bij je thuis bezorgd)

 

Voor bedrijven zijn dit de twee grootste uitdagingen wat betreft de massa-individualisering. Er kan worden gesteld dat de individualisering en de onvoorspelbaarheid van de consumenten massa-individualisering steeds meer nodig maakt, terwijl de technologische ontwikkeling dit steeds meer mogelijk maakt.

 

Doordat er veel aandacht wordt geschonken aan de relatie tussen de logistiek en de marketing is er het zogeheten Efficiënt Consumer Response(ECR) ontwikkeld, met name in de voedselbranche. De ECR concepten worden ondersteund door drie rubrieken:

demand

supply

ondersteunende technieken.

 

De vraagzijde(demand) is er op gericht om de commerciële processen te verbeteren tussen de handelspartners in de keten. Er wordt getracht een optimale conditie te verwerven om de klant het product te laten kopen. Er kan worden gedacht aan het verrichten van marktonderzoek, het beheren van assortimenten en het opstellen van gezamenlijke schappenplannen.

Het aanbod(supply) is er met name op gericht om de logistieke productieprocessen te verbeteren. De consument moet op elk moment kunnen beschikken over het product of dienst.

De ondersteunende technieken(enabling technologies) richt zich voornamelijk op het hanteren van een basistaal en de infrastructuur die daar bij hoort zoals het coderen van berichten, de elektronische uitwisseling van berichten en het elektronisch bankieren.

 

We richtten ons nog even op de vraag/demandzijde van de ECR. Hierin worden namelijk nog vier verbeterconcepten genoemd:

De optimalisatie van het assortiment

De promotionele acties en hoe deze te verbeteren

De optimalisatie van introducties van het product

Verbeteringen doorvoeren met betrekking tot de demand management capabilities.

 

De optimalisatie van het assortiment

 

Optimalisatie van het assortiment vindt plaats in het aantal categorieën en de breedte en de diepte van het aanbod. Welke rol vervult een product en hoe presenteren we het product zijn onderwerpen waarin bedrijven zich mee bezighouden als het gaat om de verbetering van het assortiment en het product.

 

De promotionele acties en hoe deze te verbeteren

 

Promotie van de producten en het assortiment is een belangrijk onderdeel om het product te verkopen. Hier word zowel door de verkoper als de fabrikant steeds gekeken hoe dit zo effectief mogelijk kan.

 

De optimalisatie van introducties van het product

 

Er worden veel en vaak nieuwe producten geïntroduceerd om de wensen van de consument te voldoen. Hierin komen ook regelmatig mislukkingen voor omdat de producent zich te veel richt op het onderscheiden van het product met andere producten. Een openheid in de handelspartners is hierin gewenst.

 

Verbeteringen doorvoeren met betrekking tot de demand management capabilities

 

De strategische en commerciële doeleinden van alle betrokken handelspartners moeten in grote delen op een lijn liggen.

 

Het ontwerpen van producten en het op de markt brengen

 

De vraag die hier wordt gesteld is hoe er aandacht kan worden besteed aan marketing en logistiek vanaf het productontwerp. Er zijn hier een aantal trajecten die worden besproken welke te maken hebben met het product en het assortimentsbeleid:

 

De levenscyclus van het product

Het ontwerp van het product

Het product life-cycle management

Het assortiment

De groeistrategie

 

 

1. De levenscyclus van het product

 

Een product wordt bekeken vanuit twee gezichtspunten: het technische en het economische. Als we het hebben over de technische kant is er sprake van een beginpunt(de ruwe grondstoffen, basisstoffen) tot het eindproduct. Wanneer we kijken naar de economische kant is het product een verzameling van eigenschappen die voldoet aan de wensen van de afnemer of consument. Beslissingen over het product verschillen wanneer met te maken heeft met bestaande, - of nieuwe producten. De problematiek van bestaande producten wordt samengevat in de prudctlevenscyclus(PLC). Elk product heeft een bepaalde levensduur die opgedeeld wordt in 5 fasen:

 

De introductie

De groei

De rijping

De verzadiging

Het verval

 

1. De introductie. Wanneer een product weinig bekendheid heeft wanneer het wordt gepresenteerd heeft het een introductie nodig om de lage afzet te laten groeien. De pushfase. Er wordt vooralsnog de nadruk gelegd op de bevoorrading, waar rekening wordt gehouden met een zo laag mogelijke kosten wat betreft de logistiek. Te veel of te weinig leveren kost meer geld dus wordt er nauwgezet gekeken hoe het product het beste kan worden geïntroduceerd en de kosten zo laag mogelijk te houden.

 

2. De groei. Door middel van reclame groeit het product in bekendheid waardoor de afzet groeit. Dit wordt ook wel de pullfase genoemd. Er moet voldoende geleverd worden om de concurrentie voor te zijn, dit wordt gedaan door de voorraden steeds meer decentraal op te slaan.

 

3. De rijping. In dit proces is de snelle groei inmiddels verdwenen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat de concurrent een vergelijkbaar product op de markt brengt. Het gaat er in deze fase om het zo goedkoop mogelijk aan te bieden terwijl er ook winst wordt gemaakt. Dit noemen we de costfase. Producten die snel verkopen moeten zo dicht mogelijk bij de klant liggen.

 

4. De verzadiging. Doordat de concurrentie steeds hevige wordt door bijvoorbeeld in de vorm van een prijzenoorlog neemt da afzet niet of nauwelijks meer toe. Hierdoor ontstaan er acties om de consumenten te lokken. De leverancier komt met aanbieding zoals goedkope optiepakketten. We noemen dit de extra's fase.De voorraden die niet meer snel lopen zullen centraler worden opgeslagen om de logistieke kosten te verminderen. De felle concurrentiestrijd leidt to verval en er ontstaan weer nieuwe producten.

 

5. Het verval. De verkopen nemen af. Er worden hoge kortingen geboden om het product alsnog te verkopen, de nadruk ligt hier om alsnog inkomsten te generen van het product, de zogeheten cashfase.

 

 

2. Het ontwerp van een product

 

Een periode van het begin van het ontwerp van het product tot aan de introductie van het product op de markt wordt Time-to-market genoemd. Dit proces dient zo kort mogelijk te zijn om de handhaving op de markt voor het bedrijf hanteerbaar te houden. Deze korte duur heeft onder meer te maken met de aanbod- en vraagzijde van de markt. Het aanbod heeft te maken met de snelle ontwikkelingen op technologie en de vraagzijde met de grillige en snel veranderende wens van de consument. Het resultaat is dat producenten zo snel mogelijk nieuwe producten op de markt willen krijgen.

De consument wil steeds vaker een product hebben die volledig aansluit op de individuele eisen en wensen. We noemen dit de Form, Fit and Function. De ontwerper heeft hier als taak de specifieke gevraagde functie voor de kosten te ontwerpen die de consument er voor over heeft. Dit wordt massamaatwerk genoemd. Een voorbeeld hiervan zijn de computers van Dell die je online zelf kunt samenstellen waarna de fabriek dit in elkaar zet.

 

KOOP

 

KOOP staat voor KlantenOrderOntkoppelPunt. Het KOOP maakt het mogelijk om diverse soorten producten door elkaar te bouwen. Dit kan variëren van het maken op voorraad tot specifieke orders voor een klant. Het is een systematisch ontwerpproces op basis van modulatiteit, waardoor het ruim toepasbaar is.

 

3. Het product life-cycle management

 

Product life-cycle management(PLM) is een poging om de informatiesystemen van verschillende afdelingen binnen een bedrijf of een onderneming met elkaar te laten samenwerken. Bijvoorbeeld door de engineeringafdeling te koppelen aan de logistiek.

Dit biedt veel voordelen zoals de beschikbaarheid van de componenten die de engineers willen gebruiken. We spreken ook wel van een kennissysteem in de vorm van het PLM. In feite is het een grote database waarin de ontwerper informatie kan vinden over eerdere ontwerpen, de componenten en de voorraden. Het is daarnaast een koppeling tussen de product data management(PDM) en de enterprise resources planning(ERP) Door een goede koppeling tussen de ontwerpafdeling, de productieafdeling en de logistieke afdeling kunnen bijvoorbeeld veel fouten worden voorkomen wat een besparing oplevert.

 

Een nieuw product op de markt heeft vele processen, een van die processen die voorafgaat aan het introduceren is de productontwikkeling. We spreken hier van een innovatie in technische zin. Technologisch innoveren is een nieuw product op de markt brengen dat succesvol is op economisch gebied. Het gaat hierbij om een nieuw product. Innovatie is dan ook geen aanpassing op een bestaand product, maar de ontwikkeling van een totaal nieuw product die economisch succesvol is. Er bestaan twee types van innovatie:

 

De productinnovatie

De procesinnovatie

 

De productinnovatie is een verandering die wordt aangebracht door een onderneming in het product zelf. Bijvoorbeeld de invoering van de DVD dat een betere kwaliteit en houdbaarheidsduur heeft dan de videocassette.

 

De procesinnovatie is een verandering die wordt aangebracht door een onderneming op de manier waarop het product wordt gemaakt. Bijvoorbeeld de invoering van robots in de autofabriek. Een belangrijk doel is om de logistieke kosten te verlagen.

 

 

4. Het assortiment

 

De meeste ondernemingen bieden meer dan een product aan. Er zijn vaak meerdere producten die een verband met elkaar hebben.(Een papierfabriek maakt kopieerpapier en toiletpapier bijvoorbeeld) We noemen het kopieerpapier een product dat in het productieprogramma en in het verkoopprogramma van de onderneming voorkomt. We noemen het kopieerpapier en het toiletpapier een productgroep; een verzameling van producten die bij het productie- en verkoopprogramma van de onderneming voorkomen. Onder een assortiment verstaan we een verzameling productgroepen. Het assortiment is van groot belang voor de marketing van de onderneming of bedrijf. Het moet afgestemd worden op de vraag van de afnemers en deze zijn continue aan verandering onderhevig. Dit kan bijvoorbeeld komen door acties en aanbiedingen van concurrerende bedrijven. De handhaving van de prijs/kwaliteitsverhouding moet hierdoor nauwlettend in de gaten worden gehouden en waar nodig aangepast worden. Aanpassing worden uitgevoerd in twee richtingen:

Grading-up. Dit heeft te maken met het verhogen van het prijs/kwaliteitsniveau of het toevoegen van nieuwe producten die een hoog prijs/kwaliteitsniveau hebben.

Grading-down. Hierbij gaat het voornamelijk om de uitbreiding in het assortiment met producten van een lager prijs/kwaliteitsniveau.

 

De plek die het product heeft in het assortiment van een bedrijf noemen we de portfoliobenadering. Deze is ingedeeld in twee criteria:

De groei van de omzet van alle producten die er op de markt zijn. Er wordt hier gekeken naar de eigen producten in verhouden met de producten van de concurrent

Het relatieve aandeel in de markt met betrekking tot het eigen product. De verhouding tussen het eigen aandeel in de markt en het aandeel van de concurrent.

 

Als gevolg van deze criteria is er het zogeheten BCG-matrix ontwikkeld:

 

Vraagteken is vaak een toekomstig product waarvan men niet weet of het een hoog of een laag aandeel in de markt genereert. Het vergt investeringen in dit product om het een ster te maken. Wanneer een ondernemer niet overtuigd is of dit een ster wordt, kan het zijn dat het een Winkeldochter wordt

 

Ster. Dit is een product wat een hoog marktaandeel heeft in de markt en heeft een hoge groei. De producent kan een bepaald verlies lijden omdat het sterproduct een zekere bron van inkomsten genereert.

 

Winkeldochter is een product met een zwakke positie op de markt en heeft weinig potentie om te groeien.

 

Melkkoe. Dit is een product met een hoog marktaandeel en een verzadigende markt. Ze zijn over het algemeen winstgevend omdat de afname stabiel is.

 

 

 

5. De groeistrategie

 

Er zijn vier groeistrategieën voor het assortiment:

 

De marktpenetratie. Dit is het dieper doordringen van de bestaande producten op de markt door middel van meer te verkopen aan de bestaande klanten en door nieuwe klanten te werven

De marktontwikkeling. Het zoeken en maken van nieuwe markten voor een bestaand product

De productontwikkeling. Dit gaat over om nieuwe producten op de bestaande markt te lanceren, door bijvoorbeeld uitbreiding van het assortiment

Diversificatie houdt in dat nieuwe producten op de bestaande markt worden gebracht door bijvoorbeeld deze nieuwe producten aan andere afnemers aan te bieden dan de al bestaande afnemers.

 

 

 

De distributie naar de afnemers en klanten

 

De distributie naar klanten kent een aantal commerciële aspecten zoals de keuze van een distributiekanaal en de spreiding van distributies. Het woord distributie kan zijn betekenis zowel commercieel als logistiek hebben.

 

Een onderneming of een fabrikant moet zich de vraag stellen welke kanalen er nodig zijn om de distributie zo goed mogelijk te laten verlopen. Waardoor de producten kunnen worden afgenomen. Er zijn verschillende soorten distributiekanalen die we onder de verzamelnaam distributiestructuur of distributiegrondvorm kennen.

Een distributiekanaal is de weg die een product aflegt van producent naar consument. De weg beheerst een aantal kanalen te noemen:

producent, de maker van het product

importeur. deze nemen de producten af van de producent om ze door te verkopen aan de grossier en detaillisten

grossier, zoals een groothandel die is gespecialiseerd in de doorverkoop van het product.

detaillist is een onderneming die zich heeft gespecialiseerd op de doorverkoop vaan producten aan huishoudens zoals een supermarkt en,

uiteindelijk de consument.

 

De distributiespreiding houdt in hoeveel tussenhandelaren er betrokken zijn in het product. Het gaat hier om een kengetal dat weergeeft de tussenhandelaren het product toevoegen aan hun assortiment.

 

 

De Customer Service

 

De customer service heeft betrekking op alle factoren die van invloed zijn op het beschikbaar maken van het product voor de klant. Het gaat hierom dat het product op de desgevraagde plaats en tijdstip geleverd kan worden. Het gaat hierbij om een korte levertijd, een hoge betrouwbaarheid van de levering en realisatie over specifieke wensen van de afnemer met betrekking tot de tijdstippen van de levering, de verpakking, documenten, informatieverstrekking. De servicegraad is een maatstaf voor de uitvoering van orders van de klanten. Dit moet verlopen volgens de leveringsvoorwaarden die algemeen in de markt aanvaard zijn. Het begrip customer service kan in drie stadia worden onderscheidden:

  • Als activiteit: activiteiten die verband houden met orderverwerking en klachtenafhandeling. Dit wordt gezien als een losse activiteit van de onderneming en haar doelstelling.

  • Als prestatiemaatstaf: De wijze van leveren en de zorg voor de klant zien sommige bedrijven als een maatstaf voor de door hun geleverde diensten en producten.

  • Als managementfilosofie: Hierin is de customer service nauwe verweven met met het concept van het bedrijf. Het is in het hele bedrijf doorgevoerd en staat niet los van de overige activiteiten.

 

Daarnaast zijn er grofweg drie elementen te noemen van de customer service:

  • Pretransactie-elementen

  • Transactie-elementen

  • Posttransactie-elementen

 

Prestransactie-elementen

 

De service is erop gericht op voor de transactie rekening te houden met de inspanning waarmee de klant de order kan afsluiten. De bekendheid en de bereikbaarheid van het bedrijf zijn elementen die hierin meespelen. Andere factoren zijn het meedenken, informatieverstrekking, de mogelijkheid tot keuze, de eenvoud en de garantie van de bestelling.

 

Transactie-elementen

 

Het nakomen van de afspraken, de service speelt hierbij een belangrijke rol. Hiermee word betrouwbaarheid geleverd en de mogelijkheid om de klant aan zich te binden. De service behelst de levering, de kwaliteit van het product, de verpakking(goede staat na verzending), versheid of houdbaarheid. De service is gericht op het fysieke product.

 

Poststransactie-elementen

 

Hier speelt het optreden van de producent een belangrijke rol als het gaat om defecten en problemen met het geleverde product. De snelheid van het oplossen, de kosten die hiermee gemoeid zijn. Dit is van essentieel belang om de klant tevreden te houden en een volgende order te verkrijgen. De prestatie van de onderneming moet duidelijk zichtbaar zijn en moet het vertrouwen van de klant opbouwen in de onderneming. Een simpel voorbeeld is hoe snel de telefoon wordt opgenomen.

 

 

Het proces van elektronische bestelling naar levering

 

De invloed van elektronische bestellingen heeft van invloed op de logistiek. In deze paragraaf kijken we welke invloeden dit heeft. W behandelen dit aan de hand van drie vormen van elektronische bestellingen:

  • E-business

  • E-commerce

  • E-logistics

 

 

 

E-business

 

In het kort is E-business een nieuwe technologische toepassing die tot doel heeft het verbinden en transparant maken van de waardeketens tussen bedrijven en consumenten. Hierdoor kan kostenbesparend worden gewerkt, de service kan worden verbeterd en er kunnen nieuwe marktkanalen geopend worden. Hierdoor zullen de verhoudingen in de concurrentie een transformatie ondergaan. De belangrijkste redenen voor bedrijven om over te gaan op E-business zijn kostenbesparingen, serviceverlening, omzetvergroting en marketing. Er zijn vier trends te onderscheiden in de ontwikkeling van de E-business, die overigens langzamer ontwikkelt dan verwacht, maar dankzij de komst van het internet niet meer weg te denken valt:

 

  • De individuele klant staat centraal. Door middel van interactieve dienstverlening wordt de klant in staat gesteld zelf voorkeuren te doorzoeken en keuzes te laten maken. Hierdoor kan de consument een product op maat krijgen en het geeft de leverancier informatie over de voorkeuren.

  • Netwerkorganisaties. Deze organisaties doen het werk voor bedrijven die hier zelf geen tijd of er minder kennis van hebben. Ze verzorgen gegevensregistratie en informatie over de consument aan de producent zodat deze het aanbod zo goed mogelijk kan afstemmen op de wensen van de consument.

  • Snelheid en transparantie zijn steeds belangrijker bij het leveren van goederen. Er moet tevens informatie beschikbaar zijn over het bedrijf, de levering en eventuele klachten

  • Dienstverlening. Dit wordt uitgebreider omdat internet het mogelijk maakt om massadataverkeer en informatie sneller te verstrekken aan bedrijven onderling of om onderhoud van software of apparatuur te verrichten.

 

 

E-commerce

 

Dit is in het kort gezegd een toepassing van de e-business op de marketing en verkoop.

Het zijn uitvoeringen van bedrijfsprocessen en transacties op een geavanceerde elektronische manier met als doel het verhogen en verbeteren van de efficiëntie en de effectiviteit van een bedrijf of organisatie. Simpel gezegd: E-commerce is alles wat te maken heeft met het kopen en verkopen van diensten en producten via het internet. Dit heeft als vanzelfsprekend grote invloed op de logistiek van een bedrijf. Vliegtickets en treintickets worden voor een groot gedeelte op internet geboekt en via internetbankieren betaald. Dit zelfde geld voor vakanties. Het e-commerceproces omvat:

  • de elektronische presentatie van diensten en goederen(voordat je naar een winkel gaat kun je bijvoorbeeld eerst kijken op de website van de winkel of het specifieke product wel leverbaar is)

  • factureren en bestellingen via internet

  • Een geautomatiseerde orderstatusinformatie

  • Online transactie en betalingen(internetbankieren)

 

Er zijn een aantal kenmerken waarop een bedrijf zich zichtbaar kan maken via e-commerce:

  • Een uitgebreide onlinecatalogus(bijvoorbeeld bol.com of Wehkamp)

  • Het accepteren van elektronische betaalmethodes

  • Onderzoek doen naar het koop, - en wensgedrag van consumenten en daar op in spelen

  • Daarnaast kan het de marges verkopen omdat de kosten lager zijn(denk aan logistieke kosten) door de verkoop van producten online.

  • Minder kosten in papiergebruik

  • Snellere serviceverlening door bijvoorbeeld 24 uur service of een FAQ pagina(Frequently Asked Questions)

 

Aan de hand van de vier P's kunnen we antwoord geven op de vraag wat het verschil is tussen e-marketing en traditionele marketing. De vier P's zijn:

  • Plaats Waar wordt de aanbieding gedaan? Er is nu een ontwikkeling met draadloze marketing waarin bekend is waar iemand is een alert of een aanbieding kan sturen via en laptop of een mobiele telefoon.

  • Product Doordat de klant via e-marketing zelf het product uitkiest wat het beste bij zijn of haar eisen en wensen past kan de leverancier hier op in spelen door bijvoorbeeld vergelijkbare producten aan te bieden. De klant geeft tevens aan waar zijn of haar voorkeuren liggen zodat de leverancier zich daar op kan afstemmen

  • Prijs Via internet is de klant veel vrijer om te kijken waar het gewenste product het goedkoopst is. websites als kelkoo geven in enkele seconden weer waar het gezochte product het goedkoopst is, wie de minste verzendkosten heeft en wie een positieve beoordeling heeft.

  • Promotie Dit is nagenoeg in beide marketingstrategieën evident, zowel op het internet als op televisie en door middel van billboards en folders wordt er reclame gemaakt of wordt een product gepromoot. Internet is een toevoeging voor de promotie van het product of een dienst. Daarnaast is het wel zo dat de communicatie via internet sneller loopt en eerder de consument bereikt.

 

E-logistics.

 

De logistieke gevolgen van e-commerce is samen te vatten in een aantal punten. Deze punten komen voort uit onderzoek naar de logistieke gevolgen van e-commerce bij een aantal grote bedrijven zoals, Wehkamp, Dell, KLM Cargo en Macintosh:

  • De snelheid van internet vraagt een snelle levering. Daarnaast is er vraag naar flexibele levering wat betreft plaats, datum en tijdstip.

  • Internet is interactief in de zin dat bedrijven steeds nieuwe informatie binnen krijgen met betrekking tot de markt en de wens van de consument. Er kan hierdoor sneller op worden ingespeeld.

  • Directe zakelijke transacties tussen bedrijven en afnemers.

  • Een grotere en interactieve klanteninput vraagt om meer klantvriendelijkheid en een intensieve customer service. Door de klanteninput wordt ook de logistiek gestuurd. Het koppelen van de administratieve orderverwerking en het logistieke proces hiervan worden hierdoor een toegevoegd element aan de e-commerce.

  • De aantallen die afgeleverd dienen te worden wordt kleiner er diverser. Hierdoor zijn er meer administratieve handelingen nodig en de informatie is gedetailleerder.

  • Door de e-commerce doet zoals eerder al genoemd de producent direct zaken met de consument en vervallen of verdwijnen diverse tussenschakels hierdoor. Deze zullen zich moeten heroriënteren op de markt en op hun positie als concurrent.

  • Bedrijven die bestelling van goederen af kunnen leveren via het internet zijn erg goedkoop uit wat betreft logistiek dan bedrijven die niet kunnen. Op dit moment is die markt nog niet groot en bevat het voornamelijk software, uitgeverijen en muziekmaatschappijen die hun diensten aanbieden via downloaden.

  • Een tussenpersoon in het afleveren van goederen spelen een grote rol zoals TNT en andere koeriersbedrijven.

  • De keten zoals het altijd werkte is omgedraaid. Het gaat niet alleen meer van de producent naar de consument, maar steeds vaker bepaalt de consument het aanbod. Op deze manier is het produceren op voorraad een minder belangrijkere rol gaan spelen bij productiebedrijven.

 

 

 

Daarnaast zijn er een aantal deelsystemen te onderscheiden met betrekking to e-logistics:

  • Voorraden

  • Warehousing

  • Transport

 

Voorraden.

 

Zoals eerder genoemd is het voorraadbeheer bij productiebedrijven aan het veranderen door de opkomst van de e-commerce. De consument kijkt ook kritischer naar het voorraadbeheer; wanneer iets niet op korte termijn kan worden geleverd stapt de consument over op een ander bedrijf die het wel direct kan leveren of naar een vergelijkbaar product. Het is voor bedrijven van grote noodzaak dat de afleverpunten en de voorraadpunten niet ver van elkaar verwijderd zijn. Hierdoor komen er meer voorraadpunten om aan de snelle levertijd te voldoen waardoor de kosten in dit segment weer stijgen.

 

Warehousing

 

Het gevolg van E business is dat er veel meer kleine orders binnen komen. In het kader hiervan ontstaat het zogeheten e-warehousing, ook wel het virtuele warenhuis genoemd. De voorraadpunten worden beschouwd als een totaalvoorraad. Producten die van verschillende leveranciers komen worden op deze manier niet allemaal op dezelfde locatie opgeslagen. Het is dus een middel om de regie te houden over alle voorraden die een bedrijf heeft. Dit heeft van nut omdat veel producenten gewend waren grote partijen te leveren en dit op te slaan in een voorraadpunt. Nu er dus veel meer kleine orders binnen komen die ook nog eens zijn toegespitst op de individuele wensen en eisen van de afnemer of consument kan een bedrijf zo het overzicht bewaren in hun totaalvoorraad.

 

Transport

 

Logistieke stromen tussen de verschillende ketens zijn dunner geworden doordat er steeds meer gebruikt wordt gemaakt van supply chain management. Er treedt een verschil op in bedrijven die hun assortiment aan bestaande klanten blijven aanbieden en zo hun logistieke processen niet of nauwelijks aan hoeven te passen en bedrijven die hun diensten en producten aan bieden via het internet. De laatste groep wil schakels in the supply chain overslaan en hun assortiment op deze manier te verbreden. Zo behandelen bedrijven die hun diensten en producten via het internet aanbieden het proces van de order van de consument(bijvoorbeeld Dell computers, waarin de consument zelf de computer samenstelt en direct kan zien wat voor producten het zijn en wat dit kost) maar besteden ze de distributie uit aan bijvoorbeeld de assemblagefabrikant die een groot deel van de markt bedient. Deze fabrikant krijgt dezelfde order binnen en kunnen op deze manier direct handelen wat betreft materiaal inkopen en het transport beheren. In sommige gevallen kan de consument precies volgen wat er gebeurd en waar het product zich bevind.

Echter, er zijn wel enkele problemen geconstateerd met deze methode doordat er tussen bedrijven soms transparantie in de informatie ontbreekt of dat bedrijven elkaar niet vertrouwen in de afwikkelingen van de diensten. De verwachting is wel positief dat steeds meer bedrijven die via het internet hun producten of diensten verkopen over zullen gaan op deze vorm van transport.

 

 

 

3. Het schematische plan van logistiek

 

In dit hoofdstuk kijken we naar de beste inrichting van de logistiek binnen een organisatie.

Een aantal dingen zijn hierbij van belang:

 

Het concept van de logistiek

De verschillende grondvormen van de logistiek

De besturing en de organisatie van de logistiek

De resultaten uit onderneming

De gevolgen van logistiek aan de omzet- en winstbijdrage

 

 

 

Het concept van de logistiek

 

Elke organisatie stelt zichzelf de vraag welke richting de logistieke functie uit moet en hoe dit ontworpen gaat worden. Dit noemen we het logistieke concept. In dit concept wordt beschreven hoe de goederenstromen, de geldstromen en de gegevensstromen op elkaar worden afgestemd. In dit concept zijn drie functies belangrijk:

De ontwikkeling van een visie op de besturen de goederenstroom

Het ontwikkelen van een actieplan

Het creëren van een logistiek bewustzijn.

 

Dit logistieke concept dient er voor om beter inzicht te krijgen in het logistieke proces binnen een organisatie en daar aanpassingen of verbeteringen op doen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de doelstellingen van de logistieke functie en de aandachtsgebieden waarin verbeteringen mogelijk zijn. De doelstellingen kunnen worden opgedeeld in de:

Externe doelstellingen

Interne doelstellingen

 

De externe doelstelling zijn het op tijd leveren voor een klant en de flexibiliteit om te kunnen inspelen op veranderingen en wensen en eisen van de klant.

De interne doelstelling ligt in de vraag wat het bedrijf presteert en hoe dit zich verhoudt tot de interne logistieke prestaties. Voor een bedrijf is het belangrijk om een evenwichtige verhouding tussen de beide factoren te bewerkstellen. Dit is een van de belangrijkste taken van het logistiek management. Er zijn hier vier aandachtspunten te noemen om de logistieke doelstellingen te bereiken:

De fysieke inrichting betreft de fysieke kenmerken van het bewerken, het verplaatsen en het opslaan van goederen, bijvoorbeeld een magazijn.

De beheersing heeft betrekking op de primaire processen zoals het plannen van werk.

De informatievoorziening. Een informatiesysteem die de logistieke processen beheerst.

De personele organisatie houdt zich bezig met bijvoorbeeld de coördinatie tussen de logistieke afdeling en andere functies binnen een organisatie. Effectiviteit speelt hierbij een belangrijke rol.

 

Deze vier punten zijn van belang voor de logistieke performance van een bedrijf. Samen kunnen we deze vier aandachtspunten samenvatten als het Logistieke concept. De logistieke doelstelling is een relatief nieuwe doelstelling binnen een organisatie. Het hoofddoel is het verbeteren van de customer-service of het verlagen van de integrale kosten. Deze verbetering in de custom service kan op drie punten worden verbeterd: Een verkorting in de doorlooptijd, een verbetering in de betrouwbaarheid van het leveren van goederen of diensten en een verhoging van de flexibiliteit met betrekking tot de veranderende wensen en eisen van de afnemer. Van deze drie doelstellingen is de betrouwbaarheid van het leveren van goederen of diensten de belangrijkste als het gaat om direct resultaat. Wanneer de levering onbetrouwbaar is ontstaat er een onzekere situatie die bij de klant als onprettig wordt ervaren. Wanneer snelle en betrouwbare levering een verbeteringspunt is komt er een ander probleem bij kijken: De levering kan worden verbeterd door producten uit voorraad te leveren, dit leidt echter tot hogere kosten in de voorraad.

 

De verschillende grondvormen van de logistiek

 

Voorbeelden van verschillende grondvormen van de logistiek zijn de inrichting van een magazijn, de structuur van een distributiekanaal of de lay-out van een fabriek. De belangrijkste elementen van een grondvorm zijn:

de locatie van voorraadpunten

De processen die betrekking hebben van de inkoop tot de nazorg

de bewegingen van goederen tussen processen en voorraadpunten

 

Er zijn een aanal soorten van grondvormen te noemen:

De Pijplijn

De Keten

Shared Resource

Convergentie

Divergentie

Netwerk

 

De Pijplijn

 

De ideale grondvorm is de pijplijn, dit betekent dat het proces ononderbroken is. Het is de eenvoudigste voor een combinatie tussen het product en de markt

 

De Keten

 

Wanneer er breuklijnen voorkomen in de goederenstroom van een pijplijn wordt dit een keten, hierbij worden bepaalde processen die voorkomen tussen de inkoope en nazorg overgedragen aan een volgende marktpartij.

 

Shared Resource

 

Een shared resource is een gemeenschappelijke bron van capaciteit in de keten van twee verschillende product-marktcombinaties.

 

Convergentie

 

Convergatie komt voor bij een assemblageproces waarin verschillende processen van toelevering mee gemoeid zijn. Dit komt bijvoorbeeld voor in de computerindustrie. Er zijn een aantal stromen die convergeren vanuit verschillende proces naar een proces.

 

Divergentie

 

Er is hier sprake van een proces, zoals een toeleverancier voor verschillende andere processen. Het aantal verbindingen divergeert van een proces naar verschillende processen

 

Netwerk

Een netwerk bestaat uit convergentie en divergentie processen met verschillende product-marktcombinaties.

 

Wanneer de grondvorm wordt vereenvoudigd ontstaan er verschuivingen in het klantenorderontkoppelpunt, het al eerder genoemde KOOP. Dit is een punt dat aangeeft in hoeverre een order van een klant doordringt in het productieproces van het productiebedrijf. Er zijn hierbij vijf punten die van belang zijn: er wordt tevens onderscheid gemaakt in een stroomafwaarts ontkoppelpunt en een stroomopwaarts ontkoppelpunt. Stroomafwaarts betekent dat er voorraad wordt gehouden dat dicht bij de klant ligt, stroomopwaarts betekent dat de goederenstroom dichter bij de bron,de klant ligt. Er is zo meer voorraad bij de leverancier waardoor de voorraad beperkt wordt gehouden door het bedrijf zelf.

 

KOOP 1: Producten worden gemaakt en verstuurd naar verschillende en verspreidde voorraadpunten. Er wordt een voorraad aangemaakt die dicht bij de nog niet bekende afnemers liggen

KOOP 2: Hierbij gaat het om de meer duurzame producten zoals medische apparatuur en kopieerapparaten. Deze eindproducten worden in voorraad gehouden aan het eind van het productieproces. Vanuit deze voorraden worden deze producten direct verzonden naar voornamelijk geografische verspreide afnemers.

KOOP 3: Hier worden enkel de producten in voorraad gehouden waarvan het maken van het producten en het leveren langer duurt dan de gewenste levertijd.

KOOP 4: Hierbij wordt het product gemaakt op een order,alleen de grondstoffen en onderdelen zijn op voorraad. De orders zijn vaak klantspecifieke projecten zoals een vliegtuig.

KOOP 5: Het inkopen en maken op een klantenorder. Er is geen voorraad, de onderdelen en producten worden exact besteld naar wens van de klant. Het betreft vaak een klant. voorbeelden kunnen zijn een booreiland of een containerschip.

 

De producent loopt een voorraadrisico wanneer de producten voor het KOOP worden gemaakt. Het goederenstroomtraject wordt namelijk voor het KOOP aangestuurd door een prognose. De ondernemer loopt echter geen enkel risico wat betreft de voorraad. Wanneer de klantenorder binnen is worden de producten pas aangeschaft. Daarnaast zijn er verschillende accenten voor en na het KOOP.:

 

Wanneer we kijken naar het proces voor het KOOP zijn er een aantal elementen te noemen:

We kijken naar een anonieme productie waarin het product een standaardproduct is en de productie op hoog volume/ massa wordt geproduceerd. De capaciteit is een volledige bezetting, er is een lange set up tijd en lange runs, de mensen die eraan werken zijn specialisten van acht uur per dag. De beheersing wordt gedaan op basis van een voorspelling, het risico hiervan is echter dat producten onverkoopbaar blijven. De productiviteit is efficiënt, de leiding hiërarchisch en de software is een eenvoudig MTP-pakket. De productie is stroomopwaarts. Wanneer deze productie afgehandeld is gaat het naar het KOOP voorraadpunt.

 

We zien echter andere elementen in het proces na het KOOP wanneer het veelal gaat om een productie die op basis van een klantenorder wordt geproduceerd. We kijken even naar dezelfde elementen als de anonieme productie in het proces voor het KOOP: Het product heeft optiemogelijkheden,de productie is flexibel en er kan gebruikt worden gemaakt van omstelbare machines. De capaciteit is wisselvalig en er zijn relatief korte set-ups en korte runs. De mensen die eraan werken zijn vaak generalisten van zes tot tien uur per dag. De beheersing is op basis van klantenorders, de risico's zijn op doorlooptijd en beschikbare capaciteit. De productiviteit is op basis van Effectiviteit, de leiding is coachend en de software is een complex ERP-pakket. De productie is stroomafwaarts.

 

Een grondvorm van distributielogistiek is het pijpleidingensysteem. Het fysieke goederenproces en de stroom hiervan moet zich verplaatsen voordat het op de juiste plaats en tijd aankomt bij de afnemers. De belangrijkste elementen van de grondvorm zijn de primaire processen, de locatie van de voorraadpunten en de beweging van de goederen. Wanneer deze elementen zich voordoen kan er worden gekeken als dit vereenvoudigd kan worden. Het begrip KOOP speelt hierbij een cruciale rol. Als we bijvoorbeeld kijken naar KOOP in de autodistributie zijn er twee mogelijkheden, de auto in de showroom(voor het KOOP) en de gewenste auto op bestelling( na het KOOP) Er zijn echter distributiekanalen mogelijk met meer en met minder schakels. We noemen dit de commerciële grondvorm. In onderstaand figuur laten we zien welke mogelijkheden er zijn:

 

Productie Distributie

 




Internationale autofabrikant

Nationale importeur

Lokale dealer

Klant

 




 

 

KOOP S

Verkoop uit showroom (S)

 



 

KOOP I

Verkoop uit voorraad importeur (I)

 


KOOP F

Verkoop uit voorraad fabrikant (F)

 

 

 

 

 

De besturing en de organisatie van de logistiek

 

In deze paragraaf kijken we naar de verschillende manier om logistiek te besturen en te organiseren. In de besturing van de logistiek spreken we allereerst van een voorwaartse koppeling. Dit komt er op neer dat er een voorspelling moet worden gemaakt wat klanten willen gaan gebruiken, de voorwaartse koppeling is een peiling. Op basis van deze vooruitzichten of voorspellingen worden er beslissing genomen. Een voorbeeld is de marktkoopman. Wanneer het slecht weer wordt zal de verkoop minder zijn en wordt er dus ook minder ingekocht.

Een volgend aandachtspunt zijn de methoden push en pull. Een pijplijn kan bestaan uit bestellingen die onderweg zijn en de goederen die opgeslagen zijn in het eigen magazijn. Deze hoeveelheden worden in kaart gebracht met voorspellingen. Op deze manier kan men een berekening maken met wat er in de toekomst nog nodig is. Dit wordt de pushmethode genoemd. Wanneer met niet kan inschatten wat er nodig zal zijn door onbetrouwbare voorspellingen moet het bedrijf snel handelen en terugkoppelen. Dit wordt de Pullmethode genoemd. In de logistieke wereld houdt men zich dan aan een beperkte voorraad. Wanneer een product wordt verkocht komt de bevoorrading opgang. Simpel gezegd: wanneer het op is, wordt er nieuwe geleverd.

 

Daarnaast zijn er nog twee mogelijkheden met betrekking tot het aansturen van de voorraadpunten. Dit zijn de klassieke benadering en de integrale benadering. Bij de klassieke benadering werden de voorraadpunten apart aangestuurd in combinatie met het productieproces. Vaak leidde dit tot onbeheersbare tussenvoorraden. Deze tussenvoorraden worden groten wanneer er de volgende factoren zich voordoen:

De schakels in de keten dat ontstaat door de verschillende bewerkingen waar een product doorloopt.

De totale levertijd vanaf het wachten en bewerken in een bepaalde schakel.

De goederenstroom is onregelmatig zodat het productieproces niet efficiënt kan worden ingericht omdat er geen vast ritme is in de bestellingen.

De vele verschillende soorten producten die van elkaar afwijken in het productieproces waardoor onderlinge afstemming bemoeilijkt wordt.

 

De integrale benadering is een benadering waarin alle voorraadpunten centraal worden aangestuurd.

 

 

Wat kunnen we zien in de ontwikkeling van de organisatie met betrekking tot de logistiek.

De theorie van een logistieke organisatie kan worden aangetoond middels een organisatieschema. De basisprincipes van organiseren is de specialisatie in de functies. De hoofdfuncties zijn: financiën, productie en marketing:

 



 

Directie

 

Financieel manager

Productiemanager

Marketingmanager

 

Een manager productie heeft bijvoorbeeld de leiding over het materiaal management, de inkoop en werving, de fabricageplanning en de handling. Wanneer we kijken naar de marketingmanager zien we dat hij de fysieke distributie, de voorraadbeheer, het magazijn en de transport beheert.

Wat opvalt is dat zowel de productiemanager en de marketingmanager meer verantwoordelijkheden dragen, daarnaast kan er bijvoorbeeld een probleem ontstaan in de transport die altijd via de superieuren moet worden opgelost wat weer veel tijd kost. Een logisch gevolg kan zijn om een aparte manager aan te stellen voor de logistiek, waardoor de verdeling beter wordt en een productie of een marketingmanager zich niet of nauwelijks bezig hoeft te houden met de logistiek, maar zich kan richten op de eigen taken en verantwoordelijkheden:

 




 

Directie

 

 

Financieel manager

Productiemanager

Marketingmanager

Logistiek manager

 

 

 

Materiaal management

 

 

 

Fysieke distributie

 

 

Bovenstaand schema is een indicatie hoe het er in een organisatie aan toe zou kunnen gaan. Er is een duidelijke samenhang nodig tussen de personele invulling van de logistieke functie en de resterende elementen binnen de logistiek.

 

 

De resultaten uit onderneming

 

De logistiek kan het resultaat uit onderneming op verschillende manieren beïnvloeden. De beheersing van de stroom van goederen is de belangrijkste taak van de logistiek. Dit resultaat wordt vaak uitgedrukt in geld: meer opbrengsten en/of lagere kosten en het verschil tussen deze twee. Wanneer we kijken naar de winst wordt dit samengebracht met het vermogen dat is geïnvesteerd. We noemen dit return of investment(ROI). Hier worden veel prestaties van de onderneming aan getoetst. Een methode om de invloed van de logistiek inzichtelijker te maken op de ROI is het zogenaamde DuPont-analyse systeem. In deze analyse wordt de winst berekend als het resultaat van het verschil tussen de kosten en de omzet. Het vermogen wordt op twee manieren onderscheidden: als vlotte activa(voorraden) en vaste activa(gebouwen en machines). Een voorbeeld van de DuPont-analyse is als volgt:

De omzet min de kosten is de winst. Om de omzet te vergroten kan aan marktverbreding worden gedacht, daarnaast kan er kostenverlagend gewerkt worden. De vlotten activa en de vaste activa vormen samen het vermogensbeslag. De winst en het vermogensbeslag komen samen uit bij de ROI in de vorm van een percentage. De vlotte activa kan worden verbeterd door een snellere omloop te creëren van de voorraad. De vaste activa kan worden beïnvloed door het uitbesteden van de productie en de fysieke distributie. Dit samen kan een hoger percentage ROI opleveren. Ondernemingen zijn continue bezig dit te verbeteren en het percentage zo hoog mogelijk te krijgen.

 

 

De gevolgen van logistiek aan de omzet- en winstbijdrage

 

Er zijn twee belangrijke elementen die bijdragen aan de logistieke gevolgen met betrekking tot de omzet- en winstbijdrage in een onderneming:

De omzetbijdrage van een product

De winstgevendheid van een product

 

De omzetbijdrage van een product

 

Als eerste spreken we van de Preto-analyse. Dit houdt in dat de meeste producten afhankelijk zijn van een productie distributiesysteem. Er ontstaan grote verschillen in de vraag- en omzetsnelheid per product ( 20 procent van de producten zorgen voor 80 procent van de omzet). Een relatief kleine groep producten kan vaak voor een groot aandeel in de omzet zorgen.( Bijvoorbeeld bier in een supermarkt)

 

De winstgevendheid van een product

 

De winstgevendheid van een product wordt beoordeeld door de bijdrage die het product levert aan de dekkingsbijdrage van het assortiment. De dekkingsbijdrage is het bedrag die alle algemene kosten dient te dekken en om de winst te genereren. Een onderneming kijkt vaak op twee manieren wat betreft de planning van het assortiment: Als eerste is het belangrijk om de marktpositie te beschermen en te verbeteren als het gaat om hun meest winstgevende product(en). Een tweede punt is om de kosten in dekkingsbijdrage te kunnen verminderen door de producten die het minst winstgevend zijn te vervangen of te verwijderen. De bepaling van de winstbijdrage per product is lastig wanneer het gaat om de onderlinge afhankelijkheid van bepaalde producten( wanneer met een printer in het assortiment heeft, is het ook van belang dat men een printerkabel heeft). Een andere beslissing kan zijn wanneer er simultaan naar de omzetbijdrage en de winstbijdrage wordt gekeken. Als voorbeeld kan de volgende tabel duidelijk verschaffen:

 




 

Hoge dekkingsbijdrage

Hoge dekkingsbijdrage

 

Laag volume

Potentials

Kampioenen

Hoog volume

Laag volume

Saneren

Achterblijvers

Hoog volume

 

Lage dekkingsbijdrage

Lage dekkingsbijdrage

 

 

 

Er is naast deze toepassing nog andere mogelijkheden met name in de distributielogistiek zoals De bestelpolitiek, de magazijnindeling en de opslagpolitiek.

 

De Bestelpolitiek houdt in dat producten worden onderverdeeld in A, B en C producten. De A producten worden elke dag bestelt en aangevuld, de B producten worden twee keer per week aangevuld en de C producten worden een keer per twee weken aangevuld.

De Magazijnindeling. De indeling wordt hier gebaseerd op de vraagfrequentie van het product. Op deze manier kunnen producten die een snelle omloop hebben worden opgeslagen op locaties die snel te bereiken zijn. De producten die een langzame omlooptijd hebben worden opgeslagen op locaties die een langer bereik hebben.

De Opslagpolitiek ten slotte houdt in dat producten die een snelle omloop hebben opgeslagen worden op detailhandellocaties, de producten met een middelmatige omloop in regionale magazijnen en producten met een langzame omloop in fabrieksmagazijnen.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)