Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Algemene Economische Basisprincipes

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1: de externe omgeving van een bedrijf

 

Om een bedrijf te laten overleven in de concurrentiestrijd moeten managers de sterke kansen van het bedrijf gebruiken en de zwakke kanten zoveel mogelijk verbeteren. Dit geldt niet alleen voor de interne omgeving van een bedrijf (of een land) maar net zo sterk voor de externe omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de internationale sancties tegen Noord-Korea wat betreft hun nucleair beleid. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de externe omgeving van een bedrijf.

 

1.1 De externe omgeving van een bedrijf

De mate van succes is voor een bedrijf sterk afhankelijk van hun creativiteit om met externe invloeden om te gaan. Invloeden kunnen kansen, maar ook bedreigingen zijn.

 

Factoren in de bedrijfsomgevingA

Omgevingsfactoren waar bedrijven door beïnvloed worden zijn de macro-omgeving en de directe omgeving. Op de macro-omgeving kan een bedrijf zelf nauwelijks invloed uitoefenen terwijl deze wel een sterke invloed heeft op een bedrijf. De ondernemingen waarmee een bedrijf dagelijks zaken doet vallen onder zijn directe omgeving. Denk bijvoorbeeld aan leveranciers.

Voor managers is kennis van de economische externe omgeving van een doorslaggevend belang. Veelal zijn de factoren in de macro-omgeving en de directe omgeving die het bedrijf beïnvloeden van economische aard. Kennis van zaken helpt managers om een bedrijf door bedreigingen heen te loodsten en kansen te benutten om het bedrijf gezond te houden of te doen groeien.

 

1.2 De kern van economische problemen

In een aantal termen is het kernprobleem van de economie samen te vatten: schaarste, alternatieve aanwendbaarheid, alternatieve kosten, welvaart, het BBP en de vrije goederen.

 

Schaarste, alternatieve aanwendbaarheid en alternatieve kosten

Met schaarste bedoelen we dat zowel bedrijven, overheidsinstellingen als ook consumenten te weinig middelen hebben om in al hun behoeften te kunnen voorzien. De schaarse middelen waarover zij beschikken zoals geld, tijd en de productiemiddelen kunnen zij gebruiken om verschillende doelen te behalen. Dit betekent dat ze alternatief aanwendbaar zijn. Welke keuze ze ook maken, het brengt altijd kosten met zich mee voor het beste niet gekozen alternatief. Ze missen immers alternatieve opbrengen. Deze kosten noemen we alternatieve kosten (of in het Engels: oppurtunity costs).

 

Welvaart, BBP en vrije goederen

De mate waarin consumenten met hun schaarste, alternatieve aanwendbaarheid en alternatieve kosten kunnen voorzien in hun behoeften, noemen we welvaart. Meestal wordt deze welvaart op hetzelfde niveau geplaatst als de waarde van de nationaal geproduceerde goederen en diensten. Dit noemen we het bruto binnenlands product (afgekort: BBP). Goederen die onbeperkt beschikbaar zijn (bijvoorbeeld zonlicht of de wind), noemen we vrije goederen.

 

1.3 Produceren en gebruiken van goederen en diensten

De middelen die nodig zijn om een product te kunnen maken, noemen we productiemiddelen of productiefactoren. Er zijn er vier:

  1. arbeid

  2. kapitaal

  3. natuur

  4. ondernemerschap

 

Loon naar werken

Voor elke productiefactor vraagt de consument een beloning. Deze hebben zij immers nodig om de geproduceerde goederen of diensten te kunnen kopen. Voor arbeid ontvangen ze een loon, voor kapitaal ontvangen ze rente, voor natuur huur of pacht en voor ondernemersschap ontvangen zij winst. We noemen deze mogelijke beloningen ook wel het primaire inkomen.

 

De kernvragen voor een economische orde

Voor een gezonde economische situatie moet ondermeer de productie en de consumptie van goederen en diensten zoveel mogelijk afgestemd zijn op de vraag. Hoe een land dit organiseert, noemen we de economische order. Elke economische orde heeft als doel om zo goed mogelijk te voorzien in de behoeften van consumenten. Hiertoe stellen zij zichzelf de volgende vijf kernvragen:

  1. Door wie moet er geproduceerd worden (overheid of particulieren)?

  2. Wat moeten zij produceren? (waar is er vraag naar?)

  3. Hoe kunnen zij dat het beste produceren?

  4. Waar kunnen zij dat het beste produceren?

  5. Voor wie produceren zij hun goederen en diensten?

 

Budgetmechanisme en marktmechanisme

Het budgetmechanisme en het marktmechanisme zijn twee mogelijke manieren om antwoorden te vinden op de bovenstaande kernvragen.

Wanneer een overheid kiest voor het budgetmechanisme houdt dat in dat zij door middel van het toekennen van budgetten het aanbod van goederen en diensten bepalen. Zij bepalen zo de zogeheten allocatie van de productiefactoren (voor welke goederen de productiefactoren worden gebruikt).

Wanneer een overheid kiest voor het marktmechanisme houdt dat in dat zij door middel van de vrije werking van vraag en aanbod, het aanbod van goederen en diensten tot stand laten komen. Het marktmechanisme bepaalt zo de allocatie van de productiefactoren.

Mengvormen van economieën
Wanneer een overheid kiest voor het budgetmechanisme, noemen we een dergelijke economie een planeconomie. Kiest een overheid voor het marktmechanisme, dan spreken we van een markteconomie. In de praktijk is er zelden sprake van één soort economie, maar eerder van een mengvorm: een gemengde economie. Vaker is dus de vraag hoe de verhouding is tussen de twee grondvormen. Dat verschilt per land. Landen met voornamelijk een planeconomie zijn bijvoorbeeld Rusland, China en Noord-Korea. Terwijl landen met een voornamelijk markteconomie VS, Hongkong en ook Nederland zijn. Een land dat een redelijke balans kent tussen de twee economieën is Frankrijk.

 

1.4 Wetenschap en economie

Hoe consumenten, producenten en overheden omgaan met schaarste en alternatief aanwendbare middelen met als doel hun doelstellingen te vervullen, noemen we economische handelen. De bestudering van dit handelen, omvat de economische wetenschap. Hierin valt grofweg onderscheid te maken tussen bedrijfseconomie en algemene economie. Het laatste is weer in te delen in drie vakgebieden: de micro-economie, de meso-economie en de macro-economie.

 

Micro-, meso- en macro-economie

Wanneer het individueel handelen met economische keuzeproblemen van consumenten en producenten wordt bestudeerd, richten zij zich op de micro-economie.

Bestuderen zij meer de economische vraagstukken op bedrijfstakniveau, dan spreken we van meso-economie. Zijn de vraagstukken op het niveau van een land als geheel, dan spreken we van macro-economie

 

1.5 Modellen voor bestudering van de economie

Voor welk economisch model ook wordt gekozen, ze gaan altijd uit van de ceteris paribus clausule. Dit betekent dat de waarde van de afwezige verklarende factoren constant worden verondersteld. Een verandering in de uitkomst van een model kan alleen worden veroorzaakt door de factor die bestudeerd wordt.

 

Exogene en endogene grootheden

Economische modellen zijn vaak ook wiskundige modellen. Hierbij zijn de variabelen te onderscheiden in exogene en endogene grootheden. Wordt de waarde van een grootheid bepaald door een factor van buitenaf, dan spreken we van een exogene grootheid. Wordt de waarde van een grootheid niet bepaald door een waarde van buitenaf, maar met behulp van het model, dan spreken we van een endogene grootheid.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)