Voor de meest recente samenvattingen en studiehulp zoek je hier op titel of auteur en kan je gebruik maken van het menu
JoHo: menu studiehulp & samenvattingen

 

Samenvatting Weerbare democratie

Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting)
Voorbeeld Hoofdstuk (Je toegangsniveau is niet voldoende voor het gebruiken van de volledige samenvatting): 

Inleiding tot het boek

Op 14 september 1930 haalt de NSDAP 18% van de stemmen en wordt de tweede partij in het parlement van Duitsland. Vanaf 1932 zijn ze de grootste. In 1933 vinden de laatste min of meer vrije verkiezingen plaats en behaalt de partij bijna de helft van de stemmen. Op 23 maart 1933 spreekt Hitler over de machtigingswet (Ermächtigungsgesetz) die hem wettelijk tot dictator zal maken. Om de wet te laten doorgaan, heeft hij tweederde van de stemmen nodig. De communistische parlementariërs zijn tegen, maar omdat zij na de Rijksdagbrand zijn gearresteerd, kunnen zij niet stemmen. Dankzij de katholieke Centrumpartij en enkele kleine partijen behaalt Hitler de benodigde meerderheid: het einde van de Weimar-democratie. Door middel van democratische rechten en vrijheden is de democratie omver geworpen.

Weimar is het schoolvoorbeeld van het denken over de weerbare democratie. Het laat zien hoe antidemocratische krachten misbruik kunnen maken van democratische tolerantie, iets dat de weerbare democratie tracht te voorkomen. Andere voorbeelden van zulke praktijken zien we terug bij Benito Mussolini in de jaren '20 in Italie en in de jaren '40 in Frankrijk (Phillipe Petain) en zelfs bij de Atheners in 411 v.Chr., die de democratie inruilden voor steun tijdens de oorlog met Sparta. Meer recentelijk kunnen we kijken naar FIS in Algerije - hier werd echter op het laatste moment ingegrepen door het leger. In 1995 werd de REFAH-partij in Turkije de grootste. Zij propageerden een ondemocratisch programma van sharia en paralelle rechtssystemen. In 1998 werd de partij verboden door het Turks Constitutioneel Hof - dit oordeel werd bevestigd door het Europees Mensenrechtenhof. Ook Egypte (Moslimbroederschap 2012) en Hongarije (Orban) zijn voorbeelden.

De democratie kan zichzelf dus grote schade toebrengen en kan in het ergste geval zelfs tegen zichzelf gekeerd en omver geworpen worden. Voorbeelden van karakteristieken die misbruikt kunnen worden zijn volgens de Duitse politicoloog Loewenstein:

  • Het compromis- en concensuskarakter dat zij bezit (makkelijk tegen te polemiseren tijdens een crisis)

  • Ook antidemocraten hebben democratische rechten (vrijheid van meningsuiting; vereniging)

  • Antidemocraten kunnen toetreden in het parlement

Volgens Loewenstein moet een democratie zichzelf dan ook actief verdedigen en ondemocratische partijen moeten verboden kunnen worden; dit is echter een ondemocratisch middel om de democratie te verdedigen.

Na WOII wordt de weerbare democratie een belangrijke constitutionele theorie die verankerd ligt in constituties en verdragen. Partijen worden soms daadwerkelijk verboden.

Wat is hiervan de rechtsvaardiging? Loewenstein en ook de literatuur die in zijn spoor ontstond geven die niet. De auteur van het boek "Weerbare democratie" meent dat een coherente weerbare democratietheorie begint bij die rechtvaardiging. Er moeten drie vragen worden beantwoord:

  • Mag een democratie een verbod opleggen op antidemocratische partijen en zo ja, in welke gevallen mag dat dan?

  • Werken partijverboden?

  • Hoe kan je ervoor zorgen dat een rechter ook echt iets kan met een partijverbod?

Met het antwoord op deze vragen vormt zich een theorie die een rechtvaardiging, een duidelijk omlijnde verbodsgrond, procedurele waarborgen en oog voor de vormgeving van partijverboden in zich heeft. Het boek "Weerbare democratie" richt zich in de eerste plaats op de eerste vraag. Bij deze rechtvaardigingsvraag denkt de auteur aan geweldloze antidemocratische partijen.

De weerbare democratie moet wel in het grotere geheel worden gezien: de democratische rechtsstaat, niet slechts de democratie. De rechtvaardiging wordt dan relevant voor vele maatregelen, waarvan bepaald moet worden of deze wel zo effectief zijn. Zou Hitler zich hebben neergelegd bij een uitspraak van een Hof waarin zijn machtigingswet onconstitutioneel verklaard werd? En hoe ernstig is eigenlijk, valt het niet ontzettend mee met die zogenaamde democratische zelfontmanteling? Op deze laatste vraag zijn verschillende antwoorden mogelijk:

  • Partijen worden nou eenmaal verboden en daarom moet deze praktijk bestudeerd worden. Dit is een juridisch-pragmatisch antwoord, de praktijk is er en die dient gerechtvaardigd te worden. Welke concrete partijverboden zijn legitiem en welke verhullen enkel misbruik van macht?

  • Het gaat niet enkel om antidemocratische partijen die alles de democratie keurig volgens de regels omver willen helpen, maar ook om partijen die de democratie (illegaal doch omhuld met de mantel der legaliteit) kunnen ondermijnen. Ook als minderheid kunnen deze partijen grote schade aanbrengen.

Dan kan men zich ook nog afvragen of de weerbare democratie niet enkel een Europees probleem is. De auteur beantwoordt deze vraag bevestigend, maar dit komt door de manier waarop de Amerikanen met dit probleem om zijn gegaan. De Verenigde Staten hoeven partijen niet te verbieden, omdat ze een van de strengste partijstelsels ter wereld hebben; extremisten (en dus antidemocraten) hebben simpelweg geen enkele kans om zelfs maar deel te nemen aan de verkiezen. De duopolie van Democraten en Republikeinen sluit dit uit, maar, in tegenstelling tot Europa, gebeurt dit in Amerika in alle openbaarheid, door rechters met motiveringsplicht. De Nederlandse democratie lijkt qua weerbaarheid op de Amerikaanse: het wordt gezien als een formele democratie, waarin de meerderheid beslist en er weinig materiële kaders zijn waarbinnen de grondwetgever zich moet bewegen. De Nederlandse wet bevat echter wel een bepaling waardoor partijen verboden kunnen worden: art. 2:20 BW.

  • Formele democratie: een democratie is enkel een besluitvormingsprocedure, waarin alle ideeën gelijk zijn.

  • Materiële democratie: een democratie is gefundeerd op een aantal waarden en is daarom niet neutraal te noemen.

Uitgangspunt in dit boek is, dat de democratie minimaal een vorm van bestuur is waarin het volk zichzelf bestuurt. Daarnaast moet in de gaten gehouden worden, dat de theorie van de waarbare democratie niet beperkt is tot de bescherming van een stabiele democratie. Duitsland was na WO II een land in transitie: van dictatuur naar democratie, waarbij steun gezocht werd in de theorie van de weerbare democratie. De weerbare democratie heeft ook de pretentie om in dit soort situaties belangrijk te zijn, aangezien de democratie in haar beginfase het meest kwetsbaar lijkt te zijn. Dit is ook de reden dat de Israëlisch-Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni pleit voor een vorm van weerbare democratie in het Midden-Oosten. Het is een middenweg tussen naïef non-realisme (accepteer het islamisme als kinderziekte in de ontwikkeling naar een democratie) en pessimistisch realisme (democratie in het Midden-Oosten leidt tot onderdrukkende islamitische regimes).

De weerbare democratie kan ook op bepaalde punten verbonden worden met het contraterrorisme: extremisten en antidemocraten hebben wel is een terroristische afdeling (of omgekeerd). Denk hierbij aan Spanje (Batasuna, de politieke tak van ETA) en Ierland (Sinn Féin, de politieke tak van IRA).

De volgende vormen van ingrijpen zijn niet te plaatsen onder de weerbare democratie:

  • Ingrijpen door het leger in een democratie. Het gaat namelijk om een minimale, procedurele waarborg: het door de rechter opgelegde partijverbod. Het valt zelfs te betogen dat het een noodzakelijk vereiste is voor een democratie dat het leger zich schikt naar de representatieve organen.

  • De Guantanamo Bay-detentie van terrorismeverdachten; een zodanige extrajudiciële ruimte kan niet onder deze noemer worden gerechtvaardigd. Er dient binnen de grenzen van de normale, staatsrechtelijke orde opgetreden te worden tegen de antidemocraten.

Er zijn verschillende vertalingen van de term weerbare democratie:

  • Militant democracy. Deze Engelstalige term, bedankt door Loewenstein in de jaren '30, is niet erg geschikt. Defensive democracy was een betere keuze geweest.

  • Streitbare/Wehrhafte Demokratie. Deze Duitse term brengt een verdedigendere houding naar voren, in tegenstelling tot de agressieve houding van de Engelse term. Het gaat namelijk om een democratie die zich verdedigt tegen antidemocratische krachten.

Winston Churchill stelde dat 'democratie de slechtste vorm van bestuur is, op alle andere na'. Maar hoe kan je een democratie verdedigen als je slechts van mening bent dat dit de minst slechte vorm van bestuur is? De auteur probeert in dit boek de democratie positief te verdedigen; de zoektocht naar een rechtvaardiging voor partijverboden is daarmee ook een zoektocht naar de essentie van de democratie.

George van den Bergh (1890-1966) kan gezien worden als de vader van de weerbare democratie. Zijn verdediging van het partijverbod berust op een principe van zelfcorrectie: alle besluiten zijn herroepelijk in een democratie, behalve het besluit om een democratie af te schaffen. Dit is de reden dat democraten zich tegen dat ene besluit mogen verzetten, dit is de rechtvaardiging. In hoofdstuk 1 zal op deze theorie ingegaan worden, waarbij de fundamenten worden herleid tot die van politiek filosoof James Mill (vader van John Stuart Mill) en Voltaire. Van den Bergh zijn werk wordt vergeleken met dat van zijn tijdgenoot Loewenstein.

In hoofdstuk 2 worden de alternatieven en de kritiek besproken. Hierbij worden Karl Popper, Carl Schmitt, John Stuart Mill en John Rawls genoemd. Is er uit deze theorieën een weerbare democratietheorie te halen?

De kritiek van de weerbare democratie is in tweeën op te delen:

  • Hoofdstuk 2 behandelt de pragmatische kritiek (het werkt niet). Deze kritiek is ook weer op te delen:

    • Partijverboden zijn ineffectief (de verboden partijen richten zichzelf gewoon opnieuw op).

    • Partijverboden werken contraproductief (antidemocraten gaan ondergronds en dit heeft meer geweld tot gevolg).

  • Hoofdstuk 3 behandelt de principiële kritiek (het concept deugt niet).

In hoofdstuk 3 wordt de theorie van democratie als zelfcorrectie verder uitgewerkt, door de ideeën van Popper en Van den Bergh nadrukkelijk te verbinden en auteurs te behandelen die deze theorie kunnen steunen, door specifieke aspecten van de theorie van zelfcorrectie in beeld te brengen: het lerend vermogen, de herroepelijkheid van besluiten en de tijdelijkheid van meerderheden.

Vervolgens wordt aandacht besteed aan de persoon van de rechter: wanneer is er sprake van een zodanige aantasting van het idee van zelfcorrectie, dat de partij verboden moet worden? Hierbij worden twee hoge Europese juridische instanties betrokken: de Duitse hoogste rechter (Bundesverfassungsgericht) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Daarna volgen de procedurele waarboren: waar vindt men deze? En kan een land dat een eeuwigheidsclausule heeft (de nationale democratie is voor eeuwig vastgelegd, bijvoorbeeld in Duitsland) wel opgaan in een federale Europese Unie? Tot slot volgt een samenvatting in de uitleiding en werpt de epiloog een blik vooruit door te vragen wat een weerbare democratie eist van de personen die haar instituties bemannen. Het doel is om een coherente theorie van weerbare democratie te vormen en een goed antwoord te krijgen op de vraag 'waarom democratie?'.

Ontwikkeling van de democratie

Het interbellum

H.G Wells gaf in 1932 aan te willen assisteren in een 'feniksachtige wedergeboorte van het liberalisme'. Het liberalisme zou de trage, besluiteloze parlementaire democratie in haar geheel moeten vervangen. Wells zag het fascisme als een noodzakelijk instrument om een wereldstaat zonder kwalijke invloeden van privébezit en individualisme tot stand te brengen. Essentieel hierbij was een competent reciever, oftewel een verbond dat in staat is de menselijke gemeenschap te leiden.

Wells benadrukte dat deze ideeën lijnrecht tegenover de beginselen van de parlementaire democratie stonden. Een groot aantal intellectuelen steunden de denkbeelden van Wells (denk aan Musil, Cioran en Weber).

De Duitse jurist en filosoof Carl Schmitt stelde dat het idee dat naakte macht en geweld kon worden overwonnen door discussie en openheid achterhaald was. Democratie was ook mogelijk zonder parlementarisme.

De Weimar Republiek (1918-1933) bleek een bijzonder vruchtbare bodem voor democratievijandige ideeën. Weimar en het Europa van de haren dertig hadden op grote schaal hun vertrouwen in de parlementaire democratie verloren. Dit leidde tot de instorting van verschillende prille democratieën (Bv. Portugal, Polen etc.). Er was sprake van democratisch pessimisme.

George van den Bergh

George van den Bergh weigerde zich te conformeren aan de Europese trend van fatalisme en afkeer van de democratie. Hij stelde dat het verbieden van antidemocratische partijen zowel politiek-filosofisch al juridisch te rechtvaardigen was. Het is de opkomst van een weerbare democratie gedachte. Hij gebruikt hierbij in tegenstelling tot Loewenstein een theoretische, politieke, filosofische onderbouwing. De stilte ten aanzien van Van den Berghs rede is dan ook onterecht.

Grondslagen

Voor de grondslagen van de weerbare democratieopvatting moet men terug naar de zeventiende en achttiende eeuw. Voornamelijk Mill en Voltaire zijn hierbij van belang.

James Mill schrijft het Essay on Government, dat grote invloed uit wist te oefenen op de publieke opinie. Het werd gezien als roekeloos en ondemocratisch. Een democratie was voor Mill de enige denkbare regeringsvorm. Het doel van de regering kan alleen maar het grootste geluk voor het grootste aantal zijn. Dit doel kan slechts worden bereikt door een ieder een aandeel te geven in het bestuur. Dit is een de praktijk onmogelijk, maar wanneer maar een kleine groep bestuurt zal het eigenbelang altijd voorop komen te staan. Mills ziet de oplossing in een representatief stelsel.

Leidend in dit systeem is de identity of interests tussen bestuurders en bestuurden. Bestuurders en bestuurden zijn één en hebben dezelfde belangen.

Mill geeft aan dat er bij de klassieke tegenwerping dat burgers niet in staat zouden zijn hun eigen belangen te begrijpen, gekozen zal moeten worden tussen twee kwaden. Enerzijds een besturende klasse met belangen die verschillen van het collectief (gebrekkig bestuur als zekerheid), anderzijds een situatie waarbij de belangen van de bestuurders en het collectie hetzelfde zijn (gebrekkig bestuur als mogelijke uitkomst).

Voltaire was de stem van de progressieve tendensen in het achttiende-eeuwse Frankrijk. Hij achtte de macht van het gepeupel minstens zo gevaarlij als de macht van autocraten of aristocraten. Het volk wordt niet in staat gezien om te regeren. Voltaires model is eerder dat van de verlichte koning of aristocratie. Een democratie is fraai, maar fragiel.

De gedachten van Mill en Voltaire bevatten belangrijke bouwstenen voor de democratietheorie van Van den Bergh.

 

Voor toegang tot deze pagina kan je inloggen

 

Inloggen (als je al bij JoHo bent aangesloten met een abonnement)

   Aansluiten   (voor online toegang tot alle webpagina's)

 

Hoe het werkt

 

Lees hieronder meer over aansluiten bij JoHo

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

    JoHo abonnement met service-pakket (€20,- + €60,-)

    • Voor wie de boeksamenvattingen voor zijn of haar studie of studiegebied gratis thuisgestuurd wil krijgen
    • Voor wie gebruik wil maken van de basisservices voor zijn of haar vrijwilligersorganisatie of instelling die de JoHo doeleinden steunt
    • Voor wie gebruik wil maken van de emigratie- en expatservices

    JoHo donateur (WorldSupporter) worden

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Sluit je een abonnement af in de periode juli tot en met december, dan maak je in de eerste maanden gratis gebruik maken van je de voordelen & services bij je abonnement. Je abonnementsbijdrage geldt dan ook voor het volgende kalenderjaar.

     

    Aanmelden bij JoHo

     

    Study note: begrijpen

     

     

     

    Study note: te gebruiken bij
    Crossroad: relaties

    Gerelateerde studiefase:

    Gerelateerd vakgebied:

    JoHo: benodigd toegangsniveau
    • Member (donateur)