Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Handboek stichting en vereniging

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk 1

Rechtspersonen

Rechtssubjecten zijn zelfstandige dragers van rechten en plichten. Ze kunnen zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer en kunnen zowel rechtshandelingen (handelingen gericht op rechtsgevolg) als rechtens relevante handelingen verrichten (handelingen met onbedoeld rechtsgevolg, deze handelingen worden aan het rechtssubject toegerekend). Er zijn twee soorten rechtssubjecten: natuurlijke- en rechtspersonen.

Rechtspersonen zijn organisaties van natuurlijke personen, er zijn meerdere soorten zoals:

  • Publiekrechtelijke rechtspersonen: onder meer staat, provincie, gemeente, waterschap

  • Kerkgenootschappen en onderdelen/lichamen daarvan

  • Privaatrechtelijke rechtspersonen: vereniging (Ver), coöperatie (Coöp), onderlinge waarborgmaatschappij (OWM), naamloze vennootschap (NV), besloten vennootschap (BV) stichting (Sti)

  • Andere organisaties: Vereniging van Eigenaren (Vve), Europees economisch samenwerkingsverband enzovoorts

De rechtspersonen van dit boek worden behandeld in boek 2 BW.

Het gaat hier om stichting, vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij (hierna af te korten als OWM) en coöperatie.

 

De systematiek van het burgerlijk wetboek

De indeling van het Burgerlijk Wetboek is in hoofdlijnen:

1. vermogensrecht

1.a. Goederenrecht (boek 3,5 BW)

1.b. Verbintenissenrecht (boek 6 BW)

 

2. personenrecht

2.a. natuurlijke personen (personen- en familierecht) (boek 1 BW)

2.b. rechtspersonen (boek 2 BW)

 

De indeling van Boek 2 is als volgt:

Titel 1: algemene bepalingen

Titels 2-6: soorten rechtspersonen

Titel 7: ( “huwelijk”:) fusie en splitsing van rechtspersonen

Titel 8: (“conflict”:) geschillenregeling en recht van enquête

Titel 9: (“controle”:) jaarrekening, jaarverslag

 

Hoofdkenmerken van rechtspersonen

Hoe moet een rechtspersoon worden opgevat?

De “instrumentele visie” (achterhaald) luidt: “de rechtspersoon is een verlengstuk, een soort instrument van zijn oprichters en gebruikers”. het is dus een soort contract. Deze visie staat tegenover de “institutionele visie” (heersend): “een rechtspersoon is na oprichting een zelfstandig instituut, beheerst door eigen regels, te vinden in de wet en de eigen statuten”.

De rechten en plichten van de rechtspersoon staan in beginsel in geen enkele relatie tot de vermogens van bestuurders en oprichters ervan.

Rechtspersonen kunnen worden onderscheiden in een “verenigingstype” (samenwerkingsverband: algemene ledenvergadering met daardoor gecontroleerd bestuur) en een “stichtingstype” (doelvermogen: geen leden of aandeelhouders, bestuur wordt gecontroleerd door rechter, via het openbaar ministerie)

Een ander onderscheid is dat tussen “kapitaalvennootschappen” (NV,BV) (kern: aandeelhouders (inwisselbare kapitaalverschaffers) leveren risicodragend kapitaal en streven vermogensgroei na) tegenover “stichting en vereniging” (kern: leden (niet inwisselbare personen) streven ideële en sociale doelen na) met als tussenvormen OWM en coöperatie (wel materieel doel, toch persoonsgebonden lidmaatschap)

Oprichting, fusie, splitsing en ontbinding van een rechtspersoon kan je zien als geboorte, huwelijk, scheiding, dood van een natuurlijke persoon. Vermogensrechtelijk staat een rechtspersoon gelijk met een natuurlijke persoon.

Identiteit van de rechtspersoon: de wet eist daartoe naam, rechtsvorm, plaats van vestiging, statuten (regelen in- en extern functioneren, organisatie, doel)

Doel van de rechtspersoon: dit bepaalt meestal de rechtsvorm: een rechtspersoon heeft soms een ideëel, soms een commercieel, soms een sociaal doel - en soms een combinatie daarvan.

Rechtshandelingen en rechtens relevante handelingen van de rechtspersoon: rechtshandelingen (handelingen met beoogd rechtsgevolg, bijvoorbeeld het sluiten van een overeenkomst) moeten door een statutair/wettelijk vertegenwoordigingsbevoegd orgaan van de rechtspersoon worden verricht. Voor rechtens relevante handelingen (denk aan een onrechtmatige daad: wel rechtsgevolg (schadeplichtigheid) maar dit werd niet beoogd) geldt die eis niet.

Wilsvorming en wilsuiting van de rechtspersoon (in- respectievelijk externe vertegenwoordiging) kan alleen gebeuren door het daartoe wettelijk en/of statutair bevoegde orgaan, volgens wettelijk en/of statutair vastgestelde regels.

Vertegenwoordiging: het verrichten van rechtshandelingen voor de rechtspersoon, zodanig dat niet de handelende persoon zelf, maar de rechtspersoon gebonden wordt.

 

De belangrijkste regelgeving over rechtspersonen

Regelgeving over rechtspersonen is onder meer te vinden in het Burgerlijk Wetboek (Boek 2), hun eigen statuten en reglementen, de Handelsregisterwet 2007 en de Handelsnaamwet 2008.

Statuten en reglementen staan volgens de wet altijd op schrift, behalve bij de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid (klaverjasclubje).

De Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit 2008 geven regels met betrekking tot inschrijving van rechtspersonen:

  1. wie moet inschrijven: elke bestuurder (sanctie zie hierna). Alleen de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid (“informele vereniging”) hoeft niet te worden ingeschreven.

  2. Wat moet worden ingeschreven:

    1. voor derden belangrijke gegevens (bijvoorbeeld: doel, vestigingsplaats, vertegenwoordigingsbevoegdheid)

    2. voor derden belangrijke gebeurtenissen (zoals bestuurswisselingen, statutenwijzigingen, ontbinding).

Op de overschrijding van de regels vervat in boek 2 BW, statuten en reglementen en Handelsregisterwet en –Besluit staan sancties:

  • niet houden aan boek 2 BW: onder meer ontbinding door de rechter

  • niet houden aan statuten: het Openbaar Ministerie of een belanghebbende kan bij de rechter ontbinding vorderen (alleen bij zeer ernstige dan wel zeer frequente overtreding van de statuten). De rechter zal meestal eerst gelegenheid geven tot herstel van de overtredingen.

  • Niet houden aan HregWet: zie hieronder.

  • “de verboden rechtspersoon” heeft een doel of werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden, vormt een bedreiging voor essentiële waarden van de rechtsorde: dit kan meerdere sancties tot gevolg hebben, waaronder ontbinding.

 

Het Handelsregister

Doel van het Handelsregister is de bevordering rechtszekerheid in het handelsverkeer door publicatie van daarvoor relevante gegevens over natuurlijke persoon en rechtspersoon. Inschrijving in het Handelsregister is verplicht, sancties:

  • Voor alle rechtspersonen en ondernemingen: niet-inschrijven is een economisch delict (zie Wet op Economische Delicten jo art 47 HregW 2007).

  • Voor vereniging, coöperatie, OWM, stichting: een namens de niet-ingeschreven rechtspersoon optredende bestuurder is naast deze rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk (2:29 jo 2:53a jo 2:289 HregW 2007).

  • De ingeschreven rechtspersoon is onjuist georganiseerd (bijvoorbeeld een vereniging heeft statuten die bij een stichting horen): in dat geval kan de rechtbank, na een redelijke termijn tot aanpassing te hebben gegeven, deze rechtspersoon ontbinden.

  • Doeloverschrijding: de rechtspersoon kan zich hierop tegenover derden beroepen, mits de derde hiervan kon of zonder enig nader onderzoek behoorde te weten.

  • gerechtvaardigd onwetende derden: Onjuiste/onvolledige inschrijving kan niet tegen derden werken: de rechtspersoon/onderneming is aan deze gegevens gebonden.

  • ongerechtvaardigd onwetende derden: derden die het Handelsregister ( en soms de Staatscourant of andere media) niet hebben geraadpleegd kunnen zich niet op onwetendheid beroepen als de rechtspersoon de benodigde gegevens op de juiste wijze heeft gepubliceerd. als te bewijzen is dat de derde beter moest weten dan op de onjuiste gegevens in het Handelsregister af te gaan, had hij naar de werkelijke situatie moeten handelen

Het Handelsregister kent twee soorten publicatieregels:

    1. Betreffende gegevens over de rechtspersoon zelf: oprichting, statutenwijziging, ontbinding, vertegenwoordiging;

    2. Betreffende gegevens over ondernemers en de door hen gedreven ondernemingen, waaronder coöperatie en OWM, maar ook commercieel optredende stichtingen en verenigingen.

Art 5 HRegW 2007 geeft aan welke “ondernemingen” in het Handelsregister moeten worden ingeschreven, maar geeft geen definitie van het begrip “onderneming”. Wanneer is een in het register ingeschreven stichting of vereniging een onderneming?

Art. 2 HregBesluit 2008 definieert een onderneming als volgt:

  • Een organisatorische eenheid van een of meer personen

  • In voldoende mate zelfstandig optredend

  • Met voldoende inbreng van arbeid of middelen

  • Met het doel om diensten/goederen aan derden te leveren

  • Met winstoogmerk

Niet alleen ondernemingen maar ook rechtspersonen moeten in het Handelsregister worden ingeschreven. Informele verenigingen (klaverjasclub: statuten niet opgenomen in notariële akte) hebben die verplichting niet, tenzij ze een onderneming drijven (de club heeft bijvoorbeeld een clubhuis met een professioneel gedreven bar)

De vereniging en de stichting die een onderneming drijven hoeven maar één keer te worden ingeschreven. Opgeven tot inschrijving kan bij iedere Kamer van Koophandel, maar de inschrijving wordt vervolgens opgenomen in het register van de Kamer van de vestigingsplaats van de rechtspersoon.

Wat moet worden ingeschreven?

  • Algemene gegevens (art 9-14 HregW 2007), onder meer nummer, naam, datum aanvang/ voortzetting/ beëindiging, de eigenaar en vestigingen van de onderneming.

  • Specifieke gegevens, per soort rechtspersoon verschillend. Voor vereniging . coöperatie, onderlinge waarborg maatschappij en stichting moet daarnaast nog worden ingeschreven: de rechtsvorm, de statutaire zetel, gegevens van de bestuurders en de leden van toezichthoudende organen (en bij Stichting ook nog de vertegenwoordigers): personalia, datum indiensttreding, statutaire vertegenwoordigingsbevoegdheid, de inhoud hiervan.

  • Onderlinge verhoudingen tussen de organen van de rechtspersoon

Functies in organen van rechtspersonen kunnen zowel door natuurlijke- als rechtspersonen worden vervuld.

De hoofdregel betreffende de relaties binnen de rechtspersoon luidt: de rechtspersoon, zijn leden en zijn organen moeten zich tegenover elkaar naar de eisen van redelijkheid en billijkheid gedragen. Dit gebod wordt aan de hand van concrete omstandigheden door de rechtspraak ingevuld.

De speciale functionarissen van de rechtspersoon dienen hun wettelijke taken goed te vervullen, Doen ze dit niet dan volgen specifieke sancties zoals een interne controle op financieel handelen, bijvoorbeeld door de kascommissie, aansprakelijkheid en eventuele schadeplichtigheid tegenover de rechtspersoon bij taakvervulling die ver beneden de redelijkerwijs te verwachten prestatie van de betreffende bestuurder ligt. Wel of niet bezoldiging van de bestuurder is voor deze aansprakelijkheid irrelevant!

Bestuurders kunnen zich verweren tegen een aanklacht wegens onbehoorlijk bestuur. Zij moeten hiertoe stellen en bewijzen dat

  • de tekortkoming niet aan hen te wijten is

  • ze niet nalatig zijn geweest in het voorkomen van schade ten gevolge van de tekortkoming

  • hen geen ernstig verwijt ter zake kan worden gemaakt

Speciale aansprakelijkheden van bestuurders van stichting en vereniging worden nader besproken in hoofdstuk 8 en 9 van dit boek, deze spelen bij:

  • inschrijving in het Handelsregister van oprichting, statutenwijziging en ontbinding

  • bijzondere aansprakelijkheid bij faillissement en niet voldoen aan fiscale en/of sociaal-verzekeringsrechtelijke verplichtingen van stichting en vereniging

  • bijzondere aansprakelijkheid van bestuurders van de informele vereniging

 

Hoofdkenmerken van stichtingen en verenigingen

Stichting

  • haar doel mag niet zijn “het doen van uitkeringen aan oprichters of anderen”, tenzij deze uitkeringen een ideëel of sociaal doel dienen.

  • Dit doel moet worden nagestreefd met een “doelvermogen” (kapitaal). Vroeger was dit de kern van de stichting, tegenwoordig hoeft dit aanwezig te zijn. De stichting is geëvolueerd van een organisatievorm voor kapitaal naar een organisatievorm van beroepsmatig verrichte werkzaamheden.

  • ontstaan: kan door eenzijdige rechtshandeling (bijvoorbeeld bij testament.

  • ledenverbod: de stichting kent geen leden. (kenmerkend onderscheid met de vereniging). Sanctie: statuten aanpassen, anders beveelt de rechter omzetting. (“leden” zijn de personen die deel uitmaken van een orgaan van de rechtspersoon, anders dan het bestuur, dat beslist over de eigen samenstelling en over minstens de helft van de bestuurssamenstelling.)

(formele en informele) vereniging

  • doel: winstoogmerk is niet toegestaan, dus het doel mag niet zijn “het verdelen van winst onder de leden”

  • ontstaan: door een meerzijdige rechtshandeling (minstens twee oprichters)

  • de statuten moeten bij de oprichting worden vastgesteld. Ze hoeven niet op schrift te worden gesteld (klaverjasclub: informele vereniging) maar worden bij formele (in Handelsregister in te schrijven) verenigingen vastgelegd in notariële akte.

  • (met een bepaald doel samenwerkende) leden zijn essentieel voor de vereniging: zonder leden is een vereniging ondenkbaar.

Vereniging van eigenaars (VvE)

Dit is een orgaan uit het goederenrecht (boek 5 BW): samenwerkingsorgaan van eigenaars van appartementen uit hetzelfde complex (bijvoorbeeld een flatgebouw). De regeling ervan staat niet in boek 2 maar in boek 5. Voor de VvE gelden volkomen andere regels dan die van boek 2, een appartementseigenaar is bijvoorbeeld automatisch lid van de vereniging, zolang hij eigenaar van het appartement is: zijn lidmaatschap is kwalitatief, want verbonden aan de eigendom van het appartementsrecht.

Coöperatie en Onderlinge Waarborg Maatschappij

Deze rechtspersonen worden opgericht bij een meerzijdige, notarieel vastgelegde rechtshandeling. Hun doelstelling ligt tegen een winstoogmerk aan en houdt in het “beogen in stoffelijke behoeften van de leden te voorzien” (coöperatie), dan wel “het sluiten van verzekeringsovereenkomsten ten behoeve van de leden”(OWM)

Via een schakelbepaling zijn de meeste bepalingen met betrekking tot de gewone vereniging van toepassing op coöperatie en OWM.

Plaats van vereniging en stichting binnen het rechtspersonenrecht

Anders dan andere rechtspersonen hebben vereniging en stichting meestal geen commercieel karakter. Bij de vereniging is de samenwerking tussen de leden kenmerkend.

Stichting en vereniging zijn “non-profit-organisaties”, dat wil zeggen dat er wel winst mag worden gemaakt, maar dat de organisatie niet als hoofddoel mag hebben deze uit te keren aan de leden of oprichters daarvan. Dit wordt het “uitkeringsverbod” genoemd.

Onder “winst” wordt hierbij verstaan: elk behaald materieel voordeel, uitgezonderd:

  • ledencontracten (kortingen voor de leden bij musea et cetera),

  • incidentele uitkeringen van toevallige baten

  • verdeling van het batig saldo na vereffening.

Coöperatie en OWM beogen juist wel materieel voordeel van de leden, NV en BV kennen geen regels over het doel.

Organisatie van vereniging en stichting

De samenwerking tussen de leden/aandeelhouders onderscheidt de vereniging, coöperatie, OWM, NV en BV enerzijds van de stichting anderzijds.

Daarbij moet worden opgemerkt dat lidmaatschap persoonsgebonden is, aandeelhouderschap niet.

Leden van een vereniging kunnen hun zeggenschap uitoefenen via de algemene (leden-) vergadering. Ze hebben algemene (wettelijke) en bijzondere (statutaire) rechten. De inhoud van hun lidmaatschap en het karakter van de vereniging wordt bepaald door deze rechten. De wet bepaalt dat de leden van een vereniging zich tegenover elkaar moeten gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid. De statuten geven hen bijzondere plichten, zoals contributiebetaling. Bij niet-nakomen van deze plichten kan schadeplichtigheid ontstaan.

Het ledenverbod van de stichting heeft praktisch nut: zij heeft een ideëel doel. Voor de eigen belangen van leden, de bestaansreden van de vereniging, is bij de stichting geen plaats. Een ledenvergadering is een log orgaan dat de slagkracht van een stichting nodeloos verkleint.

Praktijk van vereniging en stichting

Vereniging en stichting zijn non-profitorganisaties die activiteiten kunnen hebben op ideëel, sociaal, cultureel, charitatief of commercieel gebied.

Stichtingen waren vroeger doelvermogens van kerkelijke organisaties. In de loop van de laatste eeuw werden ze eerder een juridische organisatievorm voor maatschappelijke activiteiten. Kapitaal staat hierbij niet meer op de voorgrond of kan zelfs afwezig kon zijn. Maatschappelijke dienstverlening, ziekenhuizen, woningcorporaties, onderwijs zijn bijna altijd in stichtingsvorm georganiseerd. In familierecht kennen we bijzondere stichtingen, in het leven geroepen om het beheer van (delen van de) nalatenschap te regelen. Beogen zij een algemeen nut, dan kunnen ze de ANBI-status krijgen waardoor ze zijn vrijgesteld van schenkings- en erfrecht.

Stichtingen en verenigingen kunnen heel groot of heel klein zijn. Begin 2013 stonden over 157 000 stichtingen en bijna 140 000 verenigingen ingeschreven.

Verenigingen zijn vaak de organisatievorm van werkgevers- en werknemersorganisaties en belangenorganisaties als de ANWB.

De verschillen tussen stichting en vereniging zijn soms niet groot: beide organisaties werken samen ter verwezenlijking van een statutair, min of meer ideëel doel. Het ledenverbod is een minder belangrijk verschil dan het lijkt: er zijn veel verenigingen die praktisch geen leden hebben, en stichtingen met een grote, statutair georganiseerde achterban. Toch blijft er relevante onderscheid:

  • Leden hebben een wettelijk recht op toegang tot- en stemrecht op een algemene ledenvergadering, “achterbanners” niet,

  • een ledenvergadering heeft fundamentele wettelijke rechten met betrekking tot de besluitvorming van de organisatie, een orgaan “achterbanners” niet.

  • Een stichting kan wel organen (raad van commissarissen, raad van toezicht) hebben die deelbevoegdheden overnemen van het bestuur, maar deze kunnen nooit zoveel bevoegdheden hebben als een ledenraad.

 

Ondernemende en commerciële stichtingen en verenigingen

Tussen een “ondernemende” en een “commerciële” stichting of vereniging bestaat verschil: een “ondernemende” rechtspersoon houdt een onderneming in stand, wat om ideële redenen kan gebeuren. Een “commerciële” rechtspersoon doet ditzelfde maar beoogt daarmee het behalen van materieel voordeel.

Stichtingen in het ondernemingsrecht kunnen ten doel hebben

  • Materieel voordeel behalen;

  • Belangenbescherming (bijvoorbeeld van aandeelhouders);

  • Continuïteit (bijvoorbeeld van familieondernemingen);

  • Beheer/bewaring van vermogen (bijvoorbeeld fiduciaire stichtingen die derdengelden beheren voor advocaten)

De onderneming binnen de HregW 2007

Zoals eerder vermeld geeft artikel 5 HRegW 2007 aan welke “ondernemingen” in het Handelsregister moeten worden ingeschreven, maar geeft het geen definitie van het begrip “onderneming”. Wanneer is een in het register ingeschreven Sti of Ver een onderneming? Art. 2.1 HregBesluit 2008 definieert een onderneming kwalitatief:

  • Een organisatorische eenheid van een of meer personen

  • In voldoende mate zelfstandig optredend

  • Met voldoende inbreng van arbeid of middelen

  • Met het doel om diensten/goederen aan derden te leveren

  • Met winstoogmerk

Lid 2 HRegBesluit 2008 stelt daarnaast een kwantitatief criterium: naar het oordeel van de Kamer van Koophandel moet voldoende omvang van activiteit en omzet bestaan.

Moet een stichting worden ingeschreven als onderneming?

Uitgangspunt van de beoordeling van inschrijvingsplicht zijn de criteria voor een onderneming voor de omzetbelasting:

  • levering goederen en diensten;

  • hiervoor wordt meer dan een symbolische vergoeding gevraagd;

  • deelname aan het economisch verkeer;

  • een organisatie van arbeid en kapitaal;

  • zelfstandigheid: meer dan één opdrachtgever/afnemer;

  • vrijheid: de werkzaamheden kunnen naar eigen inzicht worden verricht.

Een correctie op dit uitgangspunt geeft art 2.1 HRegW 2007: als er bijvoorbeeld “geen oogmerk tot het behalen van materieel voordeel” is, is de stichting niet inschrijvingsplichtig.

Een nadere correctie: een niet-BTW-plichtige stichting kan wel onderneming zijn in de zin van de HRegW 2007 als er meer dan 15 uur per week wordt gewerkt en/of er voldoende omvang van activiteit en omzet is.

Al met al liggen de grenzen rond de inschrijvingsplicht niet heel scherp.

Op de ondernemende stichting en vereniging is ondernemingsrecht van toepassing zoals vervat in:

  • Wet op de Ondernemingsraden (die een ander ondernemingsbegrip bezigt dan de HRegW 2007)

  • Fiscale wetgeving met betrekking tot ondernemingen

  • Branche-specifieke “Governance codes” (bijvoorbeeld onderwijsvoorschriften, geldig voor in het onderwijs fungerende stichting)

 

Er zijn goede redenen om NIET te ondernemen met een stichting of vereniging: een winstoogmerk, dus het doen van uitkeringen aan oprichters/leden/bestuurders is in principe verboden, en de bestuurders van een informele vereniging hebben verregaande persoonlijke aansprakelijkheid, Deze rechtsvorm is dus ongeschikt voor risicovolle ondernemingen.

Regels over de inschrijving van een ondernemende stichting of vereniging:

  • De formele vereniging moet, informele mag worden ingeschreven in het Handelsregister;

  • bij inschrijving maar ook – als zich dat zo ontwikkelt - later moet worden aangegeven of een onderneming wordt gedreven;

  • de vereniging/stichting staat geregistreerd bij de Kamer het dichtst bij haar vestigingsplaats (plaats statutaire zetel);

  • als zij een onderneming drijft, wordt ze echter ingeschreven bij de Kamer van de plaats waar de (hoofd-) vestiging van de onderneming is;

  • Inschrijving kan persoonlijk of via de notaris die de statuten heeft vastgesteld.

 

Wettelijke beperkingen voor de ondernemende stichting bestaan vooral in het leden- en uitkeringsverbod. Uitkeringen van charitatieve/ideële aard zijn echter wel mogelijk! De voor NV en BV geldende kapitaalbeschermingsregels gelden voor de stichting niet, al bestaat voor de grotere stichting wel een publicatieplicht voor de jaarrekening.

Pogingen om kapitaal uit te keren aan haar oprichters of bestuurders door omzetting of liquidatie van de stichting worden als oneigenlijk gebruik bestreden.

 

Handelsnaam van stichting en vereniging: zie hiervoor de Handelsnaamwet: verboden is de handelsnaam die

  • verwarring genereert over de eigendom van een onderneming,

  • te veel lijkt op een andere handelsnaam,

  • reeds door een andere onderneming gevoerd wordt,

  • een merknaam, geclaimd door een ander, bevat,

  • een onjuiste indruk geeft van de onderneming.

Soms is de Wet op de Ondernemingsraden op stichting en vereniging van toepassing, bij meer dan vijftig werknemers stelt deze een ondernemingsraad verplicht. Deze overlegt namens de werknemers met het bestuur. Is er sprake van tussen tien en vijftig werknemers, dan is instelling van een ondernemingsraad facultatief. Wel moet er dan tweemaal per jaar een overleg tussen het bestuur en de werknemers plaats vinden. Heeft de rechtspersoon minder dan tien werknemers in dienst, dan geldt de WOR niet. Wel kan dan vrijwillig een personeelsvertegenwoordiging worden ingesteld.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Dit handboek is samengesteld uit bijdragen van meerdere schrijvers, wat heeft geleid tot veel overlap. In de samenvatting zijn daarom vaak gedeelten van hoofdstukken overgeslagen, omdat de daar behandelde stof al eerder aan de orde kwam. Dit ligt eraan dat in het boek vaak gekozen werd voor aparte behandeling van onderwerpen bij vereniging en stichting, terwijl bij deze onderwerpen weinig verschillen tussen beide rechtsvormen bestaan.

    Om deze reden zijn in deze samenvatting soms hoofdstukken samengevoegd. Het is vaak veel handiger en overzichtelijker om stichting en vereniging gelijktijdig te behandelen, waarbij de afwijkingen worden aangegeven.

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)