  Chapter 

3.1 Inleiding

Casus: B heeft een nieuwe schoen ontworpen die hij met veel succes op de markt brengt. Hij komt echter tot de ontdekking dat zijn oud-werknemer C een gelijksoortige schoen op de markt recht. B sommeert C de verkoop van zijn schoen te staken en eveneens gestaakt te houden. In principe is het uitgangspunt de vrije concurrentie. C mag dus met een concurrerende schoen op de markt komen. Als C echter met zijn schoenen bij het publiek ‘nodeloos verwarring’ zaait kan hij door B worden aangesproken op grond van onrechtmatige daad. Voor het nieuwe uiterlijk van een gebruiksvoorwerp zoals een nieuwe schoen, bestaat een speciale beschermingsvorm: het modellenrecht. Het recht inzake de bescherming van modellen in het algemeen wordt modellenrecht genoemd, het recht op een tekening of model wordt vaak modelrecht genoemd.

3.2 Europees modellenrecht

In Nederland bestaat geen nationaal modellenrecht, dit is geregeld in het BVIE. Om beschermd te kunnen zijn moet een model een andere algemene indruk wekken dan oudere modellen. De criteria voor modelrechtinbreuk liggen vast in artikel 3.16 BVIE. De belangrijkste ratio voor het modellenrecht is het belonen en aanmoedigen van het ontwerpen en op de markt brengen van nieuwe gebruiksvoorwerpen in een nieuwe vormgeving, door het geven van een tijdelijk monopolie. Een modelrecht is een overdraagbaar vermogensrecht, dit blijkt uit artikel 3.25 BVIE.

3.3 Modelrechtinbreuk

De mate van gelijkenis die nodig is om inbreuk aan te nemen wordt in het IE-recht aangeduid als de beschermingsomvang. Er is namelijk sprake van een inbreuk als een ander voortbrengsel ‘bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt’. Dit criterium is het spiegelbeeld van het criterium voor de geldigheid van het modelrecht. Dit eist namelijk dat de algemene indruk die het model bij de geïnformeerde gebruiker wekt, moet verschillen van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt. Dit wordt ook wel het ‘eigen karakter’ genoemd.

Verder is bij de beschermingsomvang van belang dat rekening moet worden gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van een product. De uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie ervan worden bepaald, zijn helemaal van bescherming uitgesloten. Voor zover kenmerken van het uiterlijk technisch bepaald zijn, mogen deze niet meetellen bij de beoordeling van het wekken van een andere algemene indruk. Het gebruik dat een modelrechthebbende kan verbieden wordt omschreven in artikel 3.16 lid 2 BVIE. De modelrechthebbende kan zich alleen niet verzetten tegen in de privésfeer verrichte handeling, wat blijkt uit artikel 3.19 lid 1 sub a BVIE.

3.4 Verkrijging en duur van modelrecht

Een modelrecht wordt in principe verkregen door de inschrijving van een bij de daarvoor aangewezen instantie verricht depot van het model, op grond van artikel 3.5 en 3.9 BVIE. Het Bureau schrijft een model niet in wanneer deze in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, op grond van artikel 3.13 BVIE. Het BBIE is echter grotendeels passief, het schrijft bijna alle modeldepots automatisch in, artikel 3.11 BVIE.

De belangrijkste voorwaarde voor de geldigheid van een modelinschrijving is de nieuwheid van het model. Het model wordt namelijk als nieuw beschouwd, indien voor de depotdatum geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld, artikel 3.3 lid 1 BVIE. Naast deze nieuwheid is het hebben van een eigen karakter vereist. Dit betekent dat de algemene indruk van het model moet verschillen van de indruk die gewekt wordt door de modellen die al voor de depotdatum op de markt waren. De inschrijving van een Benelux-depot heeft een geldigheidsduur van vijf jaren. De inschrijving voor vier termijnen van vijf jaren worden vernieuwd tot een maximale geldigheidsduur van 25 jaar, op grond van artikel 3.14 lid 1 en 2 BVIE. Als de geldigheid van de inschrijving is verlopen, kan de rechthebbende dus niet meer op grond van het modelrecht bezwaar maken tegen het namaken van zijn model. Dit model valt dan in het publieke domein. Dat aan een recht na een bepaalde tijd hoe dan ook een einde komt, is een belangrijk kenmerk van veel IE-rechten.

Stampvragen

  1. Wat is het verschil tussen het modelrecht en het modellenrecht? (par. 3.1)

  2. Wat moet een model doen om beschermd te zijn? (par. 3.2)

  3. Wanneer is er sprake van een modelrechtinbreuk? (par. 3.3.1)

  4. Met welk criterium moet nog meer rekening worden gehouden? (par. 3.3.1)

  5. Kan een modelrechthebbende zich verzetten tegen handelingen die in de particuliere sfeer zijn verricht? (par. 3.3.2)

  6. Hoe wordt een modelrecht verkregen? (par. 3.4.1)

  7. Wanneer wordt een model als nieuw beschouwd? (par. 3.4.1)

  8. Hoe lang kan een inschrijving van een Benelux-depot maximaal duren? (par. 3.4.2)

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen