Wat regelt het familie- en personenrecht? - Chapter 1 (2)

  Chapter 

1.1 Wat houdt persoonlijkheid in?

Eenieder die zich in Nederland bevindt is ingevolge art. 1:1 lid 1 BW vrij en bevoegdheid tot het genot van burgerlijke rechten. Een persoon is een rechtssubject: drager van rechten en plichten. Dit wordt ook wel de ‘algemene rechtsbevoegdheid’ genoemd. Persoonlijke dienstbaarheden, zoals slavernij, zijn op grond van lid 2 ongeoorloofd. Vanaf de geboorte heeft men persoonlijkheid. Krachtens art. 1:2 BW kan een ongeboren kind ook reeds rechtssubject zijn. Indien het in het belang van het ongeboren kind is, dat levend ter wereld komt, wordt het als reeds geboren aangemerkt. Door deze fictie kan een ongeboren kind optreden als erfgenaam, kan het erkend worden en kunnen kinderbeschermende maatregelen worden getroffen.

1.2 Wat houden naam en woonplaats in?

1.2.1 Wat zegt de wet over iemands naam?

Een persoon heeft een voornaam en geslachtsnaam (achternaam). Deze geeft een persoon een identiteit. De voornaam is de naam zoals deze in de geboorteakte staat, art. 1:4 lid 1 BW. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan ongepaste voornamen of namen die overstemmen met een bestaande achternaam weigeren op te nemen, art. 1:4 lid 2 BW. Wil men zijn voornaam wijzigen, dan moet daartoe een verzoek bij de rechtbank worden ingediend, art. 1:4 lid 4 BW.

Ten aanzien van de geslachtsnaam geldt een keuzevrijheid van de ouders. Op grond van art. 1:5 lid 4 BW verklaren de ouders voor of bij de aangifte van de geboorte wiens geslachtsnaam het kind zal verkrijgen, wanneer het kind door de geboorte in een familierechtelijke betrekking tot allebei de ouders staat of komt te staan. Indien de ouders geen gezamenlijke keuze maken, geldt ingevolge lid 5 aanhef en sub a dat de naam van de vader dan wel duomoeder prevaleert. Wanneer het kind alleen in een familierechtelijke betrekking tot de moeder komt te staan, krijgt het op grond van lid 1 haar geslachtsnaam.

Met het oog op de eenheid binnen het gezin is in lid art. 1:5 lid 8 BW bepaald dat de keuze van de geslachtsnaam enkel kan worden gedaan wat betreft het eerste kind van dezelfde ouders. De daarop volgende kinderen moeten dus dezelfde achternaam hebben. Het wijzigen van de geslachtsnaam is lastiger, hiervoor dient een verzoek bij de Koning te worden ingediend, art. 1:7 lid 1BW. Veelal gaat het om bespottelijke achternamen in het kader van iemands beroep. In art. 1:9BW is het voeren van de geslachtsnaam van de echtgenoot/geregistreerd partner geregeld. Dit recht behoudt men ingeval van de beëindiging van het huwelijk c.q. geregistreerd partnerschap, totdat men opnieuw huwt of een geregistreerd partnerschap aangaat.

1.2.2 Wat zegt de wet over iemands woonplaats?

Ingevolge art. 1:10 BW bevindt de woonplaats van een natuurlijk persoon zich ‘te zijner woonstede’ of – bij gebreke daaraan – daar waar hij zijn werkelijk verblijf heeft. Woonstede: woning waar men bestendig verblijft. Er is sprake van een duurzaam karakter als iemand ingeschreven staat bij de gemeente en er geregeld slaapt. Een handelingsonbekwaam persoon heeft een ‘afgeleide woonplaats’, zie art. 1:12 lid 1BW. Iemands laatste woonplaats staat bekend als ‘sterfhuis’.

1.3 Geregistreerd partnerschap en huwelijk

1.3.1. Wat zegt de wet over het huwelijk?

Het huwelijk is de monogame samenlevingsvorm tussen twee personen. Een kerkelijk huwelijk kan niet als een rechtsgeldig huwelijk worden aangemerkt. Pas na het voltrekken van het burgerlijk huwelijk mag een religieuze plechtigheid plaatsvinden, zie art. 1:68 BW. Indien een religieuze plechtigheid heeft plaatsgevonden voor het burgerlijk huwelijk, dan riskeert men een geldboete/hechtenis ex art. 449 Sr.

1.3.1.1 Wat zijn de materiële vereisten voor een huwelijk?

Ingevolge art. 1:31 lid 1 BW moet men tenminste 18 jaar oud zijn om te mogen huwen. Dit geldt door de Wet tegengaan huwelijksdwang ook voor zwangere minderjarigen. De minimumleeftijd betreft een materieel of inwendig vereiste: een vereiste dat betrekking heeft op de persoon die wenst te huwen. Er is sprake van een huwelijksbeletsel wanneer niet aan deze vereisten wordt voldaan. Zie hiervoor de artikelen 1:32, 1:33 en 1:42, 1:37, 1:38 en 1:41 Is de ambtenaar van de burgerlijke stand bekend met het huwelijksbeletsel, dan mag hij het huwelijk niet voltrekken, art. 1:57 BW. Bepaalde personen kunnen een huwelijk stuiten als zij kennis hebben van een beletsel, zie art. 1:50, 51 lid 1, 52 en 53 lid 1 BW.

1.3.1.2 Wat zijn de formele vereisten voor een huwelijk?

Er geldt ook een aantal procedurele vereisten ten aanzien van het huwelijk. Aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moet kenbaar worden gemaakt dat men voornemens is te huwen, door het verstrekken van een aantal gegevens, zie art. 1:44 BW. Tevens geldt een wachttijd van 14 dagen na de bekendmaking, art. 1:62 BW . Binnen een jaar na de bekendmaking moet er gehuwd zijn, art. 1:46 BW. Het huwelijk wordt voltrokken door ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand het ja-woord te geven, art. 1:67 lid 1 BW. Er dienen minstens twee en maximaal vier getuigen bij aanwezig te zijn, art. 1:63 BW. De ambtenaar maakt tot slot een akte op van zijn verklaring dat de partijen door de echt aan elkaar zijn verbonden, art. 1:67 lid 2 BW. Wanneer aan alle formele vereisten is voldaan, is het huwelijk voltrokken, ongeacht de eventuele aanwezigheid van huwelijksbeletselen. Het huwelijk kan dan enkel nog nietig worden verklaard door de rechter, zie art. 1:69, 76 en 77 BW.

1.3.2 Geregistreerd partnerschap

Het geregistreerd partnerschap is, nu het huwelijk openstaat voor alle geaardheden, nog wel belang: het partnerschap tussen partners van hetzelfde geslacht wordt gemakkelijker erkend in bepaalde landen dan het huwelijk. Het komt inhoudelijk echter vrijwel overeen met het huwelijk. Er bestaat slechts een aantal verschillen:

  • Het geregistreerd partnerschap komt zonder de formele verklaring van art. 1:67BW tot stand;

  • Scheiding van tafel en bed is geen optie bij het geregistreerd partnerschap;

  • Het geregistreerd partnerschap kan beëindigd worden zonder rechterlijke tussenkomst, zie art. 1:80c lid 1 sub c en lid 3 BW.

1.4 Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk

1.4.1 Inleiding

Er zijn vier wijzen waarop een huwelijk beëindigd kan worden, art. 1:149: 1) door de dood; 2) ingeval van vermissing van een echtgenoot door een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap; 3) door echtscheiding; 4) door ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Scheiding door dood ex art. 1:99 lid 1 sub a BW, is evident in het kader van huwelijksvermogensrecht

1.4.2 Wat zijn de vereisten voor een echtscheiding?

Scheiden is enkel mogelijk door een rechterlijke uitspraak op verzoek van allebei de echtgenoten of van een van hen, art. 1:150 BW. Wanneer de echtgenoten samen een verzoek indienen, hoeft de rechter alleen vast te stellen dat het verzoek gegrond is op hun oordeel dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, art. 1:154 BW.. De rechter gaat hier snel in mee. Dit ligt anders wanneer sprake is van een eenzijdig verzoek. In dat geval moet door de rechter worden vastgesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, art. 1:151BW.. Zijn partijen het hier niet over eens, dan is alleen het gegeven dat een van de echtgenoten bij het standpunt blijft dat er sprake is van duurzame ontwrichting, een zeer belangrijke aanwijzing dat dit zo is, zie HR 6 december 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2222. De echtscheiding komt tot stand door inschrijving van de rechterlijke beschikking in de registers van de burgerlijke stand, art. 1:163 lid 1 BW..

1.4.3 Wat zijn de criteria voor partneralimentatie?

De rechter heeft op grond van art. 1:157 BW. een discretionaire bevoegdheid tot het vaststellen van partneralimentatie. Vereist is dat de alimentatiegerechtigde onvoldoende inkomsten heeft tot zijn levensonderhoud en deze redelijkerwijs ook niet kan verwerven (lid 1). De rechter maakt een afweging tussen behoefte/behoeftigheid van de alimentatiegerechtigde en draagkracht van de alimentatieplichtige. De behoefte wordt mede beïnvloed door de welstand waaraan men gedurende het huwelijk gewend is geraakt. De behoeftigheid ziet op de mogelijkheid om zelf inkomsten te verwerven De draagkracht wordt bepaald door de financiële middelen waarover de alimentatieplichtige beschikt of kan beschikken, na aftrek van de lasten die men heeft. Eveneens wordt rekening gehouden met de duur van het huwelijk en het gedrag van de echtgenoten. Ingevolge art. 1:158 BW. kunnen partijen ook zelf de tussen hen geldende alimentatieverplichtingen regelen. De alimentatieplicht komt in beginsel twaalf jaar na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking tot een einde, art. 1:157 lid 4 jo. lid 3BW.. Wanneer het huwelijk niet meer dan vijf jaar heeft geduurd en hieruit geen kinderen zijn geboren, eindigt de verplichting van rechtswege na het verstrijken van een periode die gelijk is aan de duur van het huwelijk, (lid 6).

1.4.4 Wat houdt ‘scheiding van tafel en bed’ in?

Een scheiding van tafel en bed leidt, in tegenstelling tot de echtscheiding, niet tot ontbinding van het huwelijk. In de praktijk komt deze figuur zelden voor, het is vooral van belang voor personen die wegens godsdienstige redenen geen ontbinding van hun huwelijk wensen of hun huwelijksgemeenschap willen ontbinden, zie art. 1:99 lid 1 sub c. Een groot deel van de regels aangaande echtscheiding zijn van overeenkomstige toepassing, art. 1:169 lid 2 BW.. Zo dient er sprake te zijn van een duurzame ontwrichting van het huwelijk en kan alimentatie worden vastgesteld. De juridische reden hiervoor is gelegen in het huwelijksvermogensrecht, want door het indienen van het verzoek tot scheiding van tafel en bed wordt het huwelijksgemeenschap van rechtswege ontbonden (art. 199 lid 1 sub c BW)

1.5 Adoptie en afstamming

1.5.2 Wat wordt bedoeld met ‘familierechtelijke betrekking’ en ‘bloed- en aanverwantschap’?

Ingevolge art. 1:197 BW. staan een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten in familierechtelijke betrekking tot elkaar. In art. 1:3 lid 1 BW. is te vinden hoe de graad van bloedverwantschap wordt bepaald. Bloedverwanten zijn met elkaar verbonden door geboorte(n). Als een persoon van een andere persoon afstamt, is er sprake van bloedverwantschap in de rechte lijn. Delen zij een stamouder, dan is er sprake van bloedverwantschap in de zijlijn. Het berekenen van de graad geschiedt door het tellen van het aantal geboorten tussen twee personen. Opa en kleinzoon zijn bijvoorbeeld tweedegraads bloedverwant in de rechte lijn. Juridisch en biologisch bloedverwantschap hoeven niet altijd samen te vallen. Aanverwantschap komt tot stand tussen de ene echtgenoot/geregistreerd partner en een bloedverwant van de andere echtgenoot/geregistreerd partner. Is eenmaal aanverwantschap ontstaan, dan wordt dit niet opgeheven door het einde van het huwelijk of partnerschap, art. 1:3 lid 3 BW. .

1.5.3 Afstammingsrecht

Het afstammingsrecht beantwoordt de vraag of iemand (een) ouder(s) heeft, en wie dat zijn. Het afstammingsrecht erkent het bestaan van twee typen moeders: 1) de moeder uit wie het kind geboren is (biologische moeder), art. 1:198 lid 1 sub a en 2 BW. ) de vrouw die moeder is op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met de biologische moeder, erkenning of gerechtelijke vaststelling (duomoeder), art. 1:198 lid 1 sub b-d BW. . De regels van het vaderschap komen voor het grote deel overeen met de duomoeder.

1.5.3.1 Hoe ontstaat vaderschap/duomoederschap en hoe kan het ontkend worden?

De duomoeder/vader is de persoon die op het moment van de geboorte getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft met de biologische moeder, art. 1:199 sub a; 1:198 lid 1 sub b BW. . Aanvullend geldt voor de duomoeder de eis dat het kind moet zijn verwekt door een onbekende donor.

Het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vader- of duomoederschap kan worden ontkend door aan te voeren dat men niet de biologische ouder van het kind is. De vader/duomoeder, moeder en het kind kunnen ontkennen, art. 1:200 lid 1; art. 1:200a lid 1BW. . De ouder die voorafgaand aan het huwelijk/partnerschap wist van de zwangerschap, kan niet ontkennen, lid 2. De vader of moeder kan niet ontkennen als de man ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, lid 3. Zie voor de termijnen waarbinnen een gegrondverklaring van de ontkenning moet zijn ingediend lid 5 en art. 1:200a leden 3 en 4 BW. . De gegrondverklaring van de ontkenning heeft terugwerkende kracht, art. 1:202 lid 1 en art. 1:202b lid 2 BW. .

1.5.3.2 Hoe kan vader- en duomoederschap worden erkend?

Wanneer een kind geboren is buiten het huwelijk/geregistreerd partnerschap en slechts één ouder heeft (art. 1:198 lid 1 sub a BW. ), is er de optie tot erkenning, art. 1:204 lid 1 sub e. In art. 1:203 BW. staan de formele vereisten. In art. 1:204 lid 1 BW. zijn de materiële vereisten te vinden. Erkenning heeft geen terugwerkende kracht. Erkenning kan reeds voor de geboorte plaatsvinden, art. 1:2. Een erkenning kan vernietigd worden op de grond dat de erkenner niet de biologische vader/duomoeder van het kind is, art. 1:205/205a lid 1 BW. Vernietiging van de ontkenning heeft wel terugwerkende kracht, art. 1:206 lid 1BW. .

1.5.3.3 Hoe kan vaderschap/duomoederschap gerechtelijk worden vastgesteld?

Indien een verwekker of iemand die als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met de daad die verwekking van het kind tot gevolg kan ebben gehad, weigert het kind te erkennen of niet in staat is te erkennen (bijvoorbeeld wegens overlijden), komt de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in beeld. Ingevolge art. 1:207 lid 1 kan dit op verzoek van het kind of de moeder. De rechter kan gebruik maken van DNA-onderzoek. Uit de weigering hieraan mee te werken kan de rechter zijn conclusies trekken en vaststellen dat iemand de vader is. Zie art. 1:207 lid 2 sub a-c voor de formele vereisten. In lid 3 zijn de geldende termijnen te vinden. Het verzoek die het kind in dient is niet gebonden aan een termijn. Maar de moeder heeft tot 5 jaar na de geboorte de tijd. Tenzij zij niet op de hoogte is wie de verwekker is.
Vaststelling van het vader- of duomoederschap heeft terugwerkende kracht tot de geboorte, lid 5 BW.

1.5.4 Wat zegt de wet over adoptie?

Door adoptie, kunnen stellen zonder kinderen alsnog de mogelijkheid hebben om een kind groot te brengen.Oorspronkelijk is adoptie een kinderbeschermingsmaatregel. Dit blijkt onder meer uit het feit dat adoptie tot stand komt door een uitspraak van de rechter die moet concluderen dat dit in het belang van het kind is. Vereist is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) te verwachten heeft, art. 1:207 lid 1 en 3 BW. Daarnaast moet het om een minderjarig kind gaan, art. 1:228 lid 1 sub a. De overige vereisten zijn te vinden in art. 1:227 en 228 BW. Door adoptie komen het kind en zijn nieuwe ouders in familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan, die met de oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten houdt tegelijkertijd op, art. 1:229 lid 1 en 2. De adoptiefouders zijn de juridische ouders, art. 1:198 lid 1 sub e; art. 1:199 sub e BW. De geadopteerde kan – in beperkte gevallen – de rechter verzoeken de adoptie te herzien, art. 1:231 en 232 BW.

1.6 Het gezag over een minderjarige

1.6.1 Wat is een ‘minderjarige’?

Ingevolge art. 1:233 is een minderjarige een natuurlijk persoon jonger dan 18 jaar. Een 16- of 17-jarige vrouw die haar kind wilt opvoeden, kan meerderjarig worden verklaard door de rechter, art. 1:253ha BW.. Een minderjarige is handelingsonbekwaam: onbekwaam zelfstandig onaantastbare rechtshandelingen te verrichten, art. 1:234 BW.. Minderjarigen hebben hiervoor toestemming van hun wettelijk vertegenwoordiger nodig. Uitzondering: rechtshandeling die naar de maatschappelijke opvattingen normaal is voor een minderjarige van een bepaalde leeftijd, bijvoorbeeld het kopen van een chocoladereep, zie art. 1:234 lid 3 BW.

De rechter benoemt een bijzondere curator ingeval een kind moet worden bijgestaan in het kader van familieaangelegenheden, zie art. 1:200, 205, 212 en 250 BW..

1.6.2 Wat houdt ‘gezag’ in?

Elke minderjarige moet onder gezag van een meerderjarige staan, art. 1:245 lid 1 jo. art. 1:246 BW.. Er zijn twee vormen van gezag: ouderlijk gezag en voogdij, lid 2 BW.. Voogdij is de uitoefening van gezag door een ander dan de ouder, lid 3 BW.. Er kan sprake zijn van gezamenlijk gezag of gezag dat door één ouder wordt uitgeoefend. Gezag ziet op de persoon van de minderjarige, zijn vertegenwoordiging in burgerlijke handeling en het bewind over zijn vermogen, lid 4. Personen die onbevoegd zijn tot gezag staan in art. 1:246 BW Vanwege de verantwoordelijkheid is niet iedereen bevoegd tot het gezag zoals ex art. 1:246 BW.

1.6.2.1 Wat houdt ‘ouderlijk gezag’ in?

Het ouderlijk gezag – de plicht en het recht tot opvoeding en verzorging van het kind – is verder geregeld in art. 1:247 BW.. Een voogd kan deze plicht aan een derde overlaten, art. 1:336 BW.. Het bewind over het vermogen is nader geregeld in art. 1:253i-m BW.. Zo kunnen bijvoorbeeld aansprakelijk worden gesteld voor schade ingeval van slecht bewind.

Ouders voeren het ouderlijk gezag gedurende hun huwelijk of geregistreerd partnerschap van rechtswege gezamenlijk uit, art. 1:251 en 253aa BW. . Na het einde hiervan duurt het gezamenlijk gezag voort, tenzij de rechter op verzoek van één van de ouders oordeelt dat het gezag door slechts één van hen zal worden uitgeoefend. Centraal staat het belang van het kind, art. 1:251a lid 1BW.. Ouders die niet met elkaar getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, kunnen verzoeken het gezamenlijk gezag te verkrijgen, art. 1:252. Ouders met gezamenlijk gezag die het oneens zijn over de uitoefening daarvan, kunnen gebruik maken van de geschillenregeling uit art. 1:253a BW.

1.6.2.2 Hoe is het ouderlijk gezag buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap geregeld?

Wanneer ouders ongehuwd zijn, niet gezamenlijk het gezag uitoefenen of enkel het moederschap vaststaat, zal de moeder in beginsel het eenhoofdig gezag uitoefenen. De andere ouder kan de rechter verzoeken om gezamenlijk gezag of het overdragen van eenhoofdig gezag, art. 1:253c. Zie dit artikel tevens voor de criteria. Wanneer sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag en een ouder overlijdt, dan oefent de andere ouder van rechtswege het gezag uit, art. 1:253fBW.. Overlijdt de ouder die het eenhoofdig gezag had, dan geldt art. 1:253g. Voor het eindigen of wijzigen van gezag, zijn ook de artikelen 1:253n en 253o BW. van belang.

1.6.2.3 Hoe is het gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder geregeld?

Het is mogelijk dat een niet-ouder het gezag over een kind uitoefent, al dan niet samen met een ouder. Zie art. 1:245 lid 5 jo. art. 1:253a lid 2 en art. 1:253v BW. Er is sprake van voogdij, wanneer een niet-ouder in zijn eentje of met een andere niet-ouder het gezag uitoefent. Wanneer een kind wordt geboren gedurende het huwelijk/geregistreerd partnerschap tussen een niet-ouder en een ouder, dan hebben de echtelieden/partners van rechtswege het gezamenlijk gezag over de minderjarige, tenzij het kind in familierechtelijke betrekking tot een andere ouder staat, art. 1:253sa BW. De ouder met het gezag en de niet-ouder kunnen gezamenlijk verzoeken om het gezamenlijk gezag, art. 1:253t BW. Overlijdt de ouder, dan wordt het gezag van de niet-ouder omgezet in voogdij, art. 1:253x BW.

1.6.3 Wat is voogdij?

Wanneer een minderjarige niet onder ouderlijk gezag staat, benoemt de rechter een voogd, art. 1:295 BW. Voogdij is gezag dat door een niet-ouder wordt uitgeoefend, art. 1:245 lid 2 en 3 BW. Een voogd kan zowel een rechtspersoon als een natuurlijk persoon zijn. Benoeming geschiedt door de rechter, art. 1:299 of door een ouder (voor het geval deze overlijdt, art. 1:292). De aangewezene dient de voogdij eerst te aanvaarden, art. 1:280. In art. 1:336 staat de taakomschrijving van de voogd. De verzorging en opvoeding van het kind kan de voogd overlaten aan pleegouders, tenzij twee natuurlijke personen de gezamenlijke voogdij hebben, art. 1:282 lid 6 BW. Het bewind dat de voogd over het vermogen van het kind uitoefent is geregeld in art. 1:337 e.v. Voogdij kan op verzoek van de voogd zelf of op verzoek van bepaalde derden worden beëindigd, art. 1:322 en art. 1:329 jo. 1:327 jo. 1:328. Zie ook art. 1:299a BW.

1.7 Levensonderhoud

Ouders en kinderen moeten elkaar bijstaan wat betreft levensonderhoud, zie art. 1:392 lid 1. Dit geldt ook voor aangetrouwde kinderen. Een stiefouder is hiertoe verplicht tijdens zijn huwelijk/geregistreerd partnerschap met de ouder, wanneer het minderjarige en kind tot 21 jaar tot zijn gezin behoort, art. 1:395 jo. 1:395a lid 2BW. Maar een stief kind is dit niet. In beginsel bestaat een onderhoudsplicht enkel als er sprake is van behoeftigheid van de gerechtigde, art. 1:392 lid 2 BW. Behoeftigheid: het hebben van onvoldoende eigen middelen en deze redelijkerwijs niet zelf kunnen verkrijgen om in levensonderhoud te voorzien. De omvang van de onderhoudsplicht wordt bepaald door de behoefte van de gerechtigde en de draagkracht van de onderhoudsplichtige, art. 1:397 lid 1. Ook de verwekker, een niet-juridische ouder, moet bijdragen in het levensonderhoud van een kind, art. 1:394 . Dit geldt ook voor een niet-ouder die met een ouder samen het gezag uitoefent, art. 1:253w. Zie tevens art. 1:404 en 395a.

1.8 De bescherming van meerderjarigen

1.8.1 Inleiding

Er zijn drie rechtsfiguren in het kader van de bescherming van volwassenen: curatele, mentorschap en beschermingsbewind.

1.8.2 Wat houdt curatele in?

Curatele vormt de meest ingrijpende maatregel: de persoon wordt volledig handelingsonbekwaam, art. 1:381 lid 2 BW. Verricht een onder curatele gestelde persoon rechtshandelingen, dan zijn deze vernietigbaar en soms zelf nietig, art. 3:32 lid 2 BW. Alleen met toestemming van diens curator kunnen rechtshandelingen worden verricht, art. 1:381 lid 3BW. De curator heeft het bewind over het vermogen van de onder curatele gestelde en hij is verantwoordelijk voor de verzorging, behandeling, begeleiding en verpleging, zie lid 5. In art. 1:378 lid 1 staan de gronden voor curatelestelling. Iemand die op grond van sub b onder curatele staat, kan wel familierechtelijke handelingen verrichten, art. 1:382 BW.

1.8.3 Wat houdt beschermingsbewind in?

Deze beschermingsmaatregel ziet alleen op het vermogen van een persoon. De rechtsgevolgens zijn minder dan bij curatele. Het beheer over bepaalde of bepaalde goederen wordt opgedragen aan een bewindvoerder, zie art. 1:441 BW. De bewindvoerder is inzake de goederen bevoegd te vertegenwoordigen. De onder bewind gestelde persoon kan niet meer zelfstandig – zonder toestemming van de bewindvoerder – over deze goederen beschikken, art. 1:438 lid 1 en 2. Hij is dus wel handelingsbekwaam, maar handelingsonbevoegd. In art. 1:431 lid 1 BW staan de gronden voor onderbewindstelling.

1.8.4 Wat houdt mentorschap in?

Deze beschermingsmaatregel ziet op niet-vermogensrechtelijke belangen: de verzorging, behandeling, begeleiding en verpleging van een persoon. Ten aanzien van deze zaken is degene met een mentor niet meer bevoegd rechtshandelingen te verrichten, art. 1:453 lid 1 en 2 BW. In art. 1:450 lid 1BW staan de gronden voor mentorschap. Een combinatie van mentorschap en beschermingsbewind is mogelijk.

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Aansluiten en inloggen

Sluit je aan en word JoHo donateur (vanaf 5 euro per jaar)

 

    Aansluiten en online toegang tot alle webpagina's 

Sluit je aan word JoHo abonnee

 

Als donateur een JoHo abonnement toevoegen

Upgraden met JoHo abonnement (+ 10 euro per jaar)

 

Inloggen

Inloggen als donateur of abonnee

 

Hoe werkt het

Om online toegang te krijgen kun je JoHo donateur worden  en een abonnement afsluiten

Vervolgens ontvang je de link naar je online account en heb je online toegang

Lees hieronder meer over JoHo donateur en abonnee worden

Ben je al JoHo donateur? maar heb je geen toegang? Check hier  

Korte advieswijzer voor de mogelijkheden om je aan te sluiten bij JoHo

JoHo donateur

  • €5,- voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey Tours wil steunen - voor wie korting op zijn JoHo abonnement wil - voor wie van de basiskortingen in de JoHo support centers gebruik wil maken of wie op zoek is naar de organisatie achter een vacature - voor wie toegang wil tot de op JoHo WorldSupporter gedeelde samenvattingen en studiehulp

JoHo abonnees

  • €20,- Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp - Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers - Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland - Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservice

JoHo donateur met doorlopende reisverzekering

  • Sluit je via JoHo een jaarlijks doorlopende verzekering af dan kan je gedurende de looptijd van je verzekering gebruik maken van de voordelen van het JoHo abonnement: hoge kortingen + volledig online toegang + alle extra services. Lees meer

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services:

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services

  • Check hier de advieswijzers voor samenvattingen en stages - vacatures en sollicitaties - reizen en backpacken - vrijwilligerswerk en duurzaamheid - emigratie en lang verblijf in het buitenland - samenwerken met JoHo

Steun JoHo en steun jezelf

 

Sluit je ook aan bij JoHo!

 

 Steun JoHo door donateur te worden

en steun jezelf door ook een abonnement af te sluiten

 

Crossroad: begrijpen

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

JoHo & Partnernieuws

Vacatures: checken

    Duurzaam: keuze maken
     
    Regel jij via JoHo je reis- of zorgverzekering?
     
    JoHo donateurs die hun verzekering via JoHo laten lopen helpen niet alleen zichzelf maar ook JoHo om zijn missie en initiatieven te verwezenlijken!
     
     
     
     

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen

    Chapter: begrijpen

     JoHo chapters

    Footprint achterlaten