  Chapter 

René Descartes (1596-1650) was een Franse soldaat, die na een levensechte droom een missie had die hem de meest invloedrijke filosoof van zijn tijd zou maken. Hij werd de promotor van een theorie van geest en lichaam die de basis zou leggen voor een moderne wetenschap van de psychologie. Aan de basis van zijn inspiratie lag het idee voor een nieuwe methode van het verkrijgen van kennis. Met een aantal andere intellectuele leiders uit zijn tijd deelde Descartes het idee dat zij zich moesten afzetten van de traditionele autoriteiten. Daarnaast vloeit zijn theorie voort uit zijn eigen opmerkelijke en unieke persoonlijkheid. Om zijn methode te kunnen waarderen wordt er dieper ingegaan op de achtergrond van Descartes, zijn vroegere leven en educatie.

Descartes’ vroege leven en de ontwikkeling van zijn methode

Descartes was een geheimzinnig persoon die onder andere zijn geboortedag privé wilde houden. Zijn moeder overleed kort na zijn geboorte en hij groeide op bij zijn oma. Zijn vader was een rijke advocaat die 150 mijl verderop werkte. Descartes had weinig hechte banden met zijn familie. De intelligentie van Descartes werd door zijn vader opgemerkt waarna hij naar de meest vooruitstrevende school in Frankrijk werd gestuurd. De jonge Descartes leerde een wetenschap die gedomineerd werd door de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.). Zijn werken werden later geïntegreerd in de Christelijke denkwijze door de zogeheten scholastieke filosofen van de middeleeuwen. De Aristoteliaanse kijk op het universum plaatste de aarde in het midden, omringd door een aantal draaiende ‘kristallijne bollen’, namelijk de planeten uit ons zonnestelsel, de maan, de zon en de sterren. De Poolse astronoom Nicolaus Copernicus (1473-1543) publiceerde een boek in 1543 waarin hij veronderstelde dat niet de aarde, maar de zon het centrum van het systeem is. Zijn kijk werd niet serieus genomen.

De complexiteit van de ziel

Van zielen werd verondersteld dat ze in verschillende maten van complexiteit voorkomen, afhankelijk van de plaats die het organisme inneemt in de hiërarchie van de natuur. Van alle organismen, inclusief de eenvoudigste planten, werd verondersteld dat ze vegetatieve zielen hebben die hen in staat stellen om zich te voeden en te reproduceren. Over dieren werd gezegd dat ze aanvullende sensitieve zielen (ook wel dierenzielen genoemd) hebben. Deze zorgen voor de meer complexe functies van beweging, sensatie, geheugen en verbeelding. Mensen zijn de enige levende wezens die rationele zielen bezitten, waardoor ze bewust kunnen redeneren en de hoogste morele waarden aanhouden. Terwijl de vegetatieve en sensitieve zielen met de dood van het lichaam van een organisme vergaan, word de rationele menselijke ziel gezien als onsterfelijk en zou deze kunnen bestaan zonder het lichaam. Bovenstaande theorie heeft een grote belemmering. Levende organismen zouden reproduceren, bewegen of denken omdat ze vegetatieve, dierlijke of rationele zielen hebben, maar verder dan dit gaat de analyse niet. Moderne biologen en psychologen zien deze functies als dingen die verklaard moeten worden, in plaats van dat zij zelf de verklaring vormen. Descartes werd een van de hoofdzakelijke initiatiefnemers van deze omkering van strategie.

De invloed van Mersenne

Na zijn studie kwam Descartes onder de invloed van Marin Mersenne (1588-1648), een Franse monnik die Descartes intellectuele en persoonlijke ondersteuning bood. Descartes zag zijn hard gewonnen academische kennis als zinloos en onzeker en vermeldde de tekortkomingen en onbenulligheden van al zijn academische vakken, namelijk geschiedenis, literatuur, poëzie, theologie, wiskunde en filosofie. Mogelijk leed hij in deze eerste periode van zijn leven aan schizofrenie. In 1618 ging hij het leger in om te kijken of de praktische ervaringen van de ‘echte wereld’ meer bevredigende kennis zouden leveren. De daadwerkelijke oorlog was nog niet begonnen dus ervoer Descartes zeven maanden verveling en leerde snel dat de militairen niet meer nuttige kennis hadden dan geleerden.

De invloed van Beeckman

Een keerpunt voor Descartes was toen hij Isaac Beeckman (1588-1637) tegenkwam, een arts en internationaal bekende wiskundige. Hij werd een mentor voor Descartes en hielp hem zijn intellectuele interesse terug te vinden. Jaren later ontstond er een breuk tussen deze twee. Descartes vertrok, waarna hij naar verluid een cruciaal inzicht kreeg dat leidde tot zijn uitvinding van de analytische meetkunde. Volgens een legende kwam de inspiratie toen hij een vlieg in de hoek van zijn kamer zag zoemen. Hij besefte plotseling dat de positie van de vlieg op ieder moment exact kan worden bepaald door drie getallen, vertegenwoordigd door de loodrechte afstanden van de vlieg van de twee muren en het plafond. Generaliserend vanuit dit idee, erkende hij dat elk punt in de ruimte eveneens kan worden gedefinieerd door zijn numerieke afstanden van willekeurig gedefinieerde lijnen of vlakken. Kortom, Descartes had een middel om de eerder aparte wiskundige disciplines van meetkunde (met motieven) en algebra (met nummers) te verenigen en te integreren. Al snel had dit idee enorme praktische toepassingen – het zou bijvoorbeeld astronomen helpen om de planeetbanen te beschrijven en te berekenen. Gezien Descartes’ grote eerdere klacht over wiskunde (het gebrek aan praktisch nut), had hij zeker een goede reden om blij te zijn met deze uitvinding. Als hij niets anders in zijn leven had gedaan, zou hij door zijn analytische meetkunde nog steeds een belangrijke plaats in de geschiedenis van de wetenschap hebben gehad

De methode van Descartes

Het twijfelen aan alle bestaande kennis bereikte nogmaals obsessieve proporties toen Descartes begon na te denken over hoe andere wiskundige disciplines dezelfde zekerheid konden verkrijgen door middel van de analytische meetkunde. De eerste gedachte die hem trof was dat een werk vaak minder perfect is wanneer het door meerdere handen wordt gemaakt, dan wanneer het door een enkeling gemaakt wordt. Zijn tweede inzicht richtte zich op een manier om een meetkunde-achtige vorm van redeneren toe te passen op alle terreinen van kennis. Deze vorm van redeneren begint met een aantal grondstellingen waarvan men zeker weet dat ze juist zijn. Dit was tevens de eerste regel van zijn methode: niets aannemen totdat je zeker weet dat het juist is. Volgens Descartes kan zekerheid gevonden worden door aan alles te twijfelen.

‘Rules for the Direction of the Mind’

Een grondstelling kan pas als juist worden aangenomen wanneer er op geen enkele manier te twijfelen valt aan de juistheid er van. Descartes hield zich bezig met de vraag hoe deze ontwijfelbaarheid kan worden vastgesteld. In een van zijn werken, genaamd ‘Rules for the Direction of the Mind’, probeerde hij de analyses van de psychische wereld toe te passen om dit vraagstuk op te lossen. Hij beweerde dat eerst de meest elementaire grondbeginselen van een onderwerp, ook wel simpele naturen genoemd, moesten worden vastgesteld. Een simpele natuur is een idee of een impressie dat ineens uit ervaring duidelijk wordt. Vervolgens moet deze vaststelling worden uitgesproken, zodat er geen verdere analyse of twijfel mogelijk is. Deze stap is belangrijk, omdat veel fouten ontstaan doordat bepaalde duidelijke ideeën wel geaccepteerd zijn, maar niet worden uitgesproken (en daardoor onvoldoende betwijfeld worden). Descartes stelde dat er maar twee ultieme simpele naturen zijn. Dit zijn omvang (de ruimtelijke dimensie bezet door een lichaam) en beweging. Naast dat deze eigenschappen duidelijk en uitgesproken zijn, zijn ze volgens Descartes ook nog eens analyseerbaar in meetkundig-wiskundige termen, zeker met de hulp van zijn nieuwe analytische meetkunde. Hij geloofde dus dat alle verschijnselen van de fysieke wereld uiteindelijk verklaarbaar zijn aan de hand van alleen deze twee eigenschappen.

Primaire en secundaire eigenschappen van materie

Licht, warmte, geluid en alle andere fysieke eigenschappen zijn vermoedelijk het resultaat van verlengde, materiële deeltjes in beweging. Descartes bedacht tevens dat levende lichamen gezien kunnen worden als mechanische vindingrijkheden, verklaarbaar volgens dezelfde principes. In dezelfde periode publiceerde de grote Italiaanse onderzoeker Galileo Galilei (1564-1642) iets zeer vergelijkbaars. In zijn werk ‘The Assayer’ uit 1623 maakte Galileo een onderscheid tussen primaire en secundaire eigenschappen van fysieke materie. De secundaire eigenschappen van materie (zicht, geluid, geur en tast van een object) komen na de primaire eigenschappen (vormen, kwantiteit en beweging) bij de menselijke zintuigen. De primaire eigenschappen zijn onafscheidelijk verbonden aan de materie. Descartes schreef niets en bleef stil tot 1633, toen hij een manuscript schreef, getiteld ‘Le Monde’ (de wereld), bestaande uit een deel natuurkunde “Treatise of Light” en een deel fysiologie “Treatise of Man”.

De Wereld: Descartes’ natuurkunde en fysiologie

Galilei werd door de Inquisitie veroordeeld voor het aanmoedigen van de Copernicaanse theorie van het universum. Het manuscript van Descartes werd daarom uit veiligheidsoverwegingen pas na zijn dood door zijn opvolgers gepubliceerd. De Wereld werd een van de eerste moderne tekstboeken voor natuurkunde, fysiologie en psychologie. Dit was omdat het werk meerdere, voorheen gescheiden onderdelen van wetenschap samenbracht tot één enkele set van fundamentele principes.

Natuurkunde

In “Treatise of Light” (Verhandeling van Licht) staan de natuurkundige ideeën van Descartes beschreven, gebaseerd op de analyse van materiële deeltjes in beweging. Net als Aristoteles, geloofde Descartes dat er geen leegte of vacuüm kon zijn, dus zag hij het gehele universum als volledig gevuld met verschillende soorten materiële deeltjes in verschillende vormen van beweging. Wanneer een deeltje beweegt, laat het geen lege ruimte achter zich, maar wordt de ruimte opgevuld door andere deeltjes. De drie basale type deeltjes in het universum zijn de klassieke elementen van vuur, lucht en aarde. Vuur wordt door Descartes gezien als ondenkbaar klein, als ‘een virtueel perfecte vloeistof’, die in staat is om iedere ruimte van elke vorm of grootte te vullen. Lucht ziet hij als iets groter, maar nog steeds te klein om direct te kunnen waarnemen. Alle materiële objecten –inclusief planeten, kometen en de aarde met alle objecten daarop - worden vermoedelijk samengesteld uit het aanwassen van de aardedeeltjes. Deze vormen de derde en zwaarste variatie in Descartes’ hypothetisch heelal. Zoals de titel al doet suggereren, gaat het meeste van deze eerste verhandeling over het fenomeen van licht. De luchtdeeltjes herschikken zich van nature tot kolommen tussen objecten, de materiële basis van het vormen van lichtstralen.

Het menselijk lichaam

Descartes conceptualiseerde het oog als een fysiek mechanisme dat geactiveerd wordt door de fysieke eigenschappen van lichtgolven. Vanuit dit standpunt beschreef hij ook de structuur van het levend lichaam, dat volgens hem bestond uit verschillende fysieke systemen die werken aan de hand van de natuurwetten. Hij werkte deze mechanistische kijk op het menselijk lichaam verder uit in het tweede, fysiologische deel van ‘Le Monde’, de ‘Treatise of Man’ (Verhandeling van de Mens).

Mechanistische fysiologie

Descartes was niet de eerste wetenschapper die menselijke lichamen op een mechanistische wijze onderzocht. Galileo onderzocht de botten en gewrichten van het lichaam in termen van een hefbomensysteem. William Harvey (1578-1657) analyseerde het hart als een fysiek pompmechanisme in een revolutionaire demonstratie. Daarbij liet hij zien dat bloed niet steeds opnieuw wordt gecreëerd, maar dat het constant door het lichaam circuleert. De werkelijke bijdrage van Descartes ligt in de omvang van zijn onderzoeken, en niet zozeer in het idee van het onderzoeken van het lichaam als een fysiologisch mechanisme op zich.

Vegetatieve en dierlijke zielen

Descartes analyseerde op mechanische wijze tien fysieke functies, waaronder voedselvertering, slapen en ontwaken en geheugen. Hij concludeerde dat deze lichamelijke functies mechanisch tot stand kwamen. Daarop besloot hij de traditionele concepten van de vegetatieve en dierlijke zielen te vervangen door mechanische verklaringen. Hij beschouwde de ‘lagere’ fysiologische functies als gevolgen van de werkingen van de hersenen en het zenuwstelsel. Hiermee legde hij de basis voor wat we tegenwoordig kennen als neuropsychologie. Descartes was vooral geïnteresseerd in de interne holtes, ook wel ventrikels genoemd. Deze zijn gevuld met een heldere geelachtige vloeistof. Vroeger dacht men dat daar de dierlijke zielen in zaten, maar tegenwoordig noemt men dat cerebrospinale vloeistof (CSF). Daarna nam Descartes een idee over dat eeuwen daarvoor door de Griek Galen (ca. 130-200 v.Chr) werd voorgesteld, namelijk dat de dierlijke zielen op een of andere manier door het lichamelijke zenuwnetwerk zweven om specifieke spiergroepen te activeren. Het verschil tussen mensen en dieren lag volgens Descartes in de menselijke eigenschappen bewustzijn en wilskracht. Acties kunnen ontstaan omdat men dit wil of omdat het volgt uit rationele overwegingen. Dit leende Descartes niet aan het mechanische gedeelte, maar aan de aanwezigheid van een ziel of geest, waarvan hij dacht dat deze interacteert met de lichamelijke machine in menselijke wezens. Hij stapte hier dus af van de Aristoteliaanse vegetatieve en dierlijke zielen, maar behield de rationele ziel.

De hersenen

Descartes beschouwde de hersenen als een ingewikkeld systeem van buizen en kleppen om de dierlijke zielen via aftakkingen in specifieke zenuwen te krijgen, waardoor specifieke acties worden geïnitieerd. Geheugen en leren vonden plaats wanneer herhaalde acties in de hersenen bepaalde 'poriën' veroorzaakten, waardoor deze gebieden bijzonder open en ontvankelijk waren voor dierlijke zielen. Descartes geloofde dat alle sensorische stimuli uit de externe wereld de materiële deeltjes in beweging moesten zijn, die door hun beweging druk uitoefenen op de verschillende zintuiglijke organen. Licht, geluid en warmte zijn bijvoorbeeld vibrerende kolommen van oneindig kleine deeltjes die zichzelf tegen het oog, oor of de huid aanduwen. De bewegingen worden dus gestart in de zintuiglijke organen en worden op hun beurt overgedragen via de zenuwen naar het brein. Hierdoor worden geselecteerde kleppen geopend en dit veroorzaakt specifieke acties.

Reflex

Ook al gebruikte Descartes de term niet, hij formuleerde het idee voor wat we nu het reflex noemen:een neurofysiologische opeenvolging van activiteit waardoor een specifieke stimulus uit de externe wereld automatisch een specifieke respons in het organisme ontlokt. Hij maakte een onderscheid tussen twee soorten reflexresponsen. In de eerste soort vloeien de vitale zielen direct langs de zenuw waarlangs de stimulus binnenkwam, wat resulteert in een automatisch en onmiddellijk respons. De tweede soort is een reflex dat verantwoordelijk is voor geleerde reacties, waarin de respons niet direct gekoppeld is aan de stimulus.

Emoties

Descartes ondervond tevens dat interne factoren zoals emoties ook een rol spelen in de dierlijke reacties. Hij stelde dat gelokaliseerde stromingen, draaikolken, of wat hij beroeringen noemde, kunnen ontwikkelen in delen van het dierlijke zielenreservoir. Deze kunnen zo de ontvankelijkheid van de nabijgelegen zenuwen beïnvloeden. Op deze manier worden zielen richting de spieren gestuurd. Door zulke variaties ontstaat mogelijk een aanleg of neiging tot verschillende emoties zoals woede of angst. Andere mechanistische gevolgen van de dierlijke zielen zijn de staten van slapen of waken. Descartes zag het slapende brein als relatief zonder ziel, met slappe weefsels en slappe zenuwvezels met een onvermogen tot het overbrengen van de meest externe vibraties. Een slapend organisme is dus over het algemeen niet-responsief voor externe stimulaties, met slechts een aantal geïsoleerde en ontkoppelde ervaringen, ofwel dromen, gecreëerd door een kortstondige strakheid in de zenuwen.

De filosofie van de geest van Descartes

In het autobiografische ‘Discourse on Method’ beschreef Descartes zijn eerste pogingen tot systematische twijfel, dus dat alles te betwijfelen is. Door al dit twijfelen kwam hij uiteindelijk op het idee waarvan hij absoluut zeker was en wat een van zijn beroemdste passages is geworden: Ik denk, dus ik besta. Zijn eigen rationele gedachten, of ziel, waren een ontwijfelbare realiteit. Dat leidde tot de conclusie dat de gedachten in contrast staan met het lichaam. Ideeën zijn onafhankelijk van specifieke sensorische ervaringen, ook al kan er wel nar gesuggereerd worden door bepaalde ervaringen. Maar ze ontstaan uit de aard van de denkende ziel zelf. Dit noemde Descartes de aangeboren ideeën van de ziel.

Nativist en dualist

Behalve een rationalist wordt Descartes ook omschreven als nativist, omdat zijn systeem uitgaat van aangeboren ideeën die al bestaan voor concrete ervaringen. De tegenhangers van dit idee worden empiristen genoemd. Ook wordt Descartes als dualist beschouwd, omdat hij scherp onderscheid maakt tussen lichaam en geest. Hij benadrukte daarbij wel dat veel belangrijke fenomenen niet het resultaat zijn van alleen het lichaam, of van alleen de geest. In plaats daarvan zijn er vele mogelijke soorten interacties tussen de twee. Rond 1640 ging Descartes verder in op dit dualisme, voornamelijk vanwege zijn vriendschap en correspondentie met prinses Elizabeth of Bohemia (1618-1680). Deze correspondentie gebruikte hij als grondlegging voor zijn belangrijke werk in 1649 dat hij ‘Treatise on the Passions of the Soul’ (Verhandeling over de Passies van de Ziel) noemde.

Lichaam-geest interacties

Een lichaam zonder geest zou een automaat zijn, volledig onder de mechanistische controle van externe stimuli en de interne hydraulische of ‘emotionele’ staat, en volledig zonder bewustzijn. Het lichaam voegt rijkdom toe aan de inhoud van het bewustzijn van de ziel, terwijl de ziel rationaliteit en wilskracht toevoegt aan de oorzaken van gedrag. Descartes geloofde dat de bewuste perceptie zeer precies de echte wereld weergaf. Op bladzijde 42 in het boek staat een figuur met uitleg afgebeeld dat aantoont hoe de ontvangst van visuele beelden overgebracht wordt naar de ziel. Andere belangrijke gevolgen van de lichaam-geest interacties uit Descartes’ theorie zijn de passies, die worden gedefinieerd als de bewuste ervaringen vergezeld door de lichamelijke emoties.

De rol van de pijnappelklier

Wanneer de emotieveroorzakende draaikolken en stromingen in de dierlijke zielen langs de strategisch gelegen pijnappelklier komen en ervoor zorgen dat deze lichtjes beweegt, reageert de ziel op deze informatie op twee manieren. Als eerste voelt deze de specifieke aard van de beweging van de klier, en heeft daardoor een bewuste sensatie van een passie (een gevoel zoals liefde, haat, angst, verwondering, of verlangen). Als tweede, kan de ziel vanuit een bewuste houding ten opzichte van die passie, deze proberen te beïnvloeden door het initiëren van vrijwillige bewegingen in de pijnappelklier die de emotionele verstoringen van dierlijke geest versterken of remmen. Als de ziel bijvoorbeeld woede ervaart, kan deze de aanstootgevende persoon aanvallen door de pijnappelklier te beïnvloeden om nog meer geesten in de zenuwen aan te moedigen tot aanvallende reacties. Als alternatief kan de ziel de aanval remmen door de klier te bewegen, om de stroom van zielen in die zenuwen te blokkeren. Voor relatief milde emoties zal de ziel deze invloeden mogelijk negeren of onderdrukken. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer milde achtergrondstimulaties worden onderdrukt als een persoon zich moet concentreren. Zulke conflicten ontstaan nooit binnen de ziel zelf, lichaam en ziel zijn hier altijd beide bij betrokken. Voor Descartes is de ziel perfect rationeel, consistent en verenigd, maar ook beperkt in de invloed die deze kan uitoefenen op het vaak onhandelbare lichaam. De strijd tussen lichaam en geest wordt door Descartes gezien als de essentie van de menselijke conditie.

Oefenvragen

1. Benoem de drie 'zielen' van Aristoteles en beschrijf bij welk soort organisme deze horen.

2. Wanneer is iets zeker volgens Descartes?

3. Wat zijn de meest elementaire grondbeginselen en waarin worden deze onderscheiden?

4. Hoe ontstaat het geheugen en leerproces volgens Descartes?

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen