Communiceren: leren of versterken

Vaardigheden en kwaliteiten die je meeneemt naar of uit het buitenland

 

JoHo toolshop

 

Aanmelden en inloggen om de hele pagina te kunnen lezen en gebruiken

Wil je alles op deze pagina kunnen lezen en gebruiken, meld je dan bij JoHo en log in.

Aanmelden bij JoHo

JoHo: crossroads uit bundel
JoHo: de 24 competenties die je nodig hebt voor een werk- en leefomgeving waar je blij van wordt

Durf hebben: leren of versterken
Integer zijn: leren en blijven
Leidinggeven: leren of versterken
Ondernemen: leren of versterken
Organisatiebewust zijn: leren of versterken
Professioneel handelen: leren of versterken

 

  Kennis & Oriëntatie

 

Wat wordt verstaan onder de competentie communiceren?

Wat wordt verstaan onder de competentie communiceren?

  • Communiceren is het helder en duidelijk kunnen overbrengen van ideeën en informatie en dit zodanig doen dat de essentie wordt begrepen. 
  • Je gebruikt daarbij bestaande communicatiemiddelen effectief. 
  • Communicatie kan op verschillende manieren worden toegepast, zoals mondeling en schriftelijk. Vaak is de wijze van communiceren afhankelijk van de situatie. 

Synoniemen & vormen

  • Mondelinge/schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid: mondelinge en schriftelijke communicatie zijn vormen van communicatie. Mondelinge communicatie hoeft niet altijd met woorden te zijn, maar dit kunnen bijvoorbeeld ook geluiden zijn. Intonatie (stemgebruik) is hierbij een belangrijk onderdeel. Schriftelijke communicatie kan bijvoorbeeld via de mail, via een brief of via een telefonisch tekstbericht. 
  • Non-verbale communicatie: een vorm van communicatie die snel vergeten wordt of waar men zich minder van bewust is. Via je lichaamstaal (houding) en gebaren kun je soms meer overbrengen dan in woorden. Denk aan een gezichtsuitdrukking die al veel kan zeggen, of een gebaar met je handen. Ook je kledingkeuze is een voorbeeld van (indirecte) non-verbale communicatie.
  • Presenteren is een vorm van mondelinge communicatie.
  • Gespreksvaardigheid is een synoniem.
Welke niveaus zijn te onderscheiden in ontwikkeling van de competentie 'communiceren'?

Welke niveaus zijn te onderscheiden in ontwikkeling van de competentie 'communiceren'?

 

De niveau's van communiceren

 

Niveau 1 - Luisteren en overbrengen

  • Je kunt een heldere en logische structuur in de informatie aanbrengen door vorm en opbouw; je bent to-the-point en je wijdt niet onnodig uit.
  • Je gebruikt taal die aansluit bij de boodschap en doelgroep, zonder onnodig vakjargon toe te passen. 
  • Mondeling: je spreekt rustig en duidelijk verstaanbaar (gelet op snelheid, volume, articulatie); je maakt hierbij effectief gebruik van woord, gebaar en andere hulpmiddelen.
  • Schriftelijk: je schrijft helder, beknopt en foutloos (gelet op woordkeuze, spelling, grammatica).
  • Je toont belangstelling en betrokkenheid en luistert actief naar anderen; je vraagt de ander naar zijn mening, advies en welbevinden.
  • Je blijft tijdens het geven van uitleg rustig en zeker, net zolang totdat de boodschap volledig bij de ander is overgekomen.

Niveau 2 - Effectief en efficiënt informatie zenden en ontvangen

  • Je presenteert je gemakkelijk en je legt contacten in verschillende sociale en multiculturele omgevingen.
  • Je kunt een betoog logisch opbouwen en je kunt de aandacht van anderen vasthouden.
  • Je toetst of de boodschap is overgekomen op doelgroep.
  • Je stelt je open voor overleg.
  • Je onderkent (non)verbale communicatie.

Niveau 3 - Zorg dragen voor een goed communicatieklimaat

  • Je hebt aandacht voor andermans behoeften, belangen, emoties en opvattingen en je kunt hierop anticiperen door je verbale en non-verbale communicatiestijl aan te passen.
  • Je kunt complexe onderwerpen begrijpelijk maken voor anderen.
  • Je stimuleert anderen tot helder communiceren.
  • Je bevordert de onderlinge communicatie.

Presenteren 

  • Je kunt je eigen visie, ideeën of mening helder, duidelijk en (zodanig) boeiend of enthousiasmerend overbrengen op anderen. 
  • Gedragskenmerken: je kunt op een adequate manier gebruik maken van leermiddelen zoals een overheadprojector, videoapparaat, flip-over, whiteboard e.d. en een logische opbouw toepassen (kop/romp/staart). Je kunt een samenhangend, helder betoog houden waarin hoofd- en bijzaken gescheiden zijn. Je weet de aandacht van de gesprekspartners te verkrijgen door (1) een kernachtig verhaal (2) het geven van afgestemde voorbeelden (3) een boeiende verteltrant (4) een enthousiaste houding te hebben. 

Gespreksvaardigheid

  • Het kunnen structureren, optreden en interveniëren van gesprekken en dit op een zodanige manier doen dat het beoogde resultaat op effectieve wijze wordt bereikt (synoniemen: luisteren). 
  • Gedragskenmerken: je toont vaardigheid in het luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD). – Je brengt structuur aan in het gesprek: inleiding, doel aanpak, kop/romp/staart, afsluiting – Je bereidt belangrijke gesprekken voor en zorgt dat je het doel en de gewenste aanpak kan aangeven.

 

Coaching, Keuzehulp & Advies

 

Coaching: hoe kan je 'Communiceren: leren of versterken' tijdens je reis, studie, stage of werk in het buitenland?
    Hoe kun je ‘communiceren’ herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

    Hoe kun je ‘communiceren’ herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

    Tijdens je reis

    • Als je op reis gaat, kom je er vanzelf achter hoe belangrijk goede communicatie is; je komt namelijk in een meestal onbekende omgeving terecht waar zowel de verbale als non-verbale communicatie anders is dan je gewend bent. Voor je op reis gaat is het goed om je hierin te verdiepen en wat kernwoorden en zinnen te leren die van toepassing kunnen zijn op reis. Daarnaast kunnen sommige gebaren die in je eigen cultuur gebruikelijk zijn op andere plaatsen als beledigend worden opgevat.
    • Voorbereiden op contact met de locals op reis is natuurlijk essentieel.
    • Daarnaast is het goed mogelijk dat je met een reisgezelschap onderweg bent, en daar is onderlinge communicatie ook van groot belang om de reis plezierig te laten verlopen. Bespreek met elkaar wat jullie wensen zijn, en wat je nodig hebt tijdens je reis. De ene persoon wil bijvoorbeeld constant bezig zijn, terwijl de ander het fijn vindt om soms een dagje uit te rusten. Wanneer je dit helder met elkaar bespreekt, ontstaat er minder miscommunicatie, kun je je makkelijker aan elkaar aanpassen en heb je samen een mooie reis.

    Tijdens je studie

    • Er komen steeds meer internationale studenten naar Nederland, waardoor je tijdens je studie vaker communiceert met studenten uit andere landen en culturen, bijvoorbeeld tijdens een werkgroep of een project. Dit is niet altijd even makkelijk aangezien iedere cultuur zijn eigen waarden, gedragsnormen en dus ook manier van communiceren heeft. Door samen te werken met mensen uit andere culturen leer je de verschillen kennen, hier op in te spelen en kun je zo effectiever communiceren.
    • Tijdens je studie is het goed mogelijk dat je soms in groepsverband moet werken. Goede onderlinge communicatie is hierbij van belang om dat proces effectief te laten verlopen; laat elkaar weten wat jij wilt bijdragen tijdens het project en maak duidelijke afspraken.
    • De kans is groot dat je tijdens je studie ook regelmatig voor een groep moet presenteren of je visie dient te verwoorden in een werkgroep. Gebruik je studietijd om te oefenen met presentatietechnieken. Veel studies bieden hier speciale lessen in. Realiseer dat veel mensen het spannend vinden om voor een groep te staan, maar veel oefenen helpt vaak om je er comfortabeler bij te voelen.
    • Je kunt ook overwegen om een TEFL-cursus of een taalcursus te volgen.

    Tijdens je werk

    • Tijdens je werk is het belangrijk om goed te communiceren, wat je functie ook is. Duidelijk laten weten wat jouw visie is, wat je plan is of wat je van anderen verwacht is essentieel voor een plezierige en effectieve werkplek. Het is daarbij van belang om na te gaan wat je wilt overbrengen en hoe je dat het beste kunt doen. Dat hangt dan ook af van naar wie je iets wilt door communiceren.
    • Wanneer je tijdens je werk tegen problemen aan loopt, op professioneel of persoonlijk gebied, is het van belang dat je hier goed over kunt praten met de aangewezen persoon. Laat weten wat je wensen zijn zodat de andere partij duidelijk weet wat er gaande is.

    Tijdens je vrijwilligerswerk of stage

    • Wanneer je vrijwilligerswerk of een stage doet, is het essentieel om van te voren en tijdens je werkzaamheden duidelijk te maken wat je eigen verwachtingen zijn van de tijd die je bij een organisatie doorbrengt, of wanneer je tegen problemen aan loopt. Wanneer jij en je werkgever helder kunnen communiceren halen jullie allebei het meeste uit de samenwerking.
    • Buiten het communiceren van verwachtingen of eventuele problemen, is het ook lonend om door te geven welke positieve ervaringen jij hebt meegemaakt tijdens je vrijwilligerswerk of stage. Evalueer dus regelmatig bij jezelf hoe jij je werk ergens ervaart, zodat je dat duidelijk kunt doorgeven wanneer dit aan de orde is.
    Hoe kan je je communicatievaardigheden en geprekstechnieken verbeteren of ontwikkelen?
    Hoe kan je je verbale en nonverbale communicatievaardigheden tijdens een sollicitatiegesprek verbeteren?

      

     

     

    Trainingen, Testen & Toepassingen

     

    Wat zijn de competenties en vaardigheden die je als marketingmanager of productmanager nodig hebt, of kunt leren?

    Wat zijn de competenties en vaardigheden die je als marketingmanager of productmanager nodig hebt, of kunt leren?

    Wat doet een marketingmanager of productmanager?

    • Een marketingmanager (of productmanager) is vaak de spin in et web.
    • Hij of zij is niet alleen een strateeg en coördinator maar is ook verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering.
    • Vaak is men omzet- en resultaatverantwoordelijk en maakt men deel uit van een strategieteam waarin ook vertegenwoordigers van de verkoop of productie zitten.

    Welke competenties en vaardigheden kan je als marketingmanager of productmanager goed gebruiken of leren?

    • Bepaalde creativiteit
    • Goede communicatieve en contactuele eigenschappen
    • Doelgerichtheid
    • Initiatief nemen
    • Prestatiegerichtheid
    • Goed analytisch vermogen
    • Zowel zelfstandig als in een team kunnen werken
    • Evenwichtighid
    • Gecalculeerde risico's kunnen nemen
    • Prioriteiten kunnen stellen
    • Kunnen motiveren en sturen
    • Kunnen plannen en organiseren

     

    JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen over cross-culturele communicatie

    JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen over cross-culturele communicatie

    Social Psychology and Organizations van De Cremer, Van Dick & Murnighan - Boek & JoHo's
    The psychology of prejudice and discrimination van Whitley - Boek & JoHo's
    Interculturele Communicatie van Nunez & Popma - Boek & JoHo's
    Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief van Claes & Gerrits - Boek & JoHo's
    Essentials of Negotiation van Lewicki, Saunders, Barry- Boek & JoHo's
    Uitgelichte samenvattingen rond culturen begrijpen & cross-culturele communicatie

    Uitgelichte samenvattingen rond culturen begrijpen & cross-culturele communicatie

     

    Culturen begrijpen

    Cultural Psychology van Heine - Boek & JoHo's

    • Dit boek bevat een hoop informatie over wat cultuur inhoudt, welke invloeden cultuur heeft op allerlei aspecten van het leven en hoe je dit met methoden vanuit de culturele psychologie kunt onderzoeken.

    Social Psychology and Organizations van De Cremer, Van Dick & Murnighan - Boek & JoHo's

    • In tegenstelling tot veel bedrijfskundige boeken die organisatiepsychologie als een middel voor het behalen van winst beschouwen, gaat dit boek uit van een psychologisch perspectief.
    • Het boek bespreekt op een genuanceerde manier hoe sociale psychologie van toepassing is binnen organisaties.
    • Het boek behandelt niet alleen de onderdelen die in veel andere boeken over organisatiepsychologie ook worden behandeld, zoals leiderschap en conflicten, maar maakt ook onderwerpen bespreekbaar die minder vaak worden behandeld: overmatig zelfvertrouwen, creativiteit en sociale identiteit.
    • Een apart hoofdstuk is gewijd aan de verbanden tussen creativiteit en cultuur.

    Lives across cultures: Cross-cultural human development - Boek & JoHo's

    • Grondige studie naar culturele overeenkomsten en verschillen in het ontwikkelingsproces en de uitkomsten van de ontwikkeling zoals dit tot uitdrukking komt in het gedrag van individuen en groepen.

    The psychology of prejudice and discrimination van Whitley - Boek & JoHo's

    • Dit boek legt uit hoe vooroordelen en discriminatie werken, welke vormen ervan bestaan, welke cognitieve processen eraan ten grondslag liggen en hoe je het tegen kunt gaan.

    Wat leer je van een lang verblijf in het buitenland?

    • Kort overzicht van wat je zelf kunt leren van een lang verblijf in het buitenland als je ervoor open staat.

    Cross-culturele communicatie

    Interculturele Communicatie van Nunez & Popma - Boek & JoHo's

    • Handboek over de basis van interculturele communicatie, behandelt onder andere universele waarden, culturele dimensies en cultuurshock.
    • Ook is er een hoofdstuk gewijd aan hoe je culturele synergie bereikt.

    Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief - Boek & JoHo's

    • Vergelijking van de culturele waarden van verschillende landen en werelddelen.
    • Dit boek geeft de werkelijkheid op een simplistische manier weer, maar het is bruikbaar als eerste inzicht in veelbesproken binaire tegenstellingen tussen culturen.

    Essentials of Negotiation - Boek & JoHo's

    • Handboek over onderhandelen, met onder andere een hoofdstuk waarin de meest besproken culturele verschillen aan bod komen.
    Uitgelichte samenvattingen rond Cross-culturele psychologie, gender en etniciteit

    Uitgelichte samenvattingen rond Cross-culturele psychologie, gender en etniciteit

     

    Cross-culturele psychologie

     

    Gender

     

     

    Verdieping en specialisaties binnen Cross-culturele psychologie, gender en etniciteit

     

    Aanverwante kennis & studiegebieden

     

    JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen over gesprekken en discussies

    JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen over gesprekken en discussies

    Drogredenen in discussies (7)

    Drogredenen in discussies (7)

    Discussieregels en drogredenen

    De oplossing van een meningsverschil kan door de verschillende partijen worden bemoeilijkt of verhinderd. Dit hoeft niet altijd met kwade bedoelingen te zijn. Door het gebruiken van drogredenen bemoeilijkt men de discussie al. Men overtreedt dan de discussieregels. Drogredenen zijn niet altijd even duidelijk of goed te herkennen.

    Er zijn tien regels voor argumentatieve discussies. Vijf worden besproken in dit hoofdstuk en vijf worden besproken in het volgende hoofdstuk. Deze tien regels zijn voorwaarden voor het oplossen van meningsverschillen, maar geen garantie.

    De vrijheidsregel

    De partijen mogen niet elkaar beletten om twijfel of standpunten naar voren te brengen in een discussie. Dit gebeurt in de confrontatiefase van de discussie. Beide partijen (protagonist en antagonist) kunnen zich hier schuldig aan maken.

    Drogredenen die beperkingen stellen aan een standpunt of aan twijfel zijn:

    • Een standpunt taboe verklaren.

    • Een standpunt heilig verklaren.

    • Aantasten van de vrijheid van handelen van de tegenpartij. Hieronder vallen de argumentum ad baculum (dreigen), argumentum ad misericordiam (een beroep doen op het medelijden van de tegenpartij of luisteraars) en argumentum ad hominem (een persoonlijke aanval naar de tegenpartij): een directe aanval (abusive) door iemand zwart te maken, een indirecte aanval (circumstantial) door iemands motieven zwart te maken of tu quoque (tegenstrijdigheden tussen daad en woord van degene die iets zegt).

    De verdedigingsplichtregel

    Een partij is verplicht zijn standpunt te verdedigen. Dit gebeurt in de openingsfase van de discussie door de protagonist. Hiertoe behoren:

    • Verschuiven van bewijslast: in een niet-gemengde discussie moet de antagonist aantonen dat het standpunt van de protagonist onjuist is. In een gemengde discussie moet alleen de tegenpartij zijn standpunt verdedigen.

    • Ontduiken van bewijslast: een standpunt als vanzelfsprekend presenteren, het persoonlijk instaan voor de waarheid/juistheid van het standpunt en het standpunt immuniseren voor kritiek.

    In een discussie moet de verdediging beginnen met het standpunt dat het makkelijkst te verdedigen is (billijkheidbeginsel). Het presumptiebeginsel houdt in dat alle partijen moeten deelnemen, niet slechts één partij.

    De standpuntsregel

    In een discussie moet de aanval van de tegenpartij betrekking hebben op het standpunt dat door de verdedigende partij naar voren is gebracht. Onder de standpuntsregel valt de drogreden van de stroman, deze is opgedeeld in twee categorieën.

    • Drogreden van de stroman: iemand een fictief standpunt in de schoenen schuiven. Onder dit gedeelte van deze drogreden vallen: het met nadruk je tegengestelde standpunt naar voren brengen, het maken van een fictieve tegenstander of het verwijzen naar opvattingen van de groep waarbij iemand hoort.

    • Drogreden van de stroman: het standpunt van iemand vertekenen. Hierbij worden standpunten uit hun context gehaald, zaken gesimplificeerd en zaken worden overdreven.

    De relevantieregel

    In een discussie mag je slechts je standpunt verdedigen door argumentatie naar voren te brengen die enkel betrekking heeft op je standpunt. Dit gebeurt door de protagonist in de argumentatiefase. Hiertoe behoren de volgende drogredeneringen:

    • Ignoratio elenchi / irrelevante argumentatie: de argumentatie slaat niet op het standpunt dat ter discussie slaat.

    • Non-argumentatie: het standpunt wordt niet door middel van argumentatie verdedigd maar door onder andere retorische vragen. Hieronder vallen de pathetische (op het gevoel van het publiek inspelen) en de ethische drogredenen/argumentum ad verecundium (met bezit de deskundigheid over een onderwerp niet, of de geclaimde deskundigheid is helemaal niet relevant voor de kwestie waar het in de discussie over gaat)

    De verzwegen-argumentregel

    In een discussie mag men zich niet zich aan de verantwoordelijkheden onttrekken die men heeft wat betreft de eigen verzwegen argumenten. Ook mag men niet de tegenpartij ten onrechte verzwegen argumenten toeschrijven. Dit gebeurt door beiden in de argumentatie fase. De volgende drogredenen horen hierbij:

    • Drogreden van het opblazen van wat verzwegen is: dit gebeurt door de antagonist. Hierbij wordt een argument ingevuld dat verder gaat dan waar de protagonist aan gehouden kan worden.

    • Drogredenen van het loochenen van een verzwegen argument: dit gebeurt door de protagonist. Dit is het ontkennen dat je gebruik hebt gemaakt van een verzwegen argument.

    Stamvragen

    • Wat is een drogreden?

    • Wat houdt de vrijheidsregel in?

    • Wat zijn de tien regels voor argumentatieve discussies?

    • Tot welke regel behoort de drogreden ‘een standpunt heilig verklaren’?

    • Bij welke regel is een partij verplicht zijn standpunt te verdedigen?

    • Als alle partijen verplicht zijn om deel te nemen aan de discussie, welk beginsel wordt dan toegepast?

    • Van welke drogreden is sprake wanneer er een beroep wordt gedaan op het medelijden van de tegenpartij?

    • Wat is de drogreden van de stroman?

    • Welke drogredeneringen behoren tot de relevantieregel?

    • Wat houdt ‘ignoratio elenchi’ in?

    • Wat houdt de verzwegen-argumentregel in?

    Hoe werkt het herkennen, begrijpen en spreken van taal? - Chapter 10

    Hoe werkt het herkennen, begrijpen en spreken van taal? - Chapter 10

    Voor cognitieve psychologen is een van de meest intrigerende menselijke vermogens het vermogen om taal te gebruiken. Steven Pinker (1994) beschrijft dit heel treffend: ‘Simply by making noises with our mouths, we can reliably cause precise new combinations of ideas to arise in each other’s minds’. De vraag die rijst is welke cognitieve processen er zijn betrokken bij het vermogen om taal te gebruiken. Veel cognitieve psychologen stellen dat het taalvermogen niet eenvoudigweg begrepen kan worden in termen van geheugen, redeneren en andere cognitieve processen; ze stellen dat het taalvermogen is gebaseerd op een relatief autonome set van vermogens die voornamelijk onafhankelijk van andere cognitieve processen functioneren. Hoe het taalsysteem werkt is vooral duidelijk geworden door het bestuderen van patiënten met taalstoornissen. Enkele belangrijke begrippen als het gaat om taal zijn:

    • Spraak is de gesproken vorm van taal. Het is een manier om linguïstische informatie over te brengen met de menselijke stem.

    • Syntax zijn de grammaticale regels van een taal. Deze regels bepalen de manier waarop woorden gecombineerd kunnen worden. Het is onafhankelijk van de betekenis van de zin.

    • Schrijven is een visueel systeem om de taal weer te geven. Er zijn verschillende schrijfsystemen, zoals alfabetisch, syllabisch of ideografisch/logografisch

    Hoe werkt het herkennen, begrijpen en spreken van taal? - Chapter 10

    Hoe werkt het herkennen, begrijpen en spreken van taal? - Chapter 10

    Voor cognitieve psychologen is een van de meest intrigerende menselijke vermogens het vermogen om taal te gebruiken. Steven Pinker (1994) beschrijft dit heel treffend: ‘Simply by making noises with our mouths, we can reliably cause precise new combinations of ideas to arise in each other’s minds’. De vraag die rijst is welke cognitieve processen er zijn betrokken bij het vermogen om taal te gebruiken. Veel cognitieve psychologen stellen dat het taalvermogen niet eenvoudigweg begrepen kan worden in termen van geheugen, redeneren en andere cognitieve processen; ze stellen dat het taalvermogen is gebaseerd op een relatief autonome set van vermogens die voornamelijk onafhankelijk van andere cognitieve processen functioneren. Hoe het taalsysteem werkt is vooral duidelijk geworden door het bestuderen van patiënten met taalstoornissen. Enkele belangrijke begrippen als het gaat om taal zijn:

    • Spraak is de gesproken vorm van taal. Het is een manier om linguïstische informatie over te brengen met de menselijke stem.

    • Syntax zijn de grammaticale regels van een taal. Deze regels bepalen de manier waarop woorden gecombineerd kunnen worden. Het is onafhankelijk van de betekenis van de zin.

    • Schrijven is een visueel systeem om de taal weer te geven. Er zijn verschillende schrijfsystemen, zoals alfabetisch, syllabisch of ideografisch/logografisch

    Hoe ziet het taalsysteem er uit?

    Een vraag die psychologen bezighoudt is welke processen betrokken zijn bij:

    • Het begrijpen van taal (spraak en lezen);

    • Het produceren van taal (praten en schrijven).

    De linguïstiek heeft inzicht verschaft in de verschillende niveaus van taal, en de systematische en de door regels geleide manier waarop het werkt. De volgende niveaus kunnen worden onderscheiden):

    • Fonetiek – de geluiden van spraak.

    • Fonologie – het geluidssysteem van een bepaalde taal.

    • Morfologie – woord formatie.

    • Syntaxis – de combinatie van woorden tot zinnen.

    • Semantiek – de betekenis van woorden en zinnen.

    • Rede (discourse) – wat uitstijgt boven individuele zinnen (verhalen, conversaties, etc.).

    Spraakgeluiden

    Het vakgebied van de fonetiek bestudeert het proces van de articulatie van spraak en de fysieke eigenschappen van spraak zoals geluidsgolven. Een foneem is een term die de kleinste klankeenheid uitdrukt die een verschil in betekenis kan uitmaken. Eenvoudige voorbeelden van fonemen in de Nederlandse taal zijn de /b/ in 'bak' en de /d/ in 'dak': de /b/ respectievelijk de /d/ zorgen er als enige voor, dat het woord een andere betekenis krijgt, dus zijn dit fonemen. Fonemen kunnen worden gecombineerd om woorden te vormen; elke taal heeft hiervoor zijn eigen regels.

    Visuele taal

    Gebarentaal is een visuele taal die normaal voorkomt in de dovencultuur. De handen worden hierbij gebruikt om linguïstische informatie uit te drukken. Het gezicht neemt hierbij de rol van prosodie en intonatie in gesproken taal over. Het zorgt voor het overbrengen van nadruk/klemtoon en emotie. Vaak worden verschillende vormen en bewegingen van de hand en vingers.

    Woorden

    Woorden (ook wel aangeduid als lexicale termen) benoemen dingen, mensen, abstracte concepten, gebeurtenissen en eigenschappen van objecten. Binnen woorden kunnen zogenaamde morfemen onderscheiden worden. Een morfeem is een deel van een woord met een eigen betekenis, dat niet in kleinere woorddelen met eigen betekenissen kan worden opgesplitst. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen vrije en gebonden morfemen. Een vrij morfeem komt ook als zelfstandig woord voor; een gebonden morfeem komt uitsluitend voor in combinatie met een of meer vrije morfemen. Gebonden morfemen die voor een vrij morfeem worden geplaatst, worden voorvoegsels of prefixen (prefixes) genoemd. Gebonden morfemen die achter een vrij morfeem worden geplaatst worden achtervoegsels of suffixen (suffixes) genoemd.

    Binnen de vrije morfemen kan onderscheid gemaakt worden tussen:

    • Grammaticale functiewoorden zoals “de” en “en”. Dit is een vaste set van woorden.

    • Inhoudswoorden die de uitdrukking geven aan de semantische inhoud. Aan deze groep kunnen nieuwe woorden worden toegevoegd, het verandert dus mee met de tijd.

    Het mentale lexicon ten slotte is de mentale opslag van woorden; elk woord heeft hierin een lexicale toegang en een specificatie van zijn betekenis, uitspraak en functie in de zin.

    Zinnen

    Woorden worden gecombineerd tot zinnen. De syntaxis (zinsbouw) omvat regels voor het in de juiste volgorde combineren van woorden en voor het toevoegen van verbuigingen aan het eind van een woord. Zinnen staan niet op zichzelf. Een zin sluit aan op een voorgaande en samen bouwen ze een verhandeling op. Taal is een sociale activiteit waardoor we in staat worden gesteld om te communiceren en gedachten te delen met andere mensen.

    Wat is de basis van psychologisch onderzoek naar taal?

    De psychologische studie naar taal wordt vaak aangeduid als psycholinguïstiek. De wetenschapper Chomsky heeft veel inzicht verschaft in het ingewikkelde taalsysteem. Een belangrijk inzicht van hem was dat mensen routinematig uitingen produceren en begrijpen die compleet nieuw voor hen zijn. Deze creativiteit impliceert dat taalgebruikers beschikken over een set van regels. Deze set van regels wordt aangeduid met grammatica.

    Chomsky stelde bovendien dat elke zin twee grammaticale klassen in zich droeg: een ‘surface structure’ en een ‘underlying structure’. Met de ‘surface structure’ wordt de vorm in woorden bedoeld; de ‘underlying structure’ duidt op de betekenis. Twee zinnen kunnen erg verschillen in ‘surface structure’, maar sterk overeenkomen in ‘underlying structure’, en omgekeerd. Zie hiervoor de voorbeeldzinnen op blz. 309/310. Een vraag die gesteld kan worden is of er een relatie is tussen de syntactische complexiteit van een zin en de moeite die het kost om een zin te verwerken. Onderzoek geeft aan dat het meer tijd kost om complexe zinnen te verwerken dan eenvoudigere zinnen; dit geldt echter alleen voor zinnen die omkeerbaar zijn (in de zin dat onderwerp en lijdend voorwerp kunnen worden omgewisseld, zonder dat er een onbegrijpelijke zin ontstaat). Niet-omkeerbare zinnen kunnen sneller worden verwerkt dan zinnen die omkeerbaar zijn.

    Voor gedragsonderzoek van taal is er begrip van de onderliggende cognitieve en linguïstische processen nodig. Dit kan worden gedaan aan de hand van onderzoek met taken, de lexicale beslissingstaak is hier één van. Bij dit experiment wordt de deelnemers een (meestal geschreven) doel item gegeven, vervolgens moet er worden besloten of het gaat om een bestaand woord of niet. Dit soort taken worden gebruikt om de hoeveelheid tijd die nodig is om de beslissing te maken te onderzoeken. Deze informatie geeft namelijk een indicatie over hoe het item wordt verwerkt.

    Hoe kunnen we gesproken en geschreven woorden herkennen?

    Om te begrijpen wat mensen zeggen is het vermogen om individuele woorden van een boodschap te herkennen van cruciaal belang, en dit proces gaat erg snel. Er is bewijs dat er aparte systemen bestaan voor gesproken en geschreven woordherkenning. Cognitieve psychologen zijn met name geïnteresseerd in de vraag welke processen zo’n efficiënte woordherkenning mogelijk maken. De voornaamste factoren die van invloed zijn op de efficiency van woordherkenning zijn:

    • Woordfrequentie. Hoogfrequent gebruikte woorden worden sneller herkend dan laagfrequent gebuikte woorden, dit zijn woorden die veel gebruikt worden;

    • Context. Hier komt het begrip ‘semantic priming’ om de hoek kijken; hiermee wordt bekeken of de betekenis van een voorgaand woord/zin invloed heeft op de herkenning van een daaropvolgend woord. Uit onderzoek blijkt dat ‘semantic priming’, en daarmee dus de context, van invloed is.

    • Bureneffect: hoeveel woorden kan je maken die 1 letter verschillen van het orginele woord. Hoe meer buren, hoe sneller het woord herkenbaar is.

    Het eerder aangehaalde begrip ‘mentale lexicon’ speelt een centrale rol bij verklaringen van het proces van woordherkenning.

    Luisteraars en lezers benaderen het lexicon elke keer als ze een woord horen of lezen. De vraag die rijst is hoe we zo snel toegang kunnen krijgen tot het betreffende woord in het lexicon. Hiertoe zijn twee typen modellen opgesteld:

    • Modellen van directe toegang: deze modellen gaan ervan uit dat elk item uit het lexicon apart kan worden benaderd en direct kan worden opgezocht. Een invloedrijk model van dit type is het zogenaamde ‘logogen model’ van Morton. Woord detectoren (logogens) monitoren bewijs voor zowel de stimulus als van de context ( dit is een passief proces); herkenning treedt op wanneer het bewijs van een bepaald woord de drempel van activatie overschrijdt. Een ander bekend model is het ‘cohort model’. Dit model was ontwikkeld in een poging om het proces van gesproken woordherkenning te kunnen verklaren. Het gaat uit van een sequentiële aard van woordherkenning: Gebaseerd op de initiële klank wordt een set van mogelijke woorden geactiveerd, vervolgens worden steeds meer items uit deze set verwijderd naarmate meer klanken van de input beschikbaar worden (dit is een actief proces).

    • Modellen van serieel zoeken: deze modellen gaan ervan uit dat de items in het lexicon een voor een langs worden gegaan, totdat het overeenkomt met de gezochte input.

    Spelling is een belangrijk onderdeel als het gaat om geschreven woorden. Regelmatige spelling (‘regular orthography’) is een schrijfsysteem waarbij er een directe correspondentie is tussen spraakgeluiden en letters. In het geval van onregelmatige spelling (‘irregular orthography’) zijn er minder consistente spelling naar geluid regels. Dit betekent dat de relatie tussen spraakgeluiden en letters meer variabel en meer ondoorzichtig is.

    De klassieke benadering in de cognitieve psychologie is controle te houden over zoveel mogelijk constante factoren en dan een factor in isolatie te manipuleren. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan als het gaat om de complexe processen die ter sprake komen tijdens woordherkenning. Onderzoekers kunnen ook onbewust de lijst van woorden beinvloeden (bias). Ten slotte is er naar voren gekomen dat er alleen multisyballic woorden worden gebruikt tijdens studies.

    Hoe kunnen we woorden begrijpen?

    Er bestaan vele theorieën over hoe de mens de betekenis van woorden begrijpen. In een modulair systeem wordt er gesteld dat semantische informatie wordt geëncodeerd in abstracte representaties. Het is nog niet duidelijk waar deze representaties uit bestaan, zijn het prototypes, hierarchieën van informatie of voorbeelden? Een theorie stelt dat semantische kennis is ingekapseld, er is sprake van een meer gedistribueerde kwaliteit van semantische representaties. De semantische representaties van woorden kunnen geassocieerd worden met sensorische motorische informatie. Het woord handschoen bijvoorbeeld kan visueel en gevoelsmatig (hoe het voelt om een handschoen aan te doen/hebben) voorgesteld worden. Concrete zelfstandige naamwoorden hebben meer sensorische associaties.

    Hoe werkt de lexicale toegang in taalbegrip?

    Verschillende factoren zijn van toepassing op het herkennen van woorden en er zijn een aantal modellen die onze mentale lexicon (alle woorden die we kennen) representeren. In het John Morton's Logogen Model bestaat elk woord uit een eenheid (unit), wat ook een 'logogen' wordt genoemd. Elke logogen representeert karakteristieken over een woord. Wanneer de perceptuele systemen binnenkomende woorden verwerken verhoogt de activiteit van het logogen. Contextueel bewijs kan deze activatie ook starten, als er namelijk een woord begint met 't' en dit wordt gezegd in een meubelzaak, zal het woord 'tafel' eerder geactiveerd worden dan 'titel' ookal beginnen beide woorden met een 't'.

    Een alternatief model is het cohort model van Marslen en Wilson dat zich gefocust heeft op de herkenning van gesproken woorden. Het model beschrijft hoe visuele en auditieve informatie wordt opgeslagen in de lexicon van een persoon. Wanneer een persoon woorden hoort zal elk woord segmenten activeren in de lexion die beginnen met dat segment. Als meerdere segmenten worden toegevoegd worden meer woorden weggestreept tot het woord gevonden wordt dat matcht met de informatie.

    Veel van de cognitieve modellen in deze samenvatting behoren of tot de 'connectionist', 'parallel-distributed modellen' of 'rule-based systemen'. Dit is het geval voor cognitieve – taalkundige modellen, bijvoorbeeld modellen over het begrip 'lezen' kunnen connectionistisch of symbolisch zijn.

    Wat is er belangrijk voor het begrijpen van zinnen?

    Het begrijpen van taal omvat meer dan enkel het herkennen van de woorden. Syntactische en semantische kennis zijn nodig om te kunnen bepalen wat bepaalde woorden in een bepaalde context betekenen. Ook is het van belang om uit te zoeken hoe deze betekenissen kunnen worden gecombineerd. Daarnaast is soms ook kennis van de wereld om ons heen nodig om de betekenis te kunnen vatten. Het is lastig om taalbegrip te onderzoeken, omdat de processen haast automatisch gaan. Zinnen zijn vaak al in het geheel begrepen, ook al is de zin nog incompleet. Om inzicht te krijgen in de processen die betrokken zijn bij de interpretatie van zinnen, hebben psycholinguïsten aanzienlijk gebruik gemaakt van zinnen die een dubbelzinnige betekenis hebben. Met betrekking tot deze dubbelzinnigheid kan onderscheid gemaakt worden tussen:

    • Structurele ambiguïteit (structural ambiguity): hiervan is sprake als de zin in zijn geheel leidt tot meerdere mogelijke interpretaties;

    • Lexicale ambiguïteit (lexical ambiguity): hiervan is sprake als een zin een dubbelzinnig woord bevat. Een woord kan dus meerdere betekenissen hebben.

    In dit verband komt de zogenaamde intuinzin (garden-path sentence) naar voren. Een intuinzin is een opzettelijk misleidende zin die speelt met metaforische betekenissen van woorden of met homonymie (eenzelfde woord dat twee verschillende betekenissen kan hebben), zodat tijdens het lezen een herinterpretatie optreedt. Een voorbeeld van een intuinzin is: “Ik zag de mensen met die grote verrekijker”. Een vraag die gesteld kan worden is hoe we zinnen verwerken die we horen en zien:

    • Word-by-word’, ook wel het ‘immediacy principle’ genoemd (direct woord voor woord verwerken).

    • Wait-and-see’ (wachten tot een zin is afgerond voordat met de verwerking ervan wordt begonnen).

    Omdat de tweede benadering grote eisen stelt aan het werkgeheugen, is het het meest waarschijnlijk dat de verwerking plaatsvindt op de ‘word-by-word’ benadering. Beslissingen over hoe elk woord functioneert worden dan gaandeweg genomen. Er zijn twee standpunten met betrekking tot de vraag hoe syntactische, semantische en pragmatische informatie wordt toegepast bij de interpretatie van zinnen. Het eerste standpunt is dat de syntactische analyse van de zin onafhankelijk gebeurt van, en niet wordt beïnvloed door, semantische en pragmatische kennis.

    Het tweede standpunt gaat uit van interactie; deze stelt dat semantische informatie de syntactische analyse kan gidsen.

    Frazier is van mening dat de syntactische analyse autonoom geschiedt en dat het onafhankelijk opereert van semantische en pragmatische zaken. Deze mening is echter controversieel; andere psycholinguïsten stellen namelijk dat er sprake is van interactie tussen het proces van syntactische analyse en informatieverwerking op basis van semantische en pragmatische kennis. Veel onderzoek naar het verwerken van zinnen is gebaseerd op dubbelzinnige zinnen of zogenaamde intuinzinnen, geïsoleerd gepresenteerd buiten enige context. Meer recent onderzoek richt zich echter ook op algemenere en in context geplaatste zinnen. Grodner (2005) deed onderzoek naar de invloed van de ‘discourse’ context op zinsbegrip. Zijn onderzoek wees uit dat de ‘discourse’ context invloed heeft op het syntactische proces; er is volgens hem dus sprake van interactie tussen processen.

    Uit welke processen bestaat het produceren van taal?

    Wanneer mensen praten worden gedachten omgezet in taal. Levelt (1989) stelt dat onder lexicalisatie wordt verstaan: het proces waardoor de gedachte onderliggend aan een woord wordt omgezet in de klank van het woord. Hij onderscheidt twee fasen in lexicalisatie:

    1. Lemma fase: constructie van de grammaticale vorm + de semantische representatie.

    1. Lexeme fase: specificatie van den fonologische vorm.

    De geselecteerde ‘lemma’ activeert de ‘lexeme’. De staat van ‘iets ligt op het puntje van mijn tong’ (tip-of-the-tongue state) kan worden gezien als een succesvolle ‘lemma’ fase, maar een mislukte activering van de ‘lexeme’ fase. In academische kringen is het de vraag of de twee fasen onafhankelijk van elkaar zijn, of dat er sprake is van interactie. Taalproductie is vooral bestudeerd aan de hand van versprekingen (slips-of-the-tongue). In de praktijk blijken versprekingen vrij systematisch te zijn. Meestal betreffen ze één woord, één morfeem of één foneem, dat wordt gesubstitueerd voor een ander woord, morfeem of foneem. Garrett verdeelde de versprekingen onder in vier groepen:

    • Woordsubstituties (‘jongen’ voor ‘meisje’, ‘wit’ voor ‘zwart’, etc.). Komen alleen voor bij inhoudswoorden.

    • Woordverwisselingen (‘ik schrijf een moeder aan mijn brief’ i.p.v. ‘ik schrijf een brief aan mijn moeder’). Komen voor bij woorden uit dezelfde categorie.

    • Klankverwisselingen – sound exchange errors (‘grote grot’ i.p.v. ‘grote god’)

    • Morfeemverwisselingen – stranding errors (‘een maniak voor weekenden’ i.p.v. ‘een weekend voor maniakken’).

    Garrett stelde een model op van spraakproductie. Bij het produceren van een zin zijn volgens hem een aantal verschillende niveaus betrokken die onafhankelijk van elkaar opereren. Hij onderscheidt van hoog naar laag de volgende niveaus: ‘message level’, ‘functional level’, ‘positional level’, ‘phonetic level’ en ‘articulation level’. Het message level omvat het concept waar je over wilt praten, dit is echter nog niet in taal omschreven, maar in plaatsjes. Op het functional level krijgen concepten een agent en een object en worden ze gelinkt aan semantische representaties. In het positional level worden woorden in de goede volgorde geplaatst. Garrett gaat ervan uit dat de spraakproductie een seriële aangelegenheid is waarbij de verschillende niveaus onafhankelijk van elkaar opereren en achtereenvolgens doorlopen worden van hoog naar laag. Andere onderzoekers hebben hun vraagtekens bij deze benadering en stellen dat er sprake is van interactie tussen de verschillende niveaus. Dell stelt bijvoorbeeld dat tijdens het proces van spraakproductie er tegelijkertijd op semantische, syntactische, morfologische en fonologische niveaus planning plaatsvindt. De processen zijn volgens hem dus niet onafhankelijk en niet serieel.

    Levelt kwam met het zes stadium model van gesproken woord productie, genaamd WEAVER++. De zes stadia van dit model zijn als volgt: conceptuele voorbereiding, lexicale selectie (de abstracte lemma wordt geselecteerd), morfologische encoding, fonetische encoding en articulatie. Het model is serieel, het ene stadium moet afgerond zijn voordat er aan het volgende stadium kan worden begonnen.

    Wat wordt onderzocht op het ‘discourse’ niveau?

    De term ‘discourse’ wordt gebruikt om aan te geven dat een aantal zinnen op een betekenisvolle manier aan elkaar gerelateerd is. Bij onderzoek van taal op het ‘discourse’ niveau wordt gekeken naar de manier waarop sprekers en toehoorders:

    • de in zinnen uitgedrukte gedachten en ideeën integreren in onderwerpen;

    • van het ene onderwerp naar het andere overspringen.

    Er zijn enkele universele regels die worden gevolgd wanneer we een conversatie hebben met iemand:

    • Verandering van spreker vindt plaats.

    • Er is enkel één spreker tegelijk aan het woord.

    • Simultane spraak is gebruik maar kort van duur.

    • Transities zonder gat (bijvoorbeeld stilte) en zonder overlap zijn gebruikelijk.

    • De beurtvolgorde van spreken staat niet vast, ook heeft het geen vaste duur, lengte of inhoud.

    • Het aantal sprekers kan variëren.

    • Het gesprek kan continue zijn of discontinue zijn.

    Psychologen maken onderscheid tussen gegeven en nieuwe informatie. Gegeven informatie verwijst naar informatie waarvan de spreker aanneemt dat de toehoorder het al weet; van nieuwe informatie neemt de spreker aan dat de toehoorder het nog niet weet. Gegeven informatie wordt vaak geïntroduceerd door het bepaalde lidwoord ‘de’; nieuwe informatie door het onbepaalde lidwoord ‘een’.

    Voor een vlotte communicatie moeten de spreker en de toehoorder proberen om elkaar te doorgronden:

    • de spreker zal moeten inschatten wat de toehoorder al van het onderwerp afweet, en wat verder uitgelegd dient te worden.

    • de toehoorder zal een inschatting maken van waar de spreker naartoe wil, en waarom iets verteld wordt.

    Grice (1975) stelde dat het van belang is om ook de intentie in plaats van enkel de woorden van de spreker te achterhalen om hem/haar goed te begrijpen. De verschillende geïmpliceerde betekenissen die hij onderscheidt noemde hij ‘implicatures’:

    • Conventionele implicaties: deze vloeien voort uit semantische representaties van de betekenis van bepaalde zinswendingen.

    • Conversationele implicaties: deze vloeien voort uit het concept dat er geïmpliceerde betekenis in hoe zinnen worden geconstrueerd in spraak.

    • Coöperatief principe: dit houdt in dat je een conversationele bijdrage moet maken zoals nodig is, op het stadium dat plaatsvindt, door het geaccepteerde doel van richting van de gespreksuitwisseling waar je je op dat moment in bevind.

    Taal heeft niet enkel als doel het delen van informatie met de ander, maar heeft ook als doel het maken en behouden van sociale connecties. Sociale conversatie is dan ook het voeren van een gesprek met dit laatste doel. Door taal delen we informatie, hebben we sociale interacties en praten we vooral over anderen. We zijn sociale primaten, en we willen aan onszelf en anderen laten zien wat onze belangrijkste sociale connecties. Directe (met elkaar afspreken) of indirecte (via de computer) face-to-face gesprekken duren langer dan conversaties door de telefoon of via de mail.

    Wat is psychologische gespreksvoering? - Chapter 1
    Wat is de meerwaarde van luisteren, vragen stellen en stilte bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 4

    Wat is de meerwaarde van luisteren, vragen stellen en stilte bij patiëntgerichte communicatie? - Chapter 4

    Patiëntgericht communiceren houdt in dat er wordt uitgegaan van een geïntegreerd ziekte-klachtmodel. De hulpverlener wil iets te weten komen over de ziekte en over de klacht. Wanneer de openingsfase van een gesprek voorbij is, wil de hulpverlener informatie inwinnen. Dit wordt exploreren van de ziekte en de klacht genoemd. Het is hierbij belangrijk om actief te luisteren. Dit kan door het aanbrengen van structuur, stellen van vragen, reflectief luisteren en stil durven zijn. Ook verbale aanmoedigingen zoals ‘hmm’ of ‘uh-huh’ zijn nuttig. Het is van belang om niet te snel met een oplossing te willen komen.

    Hoe is structuur aan te brengen?

    Structuur bevordert de onderlinge relatie en is noodzakelijk voor het voeren van een effectief gesprek. Door te agenderen, parafraseren, metacommuniceren, hardop te denken, terug te leiden, samen te vatten, markeren en de tijd te bewaken breng je structuur aan. Parafraseren is hier het kort herhalen van wat de cliënt zegt, maar dan in eigen woorden. Metacommuniceren is het praten over hoe de communicatie verloopt en markeren is het expliciteren wat er gaat gebeuren.

    Bij te veel structuur gaat het contact met de cliënt vaak verloren, terwijl te weinig structuur voor chaos kan zorgen. Het is relevant om alles met de cliënt rustig te kunnen doornemen, problemen te ordenen en keuzes aan te bieden. Wanneer een cliënt heel veel vertelt, kan de hulpverlener met behulp van gesloten vragen, parafraseren en samenvatten beter structuur aanbrengen. Intakegesprekken en diagnostische interviews zijn vrijwel altijd gestructureerde gesprekken waarbij veel informatie moet worden verzameld. Bij een ondersteunend gesprek is dit iets vrijer, de cliënt kan hier zelf aangeven waar hij het over wilt hebben.

    Hoe werkt reflectief luisteren?

    Reflectief luisteren is actief luisteren wat wordt opgevolgd door een reflectie. Hiermee geef je erkenning en toon je empathie. Het prikkelt de cliënt om over iets nieuws na te denken. Het voelt soms dan ook als een eigen ontdekking. Om goed te reflecteren is inleven en genoeg afstand bewaren nodig. De hypothese, dat wat je ziet of merkt, kun je vertalen in een reflectie. Dit kan voorzichtig (basale reflectie) of stelliger (complexe reflectie).

    Met een basale reflectie drukt de hulpverlener het vermeende onderliggende gevoel voorzichtig uit. Dit kan door zinnen als ‘Het lijkt wel of…’ of ‘Hebt u het gevoel dat…?’. De hulpverlener weet het hier niet beter dan de cliënt. De cliënt kan op dit moment ook corrigeren of aanvullen. Zelfs als je ernaast zit, zal de cliënt meer informatie geven. Het voelt alsof de hulpverlener hem probeert te begrijpen. Een complexe reflectie houdt een reflectie in de vorm van een uitspraak in. Dit is krachtiger dan een vraag maar ook lastiger te weerleggen door de cliënt. De reflectie hoeft overigens niet altijd negatief te zijn, er kan ook een positieve reflectie worden gegeven.

    Om reflectief luisteren een directieve, richting aangevende vaardigheid te laten zijn, kun je als hulpverlener doelbewust datgene reflecteren wat je wilt versterken. Dit kan door middel van een gevoelsreflectie. Het is prettig om een hoopvol aspect in te brengen.

    Hoe stel je de juiste vragen?

    Open en gesloten vragen worden in een gesprek afgewisseld. Om meer informatie te verkrijgen, zijn open vragen van belang. Open vragen beginnen met woorden als ‘hoe’, ‘wat’ en ‘vertel eens over’. Er wordt gevraagd naar gedachten, gevoelens en zorgen. Ook beschermt het de hulpverlener tegen een kokervisie. Nadelig is wel dat het vaak minder efficiënt is en tijdrovend. Ze leveren echter vaak relevante informatie op en leggen de verantwoordelijkheid en controle bij de cliënt. Open vragen worden gebruikt bij:

    1. Invoegen en opbouwen van de relatie

    2. Inwinnen van informatie

    3. Concretiseren

    4. Motiveren

    5. Geven van informatie

    6. Adviseren en samen beslissen

    Gesloten vragen zijn meer ziekte- of taakgericht. Er kan ‘ja’ of ‘nee’ op worden beantwoord, waardoor in korte tijd veel specifieke informatie kan worden verkregen. Het kan echter klinken als een kruisverhoor en de hulpverlener neemt hierbij een actieve rol aan. Gesloten vragen worden gebruikt bij:

    1. Nagaan van de persoonsgegevens

    2. Regie houden en structureren van het gesprek

    3. Afnemen van een intake of diagnostisch interview

    4. Snel diagnosticeren

    Doorvragen, het vragen naar het hoe, wat en wanneer noemt men ook wel concretiseren. Hierbij wordt meer informatie verkregen. Met papegaaien wordt ook geconcretiseerd, papegaaien is het letterlijk herhalen van de laatste woorden van de cliënt. Het is nuttig om een waarom-vraag te vermijden, aangezien het verwijtend kan overkomen. Het vraagt naar tekst en uitleg en kan beter worden vervangen door ‘Hoe komt het dat…?’.

    Wanneer stel je welke specifieke vragen?

    Socratisch uitvragen is gebaseerd op het laag voor laag uitvragen. Hier wordt gericht doorgevraagd zonder te laten blijken hoe de hulpverlener er zelf over denkt. Het wordt vooral gebruikt voor het uitdagen van niet-helpende disfunctionele gedachten. De techniek is om het probleem te verhelderen, te informeren naar achterliggende gedachten, feiten, bewijzen en argumenten en een eindconclusie te formuleren.

    Tijdens het gesprek is het ook van belang om naar de sterke kanten van een cliënt te kijken. Copingvragen informeren naar de oplossingsstrategieën van de cliënt en moedigen hem aan om zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te nemen. De hulpverlener kan bijvoorbeeld informeren naar wat de cliënt er zelf al aan heeft gedaan.

    Een relatievraag (contextvraag) informeert in eerste plaats naar de mensen om de cliënt hen, het systeem. Dit helpt om de cliënt te relativeren en iets in een ander perspectief te zien. Het vraagt naar de mensen die hem eventueel zouden kunnen steunen.

    Schaalvragen maken een klacht of probleem voor de cliënt concreet en toegankelijk. Het vertaalt doelen in kleine stapjes en zegt iets over eerdere successen en uitzonderingen. Daarnaast wordt de klacht meetbaar. Een subjectieve beleving kan op een schaal van 0 tot 10 worden aangegeven, waardoor de cliënt nadenkt over waarom er niet hoger of lager wordt gescoord. De techniek is om de schaalvraag te introduceren, te vragen waar de cliënt op deze schaal staat, te focussen op wat al gewerkt heeft, te vragen naar eerdere successen en uitzonderingen, de cliënt uit te nodigen om te vertellen hoe het eruit ziet op hogere posities op de schaal en uit te nodigen om na te denken hoe er een stapje vooruit kan worden gezet. Schaalvragen worden gebruikt om de ernst van de klachten te helpen relativeren, de cliënt te bevrijden uit het dichotome denken, te helpen nadenken over oplossingen en te motiveren voor gedragsverandering.

    Stil durven zijn

    Spreken is zilver, zwijgen is goud. Soms is het nodig om een korte stilte of pauze in te lassen. De cliënt krijgt de ruimte om na te denken en gevoelens en gedachten onder woorden te brengen. Niet iedereen heeft een even sterke stiltetolerantie, waardoor ze een onbehaaglijk gevoel kunnen krijgen. Door een korte aanmoediging kan dit worden doorbroken. Een stilte kan gevoelens versterken.

    Keuzewijzer voor samenvattingen van Psychologische gespreksvoering: Een basis voor hulpverlening - Lang & Van der Molen - 18e druk

    Keuzewijzer voor samenvattingen van Psychologische gespreksvoering: Een basis voor hulpverlening - Lang & Van der Molen - 18e druk

    Samenvattingen en TentamenTests bij Psychologische gespreksvoering: Een basis voor hulpverlening - Lang & Van der Molen

     

    Boeksamenvattingen te gebruiken bij de 18e druk van Psychologische gespreksvoering

     Online: samenvatting in chapters

    Online: samenvatting in BulletPoints

    Online: Oefenvragen bij het boek

     Print: samenvatting in chapters per post

     Print: samenvatting in chapters aan de balie

    Inhoud prints van samenvattingen van Psychologische gespreksvoering

    Boeksamenvattingen: inhoudsopgave van de geprinte samenvattingen

    • De geprinte samenvatting bevat de volgende hoofdstukken:
      • Wat is psychologische gespreksvoering? - Chapter 1
      • Welke houding past bij een hulpverlener? - Chapter 2
      • Wat wordt verstaan onder de 'client-centered' methode? - Chapter 3
      • Waaruit bestaat de sociaal-leertheoretische visie? - Chapter 4
      • Welke doelen, rollen en modellen van gesprekken zijn er? - Chapter 5
      • Over welke algemene vaardigheden moet een hulpverlener beschikken? - Chapter 6
      • Hoe komt een hulpverlener tot een goede interpretatie? - Chapter 7
      • Welke rol speelt de hulpverlener in levensveranderingen van de cliënt? - Chapter 8

    Gerelateerde samenvattingen & studiehulp bij Psychologische gespreksvoering

     Alternatieven: boeksamenvattingen & gerelateerde samenvattingen (voor JoHo abonnees)

    Kennis- en studiegebieden: samenvattingen per studiegebied (voor JoHo abonnees)

    TentamenTickets bij Psychologische gespreksvoering

     TentamenTickets: Tips & Tricks bij het bestuderen van het boek

    De samenvatting bij Psychologische gespreksvoering biedt vier theoretische hoofdstukken over gespreksvoering en daarna vier hoofdstukken die praktische hulp bieden bij hulpverlening

     De BulletPoint samenvattingen per hoofdstuk bieden een toegankelijk overzicht van de belangrijkste punten uit het boek

     Uit Wat werkt: Motiverende gespreksvoering - Bartelink - Artikel:

    Zes stadia die mensen doorlopen voordat ze bereid zijn hun gedrag aan te passen.

    • Voorbeschouwing (precontemplatie): cliënt heeft geen intentie om te veranderen. Cliënt is zich vaak niet bewust van het probleem of ontkent het. Vaak ervaart de omgeving wel een probleem. Cliënt biedt weerstand tegen de geboden hulp.
    • Overpeinzing (contemplatie): cliënt is bewust van het probleem en kijkt wat het hem oplevert als zijn gedrag verandert. Motivatie is aanwezig, maar actie wordt niet ondernomen.
    • Besluitvorming (voorbereiding): als de cliënt zich bewust is van het probleem, het erkent en voldoende vertrouwen heeft in zijn mogelijkheden om te veranderen, neemt hij pas een besluit. De cliënt maakt een plan waarmee hij zijn gedrag kan veranderen.
    • Actie: actie ondernemen om gedrag te veranderen. In dit stadium vindt behandeling plaats.
    • Onderhoud (consolidatie): het moment waarop de cliënt probeert om nieuw gedrag in het dagelijks leven te integreren. Dit is de enige manier om de bereikte verandering vast te houden.
    • Terugval: vaak is de cliënt niet in staat om bereikt resultaat helemaal te handhaven en krijgt hij een terugval. Het is niet zo dat een cliënt bij een terugval elke keer opnieuw moet beginnen.

    Interventies voor gedragsveranderingen moeten afgestemd zijn op het motivatiestadium waarin een persoon zit, dit vergroot de effectiviteit.

    Keuzewijzer voor artikelsamenvattingen van Basisvaardigheden professionele gespreksvoering - UU

    Keuzewijzer voor artikelsamenvattingen van Basisvaardigheden professionele gespreksvoering - UU

    Samenvattingen van artikelen bij het vak Basisvaardigheden professionele gespreksvoering aan de Universiteit Utrecht

     

    Artikelsamenvattingen Basisvaardigheden professionele gespreksvoering

     Online: samenvatting in chapters

    Overzicht artikelsamenvattingen bij Basisvaardigheden professionele gespreksvoering

     Artikelsamenvattingen: online samenvattingen bij Basisvaardigheden professionele gespreksvoering

    Gerelateerde samenvattingen & studiehulp bij Basisvaardigheden professionele gespreksvoering

     Kennis- en studiegebieden: samenvattingen per studiegebied (voor JoHo abonnees)

    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Recepten voor een Goed Gesprek - Esch, Vries, van de Kreeke - 1e druk

    Abonneebundel met online chaptersamenvattingen van Recepten voor een Goed Gesprek - Esch, Vries, van de Kreeke - 1e druk

    JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen over communicatie

    JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen over communicatie

    Uitgelichte samenvattingen rond taal & schrijfstijl

    Uitgelichte samenvattingen rond taal & schrijfstijl

     

    Inleiding in taal & schrijfstijl

    De Kleine schrijfgids - Boek & JoHo's

    • Boek over het gebruiken van de juiste spelling en schrijfstijl.
    • Het prettige van dit boek is dat er veel voorbeelden worden weergegeven, waardoor gelijk duidelijk wordt wat er wordt bedoeld. 

     

    Verdieping & specialisaties binnen het gebruik van taal

    Schrijfcodes. Schrijf Beter, Corrigeer Sneller van Lohman - Boek & JoHo's

    • Veelzijdige schrijfgids met tips per tekstsoort, zoals persberichten, stageverslagen, cv's, essays etc.

    Skill Sheets. An integrated Approach to Research, Study and Management - Tulder - Boek & JoHo's

    • Boek dat verbanden tracht te leggen tussen verschillende (academische) vaardigheden.
    • Een apart hoofdstuk geeft tips over het schrijven van een krachtige tekst.

    Taal en Taalwetenschap - Boek & JoHo's

    • Uitgebreid boek dat de basis van taalwetenschap uitlegt.
    • Dit boek zet aan tot denken over wat taal nou eigenlijk is.
    • Het boek behandelt de beginselen van de taalfilosofie.

    Scriptie  schrijven - Donateursbundel

    • Handleiding voor het schrijven van een scriptie.

    Taaltopics Corresponderen - Boek & Joho's

    • Handboek over de basis van correspondentie, bevat onder andere handige tips voor professionele emails schrijven.

    Taaltopics Rapporteren - Boek & JoHo's

    • Algemeen gidsje over het samenstellen van rapporten, zoals papers, scripties, zakelijke rapporten, rapporten voor non-profits etc.
    • Bevat onder andere een handige uitleg van hoe je citaten en bronnen weer kunt geven.

    Schrijven van beleidsnotities - Boek & JoHo's

    • Boek specifiek over hoe je als beleidsmaker beleidsnotities kunt schrijven.

    Reisblog & reissite bijhouden: Vertrekbundel

    • Bundel met tips over het starten of bijhouden van een blog.

     

    Communicatiekaart van Nederland van Bakker & Scholten - Boek & JoHo's
    Essentials of Negotiation van Lewicki, Saunders, Barry- Boek & JoHo's
    Samenvatting Leren Communiceren

           

     

      

       Meer competenties of contenties checken

     

    Partners: coaching selectie

    Partnerselectie: Advies & Persoonlijke Ontwikkeling

    Empathie Plus

    Empathie Plus is een adviesbureau onder leiding van Joop Stroes. Ze bieden coaching op maat voor individuen en teams. Met gebruik van de bekende Kolbe™ Assessment worden niet alleen je capaciteiten en talenten in kaart gebracht, maar krijg je ook inzicht in de wijze hoe je ze kan toepassen. Kolbe™-theorie en -toepassing brengt je natuurlijke talenten in beeld, waardoor je de mogelijkheid krijgt om op maximale capaciteit te werken.

    Psycholoog op Afstand

    Waar ook ter wereld oline psychische hulp en therapie via facetime, skype, chat en mail. Persoonlijk en discreet, met je eigen online psycholoog. Behandeling bij uiteenlopende psychische klachten.
    De aangesloten psychologen en hulpverleners spreken Nederlands en zijn gespecialiseerd in verschillende vakgebieden.
    Zij werken in of vanuit o.a. Australië, Costa Rica, Curaçao, Dubai, Italië, Kroatië, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Suriname en de USA.

    Studiekeuze Jong Talent & De Frisse Kijk

    De Frisse Kijk is de organisatie van Eva Ouwerkerk. Deze ervaren coach heeft zich gespecialiseerd in studiekeuze, motivatietraining en loopbaanbegeleiding. Gestart als journalist van informatieve programma’s is zij op zoek gaan naar de essentie van thema’s. Zij is deskundig in formeel leren, en gespecialiseerd in sociaal en informeel leren. Zij faciliteert het leren en ontwikkelen bij jong en laat talent.

     

    Ikzoekloopbaanbegeleiding.nl

    Het kan zijn dat je op een bepaald moment in je leven vastloopt tijdens je loopbaan. Of wellicht heb je te maken met (gedwongen) ontslag. Ook kan het voorkomen dat je vanwege je ziekte of beperking niet meer je huidige beroep kunt uitoefenen. Professionele loopbaanadviesbureaus op het gebied van loopbaanbegeleiding, outplacement en re-integratie kunnen hierin ondersteuning bieden. Ikzoekloobaanbegeleiding.nl is het startpunt voor alle loopbaanadviesbureaus

    JoHo: competentie begrijpen

    "Een leven lang leren en studeren om de ervaringen die je tijdens je werk, je reizen of je vrije tijd opdoet, op een juiste plek te zetten, een logisch gevolg te gevenen tot zinvol leven te laten leiden"

     

    = JoHo Contenties & Competenties

    • Contenties zijn die elementen (waarden) die leiden tot een tevreden leven, een tevreden groep of een tevreden maatschappij./ Het betreft elementen die een rol spelen bij de mate van tevredenheid die je als mens of als groep mensen (organisatie, familie) zou kunnen hebben. Deze elementen komen al sinds de oudheid in de literatuur voor. Ze worden aangemerkt als cruciale en bepalende elementen in het kader van geluk en tevredenheid.

    • Competenties (skills) zijn vaardigheden en eigenschappen die je kunt testen en opdoen tijdens je studie, je stage, je werk of bijvoorbeeld je reizen.De competenties vormen een serie handvatten op grond waarvan jij betere keuzes kunt maken en je carrière of levensinvulling dichter bij jezelf of je wensen kunt brengen.JoHo gaat er vanuit dat hoe beter jij je keuzes maakt, des beter dat in het algemeen ook voor een ander is.

    • Competenties  kunnen worden ingezet om Contenties te bereiken

      

    Communiceren: leren of versterken, waar en bij welke organisatie?
    Type: 3.1. Activities & Jobs
    Betrokken skills Land Activitype Crossroads
    Werk mee bij een veelzijdig gastenverblijf in Portugal in onderhoud, horeca of entertainment Portugal Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Entertainment & Eventorganisaties - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Entertainer & Eventmedewerker: stagelopen tot werken in het buitenland, Bars, Clubs, Restaurants & Horeca in het buitenland & NL - JoHo Job Shop
    Studeer je Chinese taal & cultuur, volg je een toeristische opleiding of heb je een marketing of business achtergrond? Kom dan stagelopen in Beijing China, HongKong & Tibet Stage & werkervaringsplaats Buitenland: solliciteerbaar Sport & Beweging - JoHo Job Shop , Stage & Werkervaringsplaats: in het buitenland, Outdoormedewerker & Sportinstructeur: stagelopen tot werken in het buitenland , Communicatie & Marketing - JoHo Job Shop
    Nederlands sprekende Help Desk Agent in Zuid-Afrika gezocht Zuid-Afrika Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Helpdesks & Alarmcentrales - JoHo Job Shop, Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Helpdeskmedewerker & Servicemedewerker: stagelopen tot werken in het buitenland
    Wil jij ervaring opdoen in de zorg? Help dan mee bij een gezondheidsinstelling in Cusco Peru Onbetaald werk Buitenland: boekbaar Gezondheidszorg & Medische sector - JoHo Job Shop , Vrijwilligerswerk in het buitenland & Hulpverlening: het verschil maken, Arts & Zorgverlener: stagelopen tot werken in het buitenland
    Kom werken als leerkracht Nederlands binnen een wereldwijd netwerk van Nederlandse en internationale scholen Afrika, Argentinië, Aruba, Azië, Bangladesh, België, Benin, Bolivia, Bonaire, Botswana, Brunei, Burkina Faso, Cambodja, Chili, Curaçao, Cyprus, Duitsland, Ecuador, Ethiopië, Europa, Finland, Griekenland, Hongarije, Kenia, Luxemburg, Mali, Midden-Oosten, Mozambique, Nepal, Nicaragua, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Noorwegen, Oeganda, Oekraïne, Oman, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Rwanda, Senegal, Singapore, Sint Maarten, Spanje, Suriname, Taiwan, Tanzania, Thailand, Tsjechië, Myanmar (Birma), Turkije, Engeland - Verenigd Koninkrijk, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten, Vietnam, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zweden, Zwitserland Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar School & Onderwijsinstelling - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Leerkracht & Onderwijsmedewerker: stagelopen tot werken in het buitenland

    Pages