Wat is het strafrecht? - Chapter 1 (7)

  Chapter 

Het strafrecht is een van de meest tot de verbeelding sprekende rechtsgebieden. Dit komt met name doordat de media veel aandacht aan het strafrecht schenkt. Daarnaast is de criminaliteit ook zichtbaar op straat. Hierdoor worden mensen dagelijks, direct of indirect, geconfronteerd met strafrechtelijke zaken. Het strafrecht als rechtsgebied is sterk verbonden met zaken als moraal, veiligheid en rechtvaardigheid en dat spreekt mensen aan.

Wat is de plaats van het strafrecht?

Er zijn binnen het recht veel verschillende rechtsgebieden te onderscheiden. Het strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd. De staat als overheid heeft het monopolie om te straffen namens de samenleving. Het verschil met het civielrechtelijk rechtsgebied is dat daar de verhouding tussen burgers onderling wordt geregeld. Als twee burgers een civielrechtelijk geschil hebben, dan is dat hun zaak en niet een zaak van de overheid. Het bestuursrecht regelt ook een groot gedeelte de verhouding tussen de burger en de Staat. Algemene regels omtrent het bestuursrecht vindt men in de Algemene wet Bestuursrecht (Awb). De verhouding tussen het bestuurs- en strafrecht is complex, omdat soms bestuurlijke sancties kunnen worden opgelegd voor gedragingen die vroeger strafrechtelijk werden afgedaan. De officier van justitie (OvJ) is de vertegenwoordiger van het staatsorgaan dat belast is met de vervolging van verdachten (openbaar ministerie). De verdachte kan worden gedagvaard door de OvJ, maar dit is een ander soort dagvaarding  dan de dagvaarding in civielrechtelijke zin. Het komt vaak voor dat het slachtoffer schade heeft geleden en de verdachte een boete moet betalen. Deze boete is bedoeld als straf en heeft niets te maken met de aangerichte schade. Los van de strafrechtelijke veroordeling kan het slachtoffer de schade verhalen. Binnen het Strafrecht bestaat er de mogelijkheid voor slachtoffers om als 'benadeelde partij' schadevergoeding te verzoeken aan de strafrechter, waardoor er geen aparte civiele procedure hoeft te worden gestart.

Welke doelen kent het strafrecht?

Een straf opleggen heeft twee doelen: vergelding en preventie. De dader heeft door het plegen van een strafbaar feit kwaad veroorzaakt bij het slachtoffer en de maatschappij. Vergelding vindt plaats door het opleggen van een straf, waardoor er sprake is van leedtoevoeging. Dit kan zorgen voor morele genoegdoening: de dader heeft kwaad afgeroepen over de samenleving en daarom roept de samenleving kwaad af over de dader. Het opleggen van een straf werkt ook preventief, omdat hierdoor minder mensen strafbare feiten plegen. Er zijn twee soorten preventie: speciale- en generale preventie. Speciale preventie is de gedachte dat de dader die in aanraking is gekomen met de gevolgen van de straf de volgende keer twee keer zal nadenken, voordat hij nog eens de strafrechtelijke norm overschrijdt. Een voorbeeld van deze gedachte is het opleggen van een voorwaardelijke straf, waardoor de dader ontmoedigd wordt om wederom in de fout te gaan. Generale preventie is de gedachte dat de gestrafte een voorbeeld is voor anderen en potentiële wetsovertreders afschrikt.

Wat is het materieel strafrecht, het formeel strafrecht en het sanctierecht?

Het strafrecht kan in drie delen worden onderverdeeld:

  1. Het materieel strafrecht heeft betrekking op de vraag wat een strafbaar feit is. Deze vraagstukken hebben betrekking op de grenzen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het materieel strafrecht is te vinden in het Wetboek van Strafrecht (in het vervolg aangeduid met de afkorting 'Sr').
  2. Het formeel strafrecht (strafprocesrecht) bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm van het materiële strafrecht is overtreden. Het strafprocesrecht is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (in het vervolg aangeduid met de afkorting 'Sv').
  3. Het sanctierecht heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden opgelegd en ten uitvoer worden gelegd. Het sanctierecht is zowel in het Wetboek van Strafrecht als Wetboek van Strafvordering geregeld. 

Het materieel- en formeel strafrecht mag niet worden verward met wetten in formele- en materiële zin. Een wet in formele zin is een wet die tot stand is gekomen door de regering en Staten-Generaal gezamenlijk. Dit zegt iets over de totstandkoming en werking van wetten, maar niets over de inhoud ervan. Een wet in materiële zin geeft aan dat de betreffende wet algemene regels bevat die de burgers binden. 

Wat is het commuun en bijzonder strafrecht?

Het strafrecht is verspreid over verschillende wetten. Art. 107 Grondwet (GW) draagt de wetgever op om regels van het strafrecht in het wetboek op te nemen. Het wetboek is een algemeen deel van het strafrecht en het strafprocesrecht. Het wetboek is anders dan een wettenbundel, deze worden in normaal spraakgebruik wel aangeduid als een wetboek. Het strafrecht dat in een wetboek is opgenomen, wordt aangeduid als het commune strafrecht. De strafbepalingen die in andere wetten zijn opgenomen, vallen onder het bijzonder strafrecht. Denk hierbij aan de Wet wapens en munitie of de Wegensverkeerswet die bijzondere strafwetten bevatten. Dit zijn wetten in formele zin, omdat zij tot stand zijn gekomen door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. Een strafwet kan ook tot stand komen door een wet in materiële zin, zoals een algemeen plaatselijke verordening (APV) van de gemeente. Hierin kunnen gedragingen strafbaar worden gesteld die in de gemeente niet zijn toegelaten.

Art. 91 Sr bepaalt dat de bepalingen van boek I van het Wetboek van Strafrecht ook van toepassing zijn op feiten die strafbaar zijn gesteld in bijzondere wetten en in lokale strafwetgeving. 

Wat is de opbouw van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering?

Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit drie boeken. Boek I regelt de algemene leerstukken van het materieel strafrecht. Deze leerstukken zijn van toepassing op alle delicten die strafbaar zijn gesteld, zowel commuun als bijzonder. Boek II en Boek III bevatten alleen strafbepalingen die een gedrag van een strafbaar feit omschrijven en aanduiding geven van de maximaal op te leggen straf. In Boek II worden alleen misdrijven strafbaar gesteld en Boek III worden alleen overtredingen strafbaar gesteld. 

Het Wetboek van Strafvordering bestaat uit zes boeken. De eerste drie boeken zijn voor dit studieboek het meest van belang en geven een chronologische volgorde van het strafproces. Boek I regelt de belangrijkste bevoegdheden van het opsporingsonderzoek en betreft algemene bepalingen. Boek II regelt de vervolgingsbeslissing van de OvJ en de procedure voor de berechting van de verdachte door de rechtbank in eerste aanleg. Boek III heeft betrekking op de rechtsmiddelen, dit zijn middelen om de beslissing van een rechter aan te vechten bij een hogere instantie. 

Wat is de invloed van internationaal en supranationaal recht?

De strafrechtelijke regels worden niet alleen bepaald door het nationale (Nederlandse) recht, maar ook door het internationale recht. Het internationaal recht is het recht dat tussen staten geldt op basis van een verdrag. Door een verdrag wordt er een verplichting aangegaan, waardoor Nederland verplicht is om bepaald gedrag strafbaar te stellen of bepaalde bevoegdheden in het leven te roepen.

Nederland is een lidstaat van de Europese Unie. Het strafrecht wordt het sterkst beïnvloed door besluiten van de Europese Unie en de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze regels zijn supranationaalrechtelijk, omdat het gaat om regels die een internationale organisatie oplegt aan de lidstaten en zij zich hieraan moeten houden. Onder het supranationale recht behoren ook de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). 

Wat is het strafrecht? - Tentamen 1 (7)


MC-vragen

Vraag 1

Cesare Beccaria wordt wel gezien als geestelijk vader van het klassieke strafrecht. Geef aan welke drie begrippen kenmerkend zijn voor Beccaria’s visie.

  1. Generale preventie, heldere strafbaarstellingen, proportionele vergelding;
  2. Geschreven recht, focus op het ‘ne peccetur’ (opdat niet misdaan zal worden), relatief zware straffen;
  3. Een deterministische benadering van het strafrecht, vergelding als grondslag voor de straf, dader centraal;
  4. Proportionele vergelding, speciale preventie als belangrijke rechtvaardiging voor bestraffing, daadstrafrecht.

Vraag 2

Martin heeft als getuige in de strafzaak tegen zijn vriend John onder ede een leugenachtige verklaring afgelegd. Martin wordt vervolgd wegens het misdrijf van art. 207 lid 1 Sr. Als verdachte voert Martin op de zitting aan dat hij niet veroordeeld kan worden nu de rechter in de zaak tegen John zijn meinedige getuigenverklaring direct al als ongeloofwaardig beschouwde en deze niet heeft gebruikt voor het bewijs. De rechter zal dit verweer niet honoreren nu sprake is van een:

  1. formeel delict;
  2. materieel delict;
  3. omissiedelict;
  4. gekwalificeerd delict.

Vraag 3

De filosoof Nagel heeft nagedacht over het begrip ‘determinisme’ en de veronderstelde – maar niet gemakkelijk met het determinisme te verenigen – menselijke vrije wil. Zijn bespiegelingen zijn van groot belang voor het strafrecht. Geef aan met welke opvatting Nagel het eens is.

  1. Het determinisme is niet waar en daarom kunnen we mensen verantwoordelijk stellen voor hun daden;
  2. Ook al is het vooraf bepaald of iemand zich slecht (of goed) zal gedragen, dan is het toch mogelijk hem of haar dat gedrag te verwijten, want het blijft in moreel opzicht slecht (of goed) gedrag;
  3. Het ‘harde’ indeterminisme lijdt aan een innerlijk tegenstrijdigheid, want als niets causaal bepalend is voor het intreden van een gevolg, dan kan dat ook niet de menselijke wil zijn;
  4. Juist de waarheid van het determinisme brengt met zich dat mensen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun daden, aangezien die daden in dat geval te herleiden zijn tot psychologische processen.

Vraag 4

Art. 40 Wegenverkeerwet 1994 is een:

  1. delictsomschrijving;
  2. materiële norm;
  3. sanctienorm;
  4. strafbepaling.

Vraag 5

In de 19 eeuw verenigden strafrechtsgeleerden en -practici zich achter de Moderne Richting, in reactie op de -tot dan toe- dominante Klassieke Richting. De aanhangers van de Moderne Richting hadden duidelijk een andere visie op de rechtvaardiging en het nut van strafrechtspleging. In welk opzicht onderscheidde de Moderne Richting zich vooral van de Klassieke Richting?

  1. De Moderne Richting benadrukte de noodzaak van proportionaliteit tussen de ernst van het feit en de zwaarte van de straf;
  2. De Moderne Richting drong aan op codificatie van strafbaarstellingen in wetboeken als uitdrukking van de volkswil;
  3. De Moderne Richting besteedde aandacht aan speciale preventie bij de strafoplegging, opdat de delinquent niet meer in zijn oude fouten zou vervallen;
  4. De Moderne Richting bepleitte een terughoudende toepassing van het strafrecht met het oog op de vrijheid van de burger.

Vraag 6

Wat voor feit betreft art. 228 lid 2 Sr?

  1. Een gekwalificeerd delict;
  2. Een geprivilegieerd delict;
  3. Een materieel delict;
  4. Een omissiedelict.

Vraag 7

Uit het oogpunt van rechtszekerheid kan bestraffing van nalaten problematisch zijn, met name als het gaat om de zogenoemde oneigenlijke commissiedelicten. In welke specifieke, door Remmelink genoemde, omstandigheid is dit acceptabel?

  1. Als de verdachte de verboden toestand had kunnen opheffen;
  2. Als de verdachte ‘niet de zorgvuldigheid heeft betracht die in het maatschappelijk verkeer betaamt’, conform de formulering van het onrechtmatige daad-leerstuk;
  3. Als het algemeen belang de strafbaarheid vergt;
  4. Als op verdachte -uit hoofde van zijn beroep- een bijzondere zorgplicht rust.

Vraag 8

Uit de aard van het schuldbeginsel dat ten grondslag ligt aan ons strafrecht volgt dat omissiedelicten in het commune strafrecht een uitzondering zijn.

  1. Dit is correct
  2. Dit is niet correct

Antwoordindicatie MC-vragen

Vraag 1

A. Generale preventie, heldere strafbaarstellingen, proportionele vergelding.

Vraag 2

A. Formeel delict.

Vraag 3

C. Het ‘harde’ indeterminisme lijdt aan een innerlijk tegenstrijdigheid, want als niets causaal bepalend is voor het intreden van een gevolg, dan kan dat ook niet de menselijke wil zijn.

Vraag 4

B. Materiële norm;

Vraag 5

C. De Moderne Richting besteedde aandacht aan speciale preventie bij de strafoplegging, opdat de delinquent niet meer in zijn oude fouten zou vervallen.

Vraag 6

A. Een gekwalificeerd delict.

Vraag 7

D. Als op verdachte -uit hoofde van zijn beroep- een bijzondere zorgplicht rust.

Vraag 8

B. Dit is niet correct.

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Aansluiten en inloggen

Sluit je aan en word JoHo donateur (vanaf 5 euro per jaar)

 

    Aansluiten en online toegang tot alle webpagina's 

Sluit je aan word JoHo abonnee

 

Als donateur een JoHo abonnement toevoegen

Upgraden met JoHo abonnement (+ 10 euro per jaar)

 

Inloggen

Inloggen als donateur of abonnee

 

Hoe werkt het

Om online toegang te krijgen kun je JoHo donateur worden  en een abonnement afsluiten

Vervolgens ontvang je de link naar je online account en heb je online toegang

Lees hieronder meer over JoHo donateur en abonnee worden

Ben je al JoHo donateur? maar heb je geen toegang? Check hier  

Korte advieswijzer voor de mogelijkheden om je aan te sluiten bij JoHo

JoHo donateur

  • €5,- voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey Tours wil steunen - voor wie korting op zijn JoHo abonnement wil - voor wie van de basiskortingen in de JoHo support centers gebruik wil maken of wie op zoek is naar de organisatie achter een vacature - voor wie toegang wil tot de op JoHo WorldSupporter gedeelde samenvattingen en studiehulp

JoHo abonnees

  • €20,- Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp - Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers - Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland - Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservice

JoHo donateur met doorlopende reisverzekering

  • Sluit je via JoHo een jaarlijks doorlopende verzekering af dan kan je gedurende de looptijd van je verzekering gebruik maken van de voordelen van het JoHo abonnement: hoge kortingen + volledig online toegang + alle extra services. Lees meer

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services:

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services

  • Check hier de advieswijzers voor samenvattingen en stages - vacatures en sollicitaties - reizen en backpacken - vrijwilligerswerk en duurzaamheid - emigratie en lang verblijf in het buitenland - samenwerken met JoHo

Steun JoHo en steun jezelf

 

Sluit je ook aan bij JoHo!

 

 Steun JoHo door donateur te worden

en steun jezelf door ook een abonnement af te sluiten

 

Lees of zoek verder »
Crossroad: kiezen
Crossroad: begrijpen

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

JoHo & Partnernieuws

Vacatures: checken

    Duurzaam: keuze maken
     
    Regel jij via JoHo je reis- of zorgverzekering?
     
    JoHo donateurs die hun verzekering via JoHo laten lopen helpen niet alleen zichzelf maar ook JoHo om zijn missie en initiatieven te verwezenlijken!
     
     
     
     

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen

    Chapter: begrijpen

     JoHo chapters

    Footprint achterlaten