Oordeel vormen: leren of versterken

Vaardigheden en kwaliteiten die je meeneemt naar of uit het buitenland

 

JoHo toolshop

 

Aanmelden en inloggen om de hele pagina te kunnen lezen en gebruiken

Wil je alles op deze pagina kunnen lezen en gebruiken, meld je dan bij JoHo en log in.

Aanmelden bij JoHo

JoHo: crossroads uit bundel
JoHo: de 24 competenties die je nodig hebt voor een werk- en leefomgeving waar je blij van wordt

Durf hebben: leren of versterken
Integer zijn: leren en blijven
Leidinggeven: leren of versterken
Ondernemen: leren of versterken
Organisatiebewust zijn: leren of versterken
Professioneel handelen: leren of versterken

 

  Kennis & Oriëntatie

 

Wat wordt verstaan onder oordelen en oordeelsvorming?

Wat wordt verstaan onder oordelen en oordeelsvorming?

  • Oordeelsvorming is het op basis van beschikbare informatie komen tot realistische, onderbouwde en bruikbare conclusies over mogelijke alternatieve handelwijzen.

Gerelateerde begrippen aan oordeelsvorming

  • Oordelen
  • Onafhankelijkheid: niet afgaan op meningen en reacties van anderen, maar zelfstandig een mening vormen zonder je te laten beïnvloeden door anderen. Je eigen koers varen.
Tot welk niveau kan je oordeelsvorming versterken of ontwikkelen?

Tot welk niveau kan je oordeelsvorming versterken of ontwikkelen?

Niveau 1 - Oordeelvorming op basis van feiten en vanuit verschillende invalshoeken

  • Je kunt snel en efficiënt de juiste informatie vergaren.
  • Je weegt de alternatieven af.
  • Je staat open voor de mening van anderen.
  • Je kunt jouw eigen mening goed onderbouwen.
  • Je overziet effecten van acties en besluiten die gebaseerd zijn op je eigen mening.

Niveau 2 - Afweging alternatieven en innemen standpunten

  • Je neemt meerdere invalshoeken of criteria in afweging, zoals klantenbelangen, kwaliteit, efficiëntie en kosten, praktische houdbaarheid, personeel, doelstellingen op zowel korte als lange termijn.
  • Je neemt ten aanzien van vraagstukken een persoonlijk standpunt in en je kunt duidelijk aangeven op basis waarvan je tot een bepaald oordeel bent gekomen.
  • Je betrekt mogelijke neveneffecten van jouw standpunt in de overwegingen.
  • Je bent in staat in complexe vraagstukken te beargumenteren waarom en in welke mate een bepaald alternatief de voorkeur verdient boven andere alternatieven.

Niveau 3 - Stimuleren van onderbouwde, genuanceerde oordeelsvorming te komen, leidend tot interactie

  • Je maakt onderscheid in hoofd- en bijzaken en je prioriteert hoofdzaken.
  • Je schetst de gevolgen van het oordeel op korte en lange termijn en je houdt daarbij rekening met onzekere factoren.
  • Je stimuleert interactie over meningen en oordelen.
Onafhankelijkheid: definities en begrippen

Onafhankelijkheid: definities en begrippen

Wat is openheid en wat houdt open zijn in?

Wat is openheid en wat houdt open zijn in?

Wat is openheid en wat houdt open zijn in?

  • Openheid kan twee kanten op werken.

  • Je kan heel open zijn in het zien van de ander. ‘Een open blik.’ De onderliggende kwaliteit daaraan ten grondslag is nieuwsgierigheid. Je stelt (open) vragen, je vult niet in hoe iets voor de ander is. Je laat de ander zichzelf zijn zonder te oordelen.

  • Je kan ook open zijn in de vorm dat je veel van jezelf laat zien. Je bent heel open over wie je bent, hoe je bent, wat je doet, je dromen, je angsten. Voor een ander kan dat lijken alsof je kwetsbaarheid laat zien, maar als openheid samenvalt met zelfvertrouwen dan is het niet meer kwetsbaar, maar juist helder en stevig.

 

In the beginner’s mind there are many possibilities, but in the expert’s there are few

 

Shunryu Suzuki

Wat is bescheidenheid en wat houdt bescheiden zijn in?

Wat is bescheidenheid en wat houdt bescheiden zijn in?

Wat wil bescheidenheid zeggen?

  • Bescheidenheid maakt iets niet groter dan het is. Daardoor heeft het echter ook de neiging om successen kleiner te maken dan ze zijn.
  • Bescheidenheid kan ruimte maken voor anderen, maar het kan er ook voor zorgen dat je niet de plek inneemt die wel past bij de situatie.
  • Afhankelijk van de situatie, de tijdgeest en de persoon is bescheidenheid te zien als een kwaliteit of juist een valkuil.

 

“A great man is always willing to be little.” ― Ralph Waldo Emerson

Wat is zorg voor, en wat betekent bezorgheid?

Wat is zorg voor, en wat betekent bezorgheid?

Wat wil zorg en bezorgheid zeggen?

  • Zorg kan gaan over zorgzaamheid en ook over bezorgdheid.
  • Bij het woord zorg denken de meeste mensen al snel aan het zorgen voor een ander, maar ook de term 'zelfzorg' is in een tijd van individualisering steeds actueler.
  • Vanuit een positieve intentie kan het gaan dat je graag zorg biedt, wanneer hulp nodig is.
  • Wanneer er meer zorg is dan nodig, dan is er bezorgdheid. Hierin komt liefde of aandacht voor de ander samen met een gebrek aan vertrouwen in de ander of de situatie.

 

Wat is gêne ervaren en je geneerd voelen?

Wat is gêne ervaren en je geneerd voelen?

Wat wil het zeggen als je je geneert?

  • Jezelf ergens voor generen gaat over schaamte ervaren.
  • Wanneer je gêne voelt, dan ben je in verlegenheid gebracht ergens over.
  • Er is iets wat je liever niet zou tonen aan de wereld, iets waarvan je liever zou hebben dat het bedekt en ongezien kan blijven.
  • Om je ergens voor te kunnen schamen moet er een gevoel van 'hoe iets hoort te zijn' aanwezigheid samen met de wens om daar aan te voldoen.
Wat is jaloezie en wat betekent je jaloers voelen?

Wat is jaloezie en wat betekent je jaloers voelen?

Wat wil jaloezie zeggen?

  • Jaloers zijn gaat over iets willen wat de ander heeft.
  • Jaloezie kan het een signaal zijn over een onderliggend verlangen. Jaloezie ervaren kan je helpen om je eigen verlangens goed onder woorden te brengen. 'Wat is het aan de situatie van de ander die ik graag zou willen?'
  • Jaloers zijn op iets dat een ander heeft, maar je zelf niet meer kunt realiseren of hebben (zoals meedoen in het nationale voetbalelftal op je 40ste) is over het algemeen een weinig helpzame emotie.
  • Als iemand anders jaloers op jou is, dan is het vaak verstorend in het maken van echt contact.
  • Jaloezie zet de ander op een voetstuk, maar met een negatieve lading. Jaloezie kan zover gaan dat je de ander het geluk, het talent of het resultaat van het harde werk niet echt gunnen.
  • Jaloezie gaat voorbij aan de erkenning dat situaties verschillend zijn en ieder mens zijn/haar eigen kwaliteiten en uitdagingen heeft.

 

Coaching, Keuzehulp & Advies

 

Hoe kun je je kwaliteit van oordeelsvorming herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

Hoe kun je je kwaliteit van oordeelsvorming herkennen en ontwikkelen tijdens je studie, stage, reis en op je werk in het buitenland?

Tijdens je reis

  • Tijdens je reis kom je in verschillende scenario's terecht waarin je een oordeel kunt vormen, bijvoorbeeld wanneer een plan niet verloopt zoals gedacht, bij het kiezen van een bestemming, of wanneer je in aanraking komt met gebruiken die je niet gewend bent. Op zulke momenten is het van belang dat je kunt nagaan of je je oordeel voor jezelf houdt, of uit.
  • Wanneer je met een reisgezelschap bent, is het belangrijk om je oordeel af te kunnen stemmen op anderen. Wat vinden zij van de volgende bestemming, van een bepaald hostel, of hoe willen zij omgaan met een probleem dat zich voordoet? Overleg en samenwerking is dan van belang.
  • Als je op reis gaat kom je vaak in aanraking met gewoontes die je niet gewend bent, en over sommige gewoontes zul je een oordeel hebben. Bedenk op zulke momenten echter of het belangrijk is dat je je mening laat horen, of dat je die voor je houdt. Wanneer je er toch over wilt praten, sta dan open voor een gesprek en veroordeel mensen niet te snel.

Tijdens je studie

  • Als je gaat studeren, zul je veel keuzes moeten maken over je studie zelf, je woonplek, verenigingen en activiteiten buiten je studie om. Door genoeg informatie te verzamelen en je te verdiepen kun je beter een oordeel vormen over welke keuzes voor jou de beste zijn.
  • Je studietijd zelf is een uitstekende periode om je oordeelsvorming te ontwikkelen; hoogstwaarschijnlijk heb je meer keuzevrijheid dan voorheen, wat ook meer ruimte geeft tot het verder ontwikkelen van je identiteit en meningen over je omgeving en de wereld. Pak deze kans door je bewust te zijn van waar je staat en je te verdiepen, om met een weloverwogen mening te kunnen komen.
  • Tijdens colleges wordt vaak van je gevraagd om een analyse of mening te hebben over de lesstof; leer van je docenten en studiemateriaal hoe je hier verder in kunt groeien.

Tijdens je werk

  • Tijdens je werk moet je vaak in teamverband werken. Er zullen momenten komen dat er beslissingen genomen moeten worden, waar verschillende meningen en oordelen aan bod komen. Zorg dat jij je standpunt goed kunt presenteren maar sta ook open voor anderen om tot een gezamelijk besluit te komen.
  • Je zult ook regelmatig een oordeel moeten kunnen geven over je eigen werk; wanneer vind jij dat je een project goed hebt voltooid en waar is nog ruimte voor verbetering? Als je goed voor ogen hebt wat het doel is, kun je je eigen bijdrages ook beter beoordelen. Sta daarbij ook open voor tips van anderen.
  • Wanneer het nodig is, is het ook van belang dat je een weloverwogen oordeel kunt vormen wanneer er bijvoorbeeld conflicten op de werkvloer zijn. Door rationeel te blijven en met heldere standpunten te komen, wordt een probleem eerder opgelost.

Tijdens je vrijwilligerswerk of stage

  • Als je vrijwilligerswerk gaat doen, is het in de eerste instantie van belang dat je weet hoe een situatie in elkaar zit en welk doel er behaald moet worden. Zo kun je beter weten welke stappen er gezet moeten worden en kun je oordelen over de manier waarop dit verloopt, waardoor je ook beter ziet waar ruimte voor verbetering is.
  • Een beeld hebben van hoe jij zelf in elkaar zit bij het doen van vrijwilligerswerk is ook van groot belang. Je kunt dan namelijk beter kiezen welk vrijwilligerswerk bij je past en welke rol jij het beste kunt vertolken om bij te dragen aan het behalen van een doel.
  • Wanneer je stage gaat lopen, is het belangrijk om je goed te verdiepen in je nieuwe werkomgeving en je functie. Dan kun je vervolgens met weloverwogen meningen en vragen komen over bijvoorbeeld de werkwijzen en jouw rol binnen de organisatie.

  

 

 

Trainingen, Testen & Toepassingen

 

JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen rond vrijheid, democratie en onafhankelijkheid

JoHo tools: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen rond vrijheid, democratie en onafhankelijkheid

Heeft iedereen altijd het recht op vrijheid? - Chapter 9
Wat is de verhouding tussen weerbare democratie en 'democratie als zelfcorrectie'? (B. Rijpkema) - Chapter 1

Wat is de verhouding tussen weerbare democratie en 'democratie als zelfcorrectie'? (B. Rijpkema) - Chapter 1

In 1936 betoogde de staatsrechtdenker George van den Bergh dat antidemocratische partijen verboden moeten kunnen worden. Een van zijn redenen hiervoor was het zelfcorrigerende vermogen van de democratie, wat volgens hem uniek was voor de democratie als regime. Tegen één besluit mag deze democratie zich verzetten, en dat is het besluit tot afschaffing van de democratie. Dit omdat dan het esssentiële zelfcorrigerende vermogen van de democratie aangetast wordt. Voor de Tweede Wereldoorlog kwam in Duitsland het antidemocratische naziregime op een democratische wijze aan de macht. Na de oorlog zorgde dit ervoor dat het in veel Europese landen mogelijk werd om antidemocratische partijen te verbieden. Dit heeft er echter ook voor gezorgd dat de nieuwe uitdagers van de democratie niet meer zo openlijk hun antidemocratische standpunten naar voren brengen. Rijpkema baseert hier zijn idee van een weerbare democratie op. Dit hoofdstuk gebruikt de ontwikkelingen in Hongarije tussen 2010 en 2017 als achtergrond voor de uiteenzetting van de weerbare democratie.

In Hongarije haalde Orbán in 2010 een tweederdemeerderheid, wat het voor hem mogelijk maakte om de grondwet aan te passen. De verschillende invloedrijke organen zoals het Hof en het Openbaar Ministerie werden nu door Orbáns Fidesz-partij gedomineerd. Ook voerde Orbán veel 'kardinale wetten' door, die alleen door een tweederdemeerderheid gewijzigd kunnen worden. Hiermee maakt hij het voor politici in de toekomst erg lastig om zijn beleid ongedaan te maken of er tegenin te gaan. Ook beheerst zijn partij de media en worden kritische universiteiten benadeeld. Orbán heeft het politieke, juridische en maatschappelijke systeem van Hongarije zo aangepast dat het erg onwaarschijnlijk lijkt dat er op middellange termijn genoeg oppositie zal zijn om Orbáns bewind te laten stoppen of het terug te draaien. Opvallend is dat Orbán zelf aangeeft voor de democratie te zijn. Hij wil van Hongarije een 'illiberale staat' maken, die tegelijkertijd wel degelijk ook een democratie is. Dit laat zien dat er binnen een democratie een bepaald zelfcorrectiemechanisme nodig is, om zichzelf te kunnen beschermen tegen bedreigingen die de democratie impliciet of expliciet willen beperken.

Wat is de basale inhoud van 'democratie als zelfcorrectie'?

Volgens Van den Bergh besturen burgers in een democratie zichzelf door middel van zelfcorrectie. Het enige besluit dat niet voor correctie vatbaar is, is het besluit om de democratie af te schaffen. Dit komt omdat dit het enige definitieve besluit is dat een democratie kan nemen. Er kan nooit meer op vreedzame wijze op teruggekomen worden door de burgers. Dit betekent dat zo'n besluit eigenlijk een ondemocratisch besluit is, en dat een democratie dus niet tegen haar eigen principes ingaat wanneer zij zulke besluiten onmogelijk maakt. Zoals hieruit blijkt, richt het idee van 'democratie als zelfcorrectie' zich niet zozeer op het nemen van besluiten, maar op het herroepen van besluiten. Het feit dat deze mogelijkheid altijd bestaat, zorgt ervoor dat de kwaliteit van de besluiten verbeterd wordt, en dat verkeerde besluiten gecorrigeerd kunnen worden. 

In de vorige paragraaf is echter al gebleken dat veel bewegingen die de democratie willen beperken, dit niet expliciet doen. Daarom is een 'fijnzinnig detectiemechanisme' nodig, om na te gaan wanneer het zelfcorrigerende vermogen van de democratie in gevaar is. Het zelfcorrigerende vermogen kan de rol van dit detectiemechanisme vervullen, maar dan moet het wel op een concrete manier in de praktijk toegepast worden. Daarom analyseert de auteur in dit hoofdstuk de manier waarop het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Duitse Bundesverfassungsgericht het begrip 'democratie' invullen. Uit zijn analyse volgt dat het zelfcorrigerende vermogen van de democratie uit drie beginselen bestaat. Ten eerste is dit een beginsel van evaluatie. Er moet om de zoveel tijd een evaluatie van het gevoerde beleid plaatsvinden. Bij de democratie gebeurt dit in de vorm van periodieke verkiezingen. Bestuurders die hun taak niet naar tevredenheid vervuld hebben, worden door de kiezers 'gestraft' doordat ze deze keer op een andere kandidaat stemmen. Een tweede beginsel is politieke concurrentie. Het evaluatieprincipe heeft geen zin als er niets te kiezen valt. Het derde beginsel is de vrije meningsuiting. Partijen die zich tegen één van deze drie beginselen verzetten, kunnen verboden worden. Uiteraard moet dit dan wel gebaseerd zijn op een totaalbeeld van de standpunten en doelen van de partij, en moet zij een voldoende risico voor de democratie vormen.

Het principe van democratie als zelfcorrectie moet op een beperkte manier uitgelegd worden. Het vormt een uiterste grens, om te voorkomen dat het publieke debat er te sterk door afgegrensd en daardoor beperkt wordt. Daarnaast heeft een nauwe invulling het voordeel dat een rechter alleen in uiterste gevallen optreedt, waardoor het verwijt van politieke vooringenomenheid minder snel aan rechters gemaakt kan worden. Alleen wanneer het politieke gelijkheidsbeginsel geschonden wordt, mag dan ingegrepen worden. Een partij die oproept om vrouwen minder sociale rechten te geven doet dan weliswaar een onwenselijke oproep, maar moet niet verboden worden. Zo'n besluit zou immers altijd nog teruggedraaid kunnen worden.

Hoe kunnen instituties de democratie beschermen?

Rijpkema ziet in Nederland drie 'verdedigingslinies' van de democratische rechtsstaat. De eerste linie is die van het democratische debat, waarin men elkaar probeert te overtuigen van de (on)wenselijkheid van voorstellen. Daarnaast is er de rechtsstatelijke linie. Bepaalde voorstellen zijn niet verenigbaar met de rechtsstaat, en de Grondwet kan slechts via tweederdemeerderheid en na twee lezingen gewijzigd worden. Ook kunnen rechters wetten toetsen aan verenigbaarheid met het EVRM. Ten slotte is er nog de democratische verdedigingslinie. De mogelijkheid tot democratische zelfcorrectie mag nooit aangetast worden. Dit kan door bepaalde partijen te verbieden, of bepaalde voorstellen te onderwerpen aan rechterlijke toetsing.

Er zijn verschillende ranglijsten waarop landen geclassificeerd worden naar hun democratische gehalte. Hongarije doet het hierop nog steeds goed. Dit komt omdat het veel objectieve factoren heeft die in haar voordeel uitpakken, zoals een groot aantal rechters en de mogelijkheid tot hoger beroep. Dit voorbeeld laat zien dat objectieve indicatoren onvoldoende zijn om het daadwerkelijke democratische gehalte van een land te meten. Het is ook van belang hoe de interactie tussen de verschillende onderdelen van een democratische rechtsstaat is. Deze kunnen namelijk ook een monster creëren: een 'Frankenstate'. Dit is een staat die is opgebouwd uit instellingen die op zichzelf, los van elkaar gezien, prima functioneren. Hun verhouding tot elkaar en het grote geheel maakt hen echter monsterlijk. Volgens Kim Lane Scheppele, die deze term bedacht heeft, is Hongarije zo'n 'Frankenstate'. Orbán nam een groot aantal maatregelen die los van elkaar prima te rechtvaardigen zijn, maar de optelsom ervan maakt hen heel gevaarlijk voor het voortbestaan van een effectieve democratie. De democratische instituties worden dan door de overheid gebruikt om tegenstanders te benadelen. Dit laat zien dat om te beoordelen of er sprake is van een democratie, een complexe juridische analyse nodig is die verder gaat dan alleen het bestuderen van de formele invulling van de staatsinstellingen.

In de weerbare democratie moeten rechters uiteindelijk besluiten of een partij wel of niet verboden wordt, en daarvoor hebben zij heldere criteria nodig. Aan deze criteria kleeft echter ook weer het gevaar dat men in juridisch formalisme vervalt, waardoor reële bedreigingen die zich wel netjes aan de formele regels houden buiten beschouwing blijven. De auteur denkt dat de benadering van het Duitse Bundesverfassungsgericht een goede oplossing voor dit dilemma biedt. Dit Hof heeft een aantal principes geformuleerd die invulling geven aan de 'liberaal-democratische basisorde' die volgens de Duitse Grondwet door het Hof beschermd moet worden. Uiteindelijk moeten niet de grondwetsartikelen op zich, maar de democratische beginselen die in die artikelen vastgelegd zijn het toetsingskader vormen voor de rechter.

Wat is het verschil tussen antirechtstatelijk en antidemocratisch, en waarom is de ontwikkeling in Hongarije antidemocratisch?

Soms gaat de vraag op of de ontwikkelingen in Hongarije niet beter te typeren zijn als een bedreiging voor de rechtsstaat, in plaats van als een bedreiging voor de democratie. Hierover zijn de meningen verdeeld. Men ziet het begrip 'rechtsstaat' vooral als een bescherming van de grondrechten en onafhankelijke rechtspraak. Deze twee elementen beperken in een rechtsstaat de macht van de overheid. Volgens veel critici richten de hedendaagse uitdagers van de democratische rechtsstaat zich niet zozeer tegen de democratie, maar tegen de rechtsstaat. Dit betekent dat er een verschil is tussen antirechtstatelijke en antidemocratische partijen. Dit is een belangrijke vraag, omdat het zou betekenen dat het mechanisme van democratie als zelfcorrectie geen zin heeft, aangezien het gaat om partijen die hun pijlen niet op de democratie, maar op de rechtsstaat gericht hebben.

Rijpkema concludeert dat iemand als Orbán wel degelijk ook de democratie aantast, bijvoorbeeld in het domineren van de media waardoor de vrije meningsuiting beperkt wordt. In Nederland is het de PVV die voorstellen doet die de rechtsstaat raken, zoals het voorstel voor een moskeeverbod. Ook de PVV bevat echter elementen die ingaan tegen de democratie. Dit betekent echter niet dat deze partijen buiten het bereik van de weerbare democratie vallen. Volgens Rijpkema zijn antirechtsstatelijke partijen ten opzichte van de weerbare democratie niet verschillend van antidemocratische partijen. Beide soorten partijen bedreigen immers de democratische rechtsstaat. In beide gevallen gaat het om de vraag wanneer het uiterste middel (een partijverbod) ingezet mag worden. Democratie als zelfcorrectie kiest ervoor om dit uiterste middel pas in te zetten bij een aantasting van de democratie. Hier komen echter ook de eerder besproken verdedigingslinies van de democratische rechtsstaat om de hoek kijken. Voorstellen die wel een aantasting van de democratische rechtsstaat zijn maar niet het zelfcorrigerende vermogen van de democratie aantasten, krijgen met deze verdedigingslinies te maken.

Conclusie

Het is de vraag hoe de toekomstige ontwikkeling van Hongarije zal verlopen. Het is waarschijnlijk dat het zich verder ontwikkelt in de richting van de 'illiberale' staat. Oplossingen hiervoor zullen dan in toenemende mate op het niveau van de Europese Unie aangedragen moeten worden, omdat de Hongaarse checks and balances steeds verder afgebroken worden. Het EHRM kan dit niet doen, omdat het met betrekking tot de weerbare democratie alleen in laatste instantie oordeelt over de toelaatbaarheid van partijverboden. Dit betekent dat de bal bij de Europese Unie ligt. Art. 7 VEU biedt haar de mogelijkheid tot ingrijpen. De lidmaatschapsrechten van een land kunnen volgens dit artikel opgeschort worden, terwijl het land nog wel aan alle verplichtingen moet voldoen. De drempel om dit op te leggen is echter erg hoog. Er is unanimiteit onder de lidstaten vereist om dit op te kunnen leggen. Het is onwaarschijnlijk dat de Oost-Europese landen sancties tegen elkaar zullen steunen. Vanwege deze drempel wordt er ook wel gepleit tot het invoeren van minder ingrijpende sanctiemogelijkheden. Het in 2014 uitgegeven Rule of Law Framework zou hiervoor als uitgangspunt kunnen dienen. De mogelijkheden op Europees niveau zijn dus wel degelijk aanwezig, alleen zijn zij onhandig vormgegeven. Ook de politieke wil om tot daadwerkelijk ingrijpen over te gaan lijkt te ontbreken.

De vraag die zich dan opdoet, is of democratie als zelfcorrectie dit had kunnen voorkomen. Dit is een vrij speculatieve vraag. Het is in ieder geval duidelijk dat Hongarije uniek is vanwege de opeenstapeling van maatregelen die de democratische rechtsstaat verzwakken in een kort tijdsbestek. Het is in ieder geval zo dat een weerbare democratie escalatie kan voorkomen. Dit functioneert des te beter wanneer zij onderdeel is van een goed functionerend geheel van verdedigingslinies, wat in Hongarije echter afwezig was. Bij verdere escalatie helpen ook deze instutities echter niet meer. Dit laat zien dat instituties op zichzelf nooit voldoende zijn om de democratie te waarborgen. Uiteindelijk hangt het van de mensen af die deze instituties vertegenwoordigen. Op het juiste moment moeten zij de benodigde beslissingen nemen.

Wat zijn de eisen van de democratie? - Chapter 8

Wat zijn de eisen van de democratie? - Chapter 8

Democratie kan worden gezien als een emancipatieproces. Men maakt zich vrij van het bestuur en wordt alleen beperkt door de vrijheid van andere gelijkwaardige individuen. In het staats- en bestuursrecht wordt echter een andere functie van democratie benadrukt: het verschaffen van legitimiteit aan de macht van de overheid. De betekenis die juristen aan legitimiteit geven is: de aanvaarding van regels omdat die regels rechtvaardig zijn. De kernvraag die juristen zich stellen is: wat is rechtvaardig? In de literatuur zijn ze het erover eens dat een democratie moet voldoen aan de volgende minimumeisen:

  1. Een ieder heeft het recht op actief kiesrecht;

  2. Een ieder heeft het recht op passief kiesrecht;

  3. Een ieder heeft het recht om te streven naar politieke macht;

  4. Een ieder heeft politieke grondrechten (uitingsvrijheid, vrijheid van vereniging enz.);

  5. Vertegenwoordigende colleges kunnen mee beslissen en/of achteraf controleren bij het de besluitvorming;

  6. Er is openbaarheid van besluiten en besluitvorming;

  7. Bij besluitvorming wordt de meerderheidsregel gehanteerd; en

  8. Er is respect voor de rechten van minderheden.

Waarom moet de EU maatregelen nemen om de democratie te beschermen? (L.F.M Besselink) - Chapter 7
Supersamenvatting 'De strijd om de democratie' - A. Ellian et al.
Welke conclusies kunnen er getrokken worden met betrekking tot recht, orde en vrijheid? - Chapter 10

Welke conclusies kunnen er getrokken worden met betrekking tot recht, orde en vrijheid? - Chapter 10

10.1 Introductie

In het boek zijn drie kernthema’s behandeld. De eerste is die van de vraag naar de mogelijkheid van een sluitend betoog ten gunste van een bepaalde constellatie van recht, orde en vrijheid. Het volgende kernthema zag op de vraag naar de aanwezigheid van een noodzakelijk verband tussen recht en moraal. Zo’n verband is er volgens de natuurrechtsleer terwijl het rechtspositivisme zo verband ontkent. Het derde kernthema ziet op de aard van de moraal die aan het recht ten grondslag ligt: is dit een brede moraal die ziet op alle aspecten van het menselijk leven, of een smalle liberale moraal die zich beperkt tot het min of meer vreedzaam doen verlopen van de samenleving?

10.2 Cognitivistische en non-cognitivistische visies op recht, orde en vrijheid

De klassieke en christelijke metafysica gaat uit van een hogere geestelijke werkelijkheid achter de waarneembare materiële werkelijkheid. Deze achterliggende werkelijkheid vormt een ideaalmodel voor de materiële werkelijkheid en brengt daarmee eenheid in de disharmonie van het dagelijks leven. Objectieve normen liggen aldus besloten in de hogere sferen van de werkelijkheid.

De mens maakt lichamelijk deel uit van de materiële wereld maar door zijn geest neemt hij ook deel aan de hogere geestelijke wereld. Dit metafysisch wereldbeeld propageert wezensvrijheid. Dit is vrijheid van inwendige beperkingen zoals wilszwakte of irrationele neigingen. Het leidt tot natuurrecht gebaseerd op een perfectionistische en brede ethiek.

Hier is dus principieel geen plaats voor individuele vrijheid e.d. Objectief in de natuur is gegeven wat de juiste levenswijze inhoudt, individuele keuzevrijheid zou dus slechts kunnen leiden tot een onjuiste levenswijze.

In de moderne tijd raakt deze aanspraak van de ethiek op objectiviteit en universele gelding aan het wankelen. De moderne filosofie komt tot de conclusie dat er maar een empirische wereld bestaat aan de hand van het empiristische kennisideaal. Deze wereld bestaat uit doelloze, oorzakelijk bepaalde en onderling tegenstrijdige processen. Een hogere werkelijkheid op grond waarvan een rangorde zou kunnen worden aangelegd is onbewijsbaar. Een keuze tussen conflicterende verschijnselen berust op een subjectieve waardering.

Omdat geen normen zijn af te leiden uit de empirische wereld neigen empiristen veelal naar een non-cognitivistische meta-ethiek. Dit houdt in dat over waarneembare feiten wel objectief kan worden gesproken maar normatieve uitspraken van recht en moraal zijn slechts subjectieve waarderingen.

Hierdoor vallen norm en werkelijkheid niet meer langer samen. Er bestaat dus geen noodzakelijk verband in deze visie van de empiristen tussen moraal en recht.

10.3 Problemen

Een lijn is te trekken van cognitivisme via natuurrecht naar een brede moraal, en van non-cognitivisme via rechtspositivisme naar een smalle moraal.

Er zijn echter genoeg filosofen die niet op één van deze lijnen een duidelijke plaats innemen. Denk bijvoorbeeld aan Locke. Hij is een ethisch cognitivist; hij gaat er van uit dat de normatieve natuurwetten zijn verankerd in de wil van God die zich aan de mensen opdringt. Hij ziet het positieve recht slechts als een interpretatie van het natuurrecht maar toch hangt hij een smalle moraal aan namelijk een liberale moraal die een neutrale houding van de staat verlangt. De staat moet zich er slechts toe beperken voorwaarden te schepen voor aller levensvoering.

Verklaring hiervoor is Locke als uitgangspunt nam dat het geloof niet kan worden opgelegd. De staat dient zich hiervan dus te onthouden door zich niet te mengen in de privésfeer van de onderdanen en zich te beperken tot de smalle moraal.

Dergelijke doorbrekingen van genoemde lijn is ook te zien bij andere filosofen zoals Kant en Hegel. Overeenkomstig aan Locke, Kant en Hegel is dat zij zich onderscheiden doordat ze vrijheid wezenlijk achten voor de menselijke identiteit. Je zou ze daarom als metafysische liberalen kunnen bestempelen.

10.4 Politiek liberalisme

Het politiek liberalisme is anders dan de hiervoor besproken versie van het liberalisme een expliciet niet-metafysische versie van het liberalisme. Het is uitsluitend een theorie over de politieke sfeer, niet over de natuur van de mens.

Politiek liberalisme is politiek vanwege het maatschappelijke doel de vrede te bewaren. Het is liberaal omdat het vrijheidsrechten als noodzakelijk middel opvat voor het bereiken van dit doel. Het recht heeft hierbij als taak ieders vrijheid te bevorderen. De publieke moraal dient de grenzen aan te geven waarbinnen mensen hun persoonlijke moraal kunnen volgen. Toch zullen zich conflicten voordoen (bijvoorbeeld hoeveel vrijheid desnoods ten kosten van gelijkheid?).

Dit kan worden opgelost door een procedure in te stellen; ook wel procedureel liberalisme. Bijvoorbeeld het aanstellen van een arbiter of een meerderheidsregel, etc. De politiek-liberale rechtsopvatting komt zo tot de conclusie dat in een wereld van conflicterend idealen het recht een onontkoombaar instrument is van de publieke moraal dat de vrije ontwikkeling van ieders persoonlijke moraal moet garanderen.

10.5 De liberale rechtvaardigingstheorie van Rawls (1921-2002)

De theorie van Rawls is een voorbeeld van bovenbeschreven politiek-liberale rechtsopvatting. Op grond van een sociaal-contractprocedure komt Rawl tot een rechtvaardigingstheorie die een smalle ethiek impliceert. Het sociaal contract is hierbij een metafoor voor de aanvaardbaarheid van allen, dat het gemis aan een objectieve algemene ethiek moet ondervangen. Het gaat hierbij om een rationele consensus in omstandigheden van onpartijdigheid. Hij ziet de publieke moraal eveneens als een onontkoombaar instrument die tot taak heeft om de vrije ontwikkeling van ieders persoonlijke idealen in ordelijke banen te leiden.

10.6 Liberaal volkenrecht

Rawls vraag zich af of zijn liberale rechtvaardigheidsbeginselen ook toepasselijk zijn in internationale betrekkingen. In de westerse wereld bestaat een overlappende consensus met betrekking tot het liberale tolerantiebeginsel. Liberale rechten worden echter niet noodzakelijkerwijs erkent als universele mensenrechten.

Toch betoogt Rawls dat een aantal urgente basisrechten overal ter wereld dienen te worden gehandhaafd. Hij denkt daarbij aan het recht op leven, vrijheid van slavernij en gelijkheid voor de wet. Fatsoenlijke staten zullen deze rechten moeten respecteren in zijn visie.

10.7 Kritiek op het politiek liberalisme

Tegenover de liberale negatieve vrijheid wordt vaak wezensvrijheid gesteld. Traditionele gemeenschapswaarden worden, onder andere door MacIntyre, als bedreigt beschouwd door de moderne nadruk op individuele autonomie. Mensen ontlenen hun identiteit aan de tradities waarin ze zijn opgegroeid volgens de communitaristen.

Neomarxisten en socialisten stellen weer dat de burgerlijke samenleving en burgerlijke staat slechts machtsinstrumenten zijn van een beperkte groep bezitters van privé-eigendom. Het ophemelen van individuele vrijheid is in strijd met het ideaal van de communistische samenleving.

Ondanks alle kritiek lijkt niemand een radicale breuk te bepleiten met het politiek liberalisme.

10.8 Liberalisme als universele rechtsmoraal?

De beginselen van de liberale Verlichting worden op steeds meer plekken ter wereld omarmt. Dit is bewijs dat in ieder geval velen deze idealen aantrekkelijk vinden. Maar misschien zijn vrijheid en gelijkheid wel toevallige en voorbijgaande producten van de westerse cultuur.

Zoals besproken zijn er vele principiële bezwaren op te werpen tegen het liberalisme. Tot nu toe kan het politiek liberalisme dan ook slechts aanspraak maken op de status van ‘hypothetisch imperatief’. Dit houdt in dat als je vreedzaam wilt samenwerken op basis van wederkerigheid, dan moet je de liberale constitutie aanvaarden.

10.9 Conclusie

In Nederland lijkt een redelijk evenwicht te bestaan tussen recht, orde en vrijheid. Zoals we hebben gezien is dit een uitkomst van een eeuwenlange historische ontwikkeling. Maar een ontwikkeling die niet stopt. De uitkomst kan dus weer veranderen.

In Nederland geldt voor wie bereid is tot redelijke compromissen dat de liberale politieke en rechtsfilosofie de meest aantrekkelijke mogelijkheid lijkt. De voor Nederland kenmerkende tolerantie kan echter principieel verworpen worden door meer perfectionistisch waarheden door personen en groepen. Het liberalisme heeft hier geen dwingende argumenten tegen, liberalen kunnen zich troosten dat deze anderen ook geen dwingende argumenten hebben…

Stampvragen

  1. De klassieke en christelijke metafysica gaat waar van uit?

  2. Omschrijf het metafysisch wereldbeeld.

  3. Hoe wordt Locke omschreven? Als wat voor filosoof?

  4. Welke theorie legt de nadruk op politieke sfeer?

  5. Wat is het hypothetisch imperatief?

JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen rond afhankelijkheid, authenticiteit, onafhankelijkheid

JoHo tools: boek- en chaptersamenvattingen rond afhankelijkheid, authenticiteit, onafhankelijkheid

Hoe leer je jezelf en anderen kennen? - Chapter 6

Hoe leer je jezelf en anderen kennen? - Chapter 6

Kennis van bepaalde normen, scripts, voor sociale routines zorgt ervoor dat kinderen sociale activiteiten kunnen begrijpen. Als kinderen ouder worden kunnen ze daarnaast ook de mentale staat van andere mensen begrijpen, theory of mind. Kinderen met autisme laten een achterstand zien in het ontwikkelen van de theory of mind. Zij begrijpen niet dat mentale gesteldheid gedrag kan veroorzaken, of dat de mentale gesteldheid van mensen kan verschillen. Wanneer kinderen 5 tot 7 jaar oud zijn, herkennen ze dat personen psychologische attributies hebben die hen onderscheiden van anderen. Deze kenmerken zijn stabiel genoeg om bepaald gedrag te voorspellen. Wanneer kinderen 9 of 10 zijn kunnen ze gedrag van andere personen beschrijven in deze psychologische kenmerken. In de adolescentie realiseren jongeren zich pas dat mensen complex en tegenstrijdig zijn en zich anders gedragen in verschillende situaties. Ze weten nu dat persoonlijke kenmerken interacteren met situationele invloeden, en dit bepaalt het gedrag.

Wat is authentiek leiderschap? - Chapter 11 (6)

Wat is authentiek leiderschap? - Chapter 11 (6)

Authentiek leiderschap richt zich op de vraag of leiderschap eerlijk en juist is. Authentiek leiderschap gaat over de authenticiteit van leiders en hun leiderschap. Het concept van authentiek leiderschap is nog relatief nieuw en er is nog weinig onderzoek naar deze benadering gedaan. Dit concept is eerder aan bod gekomen bij het onderzoek naar transformationeel onderzoek, maar toch heeft men toen niet veel aandacht aan dit concept besteed. Nog steeds zijn wetenschappers bezig met het vaststellen van de kernpunten van authentiek leiderschap.

De definitie van authentiek leiderschap

Er is tot op heden geen definitie van authentiek leiderschap ontworpen waar alle wetenschappers het over eens zijn. Er zijn meerdere definities van dit begrip die allemaal gebaseerd zijn op een ander uitgangspunt. Er zijn over het algemeen drie soorten definities: (1) intrapersoonlijke, (2) ontwikkelingsgerelateerde (‘developmental’) en (3) interpersoonlijke.

  1. De intrapersoonlijke definitie

De intrapersoonlijke definitie van authentiek leiderschap richt zich vooral op de leider zelf en wat er in de leider omgaat. Het gaat hierbij om de zelfkennis, zelfregulatie en het zelfconcept van de leider. Shamir en Eilam stellen dat authentieke leiders eerlijke leiders zijn en anderen niet nadoen in hun leiderschap. Ook stellen deze wetenschappers dat authentiek leiderschap beïnvloed wordt door het levensverhaal van een leider en de betekenis die een leider geeft aan zijn of haar levenservaringen..

  1. De ontwikkelingsgerelateerde definitie

De ontwikkelingsgerelateerde definitie van authentiek leiderschap wordt gegeven vanuit een ontwikkelingsperspectief. Vanuit dit perspectief wordt authentiek leiderschap gezien als iets dat in een leider kan groeien. Authentiek leiderschap wordt dus niet gezien als een vaststaande persoonlijkheidstrek. Walumbwa stelt dat authentiek leiderschap staat voor een patroon van leiderschapsgedrag dat zich ontwikkelt door de psychologische kenmerken en sterke ethiek van een leider. Deze wetenschapper stelt dat authentiek leiderschap bestaat uit vier onderdelen: (1) zelfbewustzijn (‘self-awareness’), (2) een geïnternaliseerd moreel perspectief (‘internalized moral perspective’), (3) gebalanceerde verwerking (‘balanced processing’) en (4) relationele transparantie (‘relational transparency’). Door de tijd heen leren authentieke leiders elk van deze gedragingen te ontwikkelen.

  1. De interpersoonlijke definitie

De interpersoonlijke definitie richt zich op de relationele aspecten van authentiek leiderschap. Deze vorm van leiderschap zou niet alleen ontstaan door de inspanningen van de leider, maar ook de reacties van zijn of haar volgers. Authenticiteit zou ontstaan door de interacties tussen leiders en volgers. Het is een wederzijds proces waarbij de leider en volger elkaar beïnvloeden.

Benaderingen van authentiek leiderschap

Tot op heden zijn er twee benaderingen van authentiek leiderschap geweest: (1) de praktische benadering en de (2) theoretische benadering. De praktische benadering is ontstaan door voorbeelden uit het dagelijks leven en door de ontwikkelingsliteratuur. De theoretische benadering is gebaseerd op bevindingen van de sociale wetenschap.

Praktische benaderingen

Mensen willen graag weten hoe ze authentieke leiders kunnen worden. Hieronder worden twee praktische benaderingen besproken die over authentiek leiderschap gaan. De eerste is de authentieke leiderschapsbenadering van Robert Terry en de tweede is de authentieke leiderschapsbenadering van Bill George. Beide benaderingen hebben een uniek perspectief op hoe authentiek leiderschap zich zou moeten uiten.

  1. De authentieke leiderschapsbenadering van Robert Terry (‘Robert Terry’s authentic leadership approach’)

De benadering van Terry is praktijkgericht en maakt gebruik van richtlijnen die gaan over hoe authentiek leiderschap zou moeten zijn. De benadering van Terry is echter ook actiegericht, omdat deze benadering zich richt op de handelingen van de leider en het leiderschapsteam in een specifieke situatie. De benadering gaat ervan uit dat leiders zouden moeten doen wat juist is. Om dit ook daadwerkelijk te kunnen doen biedt deze benadering een referentiekader. Terry stelt dat in een situatie waar leiderschap nodig is twee vragen gesteld moeten worden: (1) ‘Wat gebeurt er daadwerkelijk?’ en (2) ‘Wat gaan we hieraan doen?’ Door middel van authentiek leiderschap kunnen deze vragen correct beantwoord worden. Een authentieke leider heeft kennis over wat juist is en is daarom authentiek. Leiders moeten onderscheid kunnen maken tussen authentiek leiderschap en leiderschap dat niet authentiek is. Als leiders niet echt begrijpen wat er daadwerkelijk aan de hand is in een situatie, dan kunnen ze geen juist besluiten nemen. Terry ontwikkelde het ‘Authentic Action Wheel’. Dit wiel is afgebeeld op bladzijde 209. Het wiel bestaat uit zes onderdelen: (1) betekenis (‘meaning’), (2) missie (‘mission’), (3) macht (‘power’), (4) structuur (‘sructure’), (5) hulpmiddelen (‘resources’) en (6) bestaan (‘existence’). Het middelste punt in het wiel wordt ‘fulfillment’ genoemd en staat voor de voltooiing van het proces. Het wiel op een juiste manier gebruiken gaat door middel van twee stappen: (1) het lokaliseren van het probleem op het wiel en (2) het op strategische wijze kiezen van een reactie om het probleem op te lossen. Bij de eerste stap kan aan werknemers gevraagd worden wat hun zorgen zijn. Op basis hiervan kunnen leiders op het wiel bekijken op welke van de zes gebieden de problemen van de organisatie zich bevinden. Het kiezen van de juiste reactie in stap twee gebeurt ook aan de hand van het wiel. Het wiel geeft een aanbeveling als het gaat om wat er gedaan zou moeten worden. Nadat een probleem vastgesteld is, stimuleert het wiel leiders om alternatieve verklaringen voor het probleem te verzinnen en op basis daarvan een reactie te kiezen. Als leiders bijvoorbeeld machtsproblemen hebben, kunnen ze ervoor kiezen om aandacht te besteden aan de missie van de organisatie en de doelen van de werknemers in de organisatie.

  1. De authentieke leiderschapsbenadering van Bill George (‘Bill George’s authentic leadership approach’)

Terry richt zich vooral op probleemgebieden met zijn ‘Authentic Leadership approach’ terwijl George zich richt op de kenmerken van authentieke leiders. George legt uit wat deze kenmerken zijn en hoe individuen zich deze kenmerken eigen kunnen maken. George stelt dat authentieke leiders een oprechte drang hebben om anderen te dienen. Daarnaast kennen ze zichzelf goed en voelen ze zich op hun gemak om te leiden vanuit hun waarden. Volgens George hebben authentieke leiders vijf kenmerken: (1) ze snappen wat hun doel is (‘purpose’), (2) ze hebben sterke waarden over wat het juiste is om te doen (‘values’), (3) ze bouwen vertrouwensbanden met anderen op (‘relationships’), (4) ze hebben zelfdiscipline en handelen op basis van hun waarden (‘self-discipline’) en (5) en ze zijn gepassioneerd over hun missie (‘heart’). Deze vijf dimensies gaan volgens George samen met vijf kenmerken:

  1. ‘Heart’ als dimensie gaat samen met het kenmerk medeleven (‘compassion’).

  2. ‘Purpose’ als dimensie gaat samen met het kenmerk passie (‘passion’).

  3. ‘Self-discipline’ als dimensie gaat samen met het kenmerk consistentie (‘consistency’).

  4. ‘Relationships’ als dimensie gaat samen met het kenmerk verbondenheid (‘connectedness’).

  5. ‘Values’ als dimensie gaat samen met het kenmerk gedrag (‘behavior’).

Volgens George hebben authentieke leiders een duidelijk idee van wat hun doel (‘purpose’) is. Ze weten welke richting ze op moeten en zijn intrinsiek gemotiveerd om hun doel te bereiken. Ze zijn gepassioneerd (‘passionate’) en vinden hun werk echt belangrijk. Ook begrijpen authentieke leiders hun eigen waarden (‘values’) en gedragen (‘behave’) ze zich op een bepaalde manier op basis van hun waarden. Daarnaast vormen ze sterke relaties (‘strong relationships’) met anderen omdat ze open kunnen zijn naar anderen toe. Ze willen hun ei kwijt, maar willen ook naar anderen luisteren. Effectief leiderschap ontstaat als er sprake is van kwalitatief hoogwaardige interacties tussen leiders en volgers. Zelfdiscipline (self-discipline’) is een andere belangrijke factor van authentiek leiderschap. Door deze factor kunnen leiders hun doelen bereiken, omdat ze zich richten op het doel dat bereikt moet worden. Door zelfdiscipline kunnen leiders in stressvolle situaties kalm en consistent blijven in hun werk. Ook kan gezegd worden dat authentieke leiders door medeleven (‘compassion’) gevoelig zijn voor andermans emoties en kunnen praten over zichzelf met anderen. Ook zorgt een gevoel van medeleven ervoor dat leiders anderen kunnen helpen.

De theoretische benadering

De theoretische benadering van authentiek leiderschap houdt zich bezig met de basiscomponenten van authentiek leiderschap en hoe deze componenten aan elkaar gerelateerd zijn. Onderzoek naar authentiek leiderschap is relatief recent en vooral ontstaan naar aanleiding van de politieke instabiliteit in Amerika. Door de aanslagen van 11 september werden mensen namelijk steeds meer onzeker over leiderschap. Onderzoekers voelden de drang om de betekenis van authentiek leiderschap te verduidelijken en een theoretisch referentiekader te vormen over dit concept. Wetenschappers vonden het lastig om authentiek leiderschap te verduidelijken en de kenmerken ervan uiteen te zetten. Dit komt ook omdat authentiek leiderschap door de tijd heen steeds anders gedefinieerd is. Er zijn tot op heden meerdere modellen ontworpen waarin authentiek leiderschap wordt besproken. Gardner heeft een model gemaakt waarin hij stelt dat authentiek leiderschap gaat over zelfbewustzijn en zelfregulatie bij een leider en volger. Ilies, Morgeson en Nahrgang kijken in hun model meer naar de invloed van authenticiteit op het geluk en de gezondheid van leiders en volgers. Luthans en Avolio zien authentiek leiderschap meer in termen van een ontwikkelingsproces.

Componenten van authentiek leiderschap volgens Walumbwa

Walumbwa heeft een model van authentiek leiderschap ontwikkeld waarin hij stelt dat authentiek leiderschap samengaat met vier factoren die hieronder worden beschreven.

  1. Zelfbewustzijn (‘self-awareness’): deze term gaat over het persoonlijke inzicht van een leider. Zelfbewustzijn is een proces waardoor leiders hun sterke en minder sterke punten leren kennen en kunnen reflecteren op hun kernwaarden, identiteit, emoties, motieven en doelen. Zij weten wie zij zijn en waar ze voor staan en worden door anderen als authentiek gezien.

  2. Geïnternaliseerd moreel perspectief (‘internalized moral pespective’): het gaat er hierbij om dat leiders hun gedrag baseren op hun eigen normen en waarden in plaats van op factoren van buitenaf (zoals sociale druk). In dit geval wordt ook wel gesproken van een proces waarbij zelfregulatie van belang is. Anderen zien een leider met deze eigenschap als authentiek, omdat hij of zij zich gedraagt op basis van de eigen normen en waarden.

  3. Gebalanceerde verwerking (‘balanced processing’): ook dit proces is zelfregulerend van aard. Het gaat hierbij om iemands vermogen om informatie objectief te analyseren en naar andermans mening te luisteren voordat een besluit wordt genomen. Een leider met deze eigenschap wordt als authentiek beschreven omdat hij of zij objectief is en openstaat voor andere meningen.

  4. Relationele transparantie (‘relational transparency’): het gaat er hierbij om dat iemand open en eerlijk is en zijn of haar ware aard aan anderen kan laten zien. Ook in dit geval is er sprake van een zelfregulerend proces, omdat leiders zelf de controle hebben over de mate waarin ze hun ware aard aan anderen laten zien. Van relationele transparantie is sprake wanneer een leider zijn of haar gevoelens en motieven op een fatsoenlijke manier met anderen deelt door zowel sterke als minder sterke punten van zichzelf te laten zien aan anderen.

Factoren die authentiek leiderschap beïnvloeden

Er zijn andere factoren zoals (1) psychologische capaciteiten (‘psychological capacities’), (2) morele redenering (‘moral reasoning’) en (3) kritische levensgebeurtenissen (‘critical life events’) die authentiek leiderschap beïnvloeden.

  1. Er zijn vier psychologische capaciteiten die authentiek leiderschap beïnvloeden. Dit zijn (1) vertrouwen (‘confidence’), (2) hoop, (3) optimisme en (4) veerkrachtigheid (‘resilience’). Bij vertrouwen gaat het om de overtuiging dat iemand het vermogen heeft om een specifieke taak goed te volbrengen. Leiders die deze eigenschap hebben zijn gemotiveerder om succesvol te zijn en zijn ook volhardend als er obstakels ontstaan. Hoop is een positief gevoel dat ontstaat door wilskracht en het plannen van doelen. Hoopvolle leiders inspireren hun volgers. Optimisme staat voor een cognitief proces waarbij iemand situaties op een positieve manier interpreteert en positief is over de eigen vermogens, maar ook over de dingen die hij of zij kan bereiken. Tot slot gaat veerkrachtigheid over het vermogen om er bovenop te komen wanneer iemand vervelende gebeurtenissen ervaart. Van veerkrachtigheid is bijvoorbeeld sprake wanneer iemand zich op een positieve manier kan aanpassen aan moeilijke perioden.

  2. Morele redenering staat voor het vermogen om ethische besluiten te nemen over kwesties die als goed of slecht kunnen worden geïnterpreteerd. Dit vermogen is eigenlijk een proces waar iemand door de jaren heen verder in komt. Door dit vermogen kunnen authentieke leiders laten zien dat ze voor rechtvaardigheid staan en willen doen wat goed is.

  3. Kritische levensgebeurtenissen zijn belangrijke gebeurtenissen die vormgeven aan iemands leven. Deze gebeurtenissen kunnen positief zijn (zoals een onverwachte promotie), maar ook negatief (gediagnosticeerd worden met kanker). Door kritische levensgebeurtenissen ontstaan er vaak veranderingen in iemands leven. Wanneer leiders hun levensverhaal vertellen, leren ze meer over zichzelf en begrijpen ze hun eigen rol beter. Deze gebeurtenissen zorgen ervoor dat individuen kunnen groeien en sterkere leiders kunnen worden.

Hoe werkt de ‘authentic leadership theory’?

De praktische en theoretische benadering beschrijven authentiek leiderschap allebei als een ontwikkelingsproces dat door de tijd heen bij leiders ontstaat. Beide benaderingen beschrijven authentiek leiderschap wel op een andere manier. De praktische benaderingen van Terry en George leggen uit hoe iemand een authentieke leider kan worden. Terry stelt dat op basis van zijn wiel twee vragen beantwoord kunnen worden, namelijk wat er nou precies aan de hand is en hoe hier het beste op gereageerd kan worden. George richt zich juist op vijf kenmerken die leiders zouden moeten hebben om succesvol te zijn: (1) ‘purpose’, (2) ‘values’, (3) ‘relations, (4) ‘self-discipline’ en (5) ‘compassion’. De theoretische benadering geeft een beschrijving van wat authentiek leiderschap is en op welke factoren deze vorm van leiderschap gebaseerd is, namelijk op (1) ‘self-awareness’, (2) ‘internalized moral perspective’, (3) ‘balanced processing’ en (4) ‘relational transparency’.

Sterke punten van de ‘authentic leadership theory’

Deze theorie heeft vijf sterke punten die hieronder worden besproken.

  1. Allereerst laat deze theorie zien dat we behoefte hebben aan betrouwbare leiders in een onzekere wereld.

  2. Daarnaast laat deze benadering zien hoe mensen authentieke leiders kunnen worden als ze dat willen, omdat zowel de theoretische als praktische benaderingen laten zien welke kenmerken een authentiek leider heeft.

  3. Ook heeft het concept van authentiek leiderschap een duidelijke morele dimensie, net zoals dat geldt voor transformationeel leiderschap. Authentieke leiders snappen dat ze juiste besluiten moeten nemen voor hun volgers en voor de samenleving.

  4. Deze benadering stelt daarnaast ook dat authentieke waarden en gedragingen door de tijd heen in leiders kunnen groeien en ontwikkelen. Authentiek leiderschap is niet een trek die enkel een aantal mensen hebben. Iedereen kan leren om authentiek te zijn. Leiders kunnen bijvoorbeeld leren om meer aandacht te besteden aan hun relaties met anderen.

  5. Tot slot kan gezegd worden dat authentiek leiderschap gemeten kan worden met de ALQ (‘Authentic Leadership Questionnaire’). Dit is een valide meetinstrument dat uit 16 items bestaat en de vier factoren van authentiek leiderschap meet.

Minpunten van de ‘authentic leadership theory’

Hieronder zullen vier minpunten van de ‘authentic leadership theory’ besproken worden.

  1. Allereerst is deze theorie nog erg nieuw wat betekent dat de concepten van de theorie nog niet helemaal gevormd zijn. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de validiteit van de theoretische en praktische benaderingen van authentiek leiderschap.

  2. Daarnaast is het morele component van de authentiek leiderschap nog niet duidelijk verklaard. Deze benadering stelt dat leiders gemotiveerd worden door hun waarden en normen, maar hoe dit dan precies gebeurt is niet duidelijk.

  3. Een ander minpunt is dat wetenschappers niet zeker weten of psychologische capaciteiten als één van de componenten van authentiek leiderschap moeten worden gezien. Er is tot op heden nog geen goede reden gegeven waarom deze capaciteiten onderdeel zouden moeten zijn van authentiek leiderschap. Sommige wetenschappers denken dat toevoeging van deze factor ervoor zorgt dat het concept van authentiek leiderschap te veel wordt uitgebreid en daarom moeilijk te onderzoeken wordt.

  4. Tot slot kan gezegd worden dat het nog niet helemaal duidelijk is hoe authentiek leiderschap leidt tot positieve organisatorische uitkomsten. Hier moet duidelijk meer onderzoek naar gedaan worden. We weten nog niet of deze benadering van leiderschap effectief is en of authentiek leiderschap voldoende is om positieve organisatorische uitkomsten te veroorzaken.

Toepassing en meetinstrumenten

Omdat deze benadering relatief nieuw is, zijn er nog weinig strategieën bekend die mensen kunnen gebruiken om authentieke leiders te worden. Ondanks het gebrek aan onderzoek, kan wel gezegd worden dat deze benadering ervan uitgaat dat mensen kunnen leren om authentieke leiders te worden. Luthans en Avolio stellen in hun model bijvoorbeeld dat authentiek leiderschap een proces is dat steeds aan ontwikkeling onderhevig is. Organisaties kunnen hier rekening mee kunnen houden als ze bijvoorbeeld zien dat mensen hogerop komen in een organisatie. Mensen die hogerop komen kunnen getraind worden om authentieke leiders te worden. Ook leert deze benadering ons dat leiders moeten proberen eerlijk te zijn, het juiste te doen en moeten werken voor gemeenschappelijke doelen. Walumbwa heeft de ALQ (‘Authentic Leadership Questionnaire’) ontwikkeld om authentiek leiderschap te meten. Deze wetenschapper stelt dat uitkomsten op deze vragenlijst samenhangen met onder andere prestatie, toewijding en tevredenheid.

Who am I and what am I going to do with my life? - Eccles - 2009 - Artikel

Who am I and what am I going to do with my life? - Eccles - 2009 - Artikel

Introductie

Dit artikel gaat over het verwachtingswaarde perspectief van identiteit en het vormen van een identiteit. Volgens de auteur zijn er twee basissoorten van zelfperceptie, namelijk (a) een perceptie die samenhangt met vaardigheden, eigenschappen en competenties en (b) een perceptie die samenhangt met persoonlijke waarden en doelen. In dit artikel wordt er vooral gekeken naar de invloed van identiteit op keuzes, oftewel gemotiveerde acties. Ook kan er onderscheid gemaakt worden tussen twee typen identiteit, namelijk persoonlijke identiteit en collectieve/sociale identiteit. Door de auteur wordt persoonlijke identiteit gezien als het aspect dat jou het gevoel heeft dat je uniek bent en zij noemt deze ook wel de ME self. Collectieve identiteit wordt gezien als de eigenschappen die jij persoonlijk belangrijk vindt en die de banden met groepen en relaties versterken. Collectieve identiteit noemt de auteur ook wel de WE self. Zij denkt ook dat keuzes die gemaakt worden helpen een identiteit te vormen. In het artikel wordt ook ingegaan op de ontwikkeling van identiteit. Volgens de auteur verandert identiteit door veranderingen in situaties.

Identiteit is iets wat door motivatie is opgebouwd. De auteur heeft met haar collega’s een sociaal cognitief model samengesteld. Dit model is het expectancy value model of motivated behavioral choice. Het model gaat over verschillende soorten gedragskeuzes, taken en activiteiten. Keuzes die belangrijk zijn voor het leven (bv. studiekeuze, vriendschappen) zijn verbonden met twee soorten overtuigingen, namelijk: (1) individuele verwachtingen van succes en (2) het belang of de waarde van verschillende opties waar het individu tussen kan kiezen (subjective task value). Deze overtuigingen staan weer in relatie tot culturele normen, sociale rollen en sociale ervaringen; persoonlijke ervaringen en de interpretatie en herinneringen hiervan; persoonlijke bekwaamheid, talenten, persoonlijkheid en temperament; en persoonlijke overtuigingen en houding tegenover zaken. Al deze factoren voorspellen persoonlijke verwachtingen over succes in de toekomst en over de persoonlijke subjectieve waarde van de aanwezige opties. Ook denkt de auteur dat die twee voorgenoemde overtuigingen ook bijdragen aan het vormen van de ME- en WE self. De verdere ontwikkeling wordt beïnvloed door minstens twee processen. Allereerst heeft iedere culturele groep een beeld over hoe de volgorde moet verlopen van ontwikkelingstaken en ervaringen. Hierdoor worden individuen aan verschillende situaties met verschillende normen blootgesteld. Ten tweede wordt ieder individu beter in het uitkiezen van sociale contexten en ervaringen die hun helpt met het vormen van hun eigen overtuigingen. Deze overtuigingen zijn nauw verbonden met de opvallendheid, centraliteit en de inhoud van veel verschillende persoonlijke en collectieve/sociale identiteiten. De auteur denkt dat men een aantal overtuigingen heeft over wie je bent en wie je wil worden.

Verwachtingen en persoonlijke bekwaamheid als mediatoren van prestatiegerichte keuzes. De verwachting op succes en zelfverzekerdheid in je capaciteiten om te slagen worden al een lange tijd gezien als belangrijke mediatoren van gedragskeuzes. Ook maken mensen doorgaans keuzes waar ze zich zelfverzekerd over voelen of waarvan ze verwachten dat ze die het succesvolste kunnen volbrengen. Het model voorspelt dat zelfinzicht van je bekwaamheid en inzicht in de taakmoeilijkheid de belangrijkste psychologische voorspellers zijn die bepalen of je verwacht succes te hebben. Zelfinzicht in je bekwaamheid en je verwachting op succes hebben zelfs zo een grote samenhang dat het lastig is om deze te scheiden. Zelfinzicht wordt gevormd door vergelijking, interpretatie van processen en de gevolgen, sociale invloeden, leerprocessen, uitwisseling van informatie over vaardigheden. Al deze bronnen van informatie helpen met het vormen van verschillende componenten van je ME self. Deze componenten kunnen gedrag weer (de)motiveren als ze geactiveerd worden. Er is dus een constante ontwikkeling gaande zolang mensen meer ervaringen opdoen.

Subjective task values

Subjective task values motiveren het kiezen tussen activiteiten. Belangrijke keuzes die je maakt in het leven worden beïnvloed door de aanwezige opties en hoeveel waarde je aan deze hecht. De auteur (en dus ook het model) stelt ook dat de subjective task values direct samenhangen met de persoonlijke en collectieve/sociale identiteit en met het vormen van de identiteit. Subjective task values zijn kwaliteiten die bijdragen aan verschillende keuzes, dus de kans dat iemand de optie kiest of niet kiest.

Subjective task values worden beïnvloed door vier factoren, namelijk:

  1. Interest value: De waarde van de interesse gebaseerd op de hoeveelheid plezier iemand beleeft aan een activiteit/bepaald gedrag. Uiteindelijk kan het zich zo ontwikkelen dat het een deel van de ME self wordt. Het kan zich dus ontwikkelen van iets dat simpelweg een interesse is naar iets dat ook echt bereikbaar is (Zie ook attainment value.)

  2. Attainment value: Het beeld over je eigen identiteit bestaat uit verschillende componenten, namelijk opvattingen over de eigen (a) persoonlijkheid en capaciteiten, (b) doelen en plannen, (c) beeld over rolverdeling tussen mannen en vrouwen, (d) instrumentale en terminale waarden, (e) motivaties, (f) ideaalbeeld over hoe iemand hoort te zijn, (g) beeld over wat gepast gedrag is in verschillende situaties. Deze componenten beïnvloeden de attainment values, oftewel de doelen die het individu belangrijk vindt om te behalen. Individuen willen de keuzes maken die bij hun identiteit passen.

  3. Utility value: Dit lijkt op de attainment value, maar dan is het een taak die iemand wil volbrengen, omdat het invloed heeft op een iets minder persoonlijk doel.

  4. Perceived cost: Meedoen aan een bepaalde activiteit kan ook kosten met zich meebrengen, bijvoorbeeld tijdsverspilling, sociale gevolgen of zaken als faalangst.

Volgens het model is er een verband tussen de personal values en de achievement-related choices. Verschillende onderzoeken hebben hier ook bewijs voor gevonden. Zo kiezen mensen die vooral gericht zijn op de persoon een studie waarin dit ook terug komt en kiezen mensen die vooral geïnteresseerd zijn in natuurkunde een studie waarin in natuurkunde terug komt. Dit werkt beide kanten op. De waarde ‘mensen helpen’ voorspelt dus ook goed dat iemand met deze waarde niet voor een natuurkundestudie zal kiezen.

Samenvatting

Overtuigingen over jezelf (over je bekwaamheid en de subjective task value) hebben veel invloed op de keuzes die gemaakt worden. Deze twee factoren helpen bij het vormen van een identiteit, wat weer leidt tot je gedrag in het algemeen. De attainment value beïnvloedt zeker voor een deel de mate van zelfinzicht en de gedragskeuzes die gemaakt worden. Deze twee processen beïnvloeden ook elkaar, waardoor een identiteit gevormd kan worden.

Ook beïnvloeden subjective taks values aan welke activiteit wordt deelgenomen. Ze horen ook de ontwikkeling van individuele competenties te beïnvloeden. Ook horen verschillende competenties de ontwikkeling van subjective task values te beïnvloeden, want (herhaaldelijk) succes hebben of falen bij een taak beïnvloedt of iemand de taak leuk vindt.

Fail or flourish? Cognitive appraisal moderates the effect of solo status on performance - White - 2008 - Artikel

Fail or flourish? Cognitive appraisal moderates the effect of solo status on performance - White - 2008 - Artikel

Wanneer iedereen in een bepaalde groep dezelfde sociale identiteit heeft (bijvoorbeeld iedereen is een man) en 1 persoon niet (een persoon is een vrouw), dan heeft deze persoon een solo status. Dit zorgt ervoor dat deze solo persoon zichtbaarder is in de groep, omdat zij meer opvalt. Bovendien zorgt het voor meer prestatiedruk, wat zich kan uiten in stress. De persoonlijke reactie op stress kan door cognitieve waarden (ofwel taxatie, bijvoorbeeld vecht of vlucht) worden voorspeld. In dit artikel worden twee experimenten besproken die bekijken of cognitieve waarden het effect van een solo status op prestaties modereert.

  • Experiment 1 vond dat hoge taxatiewaarden ervoor zorgen dat solo status de prestatie verhoogt en lage waarden zorgen voor het verlagen van de prestaties.

  • Experiment 2 vond dit effect gebaseerd op minimale groepstaken.

Kortom, bij personen die zich uitgedaagd voelen en niet bedreigd, kan een solo status bijdragen aan een betere prestatie.

Inleiding

Soms zorgt een solo status voor betere prestaties, soms juist voor slechtere. Dit is uit verschillende onderzoeken naar voren gekomen. Daarom moeten er 1 of meerdere moderatoren aan ten grondslag liggen die dit verschil verklaren. Er zijn al groepsmoderatoren bekend: groep status en groep stereotypen. De moderatoren zijn echter nog niet bekend op individueel niveau. Mensen met een solo status vallen op, hebben hogere prestatiedruk en sociale isolatie en hebben het gevoel dat anderen hen zullen stereotyperen. Op individueel niveau zou de manier waarop iemand met die stress omgaat (cognitieve appraisal, een moderator kunnen zijn. Met cognitieve appraisal kan iemand een situatie op waarde schatten en kijken of het mogelijk is om de situatie onder controle te houden. Positieve evaluatie zorgt voor mogelijk hogere prestaties en negatieve evaluatie voor slechtere prestaties. Daarom wordt er voorspeld dat cogntieve appraisal invloed heeft op het effect van solo status. Hoge appraisal voorspelt betere prestatie en lagere appraisal voorspelt slechtere prestatie.

Solo status: afwijkende prestaties

Er gebeuren verschillende processen bij meer- en minderheidsgroepen. Ten eerste zijn de mensen in de minderheidsgroepen goed zichtbaar wat kan leiden tot hogere prestatiedruk. Ten tweede is er verhoogde polarisatie (versterken van tegenstellingen) tussen de meer- en minderheidsgroep en dit kan leiden tot sociale isolatie van de minderheidsgroep. Ten derde worden leden van de minderheidsgroep gekenmerkt door een bepaald stereotype door de meerderheidsgroep. Mensen met een solostatus ervaren dezelfde groepsdruk als tokens (mensen die een hogere rang toegewezen hebben gekregen, juist omdat zij in de minderheid zijn).

Een solo status kan zorgen voor een slechtere prestatie, het kan bijdragen aan de dreiging van stereotypering en het beïnvloedt leiderschap in een groep. Uit onderzoek bleek dat wanneer een taak ‘vrouwelijk’ leek, vrouwen met een solo status niet slechter gingen presteren, maar mannelijke solo’s wel. Dit effect was ook andersom gevonden. Er zijn verschillende variabelen op groepsniveau die het effect van solostatus op de individuele prestatie kunnen modereren: geslacht, groepsstereotypen en groepsstatus.

Cognitieve appraisal op emotie

Wanneer men zekerder is van zijn of haar vermogen om te presteren, ervaart men minder stress tijdens een taak. Om te kunnen voorspellen hoe iemand om zal gaan met de stress kan je kijken naar de cognitieve appraisal van emotie. Dit bestaat uit primaire en secundaire appraisal: primaire is de toewijzing van de mogelijke implicaties voor een persoon zelf: heb ik een probleem? Dit doet men als er mogelijk negatieve implicaties zijn. Secundaire appraisalis het bekijken of je het probleem mogelijk op kan lossen. Twee constructen zijn gerelateerd aan cognitieve appraisal: zelfbeschikking is het geloof dat je specifieke acties kan produceren om een stressvolle situatie aan te kunnen. Verwachtingen over prestatie is het tweede construct. Dus je beantwoordt de vraag: hoe voer je het uit? Er zijn twee experimenten ontworpen om de hypothese te testen dat cognitieve appraisal het effect dat solo status heeft op prestatie, modereert. Men dacht dat solo’s beter zouden presteren wanneer de cognitieve appraisal hoog is dan wanneer deze laag is.

Experiment 1

Dit experiment bekijkt of cognitieve appraisal het effect van solo geslacht status op prestatie zou modereren. Men moest twee taken doen. Er was een groepsdiscussie taak en een moeilijke wiskunde taak. Men dacht dat solo’s hogere niveaus van emotionele arousal zouden voelen dan niet-solo’s. Ook dacht men een solo status x cognitieve apprasail interactie te vinden: solo’s presteren beter wanneer de cognitieve appraisal hoog is dan wanneer het laag is. Deze relatie zou sterker zijn voor solo’s dan niet-solo’s.

Methode

137 participanten deden mee. Groepen bestonden uit 1 man en 3 vrouwen of 1 vrouw en 3 mannen. Men moest een emotietaakje doen om te kijken hoeveel arousal iemand had. Daarna deed men een groepsdiscussie taak en een wiskunde taak. Daarna onderzocht men de cognitieve appraisal, zowel de primaire als secundaire. Daarna beantwoordden ze verschillende vragen over bijvoorbeeld groepsdruk en stereotypering.

Resultaten

Solo’s voelden zich niet meer zichtbaar of meer geëvalueerd. Solo’s rapporteerden geen hogere niveaus van emotionele arousal. Cognitieve appraisal als variabele: vrouwen hadden significant lagere appraisal (vertrouwen in het oplossen) bij de wiskunde taak en de groepsbeslissing taak. Er was echter geen significant effect van solo status op de appraisal. Dus het maakte niet uit of je solo was of niet wat betreft het vertouwen in het oplossen van een taak. De solo status x geslacht interactie was ook niet significant. Er was ook geen verschil tussen solo’s en niet-solo’s.

Cognitieve appraisal als moderator: cognitieve appraisal voorspelde significant de wiskundescores. Het voorspelde zowel voor solo’s en niet-solo’s, maar significant meer voor solo’s. Er was een significante solo status x cognitieve appraisal interactie gevonden. Wiskunde taak Groepsdiscussietaak

Discussie

Experiment 1 vond dat cognitieve appraisal het effect van solo status op prestatie modereert. Solo’s zeiden echter niet dat ze verhoogde arousal voelden. Ze waren zich wel bewust van hun solo status. Ze dachten ook dat ze meer gestereotypeerd werden.

Experiment 2

Deze was ontworpen om het eerste experiment te ondersteunen en om er zeker van te zijn dat de onafhankelijke variabelen op solo status en cognitieve appraisal ongecorreleerd zijn. Eerst werd cognitieve appraisal gemeten en daarna werden participanten random ingedeeld. Ze kregen geen privacy scherm, wat ze wel in het eerste experiment kregen. De groepstaak uit experiment 1 werd niet meegenomen. Nu was er dus alleen een wiskunde taak. Bovendien bevatte het meerdere metingen om appraisal te meten, in plaats van 1. Men had dezelfde hypothesen als bij experiment 1.

Methode

91 personen deden mee. Er waren 21 groepen van 3 personen en 7 groepen van 4 personen.

Procedure

Men moest een paar taakjes doen en de cognitieve appraisal werd gemeten voordat er lichte nadruk kwam te liggen op de status van een persoon. Dit is anders dan in experiment 1. De proefpersonen deden een wiskunde taak en de rest van de taken (zoals de vragenlijsten) die men ook in experiment 1 deed.

Resultaten

Bij cognitieve appraisal als variabele: er waren geen significante effecten van geslacht of solo status en er was ook geen solo x geslacht interactie. Solo’s gaven aan zich niet meer zichtbaar te voelen, noch een hogere prestatiedruk te voelen, noch zich gestereotypeerd te voelen. Er was geen effect gevonden wat betreft emotie.

Bij cognitieve appraisal als moderator: net als in experiment 1 voorspelt cognitieve appraisal significant de wiskundescore. Er was een solo status x cognitieve appraisal interactie. Net als in het eerste experiment scoorden de vrouwen lager dan de mannen.

Discussie

Experiment 2 ondersteunt de resultaten van experiment 1. Solo’s met hoge niveaus van appraisal scoren hoger dan solo’s met lage niveaus van appraisal. Dit effect was sterker voor solo’s dan voor niet-solo’s. Het verschil met het eerste experiment was dat de appraisal werd getest door de wiskundetest in de groepscontext te maken en de solo status was voor sommige participanten achteraf geïntroduceerd. Op deze manier zorgt men ervoor dat de mogelijkheid dat het effect geobserveerd was doordat de solo status mensen accurater en extremer in hun appraisal maakt, werd uitgesloten. Zo was men er zeker van dat dit effect ongecorreleerd is met de gerapporteerde cognitieve appraisal.

Algemene discussie

Twee experimenten vonden steun voor de hypothese dat de cognitieve appraisal van emotie het effect op solo status op een persoonlijke prestatie modereert. Dit effect is sterker en positiever voor solo’s dan niet-solo’s. Dit kan verklaren waarom solo status bij sommige personen leidt tot betere prestaties en bij anderen zorgt voor slechtere prestaties. Er waren geen verschillen te zien op het effect die solo status heeft op mannen en vrouwen.

Coaching: wat kan je doen om overtuigingskracht, argumentatie en logisch redeneren te verbeteren of ontwikkelen?

Coaching: wat kan je doen om overtuigingskracht, argumentatie en logisch redeneren te verbeteren of ontwikkelen?

Hoe wordt argumentatie ingezet bij het overtuigen?
Hoe wordt argumentatie ontleed en bekritiseerd?

Hoe wordt argumentatie ontleed en bekritiseerd?

Hoe wordt argumentatie ontleed en bekritiseerd?

  • Argumenten bestaan uit stellingen, maar zijn iets anders dan slechts een opsomming van stellingen. De stellingen moeten gepresenteerd worden als reden voor de volgende stelling. Dit doe je door het toevoegen van het woord ‘dus’ (therefore), wat een conclusie aangeeft. Het woord dus wordt daarom een conclusion marker genoemd. Er zijn ook andere conclusie markers, zoals dus, daarvoor, daardoor, dan en vandaar. Het woord aangezien (since) geeft een reden aan en wordt daarom een reason marker genoemd. Andere reason markers zijn omdat, want, aangezien, als, terwijl en in zoverre. De conclusie en reden markers samen heten argument markers.
  • Het is niet mogelijk om een argument te identificeren door alleen naar de argument markers te kijken, omdat de woorden die duiden op een argument ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Je moet kijken naar de woorden in de context waarin ze worden gebruikt. Een trucje om te checken of iets een argument is, is om het woord in de zin te vervangen door een andere argument marker. Met behulp van argument markers kun je de structuur van een argument ontdekken.

 

    Hoe kun je leren beter te argumenteren tijdens je reis, studie, stage of werk

    Hoe kun je leren beter te argumenteren tijdens je reis, studie, stage of werk

    Hoe kun je beter leren argumenteren tijdens je reis, studie, stage of werk

    Tijdens je reis

    • Tijdens je verblijf in het buitenland ben je constant in contact met de lokale bevolking. Door goed te communiceren met de 'locals' en andere reizigers kunnen veel problemen worden voorkomen
    • Door de juiste inzet van argumenten kan je makkelijker respectvol blijven en problemen voorkomen wanneer je eens 'nee' moet zeggen tegen iemand die je vraagt iets voor hem of haar te doen.

    Tijdens je studie

    • Kunnen argumenteren is een skill die hard nodig is tijdens de studie en die je in de loop van je studietijd steeds verder doorontwikkelt.
    • Bij vrijwel iedere tentamenvraag zal je moeten argumenteren om tot een antwoord te komen. Dat kan impliciet zijn om bij Multiple Choice vragen tot het goede antwoord te komen, of expliciet om bij essay vragen aan te geven hoe je tot een zekere stelling of antwoord op een vraag bent gekomen

    Tijdens je vrijwilligerswerk of stage

    • Of je je bevindingen wil presenteren of beleid wil veranderen, in vrijwel iedere presentatie van een standpunt of mening is het verstandig om goede argumentatie te gebruiken. Klanten hebben minder vragen als de argumentatie onder de presentatie helder uiteen gezet is, en managers hebben vaak niet de tijd om alle feiten te kunnen checken, maar zullen doorgaans wel scherp letten op kwaliteit van argumenten
    Hoe kun je je overtuigingskracht trainen of testen tijdens je reis, studie, stage of werk?

    Hoe kun je je overtuigingskracht trainen of testen tijdens je reis, studie, stage of werk?

     

     

     

    Hoe kun je meer inzicht krijgen in je overtuigingskracht tijdens je reis, studie, stage of werk in het buitenland, en hoe kan je het trainen?

    Tijdens je reis

    • Wanneer je op reis gaat met reisgenoten, zullen er altijd momenten voorkomen dat jullie het niet eens worden over plannen. Nu is het niet zo dat je jouw idee maar moet doordrammen, maar wanneer je met goede argumenten kunt komen en laat zien dat jouw plan ook daadwerkelijk echt leuk is zullen mensen eerder bereid zijn om met je mee te gaan.
    • Hou wel in je achterhoofd dat je op reis bent en dat iedereen het zo leuk mogelijk moet kunnen hebben. Zoek dan ook compromissen zodat iedereen tevreden is; vandaag gaan jullie raften maar morgen relaxen op het strand wat je reisgenootje graag wil. 
    • Als toerist in het buitenland zullen plaatselijke verkopers vaak graag geld aan je willen verdienen. Laat echter geen misbruik van je maken door overbodig hoge prijzen te betalen en overleg met een verkoper tot je samen tot een goede prijs komt. Dit zal niet met iedereen lukken maar wanneer je je sympathiek en open opstelt kom je vaak tot een compromis. Heb je geen idee wat een redelijke prijs voor een bepaalde product of dienst is? Schakel dan de hulp in van een local, die kunnen dit vaak beter inschatten.

    Tijdens je studie

    • Tijdens je studie zijn er grofweg twee situaties waar je overtuigingskracht moet laten zien; bij eigen projecten en wanneer je moet samenwerken.
    • Bij eigen projecten, zoals papers en presentaties, is het in de eerste instantie van belang dat je feiten en verbanden op een rijtje hebt. Laat zien dat je kennis van zaken hebt en dat je gestudeerd hebt over wat je beweert en beargumenteert. Als je dat onder de knie hebt, is de manier waarop je je project presenteert van minstens even groot belang; wanneer je dit met gevoel, correcte ordening en betrouwbaarheid kunt doen, is de kans veel groter dat je overtuigend overkomt.
    • Tijdens je studie zul je ook regelmatig moeten samenwerken. Hierbij is het essentieel dat je tegelijkertijd je eigen ideëen en argumenten goed kunt presenteren zodat je anderen kunt overtuigen van de waarde ervan, en dat je daarnaast open staat voor de inbreng van anderen. Zoek een manier waarmee iedereen tevreden is want als je alleen maar jouw ideëen doordramt zal het waarschijnlijk geen prettige samenwerking worden.

    Tijdens je werk

    • Overtuigingd zijn in werksituaties begint eigenlijk bij solliciteren. Bij een sollicitatiegesprek is het van essentieel belang dat je kunt laten zien dat je bij een organisatie past. Naast dat je je potentiele werkgever ervan kunt overtuigen dat je de feitelijke taken van een baan aankunt, is het belangrijk dat je betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid uitstraalt. Durf je ook ook kwetsbaar op te stellen, dat laat zien dat je authentiek en eerlijk bent.
    • Tijdens je werkzaamheden zelf zul je regelmatig met collega's of je leidinggevende in gesprek moeten over een project, product of gebeurtenis. Zorg dat jij je ideëen en argumenten goed op een rijtje hebt en dat je ze helder kunt presenteren. Zo kun je besluitvorming het beste beïnvloeden. Bedenk daarbij wel dat je (bijna) altijd zult moeten samenwerken en sta daarom ook open voor andere ideëen en suggesties.
    • Bij sommige werkzaamheden moet je werken met bijvoorbeeld dieren of kinderen. Dit vraagt weer om een heel andere manier van doen dan het overtuigen van volwassenen; je verdiepen en het beoefenen van bijvoorbeeld lichaamstaal en intonatie is hierbij essentieel.

    Tijdens je vrijwilligerswerk (of stage)

    • Voor vrijwilligerswerk of een stage zul je ook eerst moeten solliciteren of op gesprek komen. Zorg dat je goed op de hoogte bent van de organisatie en zijn doelen, en dat je helder op een rijtje hebt waarom jij een aanwinst zou zijn. Dit kunnen argumentatieve punten zijn (dat je bijvoorbeeld aan de kwalificaties van de functie voldoet) maar het is ook van belang dat je kunt laten zien dat je past bij de organisatie en de doelstellingen. Wees hierbij eerlijk en oprecht en dat zul je dan ook uitstralen.
    • Wanneer je ergens vrijwilligerswerk gaat doen, is er vaak een helder doel waar naartoe gewerkt wordt of dat per dag vervuld moet worden. Als je denkt dat je een idee hebt om dat doel effectiever te bereiken, kun je dit voorleggen aan collega's of je leidinggevende. Zorg dan wel dat je met goede argumenten en een heldere presentatie komt, dan is de kans groter dat je ook daadwerkelijk invloed kunt uitoefenen.
    • Tijdens je stage komt het vaak voor dat je een project moet uitvoeren binnen een organisatie. Om een goed project op te zetten is het belangrijk dat je tegelijkertijd laat zien dat je kennis hebt van de organisatie en dat je daarnaast ook een eigen bijdrage kunt leveren. Zo kun je aan je stagegever laten zien dat jij een project tot stand kunt brengen waar jullie allebei iets aan hebben.

           

     

      

       Meer competenties of contenties checken

     

    Partners: coaching selectie

    Partnerselectie: Advies & Persoonlijke Ontwikkeling

    Empathie Plus

    Empathie Plus is een adviesbureau onder leiding van Joop Stroes. Ze bieden coaching op maat voor individuen en teams. Met gebruik van de bekende Kolbe™ Assessment worden niet alleen je capaciteiten en talenten in kaart gebracht, maar krijg je ook inzicht in de wijze hoe je ze kan toepassen. Kolbe™-theorie en -toepassing brengt je natuurlijke talenten in beeld, waardoor je de mogelijkheid krijgt om op maximale capaciteit te werken.

    Psycholoog op Afstand

    Waar ook ter wereld oline psychische hulp en therapie via facetime, skype, chat en mail. Persoonlijk en discreet, met je eigen online psycholoog. Behandeling bij uiteenlopende psychische klachten.
    De aangesloten psychologen en hulpverleners spreken Nederlands en zijn gespecialiseerd in verschillende vakgebieden.
    Zij werken in of vanuit o.a. Australië, Costa Rica, Curaçao, Dubai, Italië, Kroatië, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, Suriname en de USA.

    Studiekeuze Jong Talent & De Frisse Kijk

    De Frisse Kijk is de organisatie van Eva Ouwerkerk. Deze ervaren coach heeft zich gespecialiseerd in studiekeuze, motivatietraining en loopbaanbegeleiding. Gestart als journalist van informatieve programma’s is zij op zoek gaan naar de essentie van thema’s. Zij is deskundig in formeel leren, en gespecialiseerd in sociaal en informeel leren. Zij faciliteert het leren en ontwikkelen bij jong en laat talent.

     

    Ikzoekloopbaanbegeleiding.nl

    Het kan zijn dat je op een bepaald moment in je leven vastloopt tijdens je loopbaan. Of wellicht heb je te maken met (gedwongen) ontslag. Ook kan het voorkomen dat je vanwege je ziekte of beperking niet meer je huidige beroep kunt uitoefenen. Professionele loopbaanadviesbureaus op het gebied van loopbaanbegeleiding, outplacement en re-integratie kunnen hierin ondersteuning bieden. Ikzoekloobaanbegeleiding.nl is het startpunt voor alle loopbaanadviesbureaus

    JoHo: competentie begrijpen

    "Een leven lang leren en studeren om de ervaringen die je tijdens je werk, je reizen of je vrije tijd opdoet, op een juiste plek te zetten, een logisch gevolg te gevenen tot zinvol leven te laten leiden"

     

    = JoHo Contenties & Competenties

    • Contenties zijn die elementen (waarden) die leiden tot een tevreden leven, een tevreden groep of een tevreden maatschappij./ Het betreft elementen die een rol spelen bij de mate van tevredenheid die je als mens of als groep mensen (organisatie, familie) zou kunnen hebben. Deze elementen komen al sinds de oudheid in de literatuur voor. Ze worden aangemerkt als cruciale en bepalende elementen in het kader van geluk en tevredenheid.

    • Competenties (skills) zijn vaardigheden en eigenschappen die je kunt testen en opdoen tijdens je studie, je stage, je werk of bijvoorbeeld je reizen.De competenties vormen een serie handvatten op grond waarvan jij betere keuzes kunt maken en je carrière of levensinvulling dichter bij jezelf of je wensen kunt brengen.JoHo gaat er vanuit dat hoe beter jij je keuzes maakt, des beter dat in het algemeen ook voor een ander is.

    • Competenties  kunnen worden ingezet om Contenties te bereiken

      

    Oordeel vormen: leren of versterken, waar en bij welke organisatie?
    Type: 3.1. Activities & Jobs
    Betrokken skills Land Activitype Crossroads
    Wil jij ervaring opdoen in de zorg? Help dan mee bij een gezondheidsinstelling in Cusco Peru Onbetaald werk Buitenland: boekbaar Gezondheidszorg & Medische sector - JoHo Job Shop , Vrijwilligerswerk in het buitenland & Hulpverlening: het verschil maken, Arts & Zorgverlener: stagelopen tot werken in het buitenland
    Houd jij van cruisen en duiken? Beleef een fantastische ervaring als duikinstructeur op een cruiseschip die door de wateren rondom Indonesië vaart. Zie de website voor mogelijkheden. Indonesië Tijdelijk & Vast werk Buitenland: solliciteerbaar Cruiseschepen & Zeilboten - JoHo Job Shop , Werk in het buitenland & Buitenlandse baan, Cruiseschipmedewerker & Zeiljachtbemanning: stagelopen tot werken in het buitenland
    Ben jij automonteur in opleiding? Loop stage bij een autobedrijf op Curacao, werk mee in de werkplaats en voer verbeteringen uit Curaçao Techniek & Transport - JoHo Job Shop, Stage & Werkervaringsplaats: in het buitenland
    Meewerken aan de verbetering van de bedrijfsvoering van een vrouwen-timmerwerkplaats. Je loopt stage via een stichting in Chinandega die erop gericht is om de werkgelegenheid van vrouwen in niet-traditionele beroepen te bevorderen. Nicaragua Stage & werkervaringsplaats Buitenland: solliciteerbaar Techniek & Transport - JoHo Job Shop, Stage & Werkervaringsplaats: in het buitenland
    Loop stage op Curacao binnen de gezondheidszorg en doe onderzoek naar de verbetering van het dagprogramma van cliënten Curaçao Gezondheidszorg & Medische sector - JoHo Job Shop , Stage & Werkervaringsplaats: in het buitenland, Arts & Zorgverlener: stagelopen tot werken in het buitenland

    Pages