Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Studenteneditie belastingrecht: inkomstenbelasting

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Hoofdstuk A Wat wordt belast?

 

§A.a Soort heffing

In de Successiewet wordt een verkrijgingsbelasting geheven. De draagkrachtvermeerdering die het gevolg is van de verkrijging bij de verkrijger wordt belast. Dat er sprake is van een verkrijgingsbelasting blijkt uit art. 36 Sw.

 

§A.b Algemene opmerkingen

Art. 1 Sw bepaalt wat het belastbare feit is. Er kunnen twee soorten belastingen worden geheven ingevolge de Successiewet: erfbelasting en schenkbelasting.

  • Erfbelasting wordt geheven ‘over de waarde van hetgeen iemand verkrijgt krachtens erfrecht door het overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde’. Het gaat dus om verkrijgingen door een erfgenaam, een legataris en een lastbevoordeelde.

  • Schenkbelasting wordt geheven ‘over de waarde van hetgeen iemand krachtens een gift (art. 7:186 lid 2 BW) verkrijgt van iemand die ten tijd van de gift in Nederland woonde, voor zover art. 13 Sw niet van toepassing is’.

 

Ingevolge art. 1 lid 2 Sw kunnen verkrijgingen van vergunningen en aanspraken belast worden met erfbelasting. Hetzelfde geldt voor verkrijgingen ingevolge een overeenkomst met betrekking tot een rentevergoeding (art. 4:13 lid 4 BW). Bij deze laatste geldt wel de voorwaarde dat partijen deze binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting overeen zijn gekomen, art. 1 lid 3 Sw. In art. 45 Sw is bepaal dat de aangiftetermijn acht maanden is. Uitoefening van art. 4:19 tot en met 4:22 BW zijn geen verkrijgingen krachtens erfrecht, art. 1 lid 5 Sw.

 

Art. 1 lid 7 Sw bepaalt dat voldoening aan een natuurlijke verbintenis een schenking is. Echter, als wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 33 onder 12 Sw is deze schenking vrijgesteld. Een bevoordeling welke het gevolg is van een verwerping door een erfgenaam of legataris, is geen schenking, art. 1 lid 8 Sw. Hetzelfde geldt voor het afzien door een echtgenoot van de wettelijke verdeling van de nalatenschap (art. 4:18 BW), art. 1 lid 8 Sw.

 

§A.c Inwoner van Nederland

Voor de Successiewet is het niet relevant waar de verkrijger woont: alleen de woonplaats van degene van wie wordt verkregen is relevant. De erflater of schenker moet in Nederland wonen dan wel geacht worden in Nederland te wonen. Als dat niet het geval is, dan wordt geen erfbelasting of schenkbelasting geheven.

Art. 2 lid 3 sub d onder 2 AWR bevat een definitie van het begrip ‘Rijk’. Art. 2 lid 3 sub d onder 4 AWR bevat een definitie van het begrip ‘BES-eilanden’.

 

Ingevolge art. 4 AWR moet waar iemand woont worden beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden. Voor natuurlijke personen geldt dat deze in Nederland wonen als zij een duurzame betrekking van persoonlijke aard met Nederland hebben. Nederland moet het middelpunt van de levensbelangen zijn. Waar de dienstbetrekking of het beroep wordt uitgeoefend, waar iemand na een vakantie terugkeert en de verblijfplaats van het gezin zijn hierbij van belang. De inschrijving in het bevolkingsregister is slechts een aanwijzing.

Voor lichamen (art. 2 lid 1 sub b AWR) is bepalend waar de feitelijke leiding zich bevindt. Art. 2 lid 3 Sw bepaalt dat wanneer een rechtspersoon een schenking doet, de vestigingsplaats van de rechtspersoon de woonplaats is.

 

Minderjarigen, curandi en personen ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld hebben fiscaalrechtelijk een eigen woonplaats. In het civiele recht hebben zij (slechts) een afgeleide woonplaats.

 

In de Successiewet zijn een aantal woonplaatsficties opgenomen:

  • Art. 2 lid 1 Sw  een natuurlijke persoon die buiten Nederland verblijft maar in dienst staat tot de Staat der Nederlanden (uitgezonden Nederlandse leden van diplomatieke, permanente of consulaire vertegenwoordigingen van Nederland in het buitenland en Nederlanders die zijn uitgezonden om werkzaamheden te verrichten in een andere mogendheid in het kader van een verdrag waarbij Nederland partij is) worden geacht in Nederland te wonen als zij de Nederlandse nationaliteit bezitten. Deze fictie werkt door naar hun partners en (stief)kinderen voor zover zij jonger dan 27 jaar zijn en in belangrijke mate worden onderhouden (art. 1.5 Wet IB jo. art. 2 Uitv.reg. IB). De nationaliteit van de partner en kinderen is irrelevant. Deze fictie vindt geen toepassing bij Nederlanders die werkzaam zijn in het land waar zij zijn aangeworven, tenzij er sprake is van een militair. De fictie eindigt als de dienstbetrekking eindigt.

  • Art. 3 lid 1 Sw  Nederlanders die binnen tien jaar nadat zij uit Nederland zijn vertrokken een schenking doen dan wel overlijden en op dat moment nog steeds de Nederlandse nationaliteit bezitten, worden geacht in Nederland te wonen op het moment van schenken dan wel overlijden. Bij verlies van de Nederlandse nationaliteit is de regeling niet van toepassing. Zowel op het moment van emigreren als op het moment van schenken dan wel overlijden moet de belastingplichtige de Nederlandse nationaliteit bezitten. De termijn van tien jaar begint te lopen op het moment van emigratie. Wanneer sprake is van remigratie en opnieuw emigratie, begint de tienjaarstermijn opnieuw.

  • Art. 3 lid 2 Sw  iedereen die in Nederland heeft gewoond en binnen één jaar na de verhuizing uit Nederland een schenking doet, wordt geacht op het moment van schenken in Nederland te wonen. Deze fictie geldt (dus) alleen voor de schenkbelasting. Bij deze fictie geldt geen nationaliteitseis.

De periode van tien jaar van art. 3 lid 1 Sw begint wanneer sprake is van art. 2 lid 1 Sw te lopen op het moment dat Nederland verlaten wordt en niet op het moment dat de dienstbetrekking eindigt.

 

Ingevolge art. 26 lid 1 Sw is een schenking door een gehuwde schenker een schenking door de schenker en zijn echtgenoot tezamen. Wanneer een van de beide partners de Nederlandse nationaliteit bezit en de schenking is gedaan binnen de tien jaar is art. 3 lid 1 Sw van toepassing. De schenking is dan geheel belast. Wanneer er een schenking uit een gemeenschappelijk vermogen wordt gedaan, wordt deze aan beide echtgenoten voor de helft toegerekend. De Nederlandse echtgenoot is dus schenker van de helft. Deze helft is op grond van art. 3 lid 1 Sw belast met Nederlandse schenkbelasting. Dit heeft geen gevolgen voor art. 28 Sw: toepassing van art. 3 lid 1 Sw vindt plaats na de samenstelling.

 

De objectieve en redelijke rechtvaardiging voor art. 3 lid 1 Sw is gelegen in de bijzondere band tussen een Staat en zijn onderdanen.

 

In het Darby-arrest (EHRM 23 oktober 1990, BNB 1995/244) heeft het EHRM uitgemaakt dat het EVRM ook in belastingzaken discriminatie verbiedt. In het Van Hilten – Van der Heijden-arrest (HvJ EG 23 februari 2006, zaak C-513/03) is beslist dat verkrijgingen uit nalatenschappen kapitaalverkeer (art. 56 VWEU) vormen en art. 3 lid 1 Sw is geen beperking van dat kapitaalverkeer.

 

§A.d Verkrijgingsmoment

 

Op het moment van totstandkoming van de schenkovereenkomst (art. 7:175 BW) en op het moment van overlijden van de erflater ontstaat de belastingschuld.

 

Een schenking onder opschortende voorwaarden wordt verkregen op het moment dat de voorwaarde wordt vervuld, art. 1 lid 9 Sw.

 

Een schenking onder ontbindende voorwaarden wordt verkregen op het moment van de erfrechtelijke verkrijging of schenking. Er is dus direct belasting verschuldigd. Als de ontbindende voorwaarde later wordt vervuld, dan kan de betaalde belasting minus het bedrag aan belasting dat verschuldigd zou zijn geweest indien belasting was berekend over het voordeel dat tijdens de bezitsperiode is genoten, wordt teruggevraagd, art. 53 lid 1 Sw. Er wordt geen rente vergoed.

 

Tweetrapsmakingen en –schenkingen: verkrijging onder ontbindende voorwaarde van overlijden waarbij zicht een opschortende voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit. In dat geval wordt erfbelasting of schenkbelasting geheven over de volle eigendomswaarde op het moment van verkrijging van de ontbindende voorwaarde, art. 21 lid 2 Sw. Wanneer beide voorwaarden in vervulling gaan, wordt opnieuw geheven over de waarde op het moment van in vervulling gaan van de voorwaarde. De belasting wordt dus niet terugbetaald.

 

Wanneer niet kan worden vastgesteld of iemand is overleden of dat iemand nog leeft kan een verklaring van vermoedelijk overlijden worden verkregen. Zo’n verklaring van vermoedelijk overlijden wordt gelijkgesteld met daadwerkelijk overlijden, art. 4 Sw. Deze verklaring wordt afgegeven door een daartoe bevoegde rechtbank. De verklaring geeft aan welke datum als datum van vermoedelijk overlijden geldt. Op basis van deze datum wordt het erfgenaamschap bepaald en of het overlijden binnen tien jaar was. De datum van de beschikking van de rechtbank bepaalt de waardering, tarieven, vrijstellingen en (andere) formaliteiten, art. 4 lid 2 Sw. De akte (beschikking) heeft dwingende bewijskracht.

 

§A.e Waarde van de verkrijging

 

Op grond van art. 21 lid 1 Sw moet de verkrijging worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van de verkrijging. Dit is de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor het goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, op het tijdstip van de verkoop door de meestbiedende gegadigde zou worden betaald.

Art. 21 lid 2 tot en met lid 14 Sw bevat afwijkende regels voor de waardering van de verkrijging.

 

§A.f Heffingswijze

 

Ingevolge art. 36 Sw is de verkrijger belastingplichtig.

 

Voor de erfbelasting moeten de erfgenamen binnen acht maanden na het overlijden aangifte doen, art. 45 Sw. Wanneer een nalatenschap meerdere verkrijgers heeft, kunnen deze gezamenlijk aangifte doen, art. 39 Sw. De erfgenamen kunnen aangifte doen voor verkrijgingen door legatarissen en lastbevoordeelden, art. 38 Sw.

 

De aangifteplicht ligt bij de schenkbelasting bij de begiftigde. Wanneer een inspecteur vermoedt dat iemand een schenking heeft gedaan, kan hij de schenker een aangiftebiljet uitreiken, art. 40 lid 1 Sw. De aangifte moet plaatsvinden binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking plaatsvond, art. 46 Sw.

 

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Let op! Verouderde druk

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)