  Chapter 

1.1 Wat is de wetenschap van de psychologie?

Het doel van de hedendaagse psychologie is het begrijpen van de mentale activiteit en het gedrag van mensen. Een psycholoog probeert deze mentale activiteiten en het gedrag van mensen te begrijpen en te voorspellen. Hij kijkt hoe mensen gevormd worden door individuele, sociale en biologische factoren. Mensen zijn ook intuïtieve psychologen die het gedrag van anderen proberen te begrijpen en voorspellen op basis van Intuïtie. Conclusies gebaseerd op Intuïtie zijn echter vaak onjuist. . De wetenschap van de psychologie is het doen van onderzoek naar de geest (mind), de hersenen en gedrag. Geest staat voor mentale activiteit, zoals gedachten, gevoelens en waarnemingen. Bijvoorbeeld als je verse koekjes ruikt, doet je dat aan vroeger denken en daar voel je je prettig bij. Mentale activiteit is het resultaat van biologische (chemische) processen in de hersenen. De relatie tussen de geest en de hersenen is al millennia lang onderwerp van debat. Gedrag beschrijft observeerbare handelingen die mensen en organismen uitvoeren, waarbij sommige handelingen enkel bij mensen voor komen en andere bij alle zoogdieren. Lange tijd werd het gedrag gezien als de enige objectieve meting van de psyche. De psychologie heeft als doel mentale activiteit en de bijbehorende biologische basis te begrijpen, hoe mensen veranderen als ze ouder worden, hoe mensen verschillend reageren op sociale situaties en hoe mensen gezond en ongezond gedrag aanleren.

Psychologie en kritisch denken

Eén van de doelen van dit tekstboek is om meer kritisch te leren nadenken. Een kritische houding is vereist tegenover alle soorten informatie, ook informatie die misschien vanzelfsprekend lijkt. Wetenschappers leren sceptisch te zijn. Kritisch denken houdt in dat men informatie systematisch in vraag stelt en evalueert. Het is belangrijk altijd kritische vragen te stellen en informatie niet klakkeloos over te nemen. Deze methode gaat uit van het kritisch bestuderen van objectieve, systematische procedures die leiden tot een accuraat begrip van waargenomen informatie. Vaak worden voor de hand liggende verklaringen gegeven voor een bepaald fenomeen, bijvoorbeeld dat baby's die naar Mozart luisteren, intelligenter worden. Wetenschappelijk onderzoek heeft dit later ontkracht. Kritische denkers zullen altijd op zoek gaan naar alternatieve verklaringen voor gedrag. Kritisch denken betekent kijken naar alternatieve verklaringen, zwakke punten in bewijsvoering detecteren en logica gebruiken. Open staan voor nieuwe informatie is daarnaast ook belangrijk. Ook moet gekeken worden naar de opzet van het onderzoek: zijn de resultaten niet beïnvloed door persoonlijke of politieke agenda’s? Zijn er juiste methoden gebruikt?

Psychologisch redeneren

Psychologisch redeneren verwijst naar het trekken van conclusies over de denkwijze van mensen op basis van psychologisch onderzoek. Er zijn verschillende manieren waarop iemands rederen vertekend kan zijn, dit zijn ‘biases’.

Confirmatie bias: mensen hechten veel waarde aan informatie die overeenkomt met de eigen overtuigingen en onderschatten de waarde van informatie die verschilt van de eigen ideeen.

Betrouwbaarheid van de bron: kritisch nadenken betekent dat je je moet afvragen of de bron waar de informatie vandaan komt betrouwbaar is. Betrouwbaarheid kan overschat worden door autoriteit (een dokter die iets over gezondheid vertelt komt betrouwbaarder over dan een willekeurig familielid).

Verkeerd gebruik van statistiek: mensen hebben vaak moeite met het goed toepassen van statistische regels. Nadat een roulette bal 5 keer op rood geland is, is de kans niet groter dat de volgende bal zwart is, de kans blijft gelijk. Ook het feit dat een familielid al 40 jaar rookt zonder longkanker te krijgen, betekent niet dat longkanker en roken niet met elkaar verbonden zijn, het betekent alleen dat niet iedereen die rookt automatisch longkanker zal krijgen.

Verbanden die er niet zijn: een fout in redeneren die vaak gemaakt wordt, is dat twee gebeurtenissen die tegelijkertijd plaatsvinden ook noodzakelijk met elkaar verbonden moeten zijn. Vaak is zoiets ook gewoon toeval.

Het gebruik van relatieve vergelijkingen: de manier waarop informatie gegeven wordt, hoe een vraag gesteld wordt, heeft invloed op het antwoord dat iemand zal geven. Mensen geven de voorkeur aan positieve informatie en geven dan ook een positievere beoordeling (hoeveel mensen overleven na een bepaalde behandeling i.p.v. hoeveel mensen na dezelfde behandeling overlijden).

Achteraf verklaringen (hindsight bias): als de uitkomsten eenmaal bekend zijn, beginnen mensen eerdere bewijzen en signalen te herinterpreteren zodat deze beter aansluiten bij de uitkomsten. Dit kan de bestaande bewijzen vertekenen.

Mentale heuristieken: heuristieken zijn besluitregels om het nemen van beslissingen te vereenvoudigen. Dit is handig omdat het nemen van beslissingen zo minder moeite kost maar het kan ook leiden tot een inaccurate beslissing.

Self-serving bias: mensen vinden het prettig om positief over zichzelf te denken. Veel mensen denken dan ook dat zij beter dan gemiddeld zijn op verschillende vlakken. Het toeschrijven van positieve uitkomsten aan jezelf en negatieve uitkomsten aan pech is een manier om een positief beeld te behouden. Mensen hebben ook vaak moeite om hun eigen zwaktes te erkennen.

1.2 De wetenschappelijke fundamenten van de psychologie

Psychologie is ontstaan vanuit de filosofie waarin de grote denkers de menselijke natuur probeerden te begrijpen. In de 19e eeuw werd de psychologie een eigen discipline met verschillende denkrichtingen die afwisselend domineerden.

Het nature-nurture debat

Het zogeheten nature-nurture debat is al gaande vanaf de allereerste Griekse natuurfilosofen zoals Aristoteles en Plato. Dit debat gaat over de vraag of psychologische eigenschappen biologisch bepaald zijn (nature) of worden gevormd door de omgeving (nurture), bijvoorbeeld door de cultuur. Cultuur bestaat uit de opvattingen, waarden, regels en gebruiken die binnen een bepaalde groep bestaan die een taal en een omgeving delen. Deze factoren worden doorgegeven van de ene generatie op de volgende. De oplossing van het debat blijkt een compromis te zijn: er is sprake van een interactie tussen genen en omgeving.

Het lichaam – geestprobleem

Vroeger dacht men dat de geest zich in organen van het lichaam bestond, zoals het hart of de lever. In de eeuwen daarna werd het idee dat het brein essentieel was voor het mentale functioneren meer aanvaard. Dit inzicht ontstond uit het observeren van mensen met hersenbeschadiging. Het lichaam-geestprobleem gaat over de vraag of de geest en het lichaam apart van elkaar bestaan of dat de geest een subjectieve ervaring is van de hersenen. Vroegere filosofen geloofden dat het verstand en het lichaam apart van elkaar functioneerden. Leonardo da Vinci was één van de eersten die geestelijke functies trachtte te koppelen aan hersengebieden. Hij maakte rond het jaar 1500 anatomische tekeningen van de hersenen. Hij dacht dat alle zintuiglijke informatie arriveert in een bepaald gebied van de hersenen, de ‘sensus communis.’ Hier zou ook al het denkwerk gebeuren. Descartes introduceerde rond het jaar 1600 een nieuwe interpretatie van het dualisme, de opvatting dat het verstand apart functioneert van het lichaam, maar dat geest en lichaam wel verbonden zijn. Het lichaam zag hij als een organische machine die geleid wordt door reflexen. Andersom zouden echter veel psychische functies, zoals het geheugen en de verbeelding, producten van het lichaam zijn. Dit idee was controversieel. Hij vond dat het lichaam het verstand kon beïnvloeden en vice versa. Hij was de eerste die uitging van een interactie.

Het begin van de psychologie: introspectie

De onderwerpen van de moderne psychologie zijn geenszins nieuw. Griekse filosofen uit de oudheid stelden dezelfde vragen als psychologen nu. Fysici uit de oudheid vroegen zich al af of de hersenen belangrijk waren voor mentale activiteit. In dederde eeuw voor Christus werden er in China testen gebruikt om mensen te selecteren voor bepaalde banen. Moslimschrijvers uit de 9de eeuw v. Chr. beschreven het belang van therapie en de ontwikkeling van het kind. Pas vele eeuwen later zou de psychologie ook daadwerkelijk uitgroeien tot een experimentele wetenschap. In 1843 stelde Mill in zijn boek ‘System of Logic’ dat de psychologie zich niet bezig moest houden met filosofie, maar met observatie, waarna er een grote verschuiving plaatsvond van enkel speculeren naar experimenteren. Wundt zorgde voor het ontstaan van het eerste psychologielaboratorium in 1879. Hij wordt gezien als de vader van de experimentele psychologie. Hij introduceerde het principe van mentale reactietijden. Hij begon met het meten van reactietijden bij simpele en complexe taken. De verschillen tussen die reactietijden zag hij als de tijd die een bepaald proces mentaal in beslag nam. Hij wilde ook bewuste ervaringen meten. Dit deed hij door middel van introspectie: het onderzoeken van subjectieve mentale ervaringen waarbij (daarvoor getrainde) mensen hun gedachten moeten beschrijven. Introspectie werd later verworpen als methode. Introspectie is namelijk fundamenteel subjectief, tevens omdat het niet representatief was voor het gemiddelde denkpatroon van de mens.

Structuralisme

Titchener, een student van Wundt, gebruikte introspectie om een nieuwe denkwijze, namelijk het structuralisme, te funderen. Deze denkwijze is gebaseerd op het idee dat bewuste ervaring opgedeeld kan worden in de onderliggende basis elementen. Titchener geloofde dat je door middel van kennis over onderliggende elementen van het bewustzijn de psyche kon begrijpen. Zo zou men bij een stimulus zoals een muziektoon door introspectie de kwaliteit, intensiteit, duur en zuiverheid kunnen analyseren. Wundt verwierp deze manier van introspectie.

Functionalisme

James was een fysicus met een filosofische interesse in de psyche. Zijn ideeën hadden grote invloed op de psychologie. Hij was een van de eerste professoren die meer interactie met studenten wilde tijdens een college en hij was zeer geintereseerd in het onstaan van bewuste ervaringen. Hierdoor had hij kritiek op het structuralisme. Hij geloofde dat je de geest niet kunt opdelen in elementen, omdat zij daarvoor te complex is. Het verstand bestond volgens hem uit een steeds doorgaande serie van gedachten die elkaar almaar veranderen, een stream of consciousness. Hij zag structuralisten als mensen die een huis proberen te onderzoeken door elke plank afzonderlijk te bekijken. Hij vond dat het belangrijker was om te weten op welke manier de geest en het gedrag invloed hadden op adaptieve doelen en functies. Deze benadering wordt het functionalisme genoemd. De geest is ontstaan door evolutie. Blijkbaar is hij dus van belang bij overleving en voortplanting. Kennis uit functionalistisch onderzoek zou toepasbaar moeten zijn op problemen uit het dagelijks leven. Het functionalisme stond bloot aan felle kritiek in zijn tijd en werd minder populair. Het belang van het functionalisme wordt nu wel erkend.

Gestaltpsychologie

De Gestaltpsychologie ontstond ook door kritiek op het structuralisme. De grondleggers zijn Wertheimer en Kohler. Volgens de Gestalttheorie is het geheel van een persoonlijke ervaring, meer dan alleen de som der delen. De subjectieve ervaring is niet simpelweg de som van verschillende elementen, zoals structuralisten dachten. Als je bijvoorbeeld een cirkel ziet met twee puntjes en een streepje daaronder, denk je al snel dat het om een gezichtje gaat, terwijl er een minimaal aantal aanwijzingen zijn om te concluderen dat het ook echt om een gezicht gaat. De som (de cirkel, de stipjes als ogen en het streepje als mond) is dus minder dan het geheel (het zien van een gezicht). De Gestaltpsychologen werkten met normale, ongetrainde mensen om testen mee te doen. De ongestructureerde rapportering van ervaringen wordt de fenomenologische methode genoemd. Het gaat bij deze benadering om subjectieve bewuste ervaringen, welke tussen personen kunnen verschillen.

Psychoanalyse

In de twintigste eeuw werden de ideeën van Sigmund Freud populair. Freud begon zijn carrière als neuroloog en werkte met mensen die leiden aan neurologische aandoeningen. Al snel geloofde hij dat hun condities veroorzaakt werden door psychologische factoren. Hij geloofde dat veel gedrag veroorzaakt wordt door het onbewuste, alle mentale processen waar wij ons niet bewust van zijn. Freud dacht dat stoornissen ontstonden doordat onbewuste (veelal seksuele) mentale krachten vaak met elkaar in conflict waren. In de psychoanalyse wordt geprobeerd het onbewuste naar de oppervlakte (het bewuste) te brengen, zodat de psychologische conflicten worden gesignaleerd en opgelost kunnen worden. Dit kon gebeuren door de symbolen in dromen te interpreteren of door vrije associatie, waarbij de patiënt praat over alles wat er in hem opkomt. Hoewel zijn ideeën aanvankelijk zeer populair waren, zijn er tegenwoordig weinig psychologen die de ideeën van Freud aanhangen. Freuds theorie is niet wetenschappelijk te testen en de methoden, zoals de droomanalyse, zijn subjectief. Freuds idee dat mentale processen plaatsvinden onder het bewustzijnsniveau is echter wel geaccepteerd in de psychologische wetenschap.

Het behaviorisme

In reactie op de moeilijk te onderzoeken psychische processen beschreven door Freud, ontstond het behaviorisme. De belangrijkste vertegenwoordiger daarvan, Watson, geloofde dat mentale zaken niet bestudeerd moeten worden, omdat deze niet direct observeerbaar zijn. Volgens het behaviorisme zou al het gedrag veroorzaakt worden door de omgeving (nurture). Iedere gedraging is een respons (reactie) op een bepaalde stimulus (prikkel, trigger) en kan door de stimulus voorspeld worden. Skinner geloofde ook niet in mentale zaken als verklaring voor gedrag, hij zag mentale zaken als een illusie. Skinner dacht dat gedrag werd bepaald door de gevolgen die eraan verbonden zijn. Hij keek vooral naar versterker (reinforcement) en straf (punishment). Het behaviorisme kreeg veel aanhangers: velen waren ontevreden met de vage psychoanalyse. Het behaviorisme domineerde tot 1960. Daarna begon men weer aandacht te krijgen voor mentale processen.

Cognitieve psychologie

Er waren verschillende onderzoeken die uiteindelijk aanleiding gaven om het behaviorisme achter te laten. Zo ontdekte de Gestalt-psycholoog Köhler dat apen in staat waren om een banaan die buiten hun bereik lag te grijpen. Dit deden ze door twee stokken aan elkaar vast te maken, zodat ze erbij konden. Ze kwamen door plotseling inzicht of door te observeren (onderzoek van Tolman) op deze oplossing, zonder versterker en straf. Ook bleek steeds meer dat er vragen waren waarop het behaviorisme geen antwoord kon geven, zoals hoe culturele invloeden menselijke ontwikkeling kon beïnvloeden. Deze factoren hebben geleid tot de cognitieve revolutie van onder andere Miller.

De hieruit ontstane cognitieve psychologie houdt zich bezig met hogere mentale functies, zoals intelligentie, denken, taal, geheugen en besluitvorming. Uit cognitief onderzoek bleek steeds vaker dat de manier waarop mensen denken invloed heeft op hun gedrag. In dezelfde tijd werd de computer geïntroduceerd. Cognitieve psychologen zoals Simon en Newell waren gefascineerd door de computer en probeerden het functioneren van de geest analoog daaraan te verklaren. De informatieverwerkingstheorieën zien de hersenen als hardware en de geest als software. De hersenen coderen informatie, verwerken deze, slaan het op en halen het terug als dat nodig is. Bij de cognitieve psychologen was er aanvankelijk vooral aandacht voor de software (de geest). Rond 1980 kreeg men belangstelling voor de hardware: de toen ontstane cognitieve neurowetenschap kijkt naar de hersenen en zenuwen als onderliggende mechanismen van denken, leren, perceptie, taal en geheugen.

Sociale psychologie

De Tweede Wereldoorlog gaf psychologen aanleiding voor allerlei nieuwe onderzoeksvragen. Waarom hadden mensen zo sterk gehoorzaamd? De sociale psychologie houdt zich bezig met deze vragen over autoriteit, gehoorzaamheid en groepsgedrag. Ze kijkt naar hoe mensen hun sociale identiteit vormen door interacties met anderen en hoe deze sociale identiteit de manier waarop mensen met elkaar omgaan beinvloeden. Uit onderzoek bleek steeds meer dat alle mensen sterk beïnvloed worden door sociale situaties. Lewin, een Gestaltpsycholoog, maakte van de sociale psychologie een wetenschappelijk en experimenteel veld. Zijn veldtheorie benadrukte interacties tussen mensen (hun genen, gewoonten en overtuigingen) en hun omgevingen.

De humanistische benadering

Humanisten zoals Rogers en Maslow legden in hun benadering van mensen met psychologische stoornissen de nadruk op hoe mensen zichzelf leren kennen en accepteren om zichzelf te kunnen ontplooien. Ze ontwikkelden therapieën die als doel hadden dat mensen meer tot hun volle potentie zouden komen. Hierbij bestond de therapie vooral uit specifieke vragen stellen en luisteren. Door de jaren heen zijn er verschillende methoden gebruikt om psychologische stoornissen te behandelen. Deze methoden representeren allemaal de wetenschappelijke stromingen die in elke periode dominant waren. Tijdens het behaviorisme werden technieken ontwikkeld om problematisch gedrag aan te passen. Tijdens de cognitieve periode ontstonden allerlei methoden om problematische gedachten aan te pakken. Tijdens de biologische revolutie werden medicijnen ontwikkeld. Medicijnen vervangen therapie meestal niet, ze kunnen bijwerkingen hebben en verslavend zijn. Vaak is een combinatie van medicijnen en therapie de beste remedie. Vanuit de humanistische traditie wordt gesteld dat ieder mens uniek is en recht heeft op een behandeling op maat. Het is inmiddels duidelijk dat verschillende mensen met verschillende stoornissen behoefte hebben aan verschillende behandelingen en er geen universeel werkende behandeling bestaat.

1.3 Recente ontwikkelingen in de psychologie: de biologische revolutie

Tot enkele decennia geleden was het niet mogelijk om vragen over de relatie tussen lichaam en geest te beantwoorden. Er waren hiervoor geen systematische methoden. De vraag was voorbehouden aan filosofen. Tegenwoordig kunnen deze vragen met steeds grotere zekerheid beantwoord worden aan de hand van geavanceerde methoden. We leren steeds meer over psychologische en de daarbij behorende fysieke processen van mentale activiteiten. Zo blijkt dat de hersenen functioneren aan de hand van vele neurotransmitters. Dit zijn ‘boodschapstoffen’ die informatie overbrengen tussen verschillende zenuwcellen. Er zijn honderden verschillende neurotransmitters, die elk hun eigen functies hebben in een psychologisch proces. Zo blijkt dat mensen dingen beter onthouden als ze in een opgewonden (aroused) staat zijn dan in een kalme staat, doordat er in een opgewonden staat meer neurotransmitters zijn die het geheugenproces faciliteren. Tevens blijkt dat er sprake is van een lokalisatie in de hersenen, waarbij specifieke gebieden van belang zijn bij specifieke gedachtes, gevoelens en acties.

We leren daarnaast ook steeds meer over genetische processen. Zo is er een soort kaart gemaakt van alle genen bij mensen, het humane genoom. Aan de hand van deze kaart wordt de relatie tussen bepaalde genen en gedrag onderzocht. Er kan bekeken worden hoe bepaalde genen invloed hebben op iemands gedachten, acties, gevoelens en aandoeningen. Zo worden genen in dieronderzoek gemanipuleerd om de effecten op psychologische processen te onderzoeken. Er is bijvoorbeeld gebleken dat als een muis een bepaald gen niet had, het een beperkt geheugen had. Deze informatie kan gebruikt worden bij het ontwikkelen van behandelingen van mensen met geheugenproblemen. Relaties tussen genen en een bepaald psychologisch kenmerk zijn echter ingewikkeld: er zijn vaak meerdere, met elkaar interacterende genen verantwoordelijk voor een gedraging. Bovendien interacteren genen met de omgeving.

De hersenen kunnen tegenwoordig in actie bekeken worden via technieken. In de neurowetenschap wordt aan de hand van deze zogeheten brain imaging onderzocht hoe en waar verschillende hersendelen functioneren. Aan de hand van deze technieken worden functies ‘gelokaliseerd’: er wordt gekeken welk hersengebied voor wat voor proces verantwoordelijk is. Bepaalde hersengebieden zijn belangrijk voor specifieke gevoelens, gedachten en acties, maar vaak werken verschillende hersengebieden samen om een bepaalde gedraging en mentale activiteit te bewerkstelligen. Brain imaging is opgekomen in de jaren ’80 en heeft sindsdien de psychologie drastisch veranderd.

De evolutionaire (adaptieve) benadering van de psychologie

James en zijn collega’s dachten dat de menselijke geest gevormd was door evolutie. Vanuit een evolutionair perspectief is het brein, hersenactiviteit en daaruit voortkomend gedrag over miljoenen jaren geevolueerd.. De evolutietheorie ziet de hersenen als een orgaan dat miljoenen jaren lang geëvolueerd is om de mens te laten overleven en te laten reproduceren.. In de psychologie worden mentale kenmerken gezien als producten ontstaan door natuurlijke selectie. Functies zoals geheugen, waarnemen en taal kunnen worden gezien als adaptaties. Adaptaties zijn de uiterlijke kenmerken, vaardigheden of andere handelingen die de kans op voorplanting of overleving vergroten en daarom worden doorgegegeven aan toekomstige generaties. Er komt ook steeds meer bewijs dat de hersenen zich biologisch aanpassen en dat de geest zich aanpast door culturele invloeden.

Adaptaties ontstaan door toevallige genmutaties. Deze bij toeval ontstane lichamelijke eigenschappen, vaardigheden of vermogens helpen een bepaald adaptief probleem oplossen, waardoor de kans groot is dat ze doorgegeven worden. Door natuurlijke selectie hebben we ingebouwde mechanismen gekregen die adaptieve problemen van vroeger voor ons oplossen. Het evolutionaire perspectief is belangrijk bij het verklaren van sociaal gedrag. Gedrag dat leidt tot uitsluiting door de groep wordt in bijna alle culturen afgewezen. Een ander voorbeeld is dat iedereen een eigen voorkeur heeft voor bepaalde soorten voedsel maar deze voorkeuren worden beinvloedt door cultuur.

Volgens het evolutionaire perspectief moeten we voor de verklaring van huidig gedrag kijken naar welke functie het gedrag gehad heeft in het verleden. De hersenen evolueren uiterst langzaam. Dat betekent dat een kenmerk dat in het verre verleden van de jagers-verzamelaars-samenleving adaptieve waarde had, nog altijd bij mensen aanwezig is, ook als het nu niet meer nuttig is. Vroeger was zoet voedsel met veel calorieën waarschijnlijk schaars. Dit voedsel had in de jagers-verzamelaarscultuur een grote overlevingswaarde, een voorkeur voor vet en calorierijk voedsel was adaptief. Tegenwoordig hebben mensen nog steeds een sterke voorkeur voor zoet, vet voedsel met veel calorieën. Nu leidt dat echter tot overgewicht: we hebben dit voedsel niet meer nodig. Er zijn natuurlijk ook veel gedragingen die niet direct evolutionair veroorzaakt zijn. Zo is het rijden van auto’s geen adaptatie, maar een bijproduct van een adaptatie. Autorijden zou bijvoorbeeld een bijproduct van de menselijke intelligentie kunnen zijn.

Cultuur zorgt voor adaptieve oplossingen

Cultuur kan ook gezien worden als een adaptatie. Het is adaptief voor mensen om in een groep te leven, bijvoorbeeld vanwege bescherming. Het leven in groepen zorgt voor het ontstaan van culturen. Ook de cultuur zelf is onderhevig aan de principes van evolutie: wat adaptief is in een bepaalde cultuur wordt bepaald door de omgeving. Culturele evolutie voltrekt zich veel sneller dan biologische evolutie. Een cultuur evolueert doordat het zich aanpast aan veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld veranderde voedselvoorziening, de introductie van internet of globalisering. Cultuur is als het ware een adaptieve bril waarmee de wereld gezien wordt. Culturen verschillen zodoende ook in hoe zij redeneren over de wereld. Volgens Nisbett denken leden van Aziatische culturen bijvoorbeeld meer holistisch dan leden van een (meer individualistische) Westerse cultuur. Aziaten zien elementen meer als iets dat onderdeel uitmaakt van een geheel, een context. Westerlingen zijn meer analytisch ingesteld: ze categoriseren informatie. Deze verschillen zouden kunnen voortkomen uit de geschiedenis. De cultuur waarin iemand leeft is bepalend voor iemands normen en waarden. Normen schrijven voor hoe mensen verwacht worden zich te gedragen binnen een bepaalde cultuur. Cultuur heeft ook materiele aspecten zoals media, technologie, gezondheids zorg en transport. Deze zaken hebben ook invloed op de manier waarom mensen met elkaar omgaan. Psychologen proberen de relatie tussen cultuur en gedrag te begrijpen.

Niveaus van analyse in de psychologie

Veel psychologen werken samen met onderzoekers van andere velden, bijvoorbeeld van de biologie, de natuurkunde of de antropologie. Een vraagstuk wordt opgedeeld in deelvragen en binnen de bijbehorende onderzoeksvelden onderzocht. Er wordt vooral gekeken naar sociale, individuele en biologische benaderingswijzen wanneer onderzoekers aan de gang gaan met een vraagstuk. Hieronder staan de niveaus van analyse op een rijtje met een voorbeeld van hoe iedere benadering een studie naar de invloed van muziek zou kunnen aanpakken:

De sociale benadering kijkt naar:

  • Interpersoonlijke interactie: groepen, relaties en sociale beïnvloeding.

  • Bijvoorbeeld: Bepalen groepen wat voor invloed muziek heeft op iemand?

De culturele benadering kijkt naar:

  • Gedachten en gedragingen in een cultuur: normen, opvattingen, symbolen, etniciteit.

  • Etnomusikologie: bepaalt cultuur wat voor muziek mensen leuk vinden?

De individuele benadering kijkt naar:

  • Individuele verschillen: persoonlijkheid, ontwikkeling, zelfconcept

  • Perceptie en cognitie: waarnemen, denken, beslissen, taal en geheugen

  • Gedrag: observeerbare handelingen, reacties en bewegingen

  • Bijvoorbeeld: Wat voor effect heeft muziek op humeur, geheugen, beslissen en dergelijke?

De biologische benadering kijkt naar:

  • Hersensystemen: neuro-anatomie, onderzoek met dieren en brain imaging.

  • Neurochemica: neurotransmitters, hormonen en medicijnen.

  • Genetica: genmechanismen en erfelijkheid.

  • Bijvoorbeeld: Zijn er andere hersengebieden actief bij muziek dan bij ander geluid?

Verschillende werkvelden van een psycholoog

Er zijn verschillende werkvelden waarin een psycholoog zich kan bevinden: 

  • Neurowetenschappers en biopsychologen onderzoeken hoe biologische systemen van invloed zijn op mentale activiteit en gedrag.

  • Cognitieve psychologen onderzoeken hoe mensen denken, waarnemen, problemen oplossen, beslissingen nemen, taal gebruiken en nieuwe dingen leren.

  • Ontwikkelingspsychologen bekijken hoe mensen veranderen gedurende de levensloop.

  • Persoonlijkheidspsychologen zijn geïnteresseerd in karaktereigenschappen die mensen laten zien en hoe deze veranderen in verschillende situaties. Ook kijken ze naar verschillen tussen mensen.

  • Sociaal psychologen proberen te begrijpen hoe mensen worden beïnvloed door de aanwezigheid van anderen en hoe mensen een beeld vormen over anderen om hen heen.

  • Culturele psychologen onderzoeken hoe mensen worden beïnvloed door maatschappelijke waarden horend bij de cultuur waar men in is opgegroeid.

  • Klinisch psychologen kijken naar factoren die psychologische stoornissen zouden kunnen veroorzaken en naar manieren om deze problemen te behandelen.

  • Counseling psychologen zijn proberen het dagelijkse welzijn van mensen te verbeteren. Het verschil met het werk van de klinisch psycholoog is dat een counseling psycholoog kijkt naar de moeilijke situatie waar mensen in terecthgekomen zijn en hij is niet gericht op het behandelen van psychologische stoornissen.

  • Schoolpsychologen werken in het onderwijs waar ze leerlingen helpen met leerproblemen.

  • Arbeidspsychologen onderzoeken gedrag en productiviteit op de werkvloer. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar motivatie.

Psychologen zijn werkzaam op nog veel meer gebieden zoals in forensische settingen en in de sport. Gezondheidspsychologen werken interdisciplinair en onderzoeken welke factoren invloed hebben op de fysieke gezondheid.

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Aansluiten en inloggen

Sluit je aan en word JoHo donateur (vanaf 5 euro per jaar)

 

    Aansluiten en online toegang tot alle webpagina's 

Sluit je aan word JoHo abonnee

 

Als donateur een JoHo abonnement toevoegen

Upgraden met JoHo abonnement (+ 10 euro per jaar)

 

Inloggen

Inloggen als donateur of abonnee

 

Hoe werkt het

Om online toegang te krijgen kun je JoHo donateur worden  en een abonnement afsluiten

Vervolgens ontvang je de link naar je online account en heb je online toegang

Lees hieronder meer over JoHo donateur en abonnee worden

Ben je al JoHo donateur? maar heb je geen toegang? Check hier  

Korte advieswijzer voor de mogelijkheden om je aan te sluiten bij JoHo

JoHo donateur

  • €5,- voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey Tours wil steunen - voor wie korting op zijn JoHo abonnement wil - voor wie van de basiskortingen in de JoHo support centers gebruik wil maken of wie op zoek is naar de organisatie achter een vacature - voor wie toegang wil tot de op JoHo WorldSupporter gedeelde samenvattingen en studiehulp

JoHo abonnees

  • €20,- Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp - Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers - Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland - Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservice

JoHo donateur met doorlopende reisverzekering

  • Sluit je via JoHo een jaarlijks doorlopende verzekering af dan kan je gedurende de looptijd van je verzekering gebruik maken van de voordelen van het JoHo abonnement: hoge kortingen + volledig online toegang + alle extra services. Lees meer

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services:

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services

  • Check hier de advieswijzers voor samenvattingen en stages - vacatures en sollicitaties - reizen en backpacken - vrijwilligerswerk en duurzaamheid - emigratie en lang verblijf in het buitenland - samenwerken met JoHo

Steun JoHo en steun jezelf

 

Sluit je ook aan bij JoHo!

 

 Steun JoHo door donateur te worden

en steun jezelf door ook een abonnement af te sluiten

 

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Flexibele parttime bijbanen bij JoHo

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen