  Chapter 

§1 Inleiding

Het recht heeft de taak om zo veel mogelijk conflicten te voorkomen of deze op te lossen in de samenleving. Onder het positieve recht verstaan we het geheel van geldende rechtsregels op dit moment in Nederland. Naast deze term kennen we de termen objectief en subjectief recht. Objectief recht en positief recht zijn synoniem aan elkaar. Een subjectief recht is een recht dat ontleend wordt aan een objectief recht. Een subjectief recht is bijvoorbeeld dat bij het kopen van een computer de één de computer levert en de ander de koopprijs betaalt. Deze subjectieve rechten worden ontleend aan een objectief recht, namelijk artikel 26 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekboek, kortweg artikel 7:26 BW.

§2 De rechtsbronnen

In Nederland kennen we vier rechtsbronnen. De wet, de jurisprudentie, de gewoonte en de verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties. De gewoonte is een ongeschreven rechtsbron, maar deze is wel degelijk bindend en kan dus ook in een rechtszaak worden aangevoerd.

§3 Nationaal en internationaal recht

In Nederland kennen wij het monistisch systeem. Dit houdt in dat interstatelijke verdragen automatisch in het Nederlandse recht worden opgenomen zodra Nederland deze heeft geratificeerd en bekendgemaakt (artikel 93 Grondwet (hierna: GW)). Daarnaast heeft internationaal recht voorrang op Nederlands recht en staat het dus ook boven de Nederlandse wetgeving (artikel 94 GW).

§4 Materieel en formeel recht

Het recht kan op enkele manieren worden onderverdeeld. Ten eerste is er het onderscheid tussen materieel en formeel recht. Materieel recht heeft als inhoud rechten en plichten. Materieel recht kan dus ook als objectief recht worden gezien. Het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht zijn voorbeelden van materieel recht. Formeel recht heeft als inhoud de handhaving van het materieel recht. Het wordt dan ook wel het procesrecht genoemd. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering zijn voorbeelden van formeel recht.

§5 De rechtsgebieden

Een andere indeling is die tussen de verschillende sectoren binnen het recht. Er kunnen vijf rechtsgebieden worden onderscheiden: het staatsrecht, het bestuursrecht, het strafrecht, het burgerlijk recht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht (een mix van publiek- en privaatrecht).

Het staatsrecht gaat in op de functies en bevoegdheden van de staat en haar organen. De Grondwet geeft de basisideeën van het staatsrecht weer. Het eerste hoofdstuk van de Grondwet gaat in op de grondrechten. Grondrechten zijn onder te verdelen in klassieke grondrechten en sociale grondrechten. Bij klassieke grondrechten wordt zoveel mogelijk passiviteit van de staat verlangd. Bij sociale grondrechten wordt gestreefd naar een actieve overheidshouding. Klassieke grondrechten zijn weer onder te verdelen in vrijheidsrechten, politieke rechten en gelijkheidsrechten. Vrijheidsrechten zijn bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst (artikel 6 GW), vrijheid van meningsuiting (artikel 7 GW), vrijheid van vereniging (artikel 8 GW) etc. Politieke rechten zijn bijvoorbeeld het kiesrecht (artikel 4 GW) of het recht van petitie (artikel 5 GW). Een voorbeeld van het gelijkheidsrecht is het discriminatieverbod (artikel 1 GW). Sociale grondrechten zijn bijvoorbeeld het recht op werkgelegenheid (artikel 19 lid 1 GW) en sociale zekerheid (artikel 20 lid 1 GW). Sociale grondrechten zijn echter niet af te dwingen bij de rechter. Wanneer iemand geen werk heeft, kan hij dit niet eisen van de staat bij de rechter. Sociale grondrechten zijn te vinden in artikel 18 lid 2 GW tot en met artikel 23 lid 1 GW. De overige artikelen uit Hoofdstuk 1 zijn klassieke grondrechten.

Het bestuursrecht gaat in op de bestuursfuncties van de overheid. Een belangrijke bestuursfunctie is neergelegd in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb), namelijk de beschikking. Een beschikking is een besluit van een bestuursorgaan dat rechtsgevolgen voor een individu of rechtspersoon vaststelt. Dit is dus precies het tegenovergestelde van een Algemeen Verbindend Voorschrift (AVV), oftewel een wet in materiële zin.

Het strafrecht heeft als doel vergelding, oftewel leedtoevoeging aan de dader. Dit in tegenstelling tot het hierna te noemen burgerlijk recht dat als doel schadevergoeding heeft. Het overgaan tot vervolging van de dader ligt in Nederland in handen van het Openbaar Ministerie. Een burger kan geen strafrechtelijke procedure beginnen tegen een ander.

Het burgerlijk recht gaat over de juridische betrekkingen tussen personen onderling. Deze juridische relaties kunnen zeer uiteenlopend van aard zijn en dus is het een omvangrijk rechtsgebied. Het burgerlijk recht bevat onder andere het personen- en familierecht, vermogensrecht (hieronder valt bijvoorbeeld de schadevergoeding) en rechtspersonenrecht. Dit rechtsgebied wordt ook wel het civiele recht genoemd.

Het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht gaat over het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de arbeidsverhouding van personen die in loondienst werkzaam zijn. Het sociale zekerheidsrecht gaat bijvoorbeeld over de zorgtoestanden, werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen etc.

§6 Publiekrecht en privaatrecht

Een compleet andere indeling van het recht is het onderscheid tussen publiek- en privaatrecht. Het privaatrecht houdt de rechtsrelaties tussen burgers in. Oftewel het gaat hier om niet-exclusieve bevoegdheden. Het kopen van een computer bijvoorbeeld is een niet-exclusieve bevoegdheid; in beginsel kan iedereen een computer kopen. Het publiekrecht gaat over exclusieve bevoegdheden. Een voorbeeld is het verlenen van een omgevingsvergunning door de gemeente aan een burger. Alleen de gemeente is bevoegd deze vergunning te verlenen. Let wel: de gemeente hoeft niet altijd publiekrechtelijk op te treden. Wanneer de gemeente bijvoorbeeld een huurovereenkomst sluit met een burger, valt dit volledig onder het privaatrecht. Immers, in beginsel kan een ieder een huurovereenkomst sluiten met een ander.

Stampvragen

  1. Omschrijf het verschil tussen objectief en positief recht.

  2. Geef de vier verschillende rechtsvormen en licht hun werking toe.

  3. Welke rechtsvormen hebben voorrang op elkaar?

  4. Beschrijf wat materieel recht inhoudt.

  5. Beschrijf wat formeel recht inhoudt.

  6. Noem de vijf rechtsgebieden.

  7. Licht het belang van twee van de voorgaande vijf rechtsgebieden toe.

  8. Waarom is het belangrijk om verschillende rechtsgebieden te hebben?

  9. Noem conflicten die zich voor kunnen doen met betrekking tot de rechtsgebieden.

  10. Geef een voorbeeld van een subjectief recht.

Lees of zoek verder »
Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Dit chapter is gebundeld in:
Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen