  Chapter 

  • Ontwikkelingspsychologie identificeert en beschrijft veranderingen gedurende de levensspanne van een individu en de processen die aan deze veranderingen ten grondslag liggen.
  • Het gaat om veranderingen in zowel cognitieve, emotionele, sociale als gedragsmatige capaciteiten.

Wat is ontwikkelingspsychologie?

Ontwikkelingspsychologie identificeert en beschrijft veranderingen gedurende de levensspanne van een individu en de processen die aan deze veranderingen ten grondslag liggen. Het gaat om veranderingen in zowel cognitieve, emotionele, sociale als gedragsmatige capaciteiten. Wetenschappelijk onderzoek in de ontwikkelingspsychologie is relatief jong; pas sinds een eeuw wordt de ontwikkeling op empirische wijze bekeken. Lang werden kinderen gezien als miniatuur volwassenen. Dit kwam ook terug in de manier waarop kinderen behandeld werden. Ontwikkelingen in het onderzoeksveld hebben veel invloed op de houding die men tegenover kinderen inneemt. Een belangrijk doel van de ontwikkelingspsychologie is dan ook om te ontdekken hoe het functioneren van kinderen verbeterd kan worden.

Welke vijf thema’s zijn er te onderscheiden in de ontwikkelingspsychologie?

Een vijftal belangrijke thema’s kan onderscheiden worden. Ten eerste is het erg lastig om duidelijk te bepalen wat precies gedrag veroorzaakt: is dit de omgeving of de biologische opmaak van een individu? Dit probleem wordt ook wel het nature-nurture debat genoemd. Empiricisme is de opvatting dat ontwikkeling voornamelijk gedetermineerd wordt door omgevingsinvloeden. Nativisme is de opvatting dat ontwikkeling vooral door genetische factoren wordt bepaald. Tegenwoordig zijn er nauwelijks wetenschappers die één van deze posities aannemen. Men erkent dat beide factoren een belangrijke rol spelen. De interactie tussen genetische factoren en omgeving vormt dus een actief, dynamisch proces waaruit uiteindelijk gedrag ontstaat.

Ten tweede is het moeilijk te bepalen hoe verandering over de levensspanne precies verloopt. Er kan sprake zijn van een continue ontwikkeling, waarbij vaardigheden in een geleidelijke mate veranderen. Continue veranderingen zijn kwantitatief, watbetekent dat de onderliggende processen die verandering veroorzaken gedurende het hele leven hetzelfde blijven. Iemand verandert dus constant, maar de aard van de veranderingen blijft gelijk. Ook kan er sprake zijn van een discontinue ontwikkeling, waarbij veranderingen plotseling en trapsgewijs optreden en resulteren in kwalitatief verschillende ontwikkelingsfasen. In elke nieuwe fase is dus ander kwalitatief gedrag zichtbaar. Tegenwoordig zien de meeste onderzoekers ontwikkeling als continu en kwantitatief van aard. Tegelijkertijd wordt erkend dat er soms perioden optreden van discontinue, kwalitatieve veranderingen.

Ten derde is er de vraag of bepaalde vaardigheden alleen op één bepaald moment in de ontwikkeling aangeleerd kunnen worden. Een kritieke periode is een periode waarin bepaalde ervaringen noodzakelijk zijn voor het aanleren van een vaardigheid. Als de vaardigheid in deze periode niet aangeleerd wordt, is de kans groot dat deze nooit aangeleerd wordt. Een sensitieve periode is een periode waarin bepaalde ervaringen belangrijk zijn voor typische ontwikkeling. Als deze ervaringen niet optreden, wil dat niet zeggen dat de vaardigheid nooit meer aangeleerd wordt. Op een latere leeftijd zal het echter moeilijker zijn de vaardigheid aan te leren.

Ten vierde is er discussie over het gebied waarop leerervaringen invloed hebben. Het idee dat ontwikkelingen invloed kunnen hebben op allerlei verschillende vaardigheden wordt domein-algemene ontwikkeling genoemd. De beroemde ontwikkelingspsycholoog Piaget is een aanhanger van dit idee. Domein-specifieke ontwikkeling daarentegen is dan het idee dat het ontwikkelen van een vaardigheid geen invloed heeft op andere vaardigheden. Deze ideeën vertonen wat overeenkomsten met het nature-nurture probleem. Nativisten hangen vaak het idee van domein-specifieke ontwikkeling aan, empiristen hangen eerder het idee van domein-algemene ontwikkeling aan.

Ten vijfde is er het thema van de locus van verandering: moeten we kijken naar biologische of emotionele veranderingen? Er bestaan verschillende niveaus van verklaring, manieren waarop we psychologische veranderingen kunnen beschrijven. Hieronder vallen biologische, gedragsmatige, sociale en emotionele verklaringen. Wetenschappers verschillen van opvatting over welk niveau van verklaring het meest informatief is.

Wat zijn de vijf verschillende perspectieven op ontwikkeling?

Ontwikkeling kan op vijf verschillende manieren benaderd worden. Ten eerste kun je kijken naar de relatie tussen individuele kenmerken en omgevingskenmerken. Veel wetenschappers nemen een interactionistisch standpunt in, ze kijken naar de invloed van de omgeving en de invloed van het individu op de omgeving. Risicofactoren worden vaak vanuit dit perspectief bekeken. Sommige kinderen vertonen problemen in reactie op aversieve omstandigheden, andere kinderen krijgen pas veel later in hun ontwikkeling problemen. Weer andere kinderen ontwikkelen helemaal geen problemen en tonen een grote veerkracht bij aversieve omstandigheden.

Ten tweede kun je kijken naar de culturele context. Kinderen kunnen zich anders ontwikkelen afhankelijk van de cultuur waarin ze leven. Zo leren kinderen in de ene cultuur veel eerder lopen dan in de andere. Zelfs binnen culturen zijn er verschillen. Het bestuderen van gedrag in de culturele context geeft informatie over variatie in de potenties en uitdrukkingen van ontwikkeling.

Ten derde is er het ecologische perspectief van Bronfenbrenner, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de invloed van verschillende systemen in de omgeving van een kind, maar ook naar de interacties tussen deze systemen onderling. Een kind wordt in verschillende mate beïnvloed door de systemen. Het microsysteem, de meest directe omgeving van een kind (zijn gezin) heeft de sterkste invloed op het kind. Het mesosysteem is een systeem waarin de verschillende componenten van het microsysteem interacteren. Hier buiten ligt het exosysteem, dat bestaat uit minder directe invloeden, zoals familie en media. Daar nog buiten ligt het macrosysteem, dit omvat de minst directe invloeden, zoals attituden en ideologieën van een cultuur. Het chronosysteem loopt tussen deze vier systemen door, het beschrijft hoe deze systemen door de tijd heen veranderen. Ontwikkeling wordt volgens Bronfenbrenner bepaald door de interactie tussen het individu en deze systemen en door de interactie van deze systemen onderling.

Als vierde kan het levensspanne perspectief aangenomen worden. Hierbij wordt ontwikkeling gezien als een proces dat niet ophoudt na de kindertijd, maar gedurende het hele leven doorgaat. Veel veranderingen vinden immers pas plaats na de kindertijd. Dit perspectief houdt ook rekening met historische gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op een leeftijdscohort: een groep mensen die geboren is in dezelfde periode en zo een generatie vormt. De ene generatie maakt andere dingen mee in haar jeugd dan de andere generatie, zoals een economische crisis of een oorlog.

Ten slotte kan ontwikkelingspsychologie gezien worden als een centraal onderdeel van de totale psychologie. Ontwikkeling is belangrijk voor ieder aspect van de psychologie, aangezien ieder psychologisch fenomeen een zekere ontstaansgeschiedenis heeft. Ontwikkelingspsychologie maakt gebruik van veel vondsten uit andere velden en andersom gebruiken andere subdisciplines veel gebruik van ontwikkelingspsychologie. Er is sprake van een symbiotische relatie.

Stampvragen

  1. Wat doet ontwikkelingspsychologie?

  2. Wat is empiricisme?

  3. Wat is nativisme?

  4. Wat is het verschil tussen continue en discontinue ontwikkeling?

  5. Wat is het verschil tussen domein-algemene en domein-specifieke ontwikkeling

  6. Wat is het ecologisch perspectief van Bronfenbrenner en uit welke systemen bestaat deze?

  7. Wat is het levensspanne perspectief?

Lees of zoek verder »
Crossroads

 Crossroads

  • Crossroads lead you through the JoHo web of knowledge, inspiration & association
  • Use the crossroads to follow a connected direction

 

Footprint toevoegen
 
   
Hoe werkt een JoHo Chapter?

 JoHo chapters

Dit chapter is gebundeld in:
Eigen aantekeningen maken?

Zichtbaar voor jezelf en bewaren zolang jij wil

Memberservice: Make personal notes

Ben je JoHo abonnee dan kun je je eigen notities maken, die vervolgens in het notitieveld  worden getoond. Deze notities zijn en blijven alleen zichtbaar voor jouzelf. Je kunt dus aantekeningen maken of bijvoorbeeld je eigen antwoorden geven op vragen