  Chapter 

Onderzoek kan uitgevoerd worden om de fenomenen in de (sociale) wereld te begrijpen. Vondsten kunnen gebruikt worden om verbeteringen aan te brengen in de praktijk. Een onderzoek dat uitwees dat het eetgedrag van kinderen deels werd bepaald door de hoeveelheid reclame die zij keken, kan bijvoorbeeld belangrijke implicaties hebben voor het mediabeleid. Het kan tevens gebruikt worden bij het maken van beslissingen in het dagelijkse of zakelijke leven. Onderzoek is het proces, waarbij mensen specifieke principes en technieken gebruiken om tot kennis te komen. Het is een voortdurend proces van het zoeken en werken naar de waarheid. Door onderzoek ontstaat een geheel van informatie en manieren waarop tegen die informatie aangekeken wordt. In het dagelijks leven wordt niet bij iedere beslissing gebruik gemaakt van onderzoeksresultaten. Dat is ook niet altijd nodig.

Echter, wetenschappelijk onderzoek vermindert de kans dat de informatie verstoord of vertekend is. Het garandeert geen absolute waarheden. In de media worden veel resultaten als wetenschappelijk beschreven, terwijl ze dat niet zijn. Tevens kunnen resultaten vertekend gepresenteerd worden. Mede hierom staan velen sceptisch tegenover onderzoek. Ook denken mensen dat onderzoek ingewikkeld en zelfs angstaanjagend is. Een doel van dit boek is om deze perceptie te veranderen. Hoewel onderzoek niet onfeilbaar is, is het niettemin een superieure methode om kennis te verwerven en beslissingen te maken. Veel mensen gebruiken deze methode niet: zij passen kennis niet toe in het dagelijks leven en denken niet kritisch na over wat ze horen.

Wat wordt verstaan onder kritisch denken?

‘Kritisch’ kan meerdere betekenissen hebben: (1) van het grootste belang; (2) negatief en antagonistisch; (3) bewust, evaluatief en overwegend. Met het begrip kritisch denken wordt de derde betekenis bedoeld. Kritisch denken is een perspectief met de volgende kenmerken:

  • het vermijden van misvattingen, zoals de ‘gokkermisvatting,’ waarbij mensen denken dat als iets al lang niet is gebeurd, het waarschijnlijk snel zal gebeuren. Een ander voorbeeld van een misvatting is de attributiefout, waarbij mensen negatieve uitkomsten toedichten aan de omstandigheden en positieve uitkomsten aan het eigen toedoen;

  • het bekijken van een kwestie vanuit meerdere perspectieven en het vermijden van overhaaste conclusies, het open staan voor alle aspecten van de situatie;

  • het opmerken van onderliggende aannames en het erkennen dat deze de keuzes kunnen beperken;

  • het gebruik van een empirisch argument, waarbij logisch wordt geredeneerd vanuit empirisch bewijs, bewijs van het bestaan van fenomenen door directe of indirecte observatie. Dit staat tegenover argumenten, waarbij geredeneerd wordt vanuit morele of religieuze (niet bewijsbare) overtuigingen;

Samenvattend laat kritisch denken zich beschrijven als een hoog bewust perspectief, waarbij men zich open en evaluatief opstelt tegenover een kwestie.

Religie en wetenschap

Al van oudsher komen er conflicten voor tussen wat religie voorschrijft en wat wetenschap aantoont. Zo werd Galileo de mond gesnoerd toen hij beweerde dat de aarde om de zon cirkelde en niet andersom, zoals het christendom dicteerde. Sommige mensen vertrouwen alleen op wetenschap, anderen alleen op religie of moraliteit, maar de meesten vallen tussen deze twee extremen. De meeste mensen zijn het erover eens dat wetenschap en religie op andere vragen antwoorden geven. Waar de grens tussen een religieuze en een wetenschappelijke vraag ligt, is echter niet altijd duidelijk. Bovendien zijn er veel kwesties, waarin beide benaderingen overlappen. Wetenschappelijke feiten kunnen een rol spelen bij morele beslissingen. In de meeste gevallen kan er een keuze gemaakt worden waarop de beslissing gebaseerd zal worden: wetenschappelijke feiten of morele overwegingen?

Wat is empirisch sociaal onderzoek?

De term ‘onderzoek’ (Engels: ‘research’) wordt op de volgende vier manieren gebruikt in dit boek:

  1. het zorgvuldig lezen en bestuderen van documenten om een dieper begrip te krijgen, om patronen of thema’s te identificeren, of om de ‘ultieme waarheid’ te ontdekken;

  2. het verzamelen en evalueren van reeds bestaande informatie uit wetenschappelijke tijdschriften of overheidsrapportages. Niet alle informatie telt hierbij even zwaar mee in de conclusie;

  3. het toepassen van geaccepteerde technieken en principes: het verzamelen van informatie door te observeren, vragen te stellen, te meten, te experimenteren en door te analyseren door middel van statistiek;

  4. het toepassen van kritisch denken en het aannemen van een sceptisch perspectief.

Empirisch onderzoek kan al deze activiteiten omvatten. Het is een proces van het verzamelen van informatie. De uitkomsten worden vaak in termen van waarschijnlijkheid weergegeven (A heeft invloed op B; de kans is groot dat als A, dan B). Opvattingen kunnen steeds veranderen door nieuw bewijs. Ook de zekerheid van iedere uitkomst is afhankelijk van de mate van bewijs die ervoor is geleverd. Het kan frustrerend zijn dat onderzoek nooit met 100% zekerheid uitsluitsel geeft over een fenomeen. Onderzoek geeft een voortdurende benadering van de waarheid, maar absoluut uitsluitsel kan zelden worden gegeven.

Hoe beoordelen we de kwaliteit van bewijs?

In het dagelijks leven hanteren we allerlei standaarden, die zeggen wanneer bewijs goed en legitiem is. Zonder deze standaarden zouden mensen over hetzelfde bewijs tot verschillende conclusies kunnen komen. Ook in onderzoek gelden er allerlei standaarden over wat wel en wat geen goed bewijs is. Er zijn regels over hoe data verzameld moet worden en hoe het geïnterpreteerd moet worden. Deze standaarden zijn door de jaren heen ontwikkeld binnen de wetenschappelijke gemeenschap. Veel standaarden vinden hun basis in gezond verstand. Zo zal iedereen het ermee eens zijn dat een grote steekproef beter is dan een kleine en dat je een vraag beter op meerdere manieren kan stellen. Een ander voorbeeld van een standaard is dat de uitkomsten een antwoord moeten vormen op een onderzoeksvraag. Onderzoek moet informatie opleveren. Goed onderzoek leidt tevens tot nieuwe vragen en stimuleert tot verder onderzoek.

Empirisch bewijs kan twee vormen aannemen. Kwantitatieve data vormen bewijs in de vorm van cijfers. Kwalitatieve data vormen bewijs in de vorm van beelden, woorden of geluiden. Mensen zijn geneigd te denken dat de eerste vorm van data beter of empirischer is dan de tweede. Echter, of bewijs al dan niet goed is, hangt af van de standaarden en niet van het type data dat gebruikt wordt.

Welke soorten sociaal onderzoek zijn er?

Er bestaan meerdere technieken die gebruikt kunnen worden om antwoord te geven op een onderzoeksvraag. Het vergt vaardigheid en kennis om te bepalen welke techniek de voorkeur verdient in een specifiek onderzoek. Een valkuil is dat onderzoekers één voorkeurstechniek hebben en die techniek ook toepassen als een andere techniek eigenlijk gepaster is. Onderzoekers moeten op de hoogte zijn van alle technieken die ze kunnen gebruiken en van de voor- en nadelen van iedere techniek. Hieronder wordt een aantal technieken globaal besproken. Deze zijn ruwweg in twee categorieën in te delen: kwantitatief en kwalitatief. In latere hoofdstukken worden de technieken uitvoeriger behandeld.

Kwantitatieve dataverzameling

Zoals gezegd, bestaan kwantitatieve data uit informatie die in getallen te vatten is. Er bestaan verschillende technieken waarmee deze data verzameld kunnen worden:

  1. Experiment: deze vorm van dataverzameling lijkt sterk op de technieken die in natuurwetenschappelijk onderzoek gebruikt worden. Er wordt een situatie gecreëerd en het effect op personen wordt bestudeerd. Dit kan in een laboratorium plaatsvinden, maar ook in een real life situatie met een kleine groep mensen. Meestal worden de deelnemers in groepen verdeeld, waarbij de ene wel een zekere behandeling ondergaat en de andere niet . In andere aspecten worden de groepen gelijk gehouden. Als er later een verschil tussen de groepen gevonden wordt, kan dat worden toegeschreven aan de behandeling.

  2. Vragenlijst (survey): bij vragenlijstonderzoek wordt een groep mensen een set vragen gesteld door middel van een vragenlijst (questionnaire). Meestal worden de antwoorden achteraf samengevat in tabellen of grafieken. Als het onderzoek goed wordt uitgevoerd, kunnen de resultaten van deze groep deelnemers gegeneraliseerd worden naar een grotere groep mensen.

  3. Inhoudsanalyse: bij deze techniek wordt symbolisch of geschreven materiaal geanalyseerd, bijvoorbeeld door bepaalde aspecten te kwantificeren. Men kan bijvoorbeeld tellen hoe vaak een bepaald woord voorkomt in een krant. Dergelijke informatie wordt vaak gepresenteerd in tabellen of grafieken.

  4. Bestaande statistische bronnen: men kan bestaande statistische data reorganiseren om een nieuwe onderzoeksvraag te beantwoorden.

Kwalitatieve dataverzameling

Kwalitatieve data zijn gegevens, die niet in nummers zijn te vatten. Dit zijn technieken waarmee deze data verzameld kunnen worden:

  1. Etnografisch veldonderzoek: bij een veldonderzoek observeer je een kleine groep mensen gedurende een bepaalde periode. Meestal begin je met een los geformuleerd onderwerp, en geraak je later pas tot een specifieke hypothese. Je observeert zorgvuldig en maakt uitgebreide aantekeningen van je bevindingen. Deze verwerk je later in een rapportage.

  2. Historisch-vergelijkend onderzoek: hierbij onderzoek je aspecten van het sociale leven binnen een tijdperk of in verschillende culturen. Je kunt verschillende tijdperken of verschillende culturen met elkaar vergelijken of een mengvorm van beide vergelijkingen hanteren. De data worden meestal gevormd door bestaande statistieken en documenten, maar ook directe observatie en interviews kunnen gebruikt worden.

Welke onderzoeksdoelen zijn er?

Het is vaak moeilijk te bepalen welk type onderzoek het beste aansluit bij je onderzoeksvraag. Om een antwoord op die vraag te krijgen, is het eerst nodig een doel te bepalen voor het onderzoek. Een onderzoek kan verschillende doelen dienen: ontdekken, beschrijven, verklaren en evalueren. Hieronder worden deze doelen verder toegelicht.

Ontdekken

In ontdekkend onderzoek wordt onderzoek gedaan naar een nieuw onderwerp, waar nog geen eerder onderzoek naar is gedaan. Het doel is om een algemeen begrip te ontwikkelen en om ideeën voor toekomstig onderzoek te formuleren. Het is vaak de eerste fase van een serie van studies. Meestal worden kwalitatieve methoden gebruikt, omdat er nog geen specifieke theorieën en hypothesen zijn. Dit onderzoek stelt de ‘wat’ vraag en is vooral oriënterend. Vragenlijstonderzoek en veldonderzoek zijn veel toegepaste technieken.

Beschrijven

Onderzoek dat een kwantitatief of kwalitatief beeld presenteert van een situatie, activiteit of groep wordt beschrijvend (descriptief) onderzoek genoemd. Het geeft antwoord op de ‘hoe’ en ‘wie’ vraag: het geeft de details van de situatie weer. Een voorbeeld is een onderzoek dat beschrijft welke kenmerken mannen die veel porno kijken met elkaar gemeen hebben (bijvoorbeeld zwakke sociale verbintenissen). Veel sociaal onderzoek is beschrijvend. Ook zijn er veel combinaties van beschrijvend en ontdekkend onderzoek. Inhoudsanalyse, bestaande statistieken, veldonderzoek en vragenlijstonderzoek zijn technieken die veel gebruikt worden tijdens het uitvoeren van beschrijvend onderzoek.

Verklaren

Op ontdekkend en beschrijvend onderzoek volgt vaak verklarend onderzoek, dat een theorie probeert te testen of te ontwikkelen, met als doel uit te leggen waarom iets plaatsvindt. Het draait om het vinden van oorzaken, redenen, bronnen. Een voorbeeld van een dergelijk onderzoek gaf antwoord op de vraag waarom mishandelde vrouwen vaak niet trouwen. Antwoorden waren onder andere gebrekkige sociale steun, emotionele problemen, lage eigenwaarde en wantrouwen. Het experiment is de voorkeursmethode in dit onderzoek.

Evalueren

Toegepast onderzoek dat ontworpen is om te testen of een programma, product of beleid effectief is, wordt evaluatief onderzoek genoemd. De vraag hier is: ‘werkt het?’. Allerlei technieken worden gebruikt, maar het experiment is het populairst. Overigens zijn uitkomsten van dergelijk onderzoek niet altijd afdoende: veel ineffectieve programma’s blijven in gebruik vanuit politieke overtuigingen.

Hoe en waarvoor wordt onderzoek gebruikt?

Basisonderzoek

Basisonderzoek is erop gericht fundamentele kennis en basisbegrip van een fenomeen te bevorderen door theorieën te creëren en te testen. Dergelijk fundamenteel onderzoek vormt de basis van hoe wij over de wereld denken. Het is niet direct praktisch toepasbaar, maar vormt wel de basis van toegepast onderzoek. Vaak wordt het nut van fundamenteel onderzoek pas jaren later duidelijk, als iemand een manier heeft gevonden waarop de kennis in de praktijk kan worden toegepast.

Toegepast onderzoek

Toegepast onderzoek beantwoordt een specifieke, praktische vraag met direct bruikbare oplossingen. Het zijn vaak snelle, kleinschalige onderzoeken die een pasklaar antwoord bieden op een specifiek probleem. Het meeste toegepaste onderzoek is descriptief of evaluatief. De resultaten worden vaak gebruikt om beslissingen te nemen op beleidsniveau. Om dit onderzoek uit te voeren, wordt gebruik gemaakt van de kennis die het basisonderzoek heeft opgeleverd. Omdat toegepast onderzoek directe implicaties heeft voor de praktijk is het vaak controversiëler dan basisonderzoek. Soms willen mensen niet horen wat onderzoek uitwijst. Een voorbeeld hiervan is een onderzoek naar de effectiviteit van seksuele voorlichting bij tieners ter voorkoming van zwangerschap. Programma’s die als doel hadden om te voorkomen dat tieners überhaupt seksueel actief zouden worden, bleken niet effectief. Programma’s die onderwezen over voorbehoedsmiddelen en seksueel overdraagbare aandoeningen werkten beter. Voorstanders van seksuele onthouding weigeren echter de onderzoeksresultaten te erkennen en stellen dat de programma’s alleen niet effectief bleken, omdat ze niet langdurig genoeg werden ingezet.

Het onderzoeksproces

Het onderzoeksproces is op te delen in zeven stappen:

  1. Selecteer een onderwerp.

  2. Baken dit onderwerp af en maak het specifiek. Je kijkt hierbij naar eerder gedaan onderzoek (de literatuur) over dit onderwerp en je stelt een specifieke vraag.

  3. Maak een plan om de onderzoeksvraag te beantwoorden, en bekijk welke onderzoekstechniek hiervoor het meest geschikt is.

  4. Verzamel data om een antwoord op je vraag te vinden.

  5. Analyseer de data. Je gaat bij deze stap patronen in de data zoeken.

  6. Interpreteer de data – verleen er betekenis aan

  7. Publiceer het onderzoek en informeer anderen over je vondsten.

Deze stappen zijn zelden zo strikt van elkaar gescheiden: onderzoek doen is een interactief proces waarbij verschillende stappen door elkaar heen lopen en je soms terug moet gaan naar eerdere stappen van het proces.

Wat is het belang van onderzoek? - Tentamens 1

Oefenvragen bij Wat is het belang van onderzoek? - CH.1

 

Vragen

Vraag 1

Kenmerk(en) van kritisch denken is/zijn…

  1. Vermijd drogredeneringen

  2. Houd een open kijk op de verschillende aspecten van het probleem

  3. Houd rekening met verborgen aannames (hidden assumptions)

  4. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist

Vraag 2

Onderzoek is…

A. Het goed bestuderen en lezen van specifieke documenten

B. Bestaande informatie verzamelen en hieruit een conclusie trekken

C. Kritisch denken en het aannemen van een oriëntatie

D. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist

Vraag 3

Als een conclusie wordt getrokken, gebaseerd op kleinschalig onderzoek…

A. Kan deze alleen gefalsifieerd worden

B. Kan deze alleen geverifieerd worden

C. Kan deze zowel gefalsifieerd als geverifieerd worden

D. Kan deze niet gefalsifieerd en niet geverifieerd worden

Vraag 4

Kwantitatieve data … en kwalitatieve data …

A. Is bewijs in de vorm van nummers; is bewijs in de vorm van visuele beelden, woorden of geluiden

B. Is bewijs in de vorm van visuele beelden, woorden of geluiden; is bewijs in de vorm van nummers

C. Geeft betrouwbare resultaten; geeft onbetrouwbare resultaten

D. Komt minder vaak voor; komt vaker voor

Vraag 5

Onder kwantitatieve data vallen…

A. Experimenten

B. Vragenlijsten

C. Inhoudsanalyse en bestaande statistiekenanalyse

D. Alle bovenstaande antwoorden zijn mogelijk

Vraag 6

Welke van onderstaande stellingen is/zijn juist?

  1. Etnografisch veldonderzoek valt onder kwalitatief onderzoek
  2. Historisch-vergelijkend onderzoek valt onder kwalitatief onderzoek

A. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist

B. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

C. Beide stellingen zijn juist

D. Beide stellingen zijn onjuist

Vraag 7

Welke van onderstaande stellingen is/zijn juist?

  1. Bij explorerend onderzoek worden vaak kwantitatieve data gebruikt
  2. Bij evaluerend onderzoek wordt antwoord gegeven op de vraag: “Werkt het?”

A. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist

B. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

C. Beide stellingen zijn juist

D. Beide stellingen zijn onjuist

Vraag 8

Basic social research is gericht op vorderingen van fundamentele kennis, maar mist vaak…

A. Een praktische korte termijntoepassing

B. Betrouwbaarheid

C. Validiteit

D. Alle bovenstaande antwoorden

Vraag 9

De stappen in het onderzoeksproces kunnen in deze volgorde worden beschreven:

A. Observatie – deductie – theorie – inductie – toetsing – evaluatie

B. Deductie – observatie – inductie – theorie – toetsing – evaluatie

C. Observatie – inductie – theorie – deductie – toetsing – evaluatie

D. Inductie – observatie – theorie – deductie – toetsing – evaluatie

Vraag 10

Zet de volgende stappen van het onderzoeksproces in de juiste volgorde:

Data verzamelen – Anderen informeren – Design study – Data interpreteren - Onderwerp selecteren – Data analyseren – Hoofdvraag formuleren

Antwoordindicatie

  1. D

  2. D

  3. C

  4. A

  5. D

  6. C

  7. B

  8. A

  9. C

  10. Onderwerp selecteren – hoofdvraag formuleren – design study – data verzamelen – data analyseren – data interpreteren – anderen informeren

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen