  Chapter 

Cognitieve psychologie is de studie naar hoe mensen en dieren informatie vergaren, informatie opslaan in het geheugen, informatie terughalen en met informatie werken om doelen te bereiken

Inleiding

Cognitieve psychologie houdt zich bezig met hoe het brein informatie over de buitenwereld representeert en gebruikt. Het probeert bovendien te verklaren hoe fouten in perceptie of beoordeling kunnen ontstaan. Kortom, cognitieve psychologie is de studie naar hoe mensen en dieren informatie vergaren, informatie opslaan in het geheugen, informatie terughalen en met informatie werken om doelen te bereiken. Mentale representaties, innerlijke representaties van een externe werkelijkheid, zoals beelden of verbale concepten, spelen hierbij een grote rol.

Geschiedenis en benaderingen

In de antieke tijd hield men zich vooral bezig met de kunst van retoriek, als gevolg waarvan handige geheugensteuntjes werden gebruikt (mnemonics), zoals de loci methode. Hierbij vorm je een verzameling beelden die de te herinneren objecten verbinden aan een opeenvolging van voor jou bekende plaatsen. De trefwoordmethode wordt gebruikt bij het leren van een vreemde taal, waarbij de student een nieuw woord verbindt met een gelijk klinkend woord in zijn eigen taal en daarbij een mentaal beeld vormt. Deze en andere geheugentechnieken berusten vaak op verbeeldingskracht.

Associationisme

Van de zeventiende tot de negentiende eeuw was de dominante benadering van cognitie het associationisme. Empiristische filosofen, zoals Locke en Hume, waren van mening dat alle kennis afkomstig was uit ervaring en dat ideeën en herinneringen verbonden waren door middel van associaties. Associaties kunnen bijvoorbeeld worden gevormd als twee gebeurtenissen elkaar opvolgen in de tijd, of als twee objecten zich vaak dicht bij elkaar bevinden.

Introspectionisme

In de tweede helft van de negentiende eeuw probeerde Wundt normale waarnemingen (bijvoorbeeld een tafel), op te breken in simpelere sensaties (bijvoorbeeld bruin, rechte lijnen, texturen). De methode die hierbij gebruikt werd was introspectie, oftewel zelf-observatie waarbij de deelnemers verbale rapportages gaven van hun sensaties. Introspectie vereiste echter veel training, kon door niet iedereen worden geleerd en was alleen van toepassing op bepaalde mentale processen. Bovendien had de introspectie zelf mogelijk invloed op het te bestuderen cognitieve proces.

Behaviorisme

Deels in antwoord op de tekortkomingen van het introspectionisme ontwikkelden onder andere Watson (1913) en Thorndike (1898) het behaviorisme. Hierbij werd alleen gekeken naar observeerbaar gedrag en stimuli als data, zonder interne cognitieve processen (zoals bij introspectie) mee te nemen. Hoofddoelen van het behaviorisme waren met name het voorspellen en controleren van gedrag. Watson suggereerde dat alle ogenschijnlijk mentale fenomenen teruggebracht konden worden tot gedragsmatige activiteit. Andere behavioristen, zoals Tolman, waren minder extreem omtrent de status van mentale activiteit; hij beargumenteerde dat proefdieren wel degelijk doelen, mentale representaties en mental maps (mentale representaties van een ruimtelijke lay-out) konden hebben. Tolman deed veel onderzoek naar mental of cognitive maps op basis van gedrag van ratten in een doolhof. Uit zijn onderzoek stamt bijvoorbeeld het begrip latent leren, een situatie waarin leren wel plaatsvindt, maar niet gelijk wordt vertaald naar gedrag.

Hoewel het behaviorisme veel successen kende bij simpel leren bij dieren, was het minder goed toepasbaar bij complexe mentale fenomenen, zoals redeneren, probleem oplossen en taal. Door het onderzoek van Tolman en dat van Macfarlane (1930), kwam er meer steun voor het bestaan van abstracte mentale representaties.

Informatieverwerking: de cognitieve revolutie

De informatieverwerkingsbenadering bracht mentale representaties terug in beeld, en was gebaseerd op het programmeren van computers. Computerprogramma’s die bepaalde problemen oplosten kunnen dan gezien worden als vergelijkbaar met strategieën die mensen gebruiken om problemen op te lossen, bestaande uit vaste stappen, beslissingen, het opslaan van informatie en het terughalen van oude informatie. Een programma dat een model van menselijk denken nabootst heet een simulatieprogramma. De informatieverwerkingsbenadering is sinds 1960 de dominante benadering in de cognitieve psychologie. Onderzoekers proberen prestatie uit te leggen door middel van interne representaties, die getransformeerd worden door middel van innerlijke acties genaamd mentale operaties. Informatieverwerkingstheorieën worden vaak weergegeven door middel van diagrammen die de stroom van informatie en operaties laten zien.

Sommige informatieverwerkingsmodellen maakten gebruikt van computermodellen om menselijk denken te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn Newells (1985) General Problem Solver en Andersons (2004) ACT-R model. Een alternatieve manier van het modelleren van informatieverwerking is het connectionisme. Connectionistische modellen simuleren simpel leren en perceptuele fenomenen door middel van een groot netwerk van simpele eenheden, die georganiseerd zijn in input, output en interne eenheden. De eenheden zijn met elkaar verbonden door links van variërende sterkte. Deze sterkte wordt aangepast door middel van leerregels, zoals backwards propagation, waarbij de sterkte aangepast word op basis van gedetecteerde fouten.

Het onderzoeken van bijvoorbeeld mentale strategieën en informatieverwerking en –opslag draait om functionele eigenschappen van het brein. Dit soort vragen kunnen beantwoord worden zonder na te denken over de onderliggende hardware van het brein. Volgens het functionalisme zijn de aard van het brein en de details van neurale processen niet relevant voor de cognitieve psychologie. Tegenwoordig zijn er echter steeds meer onderzoekers die zich wel degelijk bezig houden met de neurowetenschappelijke kant van de cognitieve psychologie.

Cognitieve neurowetenschappen

Het brein

Het brein is het centrale deel van het zenuwstelsel en is in sterke mate gestructureerd en onderverdeeld. Ten eerste kan het onderverdeeld worden in de linker- en rechterhemisfeer, die verbonden worden door het corpus callosum, een dikke band van zenuwvezels. Beide hemisferen zijn onderverdeeld in frontale, pariëtale, occipitale en temporale kwabben. Dieper in het brein zijn structuren te vinden zoals de thalamus, de hippocampus en de amygdala. Om locaties in het brein aan te geven worden vaak de volgende termen gebruikt; dorsaal (aan de bovenkant), ventraal (aan de onderkant), anterieur (aan de voorkant), lateraal (aan de zijkant) en mediaal (in het midden). Al de structuren van het brein bestaan uit neuronen; gespecialiseerde cellen die informatie uitwisselen door het afgeven van elektrische impulsen.

Cognitieve neuropsychologie

Cognitieve neuropsychologie onderzoekt de effecten van hersenschade op gedrag, met als doel er achter te komen hoe psychologische functies zijn georganiseerd. Dit onderzoeksgebied gaat terug tot het onderzoek van Broca (1861), die ontdekte dat een patiënt na schade in een klein hersengebied ernstige afwijkingen had in zijn spraakvermogen. Dit hersengebied, dat noodzakelijk is voor spraakproductie, wordt nu het gebied van Broca genoemd. Dit is een sprekend voorbeeld van neuropsychologie, waarbij functies worden geassocieerd met de werking van specifieke hersengebieden. Een voorloper van de neuropsychologie was het nu uitgestorven frenologie; het idee dat breinfuncties kunnen worden afgelezen aan de bultjes op de schedel.

Het idee van modulariteit stelt voor dat cognitie bestaat uit een groot aantal onafhankelijke verwerkingseenheden, die apart van elkaar werken en op relatief specifieke domeinen toepasbaar zijn. Het tegengestelde idee is dat mentale functies niet gelokaliseerd zijn, maar verdeeld over het brein. Tegenwoordig wordt het idee van lokalisatie als erg bruikbaar gezien en is onderliggend aan veel neuropsychologisch onderzoek. Speciaal interessante gevallen voor neuropsychologen zijn gevallen van dubbele dissociatie, waarbij mensen met verschillende typen hersenschade afwijkingen laten zien op tegengestelde taken.

Hersenscans

Er zijn twee typen hersenscans: structural imaging, waarbij de statische anatomie van het brein getoond wordt, en functional imaging, waarbij breinactiviteit over tijd gerepresenteerd wordt. Tegenwoordig is de dominante methode op het gebied van structural imaging magnetic resonance imaging (MRI), waarbij gebruik wordt gemaakt van radiostralen en een sterk magnetisch veld om de deelnemer heen.  Op het gebied van functional imaging is electroencephalografie (EEG), waarbij een rapportage van functioneren wordt gegeven als een samenvatting van elektrische activiteit over een breed cortexgebied, gemeten door sensoren op de schedel. Een functionele methode die een meer gelokaliseerd beeld oplevert is positron emission tomography (PET). Bij deze methode wordt een radioactieve stof in het bloed geïnjecteerd, waarna de bloedtoevoer naar verschillende hersendelen wordt gemeten. Verhoogde bloedtoevoer wordt dan geïnterpreteerd als verhoogde activiteit in dat hersengebied.

Tegenwoordig is de meest gebruikte functionele methode functional magnetic resonance imaging (fMRI), waarbij zuurstofvoorziening in het bloed wordt gemeten. Deze methode heeft een goede temporale en ruimtelijke resolutie. Een nadeel van fMRI is de complexiteit van het interpreteren van de data. Ook wordt gesuggereerd dat de betrouwbaarheid van herhaalde scans laag is. De statistische procedures die vaak gebruikt worden zouden bovendien bevindingen significanter laten overkomen dan ze zijn. Ten slotte zijn de omstandigheden waarin een fMRI wordt afgenomen (volledig stilliggend) heel specifiek en ongebruikelijk.

Hersenscans en cognitieve processen

Ondanks de nadelen wordt fMRI veel gebruikt. Een veelgebruikte methode om cognitieve processen te verbinden met de uitkomsten van hersenscans is reverse inference. Een voorbeeld hiervan is ‘als bij een taak cognitieve functie F1 betrokken is, dan is hersengebied Y actief’, en ‘bij taak B is hersengebied Y actief, naar ‘In taak B is functie F1 betrokken’. Hoewel dit soort redeneringen niet sluitend zijn, worden ze gebruikt om waarschijnlijke hypothesen te genereren voor later onderzoek.

Netwerken

Mogelijk is het nuttig om te kijken naar activiteiten als networked in plaats van als hogelijk gelokaliseerd. Uit onderzoek blijkt namelijk dat in ruststand, een groot aantal hersengebieden actief zijn, waarvan sommige gedeactiveerd worden bij het doen van een taak. Hieruit werd afgeleid dat er een Default Mode Network zou bestaan die interne taken zoals dagdromen, het voorstellen van de toekomst en het terughalen van herinneringen reflecteert.

Wat is cognitieve psychologie? - Bulletpoint 1

  • Cognitieve psychologie is de studie naar hoe mensen informatie vergaren, opslaan in het geheugen en terughalen, en hoe mensen met informatie werken om doelen te bereiken. Mentale representaties spelen hierbij een grote rol.
  • Benaderingen binnen de cognitieve psychologie: associationisme, introspectionisme, behaviorisme, informatieverwerkingsbenadering, connectionisme, functionalisme.

  • Cognitieve neuropsychologie: onderzoekt de effecten van hersenschade op gedrag. Doel: erachter komen hoe psychologische functies zijn georganiseerd. Modulariteit stelt dat cognitie bestaat uit een groot aantal onafhankelijke verwerkingseenheden die apart van elkaar werken en op relatief specifieke domeinen toepasbaar zijn.

  • Er zijn 2 soorten hersenscans; structural imaging (MRI) en functional imaging (EEG, PET & fMRI).
    Reverse inference is een veelgebruikte methode om cognitieve processen te verbinden met de uitkomsten van hersenscans.

  • Hersenactiviteiten zouden ook als genetwerkt kunnen worden beschouwd in plaats van als gelokaliseerd. Er bestaat mogelijk een Default Mode Network die interne taken reflecteert.

Wat is cognitieve psychologie? - TentamenTests 1

Vragen

1. Wat is het verband tussen het empiricisme en associationisme?

2. a. Noem drie nadelen van de introspectiemethode.
b. Hoe heette de tegenbeweging van het introspectionisme en wat hield deze in?

3. Noem een belangrijk probleem dat de behavioristen tegenkwamen. Hoe staat dit in verband met het concept mental maps?

4. Hoe worden simulatieprogramma’s binnen de informatieverwerkingstheorie gebruikt om mentale processen beter te begrijpen?

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Aansluiten en inloggen

Sluit je aan en word JoHo donateur (vanaf 5 euro per jaar)

 

    Aansluiten en online toegang tot alle webpagina's 

Sluit je aan word JoHo abonnee

 

Als donateur een JoHo abonnement toevoegen

Upgraden met JoHo abonnement (+ 10 euro per jaar)

 

Inloggen

Inloggen als donateur of abonnee

 

Hoe werkt het

Om online toegang te krijgen kun je JoHo donateur worden  en een abonnement afsluiten

Vervolgens ontvang je de link naar je online account en heb je online toegang

Lees hieronder meer over JoHo donateur en abonnee worden

Ben je al JoHo donateur? maar heb je geen toegang? Check hier  

Korte advieswijzer voor de mogelijkheden om je aan te sluiten bij JoHo

JoHo donateur

  • €5,- voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey Tours wil steunen - voor wie korting op zijn JoHo abonnement wil - voor wie van de basiskortingen in de JoHo support centers gebruik wil maken of wie op zoek is naar de organisatie achter een vacature - voor wie toegang wil tot de op JoHo WorldSupporter gedeelde samenvattingen en studiehulp

JoHo abonnees

  • €20,- Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp - Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers - Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland - Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservice

JoHo donateur met doorlopende reisverzekering

  • Sluit je via JoHo een jaarlijks doorlopende verzekering af dan kan je gedurende de looptijd van je verzekering gebruik maken van de voordelen van het JoHo abonnement: hoge kortingen + volledig online toegang + alle extra services. Lees meer

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services:

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services

  • Check hier de advieswijzers voor samenvattingen en stages - vacatures en sollicitaties - reizen en backpacken - vrijwilligerswerk en duurzaamheid - emigratie en lang verblijf in het buitenland - samenwerken met JoHo

Steun JoHo en steun jezelf

 

Sluit je ook aan bij JoHo!

 

 Steun JoHo door donateur te worden

en steun jezelf door ook een abonnement af te sluiten

 

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Flexibele parttime bijbanen bij JoHo

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen