  Chapter 

  • De psychologie wordt gedefinieerd als de wetenschap van het gedrag en de geest.
  • Bij gedrag draait het om observeerbare acties van mensen en dieren.
  • Bij de geest gaat het over alle menselijke subjectieve ervaringen zoals geheugen, gevoelens, dromen en onbewuste kennis en gewoontes die invloed hebben op gedrag.

 

Wat is psychologie?

De psychologie wordt gedefinieerd als de wetenschap van het gedrag en de geest. Bij gedrag draait het om observeerbare acties van mensen en dieren, en bij de geest (mind) hebben we het over alle menselijke subjectieve ervaringen zoals het geheugen, de gevoelens en de dromen van de mens, maar ook alle onbewuste kennis en gewoontes die invloed hebben op het bewuste gedrag van mensen. De wetenschap wordt in deze samenvatting gedefinieerd als 'pogingen om door middel van systematische verzameling van observeerbare data, en de logische analyse daarvan, antwoorden te vinden op vragen.

De mens is het enige wezen dat zijn acties, gevoelens, dromen en gedachten kan overdenken. Deze mogelijkheid tot reflecteren heeft geleid tot het ontstaan van de psychologie als wetenschap. De belangrijkste vraag die we onszelf binnen de psychologie stellen is: “waarom denken, voelen en gedragen mensen zich zoals ze doen?” De geest is niet direct observeerbaar en daarom is men in de psychologie vaak aangewezen op het interpreteren van observeerbare gedragingen om data te verzamelen. Die data worden vervolgens vaak gebruikt om conclusies over de geest te trekken.

Hoe ziet de geschiedenis van de psychologie eruit?

Het jaar 1879 wordt vaak gezien als het jaar waarin de psychologie als wetenschap ontstond. In dat jaar opende Wilhelm Wundt het eerste universitaire, psychologische laboratorium. Ook onderwees Wundt in psychologie en was hij de auteur van het eerste boek over psychologie. De ideeën die ten grondslag liggen aan de psychologie stammen echter al van vóór Wundt. De drie ideeën die als fundering van de psychologie bekend staan, zijn:

  1. Gedrag en mentale processen hebben een fysieke oorzaak en zijn dus op die manier toegankelijk voor wetenschappelijke analyse

  2. De manier waarop een persoon zich gedraagt, wat hij voelt en hoe hij denkt wordt tijdens de levensloop beïnvloed door zijn omgeving

  3. Het menselijk lichaam dat gedrag en mentale processen produceert is het resultaat van evolutie door natuurlijke selectie.

Hoe kwamen ideeën over de fysieke basis van gedrag en mentale processen tot stand?

Ideeën over de fysieke basis van gedrag en mentale processen worden al beschreven in werken van de oude Grieken. Dualisme is een filosofie die voortkomt uit het geloof en stelt dat het lichaam en de geest (mind) twee aparte maar nauw verbonden systemen zijn. Het lichaam wordt gezien als iets materieels dat kan worden bestudeerd en de geest als zijnde iets bovennatuurlijks dat niet kan worden bestudeerd. Lange tijd was de invloed van de kerk zo groot dat er niet mocht worden getwijfeld aan het idee van het dualisme op straffe van vervolging. Descartes bevond zich met zijn uitleg van dualisme het randje.

Hoe zag het dualisme van Descartes eruit?

Descartes (1596-1650) bestuurde reflexen en door ontleedde zowel het menselijk lichaam alsook dieren. De theorie die hij vervolgens formuleerde beschreef het mechanisme van het lichaam als een machine. Het traditionele beeld van de animale en vegetatieve ziel werd door hem vervangen door een nieuw beeld van een mechanisch werkend lichaam dat in principe los van de ziel kon functioneren.

Descartes ging er vanuit dat zelfs onze meest complexe gedragingen het resultaat zijn van lichamelijke mechanismen, zonder dat de geest daar invloed op heeft. Net als de kerk ging hij er vanuit dat niet-menselijke dieren niet beschikten over een ziel (en dus eveneens niet beschikten over het vermogen tot denken) - en zij konden zonder ziel ook hijgen, eten, drinken, slapen of rennen. Al deze gedragingen kunnen zich dus voordoen vanuit een puur mechanische grondslag. 

Volgens Descartes zijn bestaan alle zintuiglijke stimuli uit bewegende materiële deeltjes uit de fysieke wereld. Zo zou licht bestaan uit allemaal kleine deeltjes die tegen het oog aandrukken. Dit wordt fysiek richting de hersenen gestuurd, wat op zijn beurt weer leidt tot bepaalde acties. Hij kwam tot wat wij nu reflexen noemen: een bepaalde stimulus uit de fysieke wereld die leidt tot een bepaalde reactie in het organisme.

Het probleem met Descartes' dualisme is dat het niet verklaart hoe een niet-materieel systeem, zoals de geest, invloed kan uitoefenen op het materiële lichaam of hoe het lichaam zich aan natuurlijke wetten kan houden, maar bewogen kan worden door een ziel die dit niet doet. Een andere beperking is dat de theorie strikt afbakent wat wel en wat niet kan worden bestudeerd door de wetenschap. De theorie van Descartes is nog altijd populair bij niet-wetenschappers omdat dingen verklaard kunnen worden zonder bijvoorbeeld de religieuze of spirituele achtergrond teniet te doen.

Hoe zag het materialisme van Hobbes eruit?

De Engelsman Hobbes (1588-1679) ontwikkelde ongeveer tegelijkertijd met Descartes een visie die afweek van die van de kerk. Zijn filosofie stelt dat de geest of de ziel niet bestaat en dat alles bestaat uit materie en energie. Deze visie noemt men nu materialisme. Volgens Hobbes vindt al het menselijke gedrag zijn grondslag in fysieke processen in het lichaam, in het bijzonder processen in de hersenen. Het denkproces komt volgens hem voort uit de mechanismen van de hersenen. Het mag duidelijk zijn dat deze filosofie geen beperkingen stelt aan wat wetenschappelijk bestudeerd kan worden binnen de psychologie.

Wat was het gevolg van het ontstaan van ideeën over ons lichaam als machine?

Het idee van het menselijk lichaam als machine heeft vele deuren geopend voor de fysiologie, de studie van het menselijk lichaam en haar werking. Vooral de ontdekkingen over het zenuwstelsel in de 19e eeuw zijn van groot belang geweest voor het begin van de wetenschappelijke psychologie.

Een ontwikkeling die vooral van belang was voor de latere opkomst van de psychologie, was een toegenomen inzicht in reflexen. De basisindeling van het zenuwstelsel was welbekend aan het begin van de negentiende eeuw. In 1822 demonstreerde Franҫois Magendie dat zenuwen die het ruggenmerg in gingen, twee verschillende paden bevatten: één om boodschappen vanuit de sensorische receptoren in de huid naar het centrale zenuwstelsel over te brengen, en één om boodschappen vanuit het centrale zenuwstelsel terug naar de spieren te sturen. Sommige fysiologen dachten dat al het menselijk gedrag plaatsvond via reflexen en dat zogenaamde vrijwillige handelingen eigenlijk complexe reflexen zijn. Deze visie wordt ook wel reflexologie genoemd. Eén van de belangrijkste verdedigers van deze visie was M. Sechenov.

Een andere belangrijke vooruitgang in de negentiende-eeuwse fysiologie was het concept van de lokalisatie van functies. Dat wil zeggen, het idee dat specifieke delen van de hersenen specifieke functies dienen in mentale ervaringen en gedrag. Personen die onderzoek deden op dit gebied waren Johannes Müller, Pierre Flourens en Paul Broca. Hun ontdekkingen leidden ook tot het ontstaan van de pseudowetenschap frenologie, waarbij op basis van de bouw van de schedel (en dus de daaronderliggende hersengebieden) aspecten van persoonlijkheid en gedrag verklaard zouden kunnen worden.

Wat is de invloed van omgeving op gedrag?

Wat is empirisme?

Het materialisme leidde tot de stroming van het empirisme. Het empirisme stelt dat menselijke kennis en het gedachteproces voortkomen uit sensorische ervaringen. De input van de zintuigen is de basis van onze kennis van onze omgeving en dit stelt ons in staat om ons aan onze omgeving aan te passen. Bekende aanhangers van het Brits empirisme zijn John Locke ) en John Stuart Mill.

De Britse empiristen stellen geheel in lijn met het materialisme dat gedachten ervaringen reflecteren en dus niet voortkomen uit vrije wil. Volgens hen komen complexe gedachten en ideeën voort uit het onderling koppelen van elementaire ideeën, die gevormd zijn door sensorische ervaringen.

Wat is de wet van associatie van nabijheid?

Het belangrijkste principe van de empiristen is de law of association by contiguity (wet van associatie van nabijheid). De wet stelt dat als je kort na elkaar twee sensaties ervaart, deze in je hersenen met elkaar worden geassocieerd. Als je daarna aan de ene sensatie denkt, komt de ander ook automatisch weer in je hoofd op.

Bijvoorbeeld, wanneer een kind een hap neemt van een appel, ervaart het bepaalde sensaties (gewaarwordingen) zoals het zien van de rode kleur van de appel, de vorm, het proeven van zoete smaak en het horen van het woord ‘appel’ als een volwassene dit uitspreekt. Al deze sensaties worden als geheel ervaren en worden dus geassocieerd in het geheugen van het kind tot het complexe idee ‘appel’. Wanneer het kind daarna het woord ‘appel’ hoort, denk het aan de vorm, de kleur en de smaak, of wanneer het kind een appel ziet denkt het aan het woord ‘appel’. Door het onderling verbinden van allerlei ervaringen en concepten komen complexe associaties tot stand. De law of association by contiguity is nog steeds belangrijk voor het begrijpen van de processen van het leren en het geheugen. Het belangrijkste in het empirisme is dat het aandacht vraagt voor de invloed van ervaring, dat tevens terug te vinden is in alle facetten van de psychologie.

Wat is het nativisme?

Nativisme is het tegenovergestelde van het empirisme. Het nativisme stelt dat bepaalde kennis en vaardigheden aangeboren zijn en dat ervaring daar niets mee te maken heeft. Alleen met deze basis zou het mogelijk zijn om te leren. De basis van het nativisme ligt in Duitsland en Immanuel Kant (1724-1804) is een bekende aanhanger. Kant maakte onderscheid tussen twee soorten kennis: a priori is aangeboren en a posteriori wordt verworven door ervaring. Kant stelt dat a posteriori-kennis alleen mogelijk is door a priori-kennis.

Wat waren de ideeën van Darwin en wat was de invloed ervan?

Kant stelde weliswaar dat bepaalde dingen zijn aangeboren, maar hij had geen idee hoe dit zo gekomen is. Charles Darwin (1809-1882) kwam met ideeën hierover in zijn inmiddels wereldberoemde boek The Origin of Species. Darwin presenteerde in dit boek zijn beroemde proces van natuurlijke selectie. Kort gezegd komt het erop neer dat individuen die eigenschappen hebben waardoor ze zich goed kunnen aanpassen aan hun omgeving, een grotere kans hebben om te overleven en zich voort te planten. Zo worden de succesvolle eigenschappen van generatie op generatie doorgegeven en steeds verder verspreid door de populatie. Dit principe kon worden toegepast op anatomie en gedrag.

Hoe verklaren psychologen mentale processen en gedrag?

Het doel van psychologen is mentale processen en gedrag verklaren. Ze proberen voor alles de oorzaak te achterhalen. Deze oorzaken zijn vaak complex en kunnen op verschillende niveaus en op verschillende manieren worden onderzocht. Binnen de psychologie zijn er twee categorieën qua niveau van analyse. Gedragingen kunnen worden onderzocht op elk van de hieronder beschreven niveaus.

In welke categorieën kunnen de niveaus van verklaringen ingedeeld worden?

De eerste categorie is de biologische categorie. Deze bestaat uit vier niveaus:

Het neurale niveau is het niveau waarbij de oorzaak in de hersenen wordt gezocht. Omdat elk mentaal proces en elk gedrag een product is van het zenuwstelsel is het zoeken van een neurale verklaring vaak erg handig. Mensen die in dit veld werkzaam zijn, zijn:

  • Gedragsneurowetenschappers. Soms onderzoeken ze kleine structuren en soms grote structuren. Een ander deel van hun werk is het bestuderen van de werking van hormonen en medicatie en hun invloed op gedrag.

  • Nauw gerelateerd aan de gedrags- neurowetenschap is het specialisme van de biopsychologie. Biopsychologen bestuderen de manieren waarop hormonen en drugs hun invloed uitoefenen op de hersenen om gedrag en ervaringen te veranderen, zowel in menselijke- als niet-menselijke dieren. Een voorbeeld hiervan is de rol van het hormoon cortisol in reactie op stress.

  • Op het genetische niveau wordt de oorzaak in de genen gelegd. Genen zijn eenheden met erfelijk materiaal. Genen zorgen voor de opbouw van het hele lichaam en dus ook voor de opbouw van de hersenen. Ook zorgen zij voor de verschillen tussen mensen. De mensen die werkzaam zijn in dit veld worden gedragsgenetici genoemd. Zij bestuderen zowel mensen als dieren, en onderzoeken bijv. DNA-codes (om uit te zoeken welke genen bijdragen aan een specifiek kenmerk).

  • Het evolutionaire niveau gaat er van uit dat de oorzaak in het proces van natuurlijke selectie ligt. Evolutionaire psychologen onderzoeken onder andere hoe een bepaald kenmerk een rol gespeeld heeft in het proces van de natuurlijke selectie. Meestal gaat het dan om het bestuderen van evolutionaire functies.

De tweede categorie is de ervaringscategorie. Deze bestaat uit vijf niveaus:

  • Op het niveau van leren wordt de oorzaak gezocht in de eerdere ervaringen van de persoon. Eerdere ervaringen hebben invloed op gedrag en mentale processen. Leerpsychologen verklaren gedrag dan ook alleen door middel van eerdere ervaringen. Zo bestuderen ze ook wat de meest efficiënte manier is om nieuwe vaardigheden te leren.

  • Op het cognitieve niveau ligt de oorzaak in de kennis en de overtuigingen van de persoon. Cognitie wordt gedefinieerd als de informatie die op de een of andere manier in de hersenen wordt opgeslagen en die weer geactiveerd kan worden door de werking van de hersenen. Het is het makkelijkst te begrijpen met behulp van de computeranalogie. De hersenen zijn als een computer. De hersenen werken volgens bepaalde regels van handelen (de software) en het is mogelijk data erin op te slaan en die op een later moment weer tevoorschijn te halen. Van deze opgeslagen informatie is een deel aangeboren, een deel aangeleerd, deels bewust, en deels onbewust.

    Cognitief psychologen onderzoeken de cognities die ten grondslag liggen aan gedrag. Ook houden ze zich bezig met het achterhalen van hoe informatie opgeslagen en geordend wordt, oftewel met het geheugen. Waar een leerpsycholoog er van uit gaat dat ervaring in de omgeving leidt tot een verandering in gedrag, gaat een cognitief psycholoog er van uit dat een dergelijke ervaring leidt tot een verandering in kennis of overtuiging en dat dit het geen is dat leidt tot een verandering in gedrag.

  • Op het sociale niveau worden de oorzaken gezocht in de invloed van anderen. Mensen zijn sociale wezens en daardoor heeft de wijze waarop we anderen zien behoorlijk veel invloed op ons gedrag. Sociaal psychologen hebben de taak te onderzoeken hoe anderen gedrag beïnvloeden. Een belangrijke term voor sociaal psychologen is de term: social pressure. Omdat het voornamelijk gaat om de opvattingen en gedachten over anderen spreekt men ook wel van sociaalcognitieve verklaringen.

  • Bij het culturele niveau wordt de oorzaak gezocht in de cultuur waarin iemand opgroeit. Elke cultuur heeft zijn eigen kenmerken en beïnvloedt zo de mensen die in die cultuur leven. Culturele verklaringen worden onderzocht door cultureel psychologen. Culturele verklaringen hebben betrekking op veel grotere groepen en meer indirecte contacten dan sociale verklaringen.

  • Op het ontwikkelingsniveau zoekt men de oorzaak in leeftijdsgerelateerde veranderingen. Gedrag kan deels voorspeld worden door iemands leeftijd en ontwikkelingsfase. De typische mentale processen en gedragingen die bij een bepaalde leeftijd horen worden onderzocht door ontwikkelingspsychologen. Zij beschrijven gedrag en gedragsveranderingen over de levensloop. Ook zijn ze geïnteresseerd in de processen die aan deze gedragsveranderingen ten grondslag liggen. In ontwikkelingsverklaringen komen eigen verklaringen van alle andere niveaus samen omdat ze allemaal op de ontwikkeling kunnen worden toegepast.

Hoe kan je de niveaus van analyse gebruiken?

De verschillende niveaus die hier boven beschreven zijn verschaffen verschillende manieren van vragen stellen over elk psychologisch fenomeen, zoals jaloezie. Echter, de niveaus moeten niet gezien worden als alternatieve benaderingen, maar liever als complementaire benaderingen die, wanneer ze gecombineerd worden, een meer compleet beeld schetsen van belangrijke aspecten van de psychologie. Hoewel er veel aandacht is voor het belang van genetische versus culturele invloeden op het gedrag moeten beide invloeden altijd in gedachten worden gehouden. Genen komen immers altijd tot uiting in een bepaalde context en de cultuur neemt een belangrijke plaats in in die context. Daarom zal in dit boek, wanneer mogelijk, geprobeerd worden om bevindingen van verschillende niveaus te integreren.

Wat bestudeert men nog meer binnen de psychologie?

Binnen de psychologie bestaan natuurlijk nog veel meer specialisaties, maar daarbij gaat het meer om wat er bestudeerd wordt dan om het niveau van analyse. Denk bijvoorbeeld aan motivatiepsychologie, klinische psychologie en sensorische psychologie. Psychologie is geen op zichzelf staande wetenschap. Psychologie is verbonden met de verschillende natuur-, sociale- en humanitaire wetenschappen. Voorbeelden hiervan zijn respectievelijk biologie, sociologie en taalwetenschappen. Psycholoog is een beroep. Het is een beroep dat vele vormen aan kan nemen zoals onderzoeker, therapeut alsook docent.

Buitenstaanders zien de psychologie vaak als een studie van abnormaal gedrag, terwijl de psychologie voornamelijk de studie is van normaal gedrag. De geest is een betwistbaar concept en er wordt dan ook veel gediscussieerd over de betekenis van het woord ’geest’. Een manier om ‘geest’ te interpreteren is als bewuste ervaringen. Probleem hierbij is: wat is bewustzijn? Een andere manier om ’geest’ te zien is als alle kennis en regels die zijn opgeslagen in de hersenen en die aan de basis van gedrag liggen. Meer de computeranalogie dus. Ondanks dat we de geest niet direct zien is het wel een bruikbaar concept in de psychologie.

    Wat ligt er ten grondslag aan de psychologie als wetenschap? - Tentamens 1 (7e druk)

    Oefenvragen bij het eerstejaarsvak Inleiding in de Psychologie aan de UL

    Vraag 1

    Welke filosofie kan worden gezien als tegengesteld (“opposite”) aan het empirisme (“Empiricism”)?

    a. Het dualisme.

    b. Het materialisme.

    c. Het expirisme

    d. Het nativisme.

    Vraag 2

    In zijn dualistische filosofie ging Descartes er van uit dat gedrag dat mensen en dieren gemeenschappelijk hebben (zoals het zich kunnen bewegen) veroorzaakt moet zijn door … en niet door …

    a. de ziel (“soul”); het lichaam.

    b. de spieren; de zintuigen.

    c. het lichaam; de ziel (“soul”).

    d. de zintuigen; de spieren.

    Vraag 3

    De ideeën van Thomas Hobbes droegen bij aan het ontwikkelen van een filosofie die bekend staat als het empirisme. Bij het empirisme staat de volgende gedachte centraal:

    a. elementaire ideeën zijn aangeboren en hoeven niet verworven te worden door ervaringen.

    b. alle menselijke kennis komt uiteindelijk voort uit zintuiglijke waarneming (‘sensory experience’).

    c. de waarneembare handelingen van mensen en dieren moeten worden bestudeerd, niet de zintuiglijke waarneming (‘sensory experience’).

    d. er kan geen relatie gelegd worden tussen het menselijk denken en menselijke ervaringen.

    Oefenvragen bij het eerstejaarsvak Inleiding en Cognitie deel A aan de UvA

    Vraag 1

    Gray behandelt een aantal grondslagen voor de wetenschappelijke psychologie. Welke van onderstaande grondslagen hoort daarbij? Het idee dat …

    1. … gedachten en gevoelens te herleiden zijn tot hersenprocessen.

    2. … het menselijk lichaam dat gedrag en mentale processen produceert, is het resultaat van natuurlijke selectie.

    3. … de manier waarop een individu zich gedraagt, wordt tijdens het leven beïnvloed door zijn omgeving.

    Vraag 2

    Descartes stelde een versie van het dualisme voor waarin een belangrijke stap naar psychologie als wetenschap werd gezet. Deze versie is echter niet geschikt om als grondslag te dienen voor de huidige psychologie, omdat...

    1. … volgens deze versie het lichaam en de geest twee aparte systemen zijn.

    2. … volgens deze versie al het gedrag voorkomt uit lichamelijke functies.

    3. … volgens deze versie het denken niet wetenschappelijk onderzocht kan worden.

    Vraag 3

    Volgens het materialisme kun je bewustzijn…

    1. … bestuderen, omdat dat wordt veroorzaakt door neuronen.

    2. … niet bestuderen, want de geest bestaat niet, alles is materie en energie.

    3. … zien als iets wat niet bestaat.

    Vraag 4

    Volgens Gray heeft de psychologische wetenschap de sterkste verbanden met twee andere wetenschapsvelden, namelijk …

    1. … scheikunde en biologie.

    2. … sociologie en natuurkunde.

    3. … biologie en sociologie.

    Vraag 5

    Gray noemt een aantal belangrijke ideeën die ten grondslag liggen aan de wetenschappelijke psychologie. Eén daarvan is het idee dat …

    a. … onbewuste processen een belangrijke rol spelen in de verklaring van gedrag.

    b. … mensen kunnen leren.

    c. … de manier waarop een individu zich gedraagt, wordt tijdens het leven beïnvloed door zijn omgeving.

    Vraag 6

    Wat zijn de drie fundamentele ideeën in de psychologie?

    Vraag 7

    Kies de drie juiste antwoorden. De biologie onderzoekt gedrag op de volgende niveaus:

    1. Het neurale niveau

    2. Het cognitieve niveau

    3. Het culturele niveau

    4. Het evolutionaire niveau

    5. Het genetische niveau

    6. Het ontwikkelingsniveau

    7. Het sociale niveau

    Vraag 8

    Hoort het begrip 'association by contiguity' bij de empiristen of de nativisten? Leg uit.

    Overige oefenvragen

    Vraag 1

    Menselijk gedrag kan binnen de psychologie vanuit verschillende perspectieven worden bestudeerd. Een psychologe die in haar onderzoek naar seksuele jaloezie de nadruk legt op de rol van onze overtuigingen (“beliefs”) en interpretaties heeft blijkbaar gekozen voor een ….

    1. genetische benadering

    2. neuronale benadering

    3. cognitief-psychologische benadering

    4. ontwikkelings-psychologische benadering

    Antwoorden oefenvragen bij het eerstejaarsvak Inleiding in de Psychologie aan de UL

    1. D

    2. C

    3. B

    Antwoorden oefenvragen bij het eerstejaarsvak Inleiding en Cognitie deel A aan de UvA

    1. A

    2. C

    3. A

    4. C

    5. B

    6. Gedrag heeft uiteindelijk een fysieke oorzaak, die wetenschappelijk valt te onderzoeken.

    • De manier waarop een persoon zich gedraagt wordt sterk beïnvloed door zijn omgeving.
    • Het menselijk lichaam is ontstaan door middel van natuurlijke selectie (en dat lichaam zorgt weer voor de mentale ervaringen die we onderzoeken bij psychologie).

    7. Het neurale niveau, het evolutionaire niveau en het genetische niveau

    8. Dit begrip hoort bij de denkwijze van de empiristen, die stellen dat alles wat mensen leren voortkomt uit de informatie die we van onze zintuigen krijgen, uit de ervaringen die we opdoen (de nativisten denken dat er bepaalde kennis is waarmee men geboren wordt, en die dus niet hoeft te worden aangeleerd). Het begrip 'association by contiguity' houdt in dat we associaties leren als gebeurtenissen vlak na elkaar plaatsvinden. Dit leren we dus dankzij onze zintuiglijke ervaringen (en is niet aangeboren).

    Antwoorden overige oefenvragen

    1. C. Cognitief-psychologische benadering

    Crossroads

     Crossroads

    • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
    • Use the crossroads to follow a connected direction

     

    Footprint toevoegen
     
       
    Hoe werkt een JoHo Chapter?

     JoHo chapters

    Eigen aantekeningen maken?

    Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen