Durf hebben: leren of versterken

Vaardigheden en kwaliteiten die je meeneemt naar of uit het buitenland

 

JoHo toolshop

 

Aanmelden en inloggen om de hele pagina te kunnen lezen en gebruiken

Wil je alles op deze pagina kunnen lezen en gebruiken, meld je dan bij JoHo en log in.

Aanmelden bij JoHo

JoHo: crossroads uit bundel
JoHo: de 24 competenties die je nodig hebt voor een werk- en leefomgeving waar je blij van wordt

Durf hebben: leren of versterken
Integer zijn: leren en blijven
Leidinggeven: leren of versterken
Ondernemen: leren of versterken
Organisatiebewust zijn: leren of versterken
Professioneel handelen: leren of versterken
Competenties en kwaliteiten ontdekken in het buitenland - Toolshop
Competentie & Vaardigheid: voor leren, werken en het leven

 

  Kennis & Oriëntatie

 

Wat wordt verstaan onder durf hebben en wat betekent moed?

Wat wordt verstaan onder durf hebben en wat betekent moed?

Durf hebben

  • Durf, of moed, is op eigen verantwoordelijkheid (gecalculeerde) risicovolle beslissingen nemen in situaties die vragen om direct op te treden, ook als dit nadelige gevolgen kan hebben voor je eigen positie.
  • Je pakt lastige situaties aan en loopt er niet omheen.

Synoniemen en vormen van durf

  • Lef
  • Moed
  • Risico's durven nemen

Quotes

  • Courage is not the absence of fear, but the mastery of it - Mark Twain
  • I learned that courage was not the absence of fear, but the triumph over it. The brave man is not he who does not feel afraid, but he who conquers that fear. - Nelson Mandela
  • Only those who risk going too far can possibly find out how far one can go - T.S. Elliot
Welke niveaus zijn te onderscheiden in ontwikkeling van de competentie 'durf hebben'?

Welke niveaus zijn te onderscheiden in ontwikkeling van de competentie 'durf hebben'?

Mate van durf

 

Niveau 1 - Je bent in staat om beslissend en respectvol te zijn 

  • Je kunt in diverse situaties het juiste gedrag vertonen.
  • Je bent niet bang en gaat – waar nodig - de confrontatie aan.
  • Je staat open voor feedback van anderen en laat je aanspreken op je handelingen en gedrag.
  • Je bent altijd respectvol tegenover anderen.

Niveau 2 - Je kunt risico's en verantwoordelijkheid nemen wanneer nodig 

  • Je neemt verantwoorde, gecalculeerde risico's.
  • Je kunt inspelen op het gedrag van anderen en kunt omgaan met verschillende soorten gedrag.
  • Je handelt vanuit zelfvertrouwen en eigen overtuiging, je neemt verantwoordelijkheid over de beslissingen die je neemt.
  • Je neemt standpunten in en dwingt hiermee respect af.

Niveau 3 - Uitstraling hebben

  • Je bent in staat om onder druk te handelen en doelbewust en daadkrachtig zijn in risicosituaties. 
  • Je bent actief in situaties die crisismanagement vereisen en neemt het voortouw bij het leiden van dit soort situaties. 
  • Je betrekt collega's bij het beslechten van een probleem of vraagstuk en je geeft blijk van vertrouwen in de expertise van de ander.
  • Je straalt gezag en vertrouwen uit en je verwerft aanzien door krachtig, consistent, consequent en vastberaden op te treden.
Beleving & Ervaring: creëer perspectief door het openen van nieuwe deuren

 

Coaching, Keuzehulp & Advies

 

Hoe kun je ‘durf hebben’ herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

Hoe kun je ‘durf hebben’ herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?


Tijdens je reis

  • Op reis gaan is eigenlijk per definitie al durf hebben: je verlaat je vertrouwde omgeving en gaat de wijde wereld in, wetende dat je op plekken zult komen die je niet (goed) kent.
  • Onderweg kan durf hebben je de meest memorabele momenten van je reis bezorgen. Dit kan voor iedereen iets anders betekenen: de ene persoon heeft alleen een beetje durf nodig om te gaan bungeejumpen terwijl de ander durf nodig heeft om alleen de straat op te gaan in een onbekende stad. Welke beslissing voor jou ook durf vereist, wanneer je je in een voor jou onbekende situatie begeeft zul je deze nooit vergeten.
  • Zolang je risico's goed inschat en weloverwogen keuzes maakt op je reis, kan nét dat extra beetje durf hebben je levenslange herinneringen geven die jou als persoon doen groeien.

Tijdens je studie

  • Gaan studeren kan al durf vereisen: wie weet verhuis je naar een andere stad en ga je voor het eerst op jezelf wonen. Hoe dan ook kom je op een nieuwe school of universiteit terecht. Om het meeste uit je studietijd te halen, is het goed om durf te hebben om ervaringen op te doen.
  • Het vereist bijvoorbeeld durf om mensen te leren kennen, bekend te raken met een nieuwe manier van leren en je plek te vinden in je nieuwe omgeving. Pak zoveel mogelijk kansen aan (hou daarbij natuurlijk je eigen grenzen in de gaten) en op die manier kun je het beste ontdekken wat bij jou past en wat niet. Ook al pakt een ervaring een keer minder leuk uit, dan heb je jezelf beter leren kennen, kun je andere dingen uitproberen en wie weet wat je tegenkomt.
  • Durf hebben is ook van belang bij colleges of (groeps)opdrachten. Hierbij zijn er momenten dat het goed is om je mening te laten horen.

Tijdens je werk

  • Op de werkvloer kunnen zich meerdere situaties voordoen die durf vereisen. Je mening duidelijk maken kan voor sommigen al spannend zijn, of het stellen van vragen. Je kunt je als werknemer beter presenteren wanneer je op deze momenten je stem laat horen.
  • Er kunnen zich ook momenten voordoen dat een onverwachte situatie zich voordoet en er snel gehandeld moet worden. Wanneer je hier op durft in te spelen kan je persoonlijk en professioneel groeien. Het signaleren van zulke momenten en vervolgens lef hebben is hierbij van belang.

Tijdens je vrijwilligerswerk of stage

  • Wanneer je vrijwilligerswerk of een stage gaat doen, kom je vaak in een onbekende omgeving terecht. Het vereist durf om je te kunnen aanpassen aan deze nieuwe situatie en je er tegelijkertijd van bewust bent wat jouw taak, identiteit en toevoeging aan de organisatie is.
  • Tijdens je werkzaamheden kun je verschillende momenten tegenkomen waarbij durf hebben nodig is: een nieuwe taak verrichten, om hulp vragen of aangeven wanneer je het ergens niet mee eens bent. Wanneer je op deze momenten een gezonde dosis durf hebt, kun je het meeste halen uit je tijd als vrijwilliger of stagiair.
  • Het kan zijn dat je in een nieuwe cultuur terechtkomt, dat betekent dat je situaties en factoren zult tegenkomen waar je nog niet zo mee bekend bent. Wanneer je durft om je eigen te maken met die nieuwe cultuur, gebruiken en misschien zelfs de plaatselijke taal leer je buiten je werkomgeving ook heel veel.

  

 

 

Trainingen, Testen & Toepassingen

 

Welke skills, competenties en vaardigheden heb je nodig, of kan je leren, als je gaat werken als animatie- en entertainmentmedewerker in het buitenland?

Welke skills, competenties en vaardigheden heb je nodig, of kan je leren, als je gaat werken als animatie- en entertainmentmedewerker in het buitenland?

Welke competenties en vaardigheden heb je nodig, of kan je leren als animatie- en entertainmentmedewerker in het buitenland?

 

Skills & Vaardigheden

Communicatievaardigheden

  • Je zoekt elke dag kinderen die met de activiteiten mee willen doen. Je stapt dus makkelijk op mensen af en betrekt ze zonder moeite bij de plannen.

Plannen en organiseren

  • Het uitvoeren van de activiteiten is maar één onderdeel van je takenpakket. Ze zullen eerst bedacht, uitgewerkt en gepland moeten worden. Het is dus fijn als je goed bent in het organiseren van dingen en weet waar je op moet letten.

Samenwerken

  • Je werkt meestal in een animatieteam. Soms is dat maar met één collega maar in de grote resorts kan het om meer mensen gaan. Je bepaalt vaak samen het programma, dus het is belangrijk dat je geen moeite hebt met samenwerken.

Creativiteit

  • Om elke keer een nieuwe activiteit te bedenken heb je wel een creatieve insteek nodig want elke activiteit moet een groot publiek aanspreken en enthousiasmeren.

Skills & Eigenschappen

  • Je bent een energiek persoon die het leuk vindt om de hele dag met mensen bezig te zijn en op enthousiaste wijze mensen kan betrekken bij allerlei activiteiten.

  • Je hebt er geen moeite mee om op vreemde mensen af te stappen en vindt het belangrijk dat iedereen het naar zijn zin heeft.

  • Je hebt daarbij een goede mensenkennis en weet precies hoe je tot de gasten door kunt dringen

  • Je bent de hele dag bezig met verschillende activiteiten, dus het hebben van een goede conditie en veel enthousiasme is belangrijk.

JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen over angs, durf, moed en risico nemen

JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen over angs, durf, moed en risico nemen

Welke psychologische, angst en paniekstoornissen zijn er? - Chapter 14
Welke angst- en stressgerelateerde stoornissen zijn er? - Chapter 5
Wat is de correlatie tussen angst en vermijdingsgedrag? - Chapter 2

Wat is de correlatie tussen angst en vermijdingsgedrag? - Chapter 2

Mowrer is de bedenker van de two-stage theory of anxiety. Hij gaat ervan uit dat angst de causale factor is in vermijdingsgedrag en dat angst dus niet alleen een reactie is op een dreigende stimulus of situatie. Mowrer gebruikt de termen fear en anxiety door elkaar heen.

Wat zijn de ontwikkelingsaspecten van angst en depressie in jonge mensen? - Chapter 2

Wat zijn de ontwikkelingsaspecten van angst en depressie in jonge mensen? - Chapter 2

Jongvolwassenen (adolescenten: 12 t/m 17 jaar) hebben meer angst- en/of depressieproblemen dan jongere kinderen. Bij 50% van de volwassenen met angststoornissen beginnen de symptomen al vóór hun 12e levensjaar – bij maar liefst 75% beginnen de symptomen vóór hun 21e verjaardag! Hoewel er veel onderzoek is geweest naar individuele risicofactoren, is er weinig gekeken naar verschillen in de ontwikkeling. Dit hoofdstuk kijkt daarom naar de biologische, cognitieve en sociale veranderingen tijdens de adolescentie die mogelijk gerelateerd zijn aan de onset van dergelijke problemen. Oftewel: waarom hebben zoveel volwassenen die lijden aan hardnekkige, langdurige angst- en stemmingsstoornissen al zó vroeg symptomen?

Wat beïnvloedt angst? - Chapter 3

Wat beïnvloedt angst? - Chapter 3

Er zijn veel verschillende factoren die meespelen bij de vraag of er door iemand angst wordt ervaren. Zoals hierboven al genoemd kan de ene persoon een situatie als heel bedreigend ervaren, terwijl een ander dit helemaal niet zo voelt. Het ervaren van angst kan daarom beter beschreven worden als een proces, dan als een categorische gebeurtenis (je hebt het of je hebt het niet).

Wat zijn verschillende theorieën over angst? - Chapter 5
Wat is de aard van angst? - Chapter 1

Wat is de aard van angst? - Chapter 1


Angst is een van de emoties die er vaak voor zorgt dat iemands dagelijks functioneren wordt beïnvloed. Een grote groep mensen lijdt aan buitenproportionele angstgevoelens. Dit heeft er onder meer voor gezorgd dat er veel onderzoek naar angst wordt gedaan en dat er speciale klinieken zijn opgericht voor de behandeling van mensen met een angststoornis. Een voorbeeld van een implementatie van nieuwe regelingen naar aanleiding van deze grotere interesse zijn de NICE richtlijnen (National Institute for Health and Clinical Excellence) die in 2007 in Engeland werden ingevoerd. Deze richtlijnen gaan over de landelijke behandelplannen voor mensen met een angststoornis of depressie en stellen dat de meest effectieve behandeling cognitieve gedragstherapie is. Dit is dan ook de eerste behandeling die wordt voorgeschreven wanneer mensen zich melden met angstklachten. Als angststoornissen niet behandeld worden, kan dit leiden tot een chronisch probleem. Bij de behandeling van angststoornissen wordt angst vaak vanuit een cognitief oogpunt gezien, omdat er veel cognitieve processen actief zijn bij angst. Een aantal van deze processen zijn waakzaamheid, aandacht, perceptie, redeneren, en het geheugen.

Sinds 1980 heeft de DSM een aparte categorie voor angststoornissen. Een kritiekpunt op het opnemen van angststoornissen als een aparte categorie is dat alle problemen die te maken hebben met angst als pathologisch, als een mentale stoornis, worden gezien.

Wat is de definitie van angst?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de term ‘fear’ en de term ‘anxiety’. Dit is een inhoudelijk onderscheid, maar in de praktijk is het nog weleens lastig om de termen van elkaar te onderscheiden en komen fear en anxiety ook samen voor.

Wat is fear (bang zijn)?

Hier ervaart iemand een specifieke emotionele reactie (vergelijkbaar met een reactie in een noodsituatie) op een identificeerbaar object, zoals een slang of een spin. Het is een zeer intense reactie waardoor de persoon in één keer wakker geschut wordt. Vaak gaat de fear weg wanneer het gevaar geweken is. De fear kan dus gecontroleerd worden en kan rationeel of irrationeel van aard zijn. De waargenomen bron van de fear kan juist, of verkeerd ingeschat worden of juist ingeschat maar verkeerd geïnterpreteerd. Een intense, irrationele angst (fear) wordt ook wel een fobie genoemd.

Wat is anxiety (angst)?

Bij anxiety heeft moeite met het identificeren van datgene wat de angst veroorzaakt, waardoor de persoon moeite heeft met het beheersen van de emotie. Ook is het optreden van de angst vaak onvoorspelbaar. Het lijkt wel alsof de angst steeds op de achtergrond is en op elk moment ineens kan intreden. Anxiety is een staat van constante verhoogde waakzaamheid en niet een reactie op acute nood. Anxiety wordt ook wel gedefinieerd als een spanning voor een gebeurtenis die nog moet komen. Deze gebeurtenis wordt als dreigend ervaren, maar heeft nog geen vaste vorm, zoals bij fear wel het geval is.

Met anxiety kunnen mensen vaak moeilijker omgaan, omdat het als onvoorspelbaar en oncontroleerbaar wordt ervaren en het een vasthoudend karakter heeft.

Het is niet makkelijk om fear en anxiety uit elkaar te halen, of vast te stellen wanneer de fear over gaat in een anxiety. Meestal is het zo dat anxiety na fear komt, maar andersom is ook mogelijk. Om het nog wat moeilijker te maken, termen als sociale fobie en sociale angst worden vaak gebruikt voor hetzelfde psychologische probleem. En de term anxiety wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld de angst uit te drukken bij het spreken voor een groot publiek, terwijl de reden voor de angst hierbij wel degelijk identificeerbaar is.

Er zijn twee aannames over het verschil tussen fear en anxiety. De eerste aanname is dat anxiety gereduceerd kan worden tot fear. De tweede aanname is dat fear beter te behandelen is dan anxiety. Het idee is dat wanneer de oorzaak van anxiety achterhaald wordt, dit kan worden teruggebracht tot fear. Omdat fear als beter te beheersen wordt ervaren wordt het reduceren van anxiety naar fear vaak gezien als een progressieve stap in het behandelproces.

Een belangrijk verschil tussen anxiety en fear is dat er ook positieve kanten aan fear verbonden zijn. Sommige mensen zijn er op uit om een fear reactie te krijgen, zoals bij extreme sporten, een rit in een achtbaan, of het kijken naar een hele enge film. Hoewel deze verhoogde arousal in zowel anxiety als fear voorkomt, is de vorm van de arousal anders en nog niet helemaal begrepen.

Hoewel er dus heel wat verschillen zijn tussen anxiety en fear, zijn er ook een aantal overeenkomsten tussen deze twee. Deze overeenkomsten zijn: verwachting van gevaar, een gespannen bezorgdheid, een gevoel van onbehaaglijkheid, verhoogde arousal, negatieve gevoelens, toekomstgericht en fysieke gewaarwordingen.

Wat is de de aard van fear?

Sommige mensen hebben niet het vermogen of de wil om hun fear te herkennen en hieraan toe te geven, dit is bijvoorbeeld te zien bij militairen tijdens oorlog, of bij mannen die denken dat hun fear niet sociaal geaccepteerd wordt. Je hoeft bijna niemand te vertellen wanneer hij/zij bang (fear) voor iets is, maar anxiety hoeft niet altijd opgemerkt te worden door de persoon zelf. Dit omdat de gevoelens van anxiety zo vaag zijn. De persoon heeft het dan pas door wanneer iemand anders zijn aandacht hierop vestigt. Hetzelfde geldt voor de buitenwereld: fear is vaak duidelijk voor omstanders door lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen. Anxiety is voor buitenstaanders echter moeilijk op te maken uit observaties.

Fear heeft drie componenten waarmee het te onderscheiden valt van anxiety:

  1. de subjectieve ervaring van dreiging,

  2. fysiologische reacties op deze dreiging (trillen, zweten, en hartkloppingen),

  3. bepaalde gedragingen om de bedreigende situatie te vermijden of zo snel mogelijk te verlaten, of om het gevoel van vrees kwijt te raken.

Niet iedereen hoeft deze componenten te ervaren, sommige mensen zullen bijvoorbeeld wel een subjectieve ervaring van fear hebben, maar zullen niet gaan trillen, en weer andere mensen zullen niet wegvluchten of gaan vermijden.

Bij het ontwikkelen van effectieve behandelingen voor angst zijn er een aantal problemen, bijvoorbeeld dat er wel een verbetering te zien is in het gedrag van de persoon, maar dat de persoon geen verbetering rapporteert, omdat de subjectieve ervaring van de angst nog wel aanwezig is. Ook kan het zo zijn dat de fysiologische reacties verdwenen zijn, maar dat de persoon blijft klagen over extreme angst. De meest gebruikelijke volgorde van veranderingen in de componenten van angst is eerst een vermindering in de fysiologische reacties, daarna een verbetering in het gedrag en als laatste een verbetering in de subjectieve ervaring.

Methodes die gebruikt kunnen worden om angst te meten zijn: zelfrapportage, een gedragsbenadering test, beoordelingen door externe observatoren en fysiologische metingen. Het beste is om niet op één meting af te gaan, zodat fouten in observaties kunnen worden voorkomen. Er kan zo ook rekening gehouden worden met factoren als overdrijven van de persoon zelf of het niet eerlijk aangeven wanneer de angst toeslaat. Mensen scoren hun fear op zelfrapportages vaak hoger in dan bij experimenten, het enkel afgaan op zelfrapportages is daarom geen betrouwbare indicatie van het eventuele probleem.

Een laatste belangrijke term binnen fear is de term ‘courage’. Dit is de mogelijkheid van iemand om ondanks de ervaren fear door te blijven gaan en niet de situatie te ontvluchten of te vermijden.

Wat valt onder fobieën en geconditioneerde angst? - Chapter 6
Wat is de rol van risico en veerkracht in de ontwikkeling? - Chapter 19

Wat is de rol van risico en veerkracht in de ontwikkeling? - Chapter 19

Risico is gedefinieerd als de stressoren die een bewezen of een verondersteld effect hebben op de toenemende waarschijnlijkheid van een slechte aanpassing in kinderen, zoals armoede, mishandeling en families die uit elkaar vallen.

Veerkracht komt voor wanneer kinderen positieve uitkomsten ervaren ondanks dat zij veel risico lopen. Voor veerkracht moet er twee voorwaarden bestaan: blootstelling aan een dreiging of erge tegenspoed en het behalen van een positieve aanpassing. Veerkracht is hierdoor een ontwikkelingsproces.

Historische achtergrond

Het begin van het gebruik van veerkracht in onderzoek is te vinden bij onderzoek naar personen met psychopathologie. Hierbij is het onderzoek van Norman Garmezy en zijn collega’s erg belangrijk (1940-1950). Toen hij wilde onderzoeken hoe het met de kinderen van ouders die een zware mentale stoornis hadden ging bleek dat het heel goed met hen ging. Hierna is hij de competentie van kinderen gaan onderzoeken.

Ook een onderzoek in Hawaii waarbij bij de populatie kinderen zaten die meer dan 4 risicofactoren hadden, zoals armoede bleek dat zij het goed deden in hun ontwikkeling en hadden ze geen psychologische problemen. Deze groep had dan ook meer middelen, zoals een goed temperament en positief ouderschap om zich goed te ontwikkelen.

Onderzoeken zoals degene die net genoemd zijn veranderden de visie op psychopathologie die eerst deterministisch was.

Risicofactoren

Risicofactoren bevatten catastrofale gebeurtenissen, zoals oorlog, natuurrampen, familietegenslagen zoals rouw en een scheiding en economische situaties, zoals armoede en blootstelling aan een negatieve omgeving, zoals arme buurten (op blz. 617 in figuur 19.1 staan meer voorbeelden van risicofactoren voor kinderen). Risicofactoren zijn een dreiging doordat het kind achtergesteld wordt op het gebied van de basisbehoeften zoals fysieke levensonderhoud en bescherming, emotionele veiligheid en hechting, en sociale interacties. De risico’s waar een kind aan blootgesteld wordt verschild ook per leeftijd. Jonge kinderen zijn nog erg afhankelijk van anderen en zijn hierdoor ook gevoeliger voor tegenslagen. Het is echter minder waarschijnlijk dat deze kinderen last hebben van risico’s in hun sociale omgeving, omdat ze dit nog niet kunnen begrijpen. Voor adolescenten is dit echter wel een groot risico, omdat zij dit wel allemaal kunnen begrijpen.

Ouderlijke rouw

De dood van een ouder is één van de meest traumatiserende gebeurtenissen voor kinderen. Dit staat voor een permanent verlies en scheiding van een primaire verzorger. Dit kan versterkt worden door stressoren zoals herstructurering van de familie, nieuwe verwachtingen van het gedrag van het kind, verdriet van de ouders en herinnering aan de dood van de ouders. Toch zijn de effecten geringer dan wanneer de ouders scheiden.

Scheiding en conflicten tussen ouders

Scheiding verhoogt het risico op psychologische, gedrags-, sociale en academische problemen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen minder succesvol zijn dan kinderen uit tweeoudergezinnen. De risico’s zijn het grootst voor kinderen van gescheiden ouders waar er sprake is van veel conflict, het verlies van contact met één ouder, problemen met de mentale gezondheid van ouders, minder economische stabiliteit, en ouders die meerdere andere huwelijken of relaties aangaan. Hoewel de intensiteit van deze problemen afneemt blijven de problemen zichtbaar tot in de jonge volwassenheid. Ook is er sprake van de intergenerationele cirkel van moeilijkheden in relaties met anderen. Dit betekent dat kinderen van gescheiden ouders meer kans hebben op problemen met familie, in intieme relaties, in hun huwelijk en op het werk. Deze kinderen scheiden vaker, ze zijn minder tevreden over hun leven en hun welbevinden is minder. Dit geldt echter niet voor alle kinderen van gescheiden ouders. Veerkracht speelt hierbij een grote rol.

Misbruik en mishandeling

Mishandelde kinderen laten weinig veerkracht zien, omdat hun omgeving zo erg afwijkt van kinderen met een normale ontwikkeling. Mishandeling komt ook vaak samen voor met andere risicofactoren, zoals veel conflicten tussen ouders, psychopathologie van de ouders, drugsmisbruik van ouders en armoede. Het gebrek aan protectieve factoren maakt de zaak lastiger. Hoe ouder de kinderen zijn en hoe korter de mishandeling heeft plaatsgevonden des te meer er sprake kan zijn van veerkracht.

Psychologische problemen bij ouders

Mentale gezondheidsproblemen en drugs/alcoholmisbruik zijn ook gekoppeld aan verschillende gedrags-, sociaal-emotionele en cognitieve problemen bij kinderen. Veel van deze kinderen hebben dubbele risico’s, omdat er nog andere problemen zijn zoals financiële problemen, stressvolle gebeurtenissen en psychologische problemen.

Veel van de studies naar psychologische problemen bij ouders hebben zich gericht op depressie van de moeder, omdat het bij vrouwen vaker voorkomt. Bevindingen laten zien dat kinderen van deze moeders meer risico lopen op moeilijkheden. Zo is het risico ook veel groter voor depressieve kinderen waarvan de ouders ook depressief waren, dan kinderen die geen depressieve ouders hadden. Hierbij zijn de non-genetische kenmerken betere voorspellers. Het gedrag van de ouders en wat ze overbrengen aan de kinderen is dus het belangrijkst. Over erfelijkheid is weinig bekend. Verder blijkt het opvoedgedrag heel belangrijk te zijn. Zo blijkt dat depressieve moeders meer negatieve en vijandige gedragingen, minder positieve gedragingen en meer negeren laten zien tegenover hun kinderen. Vaak is het bij de jonge kinderen het ergst en komt depressie bij de moeder vaak voor als de kinderen jong zijn.

Socio-economische risicofactoren

Jeugd inkomen armoede (child income poverty) komt voor wanneer kinderen in een familie opgroeien wiens inkomen beneden het niveau ligt wat nodig is om het minimale aan basisuitgaven te bekostigen. Dit zorgt voor een verhoogd risico op negatieve uitkomsten voor het kind. Zo heeft armoede erge effecten zoals een slechte fysieke gezondheid, lagere academische prestaties en schoolprestaties en bereiken ze minder en hebben ze vaker sociale emotionele en gedragsproblemen. Hier geldt ook weer dat hoe jonger het kind is, hoe erger de gevolgen.

Een ander gebied wat veel onderzocht is, is een lage sociaaleconomische status van de ouders en laagopgeleide ouders. Hierbij zijn een lagere opleiding en een groter gezin risicofactoren, omdat er minder expertise en aandacht is. Verder blijkt dat de effecten van laagopgeleide ouders tegenover ouders met een laag inkomen verschillen met de uitkomsten van het kind. Verder blijken er veel verschillen te zijn. Zo zou een interventie gericht op het inkomen van het gezien wel externaliserende problemen kunnen oplossen, maar geen internaliserende.

Stressvolle gebeurtenissen in het leven

Er zijn veel gebeurtenissen die als stressvol worden ervaren. Zo kan het gaan om een verhuizing, maar ook om de dagelijkse irritante en vervelende gebeurtenissen. Dit heeft het meeste effect op de ouders, maar deze gebeurtenissen kunnen ook het welbevinden van kinderen beïnvloeden. Zo blijkt dat deze gebeurtenissen voor emotionele problemen kunnen leiden. Zo is gebleken dat meisjes die meer stressvolle gebeurtenissen meemaakten meer psychologische problemen hadden zoals depressie. Verder is gebleken dat deze hoge niveaus van stress ook lichamelijke gevolgen hadden. Het bleek dat de lichamen van kinderen die tijdens hun vroege kindertijd veel stress hadden meer moeite hadden met het adequaat reageren op stress.

De sociale context van kinderen

Kinderen die in arme buurten wonen lopen meer risico op het ervaren van moeilijke omstandigheden. Zij leven vaker in woningen die onvoldoende zijn, hebben minder toegang tot goede scholen en andere sociale middelen en worden vaker blootgesteld aan delinquente leeftijdsgenoten en meerdere gewelddadige gebeurtenissen. Hierbij bleek in Amerika dat deze kinderen het risico liepen op internaliserende problemen. Een Britse studie daarentegen liet zien dat zowel de buurt als de familie een voorspeller was voor externaliserende problemen.

Mechanismen in de maatschappij

De grotere sociale context is ook erg belangrijk. Hierbij kan gedacht worden aan discriminatie, racisme en vooroordelen die het leven van kinderen negatief kunnen beïnvloeden. Racisme en etnische discriminatie worden gekoppeld aan minder waargenomen controle, angst en frustratie. Ook blijkt dat leraren vaak lagere verwachtingen hebben van deze kinderen. Dit zou het onderpresteren van kinderen van een etnische minderheid kunnen verklaren.

Catastrofale evenementen

Hierbij kan gedacht worden aan oorlog, extreme deprivatie en natuurlijke rampen. Kinderen zijn vaak niet in staat om de consequenties van zulke catastrofes in te zien. Hierbij kan gedacht worden aan het verliezen van geliefden en het getuige zijn van wreedheden. Deze kinderen kunnen echter wanneer ze in andere omgevingen geplaatst worden weer normale levens leiden.

Het meten van risico

Het onderzoek van risicofactoren is verplaatst van aparte factoren naar het onderzoeken van meerdere factoren tegelijk, omdat deze risicofactoren vaak geclusterd zijn. Het onderzoek van risicofactoren verschilt van het onderzoek naar mogelijke oorzaken, omdat het meer probabilistisch is in plaats van deterministisch. Verder is gebleken dat één risicofactor op zichzelf niet voor grote problemen zorgt: het is meer een geschiedenis van risicofactoren die voor moeilijkheden zorgen.

Accumulatie van risico

Cumulatieve risicomodellen zijn opgesteld om meerdere risicofactoren te onderzoeken. In het model van Rutter worden individuele karakteristieken en de kwaliteit van de omgeving samengenomen. Elke risicofactor wordt in één van deze groepen ingedeeld en er wordt gekeken of deze aanwezig of afwezig is. Dit leidt tot de cumulatieve risicotheorie die stelt dat de som van risicofactoren in plaats van een enkele risico factor leidt tot disfunctioneren, omdat het de adaptieve kwaliteiten van een individu overweldigt. Hierbij wordt dus ook gesteld dat één risicofactor niet belangrijker is dan de andere. Ook is hierbij de hoeveelheid risicofactoren belangrijker dan hoe zwaar één risicofactor meeweegt.

Uit onderzoek blijkt dat hoe hoger de hoeveelheid aan risicofactoren, des te slechter de ontwikkelingsuitkomsten zijn. Uit een onderzoek van Rutter waarin hij de risicofactoren echtelijke nood, lage sociaaleconomische status, grote familie, criminaliteit van de ouders, psychiatrische stoornis van de moeder en plaatsing van het kind in de pleegzorg bekeek, blijkt dat niet één individueel risicofactor de uitkomsten van de kinderen bepaalde, maar de som van risicofactoren dit wel deed. Deze hoeveelheid aan risicofactoren voorspelde dan ook een diagnose van een stoornis.

Ook in een onderzoek van Sameroff, die naar tien risicofactoren keek, bleek dat hoe meer risicofactoren des te slechter de cognitieve en mentale gezondheidsuitkomsten. Hierbij waren de kinderen met meer risicofactoren vaker afwezig op school, scoorden zij lager op school en hadden ze vaker een lager IQ. Het verschil tussen de kinderen met en zonder de risicofactoren bleek ook te vergroten over de tijd.

Specifieke risico’s

Een nadeel van de cumulatieve aanpak is dat het aanneemt dat elke risicofactor net zo zwaar weegt en dat ze met elkaar te vergelijken zijn. Hoewel de som van risicofactoren zwaarder weegt dan één risicofactor is de impact van verschillende risicofactor verschillend. De vraag of de kwaliteit of kwantiteit van risicofactoren het belangrijkst is voor kinderen werd ook onderzocht door Sameroff et al. Zij concludeerden dat kwantiteit het belangrijkste was bij het voorspellen van uitkomsten voor kinderen en dat de combinatie van risicofactoren hierbij niet uitmaakte. Een ander onderzoek gebruikte de Strengths and difficulties questionaire (SDQ) om te kijken wat zwaarder woog. Ook hier werd gevonden dat de hoeveelheid risicofactoren belangrijker was dan de individuele type risicofactoren. Tijdens dit onderzoek is er ook gebruikt maakt van de adverse life events scale die stress in het leven meet. Uit deze meting kwam hetzelfde resultaat.

Andere onderzoeken hebben dezelfde resultaten gevonden: het aantal risicofactoren weegt zwaarder dan individuele risicofactoren.

Equifinaliteit en mulitifinaliteit

Verder onderzoek heeft bewezen dat één bepaalde risicofactor kan leiden dat meerdere uitkomsten voor het kind. Dit wordt multifinaliteit genoemd. Daarbij kan de uitkomst voor een kind beïnvloed worden door meerdere risicofactoren. Dit wordt equifinaliteit genoemd.

Niveaus van risico’s

Uit onderzoek is gebleken dat de hoeveelheid emotioneel en gedragsproblemen verschilde per buurt waarin de kinderen woonden. Veel van deze verschillen konden verklaard worden de sociaaleconomische status van de buurten: hoe lager de sociaaleconomische status des te meer problemen. Toen er echter gecontroleerd werd voor sociaaleconomische status bleek dat de familie erg belangrijk was.

Protectieve en kwetsbaarheidsfactoren

Bij kinderen die slagen in het leven ondanks risicofactoren is er sprake van protectieve factoren die compenseren voor de moeilijkheden in hun leven. Protectieve factoren zijn eigenschappen van personen, omgevingen, situaties en gebeurtenissen die leiden tot positieve aanpassing bij tegenslagen. Daarnaast bestaan er ook nog kwetsbaarheidsfactoren. Deze zijn samen met protectieve factoren te plaatsten op een construct waarbij protectieve factoren aan de ene kant staan en kwetsbaarheidsfactoren aan de andere kant. Hierbij zijn de protectieve factoren de positieve kant (bijv. een warme opvoeding) en de kwetsbaarheidsfactoren de negatieve kant (bijv. ouders die heel koud zijn tegen hun kinderen).

Garmezy heeft drie variabelen gevonden die werken als protectieve factoren: 1) persoonlijke karakteristieken van het kind zoals sekse, intelligentie en persoonlijkheidskenmerken; 2) karakteristieken van de familie zoals warmte, gezinscohesie en structuur; en 3) externe ondersteuningssystemen zoals leeftijdsgenoten en school (in tabel 19.2 op blz. 630 zijn meer voorbeelden van protectieve factoren te vinden). Hierbij moet wel geconcludeerd worden dat niet alle protectieve factoren voor verschillende kinderen hetzelfde zijn. Sommige omstandigheden vragen om andere dingen. Zo is een autoritatieve opvoeding goed voor kinderen in de middenklassen, maar voor kinderen in minder goede buurten is waarschijnlijk meer controle van de ouders nodig.

Persoonlijke karakteristieken

Persoonlijke karakteristieken die als protectieve factoren werken zijn zowel genetische factoren als factoren zoals geslacht, intelligentie, temperament en persoonlijkheidskenmerken. Zo bepalen persoonlijkheidskenmerken hoe het kind op een bepaalde situatie reageert: sommige kinderen zullen er meer moeite mee hebben dan anderen.

Andere onderzoeken hebben aangewezen dat geslacht invloed heeft op de manier waarop kinderen op tegenslagen reageren. Zo wordt er gesuggereerd dat meisjes minder gevoelig zijn voor emotionele en gedragsproblemen dan jongens wanneer zij blootstaan aan stress in de familie. Hier werd aan toegevoegd dat men dacht dat jongens een groter risico liepen op deze problemen in deze situatie. Mogelijke verklaringen zijn dat jongens vaker blootstaan aan stress in de familie, omdat ouders sneller ruziemaken in hun bijzijn. Ook gaan jongens sneller naar andere zorg dan meisjes wanneer een gezin uit elkaar gaat. Het kan dus zijn dat meisjes minder blootstaan aan de risico’s dan jongens. Deze effecten blijken tegenwoordig minder te worden door de betrokkenheid van de vader en met de leeftijd.

Intelligentie als protectieve factor heeft veel verschillende resultaten met zich mee gebracht. Soms bleek het voor kinderen met enkele risico’s inderdaad een protectieve factor, maar bij meerdere risicofactoren niet meer. Anderen stelden dat het vooral voor jongere kinderen een protectieve factor is. Anderen stellen dat het vooral om de taalcapaciteiten van het kind gaat. Wanneer er niet naar academische capaciteiten gekeken wordt blijkt dat algemene capaciteiten van het kind wel een protectieve factor is op sociaal, emotioneel en gedragsniveau.

Ook temperament kan als protectieve factor dienen. Wanneer kinderen een makkelijker temperament hebben: sociaal responsief zijn en humor hebben blijkt dit het kind te beschermen tegen tegenslagen. Zo zouden deze kinderen door hun temperament ook positievere reacties uitlokken. Hierbij is een negatiever temperament ook een risicofactor.

Andere protectieve factoren zijn de waargenomen locus of control, zelfvertrouwen en copingstijl. Hierbij zijn een interne locus of control (dus weten dat succes en falen komt door hun eigen eigenschappen en acties), meer positief zelfbeeld en een gezonde manier van omgaan met problemen protectieve factoren voor problemen op het gebied van gedrag, mentale gezondheid en emotionele gezondheid.

Verder bleek dat kinderen die een sterke etnische identiteit hadden minder problemen lieten zien dan kinderen die een wat zwakkere etnische identiteit hadden.

Karakteristieken van de familie

Bij familie karakteristieken zijn deze in te delen in proximale factoren zoals de interacties tussen de ouder en het kind en distale factoren zoals de financiële status en educatie van de ouders. Veilige hechting speelt hier een belangrijke rol. Veilige hechting bevat een responsieve, ondersteunende, gestructureerde en affectieve stimulerende relatie tussen ouder en kind. Veilige hechting leidt tot positieve uitkomsten en is vooral belangrijk bij tegenslagen. Het helpt bij een positieve zelfwaarde en helpt bij de capaciteiten van kind met betrekking tot het aanpassingsvermogen, copingstrategieën, probleemoplossingsmogelijkheden en sociale competentie.

Daarnaast is de manier van opvoeden belangrijk. Hierbij geeft een autoritatieve opvoeding de beste uitkomst door de warmte en steun die het aan het kind geeft. Hierbij is de hechtheid van het gezin ook erg belangrijk.

Distale protectieve factoren zijn een beter inkomen van het gezin en een hogere educatie.

Externe ondersteuningssystemen

Belangrijke externe ondersteuningssystemen zijn vrienden. Wederkerige, positieve vriendschappen kunnen positief zijn voor het zelfvertrouwen en emotionele steun. Op het academische gebied zijn vrienden die dit ondersteunen en belangrijk vinden ook belangrijk.

Ook een goede zorg is een positieve factor. Zo hadden kinderen die op een vroegere leeftijd naar een kinderdagverblijf gingen positievere uitkomsten op het gebied van taal als zij uit een gezin met weinig geld kwamen.
Ook een ondersteunende leraar kan veel positieve effecten opleveren, omdat zij het kind de steun kunnen geven die het nodig heeft.

Daarnaast kan ook de gemeenschap van het kind veel positiefs meebrengen. Sociale steun van buren en veel betrokkenheid met elkaar is een protectieve factor. Ook kinderen die aan activiteiten van organisaties na school meededen is beschermend.

Theoretische modellen van risico en veerkracht: moderator

Veel protectieve factoren hebben alleen een effect als er tegenslagen zijn in het leven van het kind, maar zijn ze niet extreem belangrijk als deze tegenslagen er niet zijn. Protectieve en kwetsbaarheidsfactoren moeten dus een interactieve relatie hebben met een risicofactor. Het kan dus per situatie verschillen. Deze interactieve relatie wordt ook wel beschreven aan de hand van een moderator. Een voorbeeld van zo een interactie is dat wanneer een kind een hoog risico loopt, maar zich in een omgeving begint met een hoge kwaliteit van zorg dit zorgt voor een betere cognitieve ontwikkeling dan bij kinderen die een hoog risico lopen in een omgeving met een slechte kwaliteit zorg.

Belangrijkste effecten modellen

Deze modellen onderzoeken veerkracht en de factoren die de uitkomsten van kinderen bepalen bij risicofactoren. Hierbij kan een homogene groep of een heterogene groep gebruikt worden. Bij een homogene groep worden de risicofactoren vastgesteld door te kijken welke kinderen zich positief aanpassen en welke niet en hoe deze twee groepen overeenkomen. Bij een heterogene groep wordt er gekeken welke factoren positieve uitkomsten voor iedereen bieden. Hier kan dus gekeken worden welke factoren zouden kunnen helpen bij kinderen met moeilijkheden die andere mensen in de maatschappij ook hebben.

Mediator effecten modellen

Deze modellen laten de paden zien op welke manier sommige risicofactoren tot bepaalde uitkomsten leiden. Deze modellen kijken dan ook naar tussenliggende factoren. Er zijn bij deze modellen twee mogelijkheden: de mediator verslecht de uitkomsten of verbetert ze.

Zowel mediator als belangrijkste effectenmodellen zijn interessant voor onderzoek. Alleen het moderator effecten model kan echter de interactieve aard van risico en protectieve factoren verklaren.

Ontwikkelingsuitkomsten: Competentie en onaangepastheid

De focus van onderzoek naar veerkracht is de laatste jaren veranderd van onderzoek naar onaangepastheid naar positieve psychologie. Zo is bijvoorbeeld sociale competentie onderzocht (het voldoen aan sociale verwachtingen) in combinatie met veerkracht. Hieruit bleek dat kinderen die het op één domein goed deden het op een ander domein vaak alsnog minder deden (bijv. academisch en internaliserende/externaliserende problemen). Hierdoor is er geconcludeerd dat veerkracht niet meer door één domein van sociale competentie bepaald mag worden, maar dat het door meerdere bepaald moet worden.

Verder bleek dat kinderen die competent gedrag lieten zien op een bepaald moment in de ontwikkeling hierdoor beschermd werden op een later tijdstip. Helaas klopt het omgekeerd ook. Niet competent gedrag kan leiden tot meer problemen.

Interventies

Veel interventies gebruiken tegenwoordig veerkracht. Deze zijn ook meer gezien vanuit een ontwikkelingsperspectief, omdat het erop gericht is de ontwikkeling van het kind op zo een positief mogelijke manier te laten verlopen. Er zijn hierbij drie verschillende programma’s. De risico-gecentreerde programma’s richten zich op de poging tot het reduceren van risico’s. De troef-gecentreerde programma’s richten zich erop om ervoor te zorgen dat de positieve aspecten in het leven van een kind een betere kwaliteit en kwantiteit krijgen. De proces georiënteerde programma’s proberen de meest belangrijke aanpassing systemen van kinderen te verbeteren zoals belangrijke relaties, functioneren op intellectueel gebied en zelfregulatie systemen.

Durf hebben: leren of versterken

       

 

  

   Meer competenties of contenties checken

 

Partners: coaching selectie

Partnerselectie: Advies & Persoonlijke Ontwikkeling

Empathie Plus

Empathie Plus is een adviesbureau onder leiding van Joop Stroes. Ze bieden coaching op maat voor individuen en teams. Met gebruik van de bekende Kolbe™ Assessment worden niet alleen je capaciteiten en talenten in kaart gebracht, maar krijg je ook inzicht in de wijze hoe je ze kan toepassen. Kolbe™-theorie en -toepassing brengt je natuurlijke talenten in beeld, waardoor je de mogelijkheid krijgt om op maximale capaciteit te werken.

Psycholoog op Afstand

Waar ook ter wereld oline psychische hulp en therapie via facetime, skype, chat en mail. Persoonlijk en discreet, met je eigen online psycholoog. Behandeling bij uiteenlopende psychische klachten.
De aangesloten psychologen en hulpverleners spreken Nederlands en zijn gespecialiseerd in verschillende vakgebieden.
Zij werken in of vanuit o.a. Australië, Costa Rica, Curaçao, Dubai, Italië, Kroatië, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Suriname en de USA.

Studiekeuze Jong Talent & De Frisse Kijk

De Frisse Kijk is de organisatie van Eva Ouwerkerk. Deze ervaren coach heeft zich gespecialiseerd in studiekeuze, motivatietraining en loopbaanbegeleiding. Gestart als journalist van informatieve programma’s is zij op zoek gaan naar de essentie van thema’s. Zij is deskundig in formeel leren, en gespecialiseerd in sociaal en informeel leren. Zij faciliteert het leren en ontwikkelen bij jong en laat talent.

 

Ikzoekloopbaanbegeleiding.nl

Het kan zijn dat je op een bepaald moment in je leven vastloopt tijdens je loopbaan. Of wellicht heb je te maken met (gedwongen) ontslag. Ook kan het voorkomen dat je vanwege je ziekte of beperking niet meer je huidige beroep kunt uitoefenen. Professionele loopbaanadviesbureaus op het gebied van loopbaanbegeleiding, outplacement en re-integratie kunnen hierin ondersteuning bieden. Ikzoekloobaanbegeleiding.nl is het startpunt voor alle loopbaanadviesbureaus

JoHo: competentie begrijpen

"Een leven lang leren en studeren om de ervaringen die je tijdens je werk, je reizen of je vrije tijd opdoet, op een juiste plek te zetten, een logisch gevolg te gevenen tot zinvol leven te laten leiden"

 

= JoHo Contenties & Competenties

  • Contenties zijn die elementen (waarden) die leiden tot een tevreden leven, een tevreden groep of een tevreden maatschappij./ Het betreft elementen die een rol spelen bij de mate van tevredenheid die je als mens of als groep mensen (organisatie, familie) zou kunnen hebben. Deze elementen komen al sinds de oudheid in de literatuur voor. Ze worden aangemerkt als cruciale en bepalende elementen in het kader van geluk en tevredenheid.

  • Competenties (skills) zijn vaardigheden en eigenschappen die je kunt testen en opdoen tijdens je studie, je stage, je werk of bijvoorbeeld je reizen.De competenties vormen een serie handvatten op grond waarvan jij betere keuzes kunt maken en je carrière of levensinvulling dichter bij jezelf of je wensen kunt brengen.JoHo gaat er vanuit dat hoe beter jij je keuzes maakt, des beter dat in het algemeen ook voor een ander is.

  • Competenties  kunnen worden ingezet om Contenties te bereiken

  

Durf hebben: leren of versterken, waar en bij welke organisatie?
Type: 3.1. Activities & Jobs
Betrokken skills Land Activitype Crossroads
Werk als activiteitenbegeleider of hotelentertainer op een zonnige bestemming Spanje, Griekenland, Cyprus Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Entertainment & Eventorganisaties - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Entertainer & Eventmedewerker: stagelopen tot werken in het buitenland, Hotels & Guesthouses - JoHo Job Shop
Ben jij sportief? Er worden veel verschillende vacatures aangeboden voor werk in de sneeuw of op het water, van crew op een jacht tot ski- of snowboard instructeur. Australië Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Sport & Beweging - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Outdoormedewerker & Sportinstructeur: stagelopen tot werken in het buitenland
Dol op watersport en zon? Ga dan werken bij een reisorganisatie die diverse soorten zeilvakanties aanbiedt, en vacatures heeft op het gebied van horeca, sport & spel, toerisme en entertainment. Italië, Turkije, Australië, Bahama's, Belize, Griekenland, Kroatië, Maleisië, Sabah & Sarawak, Seychellen, Antigua en Barbuda, Grenada, Saint Vincent en de Grenadines, Europa Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Sport & Beweging - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Outdoormedewerker & Sportinstructeur: stagelopen tot werken in het buitenland
Ga werken als ski-instructeur, liftoperator, kinderkampinstructeurs en meer in een prachtig skigebied nabij Tahoe City Verenigde Staten Skischolen & Wintersport - JoHo Job Shop, Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Skileraar & Snowboardinstructeur: stagelopen tot werken in het buitenland
Ben jij goed in een bepaalde buitensport of in een typische kampactiviteit zoals kanoën, paardrijden of klimmen? Geef dan hierin les aan kinderen op een Amerikaanse summercamp Verenigde Staten Campings & Zomerkampen - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Campingmedewerker & Kampeercoach - stagelopen tot werk in het buitenland

Pages