  Chapter 

Onder jeugdzorg wordt de samenhang van organisaties en voorzieningen verstaan, die hulpverlening biedt aan kinderen en hun opvoeders om hen te helpen bij het opgroeien en opvoeden. Voorbeelden zijn Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, pleegzorg, justitiële jeugdinrichtingen en ambulante begeleiding. Deno definieert diagnostiek als volgt: een proces van gericht informatie verzamelen en analyseren met als doel het nemen van een beslissing over de in te zetten hulp (Deno, 2005). Op deze manier is diagnostiek één van de belangrijkste taken binnen de jeugdzorg. Het hulpverleningsplan wordt op grond van deze gerichte informatie opgesteld.

In de Wet op Jeugdzorg (2005) is de noodzaak van diagnostiek vastgelegd: een grondige probleemanalyse bepaalt de in te zetten hulp. Uit onderzoek is echter gebleken dat dit nog onvoldoende gebeurt. Sommige gezinnen bleken steeds verder in de problemen te komen ondanks de jarenlange geboden hulpverlening door vele hulpverleners en organisaties. Hulpverlening aan deze gezinnen was weinig effectief en werd meestal voortijdig gestaakt. Als reden werd meestal opgegeven dat de gezinnen onvoldoende gemotiveerd waren. Nadere analyse heeft aangetoond dat er vaak sprake was van niet-onderkende problematiek. Zo bleek een moeder licht verstandelijk gehandicapt, terwijl ze altijd als opvoeder met een gemiddelde intelligentie was benaderd. Haar gebrek aan motivatie bleek pedagogische onmacht te zijn.

Ontwikkelingen van diagnostiek

Er komt steeds meer aandacht voor de rol van diagnostiek in de jeugdzorg. Diagnostiek is essentieel voor het bieden van goede jeugdzorg. Hier worden de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren genoemd:

  1. Er wordt meer vraaggericht gewerkt: de hulpvraag van de cliënt staat centraal tijdens het proces van hulpverlening.

  2. Hulpverleners beslissen met de cliënt in plaats van voor de cliënt.

  3. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte aanpak. De krachten en kansen van het kind en zijn/haar omgeving staan centraal in plaats van een eenzijdige nadruk op de problemen.

Knelpunten van diagnostiek

Hier worden zeven knelpunten genoemd, die geconstateerd zijn voor wat betreft het stellen van diagnoses binnen de jeugdzorg:

  • Diagnostiek is niet effectief genoeg. Uit routine wordt veel informatie verzameld door de hulpverleners, die later niet meer gebruikt wordt voor het beantwoorden van hulpvragen. Er is weinig samenhang tussen de informatie die in teamoverleggen wordt uitgewisseld en de uiteindelijke diagnose en het advies dat wordt gegeven.

  • De behoeften van de cliënt en de beleving van eerder ontvangen hulp komen niet onvoldoende tot hun recht. Opvoeders zullen weinig gemotiveerd zijn wanneer zij zich niet herkennen in de gestelde diagnose en het bijbehorende advies. Ook heeft de cliënt vaak weinig inspraak bij het opstellen van de behandeldoelen en de gewenste hulp. Het is vaak onduidelijk waarom voor een bepaald zorgplan is gekozen. Voor ouders lijkt het vaak een kwestie van toeval of zij op tijd passende hulp krijgen.

  • Er is onvoldoende aandacht voor de omgeving waarin het kind opgroeit. De geboden hulp staat los van de opvoeding, onderwijs, vrijetijdsbesteding en de sociale context. De indicatiestelling is nauwelijks integraal te noemen.

  • Een gezamenlijke visie en probleemanalyse ontbreken. De organisaties en voorzieningen waaruit jeugdzorg bestaat, werken onvoldoende samen. Ieder onderdeel doet een eigen intake, zelfs binnen één instantie worden soms verschillende intakes gedaan. Al deze intakes worden niet op elkaar afgestemd.

  • Er wordt te weinig samengewerkt met de cliënt. Het doel van de hulpverlener sluit onvoldoende aan bij de hulpvraag van ouders en kind.

  • Systematiek en transparantie ontbreken in het besluitvormingsproces. Uit onderzoek is gebleken dat irrationele of onterechte motieven worden gehanteerd voor het stellen van diagnoses en het opstellen van een behandelplan. Hoe complexer de hulpvraag, hoe minder rationeel de besluitvorming.

  • Gedragswetenschappers in de jeugdzorg besteden diagnostisch1. Jeugdzorg en diagnostiek

  • Onder jeugdzorg wordt de samenhang van organisaties en voorzieningen verstaan, die hulpverlening biedt aan kinderen en hun opvoeders om hen te helpen bij het opgroeien en opvoeden. Voorbeelden zijn Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, pleegzorg, justitiële jeugdinrichtingen en ambulante begeleiding.

  • Deno definieert diagnostiek als volgt: een proces van gericht informatie verzamelen en analyseren met als doel het nemen van een beslissing over de in te zetten hulp (Deno, 2005)

  • Op deze manier is diagnostiek één van de belangrijkste taken binnen de jeugdzorg. Het hulpverleningsplan wordt op grond van deze gerichte informatie opgesteld.

  • In de Wet op Jeugdzorg (2005) is de noodzaak van diagnostiek vastgelegd: een grondige probleemanalyse bepaalt de in te zetten hulp. Uit onderzoek is echter gebleken dat dit nog onvoldoende gebeurt. Sommige gezinnen bleken steeds verder in de problemen te komen ondanks de jarenlange geboden hulpverlening door vele hulpverleners en organisaties. Hulpverlening aan deze gezinnen was weinig effectief en werd meestal voortijdig gestaakt. Als reden werd meestal opgegeven dat de gezinnen onvoldoende gemotiveerd waren. Nadere analyse heeft aangetoond dat er vaak sprake was van niet-onderkende problematiek. Zo bleek een moeder licht verstandelijk gehandicapt, terwijl ze altijd als opvoeder met een gemiddelde intelligentie was benaderd. Haar gebrek aan motivatie bleek pedagogische onmacht te zijn.

Ontwikkelingen van diagnostiek

  • Er komt steeds meer aandacht voor de rol van diagnostiek in de jeugdzorg. Diagnostiek is essentieel voor het bieden van goede jeugdzorg. Hier worden de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren genoemd:

  • Er wordt meer vraaggericht gewerkt: de hulpvraag van de cliënt staat centraal tijdens het proces van hulpverlening.

  • Hulpverleners beslissen met de cliënt in plaats van voor de cliënt.

Uitgangspunt is een oplossingsgerichte aanpak. De krachten en kansen van het kind en zijn/haar omgeving staan centraal in plaats van een eenzijdige nadruk op de problemen.

Knelpunten van diagnostiek

  • Hier worden zeven knelpunten genoemd, die geconstateerd zijn voor wat betreft het stellen van diagnoses binnen de jeugdzorg:

  • Diagnostiek is niet effectief genoeg. Uit routine wordt veel informatie verzameld door de hulpverleners, die later niet meer gebruikt wordt voor het beantwoorden van hulpvragen. Er is weinig samenhang tussen de informatie die in teamoverleggen wordt uitgewisseld en de uiteindelijke diagnose en het advies dat wordt gegeven.

  • De behoeften van de cliënt en de beleving van eerder ontvangen hulp komen niet onvoldoende tot hun recht. Opvoeders zullen weinig gemotiveerd zijn wanneer zij zich niet herkennen in de gestelde diagnose en het bijbehorende advies. Ook heeft de cliënt vaak weinig inspraak bij het opstellen van de behandeldoelen en de gewenste hulp. Het is vaak onduidelijk waarom voor een bepaald zorgplan is gekozen. Voor ouders lijkt het vaak een kwestie van toeval of zij op tijd passende hulp krijgen.

  • Er is onvoldoende aandacht voor de omgeving waarin het kind opgroeit. De geboden hulp staat los van de opvoeding, onderwijs, vrijetijdsbesteding en de sociale context. De indicatiestelling is nauwelijks integraal te noemen.

  • Een gezamenlijke visie en probleemanalyse ontbreken. De organisaties en voorzieningen waaruit jeugdzorg bestaat, werken onvoldoende samen. Ieder onderdeel doet een eigen intake, zelfs binnen één instantie worden soms verschillende intakes gedaan. Al deze intakes worden niet op elkaar afgestemd.

  • Er wordt te weinig samengewerkt met de cliënt. Het doel van de hulpverlener sluit onvoldoende aan bij de hulpvraag van ouders en kind.

  • Systematiek en transparantie ontbreken in het besluitvormingsproces. Uit onderzoek is gebleken dat irrationele of onterechte motieven worden gehanteerd voor het stellen van diagnoses en het opstellen van een behandelplan. Hoe complexer de hulpvraag, hoe minder rationeel de besluitvorming.

  • Gedragswetenschappers in de jeugdzorg besteden diagnostische vragen uit aan de JGGZ. Dit kost veel tijd en daardoor wordt de hulpverlening vertraagd. Zo ontstaan er wachtlijsten. Ook is het moeilijker om handelingsgerichte adviezen op te stellen wanneer het onderzoek los van de hulpverlening plaatsvindt. De diagnosesteller en behandelaar zijn verschillende hulpverleners.

Handelingsgerichte diagnostiek (HGD)

HGD is een praktijkgerichte diagnostische methodiek, die aansluit bij de hiervoor genoemde ontwikkelingen en knelpunten. De uitgangspunten van HGD zijn: a) doelgericht, b) gericht op de behoeften van kind en opvoeder, c) transactioneel referentiekader, d) samenwerking met cliënten staat centraal, e) aandacht voor beschermende factoren en f) systematische en doorzichtige besluitvorming. Bij aanmelding wordt eerst bepaald jeugdzorg de hulpvraag kan oplossen, anders vindt doorverwijzing plaats. Als jeugdzorg de hulpvraag aanneemt, worden vervolgens vijf fasen doorlopen.

Intake

Hier begint de samenwerking tussen hulpverlener en cliëntsysteem. Er wordt uitgezocht of er al informatie beschikbaar is, wie de samenwerkingspartners zijn en wat is de reden van aanmelding. Wat zijn de hulpvragen van de cliënt en wat zijn de wensen en verwachtingen? Zijn er al maatregelen genomen en wat was het resultaat hiervan? Welke vervolgafspraken komen er en hoe is de taakverdeling?

Strategie

De hulpverlener bepaalt wat er nodig is om de vraagstelling te beantwoorden. Relevante problematische en positieve kenmerken van het kind en zijn omgeving worden in kaart gebracht. Welke informatie is nog nodig om de hulpvraag te beantwoorden? Er wordt beslist of het doorlopen van fase 3, onderzoek, noodzakelijk is of dat meteen gestart kan worden met de integratie- en aanbevelingsfase.

Onderzoek

De relevante risico- en beschermende factoren van het kind en zijn omgeving worden op een rijtje gezet. Er worden valide en betrouwbare middelen gebruikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden en te beargumenteren.

Integratie en aanbeveling

Op grond van de verkregen antwoorden uit de eerste drie fasen wordt het diagnostisch beeld ontwikkeld. Aansluitend worden interventiedoelen vastgesteld, gebaseerd op het diagnostisch beeld en de voorkeuren van het cliëntsysteem. Er worden mogelijke interventies gezocht om de geformuleerde doelen te bereiken. De voor- en nadelen van deze interventies worden in kaart gebracht. Tot slot volgen aanbevelingen met betrekking tot de gewenste interventies.

Advies en evaluatie

Iedere hulpvraag van de cliënt wordt afzonderlijk besproken en er vindt overleg plaats over de aanbeveling(en). Sluit de aanbeveling aan bij de oplossingen die het cliëntsysteem zelf voor ogen heeft? Er wordt een aanbeveling gekozen, dit is het uiteindelijke advies. Vervolgens worden er afspraken over het vervolgtraject gemaakt. Het diagnostisch traject wordt geëvalueerd om te beoordelen of de hulpvragen zijn beantwoord en of er sprake was van een constructieve samenwerking. Verder wordt achteraf beoordeeld of de juiste diagnose is gesteld en de geformuleerde interventiedoelen zijn gehaald. Ga er vanuit dat in de praktijk de bovengenoemde vijf fasen niet zo strikt van elkaar zijn te scheiden. Meestal lopen de fasen door elkaar heen. Na deze vijf fasen begint de interventiefase. Wanneer de interventie geslaagd is dan wordt de hulpverlening afgesloten. Anders wordt er teruggegaan naar een eerdere fase van HGD.

Het is niet altijd noodzakelijk om alle fasen van HGD te doorlopen. Dit is afhankelijk van de complexiteit van de hulpvraag. In een verkort traject kunnen één of meerdere fasen worden overgeslagen. Als bijvoorbeeld de intake- en de strategiefase voldoende informatie hebben opgeleverd om de hulpvragen te beantwoorden, wordt de onderzoeksfase overgeslagen. Soms wordt ook besloten om na de intake meteen te starten met de interventie. Bij HDG is dus sprake van een getrapte diagnostiek: snel en kort bij eenvoudige en/of bekende hulpvragen en uitgebreid bij een complexe(re) vraagstelling.

Mono- en multidisciplinaire toepassing

Soms doorloopt de hulpverlener zelf alle fasen van HGD. Wanneer het nodig is wordt een multidisciplinair team samengesteld tijdens de strategie- en aanbevelingsfase. Dit geldt ook voor de onderzoeksfase.

Rollen van de hulpverlener

Gedragswetenschappers zijn experts en samenwerkingspartners. In de rol van expert worden wetenschappelijke inzichten toegepast op proces en inhoud van diagnostische beslissingen. Beroepsgeregistreerde psychologen en orthopedagogen werken conform de beroepscodes van het NIP of de NVO. Psychologen hanteren tevens de Algemene Standaard Testgebruik. Deze beroepscodes zijn gebaseerd op de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Als samenwerkingspartner gaat een gedragswetenschapper een professionele relatie aan met het cliëntsysteem. In overleg met cliënten wordt een diagnostisch beeld en advies opgesteld waar beide partijen achter staan. Gedragswetenschappers zijn op deze manier praktijkwetenschappers.

Jeugdzorgwerkers voeren diagnostische activiteiten uit. Op een methodische manier wordt de hulpvraag verhelderd, geschikte hulpverlening bepaalt en een plan van aanpak opgesteld. Moeilijke beslissingen moeten weloverwogen worden genomen in overleg met cliënten en collega’s. Denk bijvoorbeeld aan een indicatiebesluit of een basisdiagnose met hulpverleningsdoelen. Competenties waarover een jeugdzorgwerker moet beschikken, zijn onder andere, de situatie in kaart brengen rondom een kind, beargumenteerde oordelen vormen, de veiligheid van een kind en de omgeving inschatten en passende interventies aanbevelen. Jeugdzorgwerkers die HGD toepassen zijn HBO geschoold.

Gedragswetenschappers hebben meestal geen direct contact met cliënten. Hun taak bestaat dan uit het begeleiden van ambulante hulpverleners, pedagogisch medewerkers of gezinsvoogden. Door middel van coaching en advisering werken zij mee aan een betere ontwikkeling van kinderen en het verminderen van opvoedingsproblemen. Op grond van informatie van de jeugdzorgwerkers neemt de gedragswetenschapper een beslissing.

Bij complementaire samenwerking vullen ze elkaar aan. De jeugdzorgwerker gebruikt praktijkkennis en reflecteert hierop; de gedragswetenschapper past de huidige wetenschappelijke inzichten toe en evalueert de resultaten hiervan.

Combinatie van verschillende rollen

Het is niet altijd gemakkelijk om verschillende rollen binnen een professionele relatie te combineren. Vaktermen moeten omgezet worden naar spreektaal, zodat de cliënt het begrijpt. HGD is vraaggericht en gaat uit van samenwerking met de cliënt. Maar de hulpverlener is uiteindelijk verantwoordelijk voor het diagnostisch beeld en het advies. Je houdt hierbij continu het belang van het kind in het oog!

Tijdens de intake- en adviesfase werk je vooral samen met cliënten. Je betrekt hen bijvoorbeeld bij beslissingen en stimuleert hen tot deelname en verandering. In de strategie-, integratie-, en aanbevelingsfase ben je hoofdzakelijk expert die beschikbare gegevens interpreteert en wetenschappelijke inzichten en praktijkkennis toepast. In de onderzoeksfase combineer je beide rollen: met de cliënt zoek je naar onderbouwde antwoorden op de vragen die nader onderzocht moeten worden.

Het doorlopen en uitvoeren van de fasen wordt verdeeld, wanneer zowel een gedragswetenschapper als een jeugdwerker bij een diagnostisch traject worden ingeschakeld.

Diagnostische vragen

In de jeugdzorg zijn vier typen diagnostische vragen te onderscheiden:

  1. Onderkennende vragen, bijvoorbeeld “om welk type probleem gaat het”?

  2. Verklarende vragen, zoals “wat zijn de oorzaken van deze problemen?”

  3. Adviserende vragen, bijvoorbeeld “welke interventies passen bij deze hulpvraag?”

  4. Evaluerende vragen, zoals “welke doelen zijn bereikt en welke niet?”

HGD biedt ondersteuning bij het beantwoorden van deze vier vraagtypes. Het type vraag is leidraad voor het diagnostisch traject, namelijk het geven van een onderkenning, verklaring, advies of evaluatie. Meestal wordt om een combinatie hiervan gevraagd. Bij ieder type vraag hoort ook een type antwoord. Het is belangrijk dat de hulpvraag duidelijk is geformuleerd, zodat een expliciet antwoord kan worden gegeven. Een verklarende vraag bijvoorbeeld moet ook een verklaring als antwoord krijgen.

Het type vraag bepaalt ook hoe we het antwoord op de vraag gaan verkrijgen, dus voor welk diagnostisch traject wordt gekozen. Er moet een heldere en controleerbare relatie zijn tussen de hulpvraag van de cliënt, het antwoord op de hulpvraag en het afgelegde traject tussen vraag en antwoord. Alle betrokkenen moeten begrijpen hoe de diagnose, aanbevelingen en advies tot stand zijn gekomen. Ook bereiken we op deze manier dat er een antwoord komt op die ook daadwerkelijk gesteld zijn. Er worden geen antwoorden gezocht en gegeven op vragen die niet aan de orde zijn.

Het stellen en beantwoorden van de verschillende typen vragen is een cyclisch proces: van onderkenning en/of verklaring naar advisering en/of evaluatie. In de jeugdzorg wordt deze cyclus meestal door twee of meer hulpverleners doorlopen. Iedere fase wordt door een andere hulpverlener uitgevoerd. Afstemming tussen de verschillende hulpverleners is dan ook absoluut noodzakelijk. De kans is anders groot dat de relatie tussen hulpvraag en aanpak afzwakt of verdwijnt.

Implementatie

Soms kiezen instellingen voor de invoering van HGD binnen hun organisatie als ze de eenduidigheid van het diagnostisch proces willen vergroten en de kwaliteit ervan willen verbeteren. Ook kan een individuele hulpverlener op eigen initiatief kiezen om onderdelen van HGD toe te passen. Door te kiezen voor HGD verandert de werkwijze van de meeste hulpverleners. Eerst zullen ze dan ook kennis moeten verwerven over HGD en keuzes moeten maken over het al dan niet gebruiken van HGD. Door ermee te experimenteren in hun dagelijkse werkzaamheden, verwerven zij de benodigde vaardigheden voor de toepassing van HGD.

HGD kan gebruikt worden om de sterke en zwakke punten van de eigen organisatie en werkzaamheden in kaart te brengen. Het fungeert dan als spiegel of kader voor reflectie. HGD is een flexibel model, dat afgestemd kan worden op de mogelijkheden en wensen van de hulpverlener en de cliënt. Het wordt aanbevolen om aan te sluiten bij de huidige werkwijze. Wat nu al goed werkt, hoeft niet veranderd te worden.

»
»

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Aansluiten en inloggen

Sluit je aan en word JoHo donateur (vanaf 5 euro per jaar)

 

    Aansluiten en online toegang tot alle webpagina's 

Sluit je aan word JoHo abonnee

 

Als donateur een JoHo abonnement toevoegen

Upgraden met JoHo abonnement (+ 10 euro per jaar)

 

Inloggen

Inloggen als donateur of abonnee

 

Hoe werkt het

Om online toegang te krijgen kun je JoHo donateur worden  en een abonnement afsluiten

Vervolgens ontvang je de link naar je online account en heb je online toegang

Lees hieronder meer over JoHo donateur en abonnee worden

Ben je al JoHo donateur? maar heb je geen toegang? Check hier  

Korte advieswijzer voor de mogelijkheden om je aan te sluiten bij JoHo

JoHo donateur

  • €5,- voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey Tours wil steunen - voor wie korting op zijn JoHo abonnement wil - voor wie van de basiskortingen in de JoHo support centers gebruik wil maken of wie op zoek is naar de organisatie achter een vacature - voor wie toegang wil tot de op JoHo WorldSupporter gedeelde samenvattingen en studiehulp

JoHo abonnees

  • €20,- Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp - Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers - Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland - Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservice

JoHo donateur met doorlopende reisverzekering

  • Sluit je via JoHo een jaarlijks doorlopende verzekering af dan kan je gedurende de looptijd van je verzekering gebruik maken van de voordelen van het JoHo abonnement: hoge kortingen + volledig online toegang + alle extra services. Lees meer

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services:

Abonnementen-advieswijzers voor JoHo services

  • Check hier de advieswijzers voor samenvattingen en stages - vacatures en sollicitaties - reizen en backpacken - vrijwilligerswerk en duurzaamheid - emigratie en lang verblijf in het buitenland - samenwerken met JoHo

Steun JoHo en steun jezelf

 

Sluit je ook aan bij JoHo!

 

 Steun JoHo door donateur te worden

en steun jezelf door ook een abonnement af te sluiten

 

Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Flexibele parttime bijbanen bij JoHo

    Memberservice: Make personal notes

    Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen