Competenties en werkzaamheden als psycholoog of therapeut: uitgelichte boek- en chaptersamenvattingen
Hoe denk je als een psycholoog?
Psychologen herken je niet aan hun universitaire graad of witte doktersjas. Psychologen herken je aan wat ze doen, waarderen, en vooral aan hoe ze denken. Denken als een psycholoog betekent denken als een wetenschapper. En denken als een wetenschapper houdt in dat je nadenkt over de empirische basis van wat je gelooft. Dat betekent dat je niet alleen conclusies baseert op intuïtie ('gezonde boerenverstand'), toevallige observaties van wat je zelf tegenkomt, of wat anderen zeggen (ook al zijn ze gepromoveerd). Empirisme betekent dat je gebruik maakt van je zintuigen (zien, horen, voelen) of instrumenten die daarmee helpen (zoals thermometers, timers, camera's, weegschalen of vragenlijsten) als basis voor de conclusies die je stelt. Kortom, psychologen zijn wetenschappers, en wetenschappers zijn empiristen.
Hoe werkt een psycholoog?
Er zijn zes fundamentele principes die een psycholoog hanteert in zijn of haar werk.
- Psychologen werken als empiristen in hun onderzoek. Dat betekent dat ze gebruik maken van hun zintuigen en/of instrumenten die daarmee helpen (zoals een vragenlijst of camera). Op basis van die waarnemingen trekken ze conclusies en stellen ze theorieën op.
- Psychologen testen theorieën door middel van het doen van onderzoek en passen hun theorieën aan als de data daartoe aanleiding geeft.
- Psychologen volgen normen die gelden in de wetenschappelijke gemeenschap, waarbij de prioriteit ligt op objectiviteit en eerlijkheid.
- Psychologen gebruiken een empirische basis voor zowel hun toegepast onderzoek als basisonderzoek (literatuuronderzoek om de theoretische basis te versterken).
- Psychologen maken hun werk openbaar: ze dienen hun artikelen in bij wetenschappelijke tijdschriften voor feedback en reageren op het werk van anderen.
Binnen de wetenschap is er nog een onderscheid tussen producenten van wetenschap en gebruikers van wetenschap. Die eerste groep is relatief klein. Het gaat om onderzoekers die na hun studie verder zijn gegaan in de wetenschappelijke wereld, door bijvoorbeeld een PhD te behalen en onderzoek te blijven doen. De andere groep, die van de gebruikers van wetenschap, is groter. De meeste afgestudeerden zullen na hun studie geen full time onderzoeker worden, maar gaan werken als bijvoorbeeld psycholoog. Wel is het ook voor deze groep belangrijk om op de hoogte te blijven van de wetenschappelijke trends en om te weten hoe je wetenschappelijke literatuur moet lezen en waarderen.
Wat is de empirische cyclus (theorie - data cyclus)?
Zoals hierboven in principe twee is beschreven, testen psychologen hun theorieën. Maar wat is een theorie precies? Een theorie is een set van beweringen -zo simpel mogelijk- die algemene principes beschrijft over hoe variabelen met elkaar samenhangen. Een voorbeeld van een theorie is die van Harlow, hij stelde dat lichamelijk contact tussen een baby en zijn of haar moeder de primaire basis is voor een veilige hechting, in plaats van eten. Op basis van deze theorie formuleerde Harlow diverse onderzoeksvragen, die hij onderzocht. Daarnaast waren er ook vragen, die afweken van deze theorie en die hij dus juist niet onderzocht.
Het opstellen van een theorie leidt vervolgens tot het formuleren van hypothesen. Een hypothese is een verwachting, die wordt geformuleerd in relatie tot het onderzoeksdesign. Het is eigenlijk een specifieke uitkomst die de onderzoeker verwacht te observeren in de studie als de theorie juist is. Op basis van de resultaten van een onderzoek kan de onderzoeker de hypothese aannemen (als de data overeenstemt met de hypothese) of juist verwerpen (als de data wat anders laat zien dan verwacht werd). Met data bedoelen we een set van observaties. In dit voorbeeld is de tijdsduur dat de baby en de moeder elkaar aanraakten bijvoorbeeld data. Idealiter is de hypothese vooraf al geregistreerd. Dit om te voorkomen dat onderzoekers hun hypothese snel aanpassen als de resultaten anders blijken te zijn dan verwacht.
De theorie - data cyclus, ook wel de empirische cyclus genoemd, is samengevat in Figuur 1. Let erop dat data een theorie kan versterken óf verzwakken, afhankelijk van of de data de theorie ondersteunen of niet. Verder is het belangrijk om te weten dat een studie nooit een theorie bewijst. In lijn met het empirisme kun je als psycholoog aantonen wat je ziet, maar kun je daaruit geen generalisaties formuleren voor iets wat je niet hebt gezien. Denk hierbij aan het volgende voorbeeld:
- Deze kraai is zwart.
- Die kraai is zwart.
- Alle kraaien die ik ook gezien heb zijn zwart.
Die laatste generalisatie kunnen empiristen dus niet maken, omdat ze niet alle mogelijke kraaien hebben geobserveerd. Het is dus mogelijk dat er ergens een kraai is, die niet zwart is. Daarom kunnen psychologen met hun observaties alleen een theorie versterken, maar nooit bewijzen. Een goede theorie is dan ook falsifieerbaar. Dat betekent dat een goede theorie zou moeten leiden tot hypothesen die, wanneer ze worden getest, kunnen leiden tot het tegenspreken van de theorie.
Figuur 1. De empirische cyclus (theorie - data cyclus)

Welke vier normen streeft een wetenschapper na?
Een wetenschapper streeft de volgende vier normen na:
- Universalisme: iedereen kan wetenschap beoefenen; je hebt geen hoge universitaire graad of belangrijke onderzoeksfunctie nodig.
- Gemeenschappelijkheid: wetenschappers zouden het best hun onderzoek transparant en open delen met andere wetenschappers en het publiek.
- Geen persoonlijke binding: wetenschappers zouden het beste niet persoonlijk geïnvesteerd zijn in de vraag of de hypothese wel of niet wordt bevestigd door de data. Het is belangrijk dat een onderzoeker objectief is en idealiter wat verder van het onderzoek af staat. Een onderzoeker zou zich niet moeten laten leiden door diens eigen overtuigingen, inkomen of status.
- Georganiseerde scepsis: wetenschappers nemen bijna nooit iets zomaar voor waar aan. Niets is heilig; wetenschappers zoeken altijd naar bewijs.
Wat wordt er bedoeld met het Mozart effect?
Wanneer een psycholoog zijn of haar onderzoekswerk openbaar maakt, dan gaat dit doorgaans via een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Soms pikken journalisten een studie op en schrijven zij daar een stuk over voor een algemeen publiek. Een fenomeen wat dan kan optreden is het Mozart effect. Dit betekent eigenlijk dat een specifieke onderzoeksbevinding ten onrechte wordt veralgemeniseerd. Dit fenomeen is vernoemd naar een studie van Frances Rauscher, die in 1993 ontdekte dat studenten die tien minuten naar muziek van Mozart luisterden, beter presteerden op een taak voor ruimtelijk inzicht dan studenten die tien minuten nergens naar luisterden. De journalist schreef vervolgens "Mozart maakt je slim". Er werd dus ten onrechte een zeer algemene conclusie getrokken uit een zeer specifieke onderzoeksbevinding.
Een manier om je hier tegen te weren, is door op zoek te gaan naar de originele bron. Het lezen van het originele artikel is de beste manier om het hele verhaal boven tafel te krijgen. Je leert hierover meer in hoofdstuk 2. Een andere manier is om een sceptische denkwijze erop na te houden wanneer je populaire bronnen leest. In hoofdstuk 3 leer je daar meer over.
bron: Introduction to and application of research methods and statistics van Carr & Morling
Waarom is het belangrijk om op jezelf te passen als therapeut?
Het welzijn van de therapeut is erg belangrijk. Therapeuten zijn ook gewoon mensen die voor zichzelf moeten zorgen en als een therapeut zich niet goed voelt, kan hij anderen niet goed helpen. Therapie geven kan erg vermoeiend zijn en therapeuten zijn dan ook gevoelig voor een burn-out. Als een burn-out vroeg wordt herkend, dan kan het voorkomen worden. Therapeuten vinden het echter vaak moeilijk om toe te geven dat er een burn-out aan zit te komen, daarnaast worden symptomen vaak niet op tijd herkent als tekenen van een burn-out.
Symptomen
Er zijn verschillende symptomen die horen bij een burn-out:
Fysiologische en emotionele symptomen: tijdens een burn-out voelen therapeuten zich zowel fysiek als emotioneel uitgeput en kunnen het niet meer opbrengen om een cliënt te zien. Daarnaast kunnen ze last hebben van hoofdpijn en andere fysieke symptomen.
Negatieve attitudes: therapeuten met een burn-out kunnen sterke negatieve attitudes ten opzichte van cliënten ontwikkelen en dit is slecht voor het therapeutische proces. Ook halen ze geen voldoening uit hun werk.
Teleurstelling: dit is misschien nog wel het grootste symptoom. Het is belangrijk dat een therapeut zich goed voelt over zijn werk. Ten tijde van een burn-out voelen ze zich gefrustreerd, omdat het niet lukt om een cliënt te helpen. Dit leidt tot gevoelens van falen en een laag zelfvertrouwen, met als gevolg zich terug willen trekken uit het therapeutische proces
Persoonlijke consequenties: een burn-out heeft ook invloed op het privéleven van de therapeut. Hij heeft bijvoorbeeld geen zin meer om met vrienden af te spreken en trekt zich terug.
Oorzaken
Er zijn verschillende oorzaken voor een burn-out. De grootste oorzaak is een slecht gebalanceerde therapeutische relatie, waarbij de therapeut bijna alleen maar geeft en de cliënt alleen maar ontvangt. Het is erg belangrijk dat een therapeut empathie toont, maar dit kan wel gevaarlijk zijn voor zijn gezondheid. Een therapeut kan meevoelen met de emoties van de cliënt en het is niet goed om je de hele tijd emotioneel distressed te voelen.
Zelfbescherming
Je zult leren hoe je naast een cliënt kan lopen en empathie kunt tonen en hoe je jezelf kan beschermen tegen emotionele pijn. Je kunt leren hoe je een burn-out kan voorkomen. Wanneer je wordt overspoeld door emoties is het goed om een stap terug te nemen en een meer objectieve positie in te nemen. Wanneer je toch geëmotioneerd raakt, kan je dit beter niet aan de cliënt vertellen. Cliënten vinden het erg naar als ze een ander pijn doen. Nadat je geëmotioneerd bent geraakt moet je jezelf weer opladen. Dit kan door supervisie of door te praten met een andere therapeut.
Andere factoren
Overbetrokkenheid: je moet leren om je werk niet mee naar huis te nemen.
Suïcidale cliënten: vermijd schuldgevoelens.
Isolatie: alleen werken is niet goed. Soms moet je je verhaal even kwijt.
Persoonlijke stress: stress in je privéleven vergroot ook de kans op burn-out.
Bestrijden
Het is begrijpelijk dat iemand niet wil toegeven dat hij tegen een burn-out aanzit. Mensen hebben namelijk geleerd dat ze altijd sterk moeten zijn. Daarnaast hebben beginnende therapeuten ook onrealistische verwachtingen van wat ze aan zouden kunnen. Zo denkt een beginnend therapeut dat therapie altijd zal helpen. Dat hoeft echter lang niet altijd zo te zijn.
Accepteren
Informatie over een burn-out zou opgenomen moeten worden in de training en therapeuten zouden moeten leren dat een burn-out soms onvermijdelijk is. Ze moeten symptomen leren herkennen, zodat ze op tijd kunnen ingrijpen.
Omgaan met een burn-out
Als je de burn-out symptomen op tijd aanpakt, hoeft het niet nodig te zijn om je baan op te zeggen. Omgaan met een burn-out kan worden vergeleken met een auto die een servicebeurt krijgt. Dit kan je van tijd tot tijd doen, zodat je jezelf steeds weer kan opladen. Dingen die je kunt doen zijn: herkennen van symptomen, praten over gevoelens, werk anders indelen, verkleinen van werkdruk, vakantie nemen, ontspanningsoefeningen doen, gebruiken van positieve zelfspraak, verlagen van verwachtingen, genieten van het leven, stoppen met piekeren over cliënten, lief zijn voor jezelf. Zorg in elk geval dat je actie onderneemt.
Bron: Practical Counselling Skills An Integrative Approach van Geldard & Geldard
Waar moet een psycholoog bij een forensische casus rekening mee houden?
De forensische psychodiagnostiek verschilt van de algemene psychodiagnostiek. Zo zoekt de cliënt van een forensisch diagnosticus meestal niet vrijwillig hulp, maar wordt hij of zij door rechterlijke instanties verplicht tot het diagnostisch onderzoek en eventueel aansluitende behandeling. Normaal gesproken staat het welzijn van de cliënt centraal in het onderzoek, maar in de forensische psychodiagnostiek draait het om waarheidsbevinding. De uitkomsten van de diagnostiek kunnen dan ook juridische consequenties hebben. Dit en het feit dat de cliënt niet vrijwillig meewerkt aan het onderzoek vergroot de kans dat de cliënt zal proberen sociaal wenselijk te antwoorden of de diagnosticus te misleiden. Om al deze redenen is er in veel landen een speciale beroepsopleiding voor mensen die zich bezig houden met de diagnostiek in de forensische wereld. Aan de forensische diagnostiek worden vaak hogere eisen gesteld dan aan de ‘normale’ psychodiagnostiek.
De onderkenningsvraag
De onderkenningvraag in de forensische diagnostiek is vaak lastig. In de meeste gevallen wil het rechterlijke systeem namelijk informatie over de aan- of afwezigheid van een stoornis ten tijde van de gepleegde misdaad. Voor psychologen is het vaak lastig om dit te bepalen omdat ze vooral getraind zijn om te bepalen wat er op dit moment speelt. Ook de psychodiagnostische instrumenten zijn vaak niet zo geschikt om een toestand in het verleden vast te stellen. Het gedwongen karakter van het onderzoek kan de diagnosestelling moeilijker maken, omdat het over het algemeen een negatieve invloed heeft op de relatie tussen de cliënt en de diagnosticus. In de normale psychodiagnostiek wordt een goede werkrelatie juist als een essentieel onderdeel van de diagnostiek gezien. De diagnosticus in een forensische setting moet in staat zijn te balanceren tussen voorzichtige dwang en ruimte laten tot weerstand. Persoonlijkheidspathologie komt relatief gezien erg vaak voor in forensische settings en kan het stellen van een as-I diagnose ernstig bemoeilijken. Vooral de borderline, antisociale, narcistische en paranoïde persoonlijkheidsstoornis komen vaak voor. Omdat dit nog wel eens betekent dat de cliënt vaak liegt en manipuleert is het nodig om ook informatie uit andere bronnen dan zelfrapportage van de cliënt te verzamelen. Het Structured Interview for Disorders of Personality vereist collaterale informatie en is daarom geschikt voor de forensische praktijk.
In de forensische setting dient de diagnosticus te kiezen voor een multi-methodisch testinstrumentarium, zodat het mogelijk is om een bevinding met informatie uit meerdere, verschillende bronnen te onderbouwen (kruisvalidering). De gebruikte tests moeten niet alleen steunen op zelfrapportage, er moet ook rekening gehouden worden met de invloed van sociale wenselijkheid en mogelijke manipulatie door de cliënt. Indirecte methoden zijn vaak goed bruikbaar in de forensische praktijk omdat de bedoeling van dit soort tests meestal niet duidelijk is voor de cliënt. Hierdoor neemt de kans op sociale wenselijke of manipulatieve antwoorden af. Verder is het belangrijk voor de diagnosticus om als het mogelijk is een heteroanamnese af te nemen en het dossier van de cliënt te bestuderen. Psychopathie is een goede voorspeller voor een terugval naar geweld, daarom zijn er speciale instrumenten ontwikkeld voor de forensische praktijk zoals de Hare Psychopathie Checklist.
De verklaringsvraag
Ook de verklaringsvragen kunnen complex zijn. Vaak gaat het over de mate waarin de cliënt toerekeningsvatbaar is of het verband tussen de psychische stoornis en de misdaad die de cliënt gepleegd heeft. Toerekeningsvatbaarheid wordt meestal gezien als de mate waarin de verdachte op het moment van de misdaad, mentaal en emotioneel in staat was om het verschil tussen goed en kwaad te kennen en daar naar te handelen. Met behulp van interviews met de verdachte en mensen uit zijn omgeving en het psychologisch testen van de verdachte moet de psycholoog een oordeel vellen over de toerekeningsvatbaarheid. Iemand kan verminderd toerekeningsvatbaar zijn wanneer er sprake is van intoxicatie, verstandelijke beperkingen of wanen. In Nederland onderscheiden we vijf verschillende maten van toerekeningsvatbaarheid: ontoerekeningsvatbaar, sterk verminderd toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en toerekeningsvatbaar. Dit onderscheid is echter nergens in de wet vastgelegd. Een ander probleem is dat verschillende rapporteurs vaak verschillende oordelen vellen over de mate waarvan ze vinden dat de verdachte toerekeningsvatbaar is. Verschillende rapportages kunnen leiden tot verschillende adviezen aan het rechtssysteem over straf en/of behandeling.
De indicatievraag
Advies over welke straf, dan wel behandeling gepast en gewenst zou zijn kan een indicatievraag zijn voor de diagnosticus. De indicatie wordt vaak in redelijk algemene termen gesteld. Vaak komt de indicatievraag naar voren bij aanvang van de forensische psychiatrische behandeling. In de meeste gevallen is het doel van de behandeling om de kans op terugval van de cliënt zo ver mogelijk terug te brengen zodat de cliënt mogelijk weer terug kan keren in de maatschappij. Ook hierin onderscheidt zich de forensische psychologie van de gewone psychologie. Bij de forensische psychologie staat het welzijn van de maatschappij voorop, bij de normale psychologie staat het welzijn van de cliënt voorop. De risicotaxatie speelt een belangrijke rol bij de indicatie. De kenmerken van de cliënt die de kans op terugval vergroten, zijn de kenmerken die in de behandeling aangepakt moeten worden. Ook de predictievraag houdt zich bezig met de kans op terugval in de toekomst.
De predictievraag
Lange tijd werd risicotaxatie gedaan op basis van een globaal klinisch oordeel. Tegenwoordig zijn er verschillende gestructureerde risicotaxatie-instrumenten op de markt, zoals de Historical Clinical Risk Management-20. Met behulp van deze instrumenten kan er een betrouwbaardere inschatting gemaakt worden van de risico’s. Gestructureerde risicotaxatie onderscheidt statische en dynamische factoren. Statische factoren zijn vaststaande feiten en deze zijn niet te beïnvloeden. Dynamische factoren zijn wel te beïnvloeden en is datgene waar de behandeling zich op zal moeten richten. De transparantie, de empirische ondersteuning en de structuur nemen toe als de risicotaxatie gebeurt op basis van gestructureerde instrumenten. Bij de evaluatievraag wordt er gekeken naar de mate waarin de dynamische factoren veranderd zijn door de forensische behandeling. Hierbij is het wel heel belangrijk om in het achterhoofd te houden dat sommige cliënten meesters zijn in het manipuleren en dat zij er veel baat bij hebben om veel vooruitgang te laten zien, dit kan immers betekenen dat ze vrij komen.
De evaluatievraag
Juist daarom is het ook bij de evaluatie belangrijk informatie uit verschillende bronnen te verzamelen om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. Er kunnen namelijk enorme consequenties zijn als iemand vrij komt die nog helemaal niet voldoende verbeterd is, daarvan zijn de nodige voorbeelden te vinden. Bij de evaluatie is het zaak om ook verandering in persoonlijkheidskenmerken te meten. Onderzoek naar effectevaluatie is helaas vaak erg beperkt en handelt bijna alleen maar met recidiveonderzoek. De forensische psychodiagnostiek in Nederland is nog redelijk jong, hierdoor zijn er bijvoorbeeld nog maar van weinig testnormen beschikbaar met betrekking tot forensische populaties. Vanwege de vele ontwikkelingen op het gebied van de forensische psychologie moeten de psychologen die werkzaam zijn in dit werkveld zich voortdurend bij laten scholen en speelt intervisie en supervisie een hele belangrijke rol.
Hoe begeleid je therapeutische groepen?
- Wat zijn therapeutische groepen?
- Wat zijn de typen therapeutische groepen?
- Wat zijn de voordelen van groepservaringen?
- Wat is het belang van het ervaren en tonen van emoties?
- Wat zijn de vaardigheden van een groepsbegeleider?
- Wat is de rol van denkkaders, gevoelens en intuïtie?
- Hoe word je begeleider van een persoonlijke-groei- of therapiegroep?
Wat zijn therapeutische groepen?
Therapeutische groepen zijn groepen die gebruikt worden om individuen te helpen met het bevorderen van hun persoonlijke ontwikkeling of het realiseren van constructieve veranderingen. Deze groepen hebben bepaalde kenmerken die goed zijn voor het realiseren van deze doelen.
Wat zijn de typen therapeutische groepen?
Er zijn verschillende soorten therapeutische groepen:
- Persoonlijke-groeigroepen. Richten zich op emotionele groei, persoonlijke relaties en groepsvaardigheden.
- Therapiegroepen. Richten zich op de psychische gezondheid en het psychisch functioneren van individuen.
- Zelfhulpgroepen. Richten zich op het overwinnen van of leren omgaan met problemen die zich in het leven voordoen.
Doelen
Er zijn een aantal algemene doelen van therapeutische groepen te onderscheiden:
- Verminderen van slechte gedragspatronen en ontwikkelen van goede gedragspatronen.
- Geestelijke gezondheid verbeteren.
- Vermogen ontwikkelen om goede relaties op te bouwen.
- Zelfverwerkelijking, dat betekent de psychologische behoefte om onszelf te ontwikkelen, te ontplooien, en gebruik te maken van onze mogelijkheden.
- Ontwikkelen van relationele effectiviteit.
Zowel de deelnemers als begeleiders van een therapeutische groep hebben bepaalde doelen voor ogen. Die doelen moeten in bepaalde mate met elkaar in overeenstemming zijn.
Persoonlijke-groeigroepen
Dit zijn vaak kleine groepen waarin een aantal mensen met elkaar in contact wordt gebracht. Hier worden relationele vaardigheden ontwikkeld.
T-groepen
T-groepen, of trainingsgroepen, leggen het accent op de ontwikkeling van de groep en de relaties tussen de groepsleden. In deze groepen zijn gebeurtenissen uit het verleden niet interessant, het gaat echt over het gedrag van de groepsleden in de groep. Zo word je je bewuster van hoe je met andere mensen omgaat.
Encountergroepen
In deze groep gaat het erom dat de deelnemers hun eigen gevoelens gaan accepteren en vertrouwen en zich opener kunnen opstellen. Ze moeten dit leren door middel van ontmoetingen met anderen. Er worden in deze groepen bijvoorbeeld veel rollenspellen gedaan.
Gestructureerde persoonlijke-groeigroepen
In deze groep ligt de focus op hele specifieke relationele problemen of sociale vaardigheden. Ze maken hierbij gebruik van gestructureerde persoonlijke-groeioefeningen.
Therapiegroepen
Er zijn heel veel verschillende soorten therapiegroepen, die mensen helpen om hun psychische problemen te veranderen.
Psychoanalytische groepen
In deze groepen wordt gebruik gemaakt van een benadering die zich richt op de innerlijke conflicten die aan de psychische problemen ten grondslag liggen. Freud is een van de grondleggers van deze benadering. De deelnemers krijgen inzicht in hun onbewuste.
Adleriaanse groepstherapie
Volgens Adler ontstaan psychische problemen door een minderwaardigheidsgevoel, en moeten ze opgelost worden in een sociale context.
Psychodrama
Deze vorm van groepstherapie is ontwikkeld door Moreno. De deelnemers moeten emotionele ervaringen uit het verleden tijdens de sessie uitbeelden in een rollenspel.
Gestaltgroepstherapie
In deze benadering worden de volgende aspecten benadrukt:
- Integratie van lichaam en geest.
- Verduidelijken van onze wensen, waarden en doelen.
- Bewustwording van onszelf.
- Afronden van onafgemaakte zaken.
Je kan pas een geheel worden als alle zaken uit het verleden zijn opgelost. Procedures die Perls bij deze benadering gebruikte, zijn bijvoorbeeld de legestoelmethode en het omkeringsexperiment. De andere deelnemers moeten hierbij observeren.
Cognitieve gedragstherapie in groepen
Deze benadering is gebaseerd op Skinner en Bandura. Er wordt hier alleen gefocust op het veranderen van gedrag, en niet op de oorzaken en onderliggende grondslagen van het gedrag. Recent is de focus te komen liggen op het veranderen van denkpatronen.
Existentiële groepstherapie
Deze benadering stelt dat je als individu zelf bepaalt wat je doet en wie je bent. Tijdens de sessie worden de deelnemers dan ook gestimuleerd om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven.
Cliëntgerichte groepstherapie
Volgens deze benadering willen mensen al hun mogelijkheden optimaal benutten. Hier hebben ze geen therapeut voor nodig, en die zorgt tijdens deze therapie dus alleen voor een fijn klimaat.
Rationeel-emotieve groepstherapie (RET)
Volgens Ellis leren we op longe leeftijd al denken in ‘moeten’, wat tot zelfondermijnend gedrag leidt. Deze overtuigingen kunnen veranderd worden, en dat is dan ook de focus van deze therapie.
Relatiegerichte groepstherapie
Volgens deze benadering zijn veel psychische problemen het gevolg van relatieproblemen. De groep is hier een kleine samenleving, waarin de gedragspatronen goed zichtbaar worden.
Zelfhulpgroepen, lotgenotengroepen
De deelnemers van deze groepen komen bij elkaar om elkaar te helpen met het zoeken van oplossingen voor een probleem wat ze allemaal hebben. Er zijn heel veel verschillen tussen deze groepen, maar ze hebben wel gemeenschappelijk dat ze vaak door een deskundige geleid worden.
Wat zijn de voordelen van groepservaringen?
Een probleem oplossen in een groep kan veel voordelen hebben ten opzichte van een probleem zelf oplossen. Dit komt omdat de groepssituatie vaak heterogeen en complex is. Er zijn meer sociale relaties aanwezig.
Gemeenschapsgevoel
In de groep heerst een sfeer waarin mensen weten dat ze aandacht, steun, acceptatie en hulp verwachten. Voordelen hiervan zijn bijvoorbeeld dat leden meer risico’s durven te nemen, en dat het probleemoplossend vermogen toeneemt.
Ervaren van hoop
Mensen die wanhopig zijn, kunnen in een groepssituatie ervaringen opdoen waardoor ze zich weer hoopvol voelen. Ze krijgen het gevoel dat hun situatie kan veranderen, terwijl ze eerst dachten dat dit niet kon.
Oproepen en reduceren van intense gevoelens
In een groep kunnen intense emoties worden opgeroepen, om ze vervolgens weer te verminderen. De complexiteit en hoeveelheid aan sociale relaties in de groep maakt het mogelijk om intense emoties op te roepen.
Ander perspectief
Mensen met psychische problemen zijn vaak ook erg op zichzelf gericht. In een groep kan deze instelling veranderen doordat ze hun probleem gaan bekijken vanuit een ander perspectief.
Verschillende feedback
In een groepssituatie kun je direct informatie krijgen over hoe anderen jou zien. Er zijn heel veel verschillende manieren van feedback aanwezig, waardoor je jezelf beter kan gaan begrijpen.
Sociale vergelijking
In een groep zijn er heel veel mogelijkheden voor sociale vergelijking. Hierdoor kun je bijvoorbeeld beseffen dat je probleem universeel is, in plaats van dat je je de enige bent die een bepaald probleem ervaart. Je kunt neerwaartse sociale vergelijkingen maken met mensen die nog meer problemen hebben om een groter gevoel van eigenwaarde te creëren. Je kunt ook opwaartse sociale vergelijkingen maken met mensen die het probleem effectief hebben aangepakt om je eigen vaardigheden te verbeteren.
Indirect leren
In een groepssituatie leer je ook op een indirecte manier, dat wil zeggen: je leert door wat de mensen om je heen zeggen en doen.
Aanleren van sociale vaardigheden
In een groep wordt je gestimuleerd om sociale vaardigheden te ontwikkelen en gebruiken. Het ontwikkelen van sociale vaardigheden en competenties gebeurt bijvoorbeeld door goed te luisteren naar een ander groepslid en hem te helpen met het constructie aanpakken van het probleem.
Invloed op gedrag en attitudes
In een groep kan je gedrag en attitudes veranderen, bijvoorbeeld als je je de groepsnormen eigen gaat maken.
Anderen helpen
In een groep heb je de mogelijkheid om anderen te leren begrijpen en hen te helpen met hun problemen. Dit kan bijvoorbeeld als effect hebben dat je minder egocentrisch wordt en dat je gevoel van eigenwaarde groter wordt.
Zelfinzicht
In groepssituaties zijn er heel veel meer mogelijkheden om zelfinzicht te ontwikkelen dan in individuele situaties. De andere groepsleden spelen hierbij een belangrijke rol; zij kunnen ons helpen om ons gedrag beter te begrijpen.
Cognitief leren
In groepen is er een toename in zowel de kwantiteit als kwaliteit van cognitieve leerresultaten. Deze processen bepalen of we meer zelfinzicht hebben en aangeleerde competenties ook daadwerkelijk in de praktijk kunnen brengen.
Wat is het belang van het ervaren en tonen van emoties?
Het is heel belangrijk om in een groep zowel positieve en negatieve emoties te uiten. Dit bevordert namelijk het veranderingsproces. De redenen daarvoor zijn als volgt:
- Het ervaren van gevoelens – positief of negatief – bevordert verandering.
- Het uiten van gevoelens zorgt voor betere emotionele banden binnen de groep. Vanaf het begin dat een groep bij elkaar zit, doorlopen ze een aantal fases. In de oriënterende fase is het contact nog oppervlakkig; in de explorerende affectieve fase wordt er wat meer over persoonlijke opvattingen gepraat; in de affectieve fase worden gevoelens tot uitdrukking gebracht; en in de stabiele-uitwisselingsfase worden alle persoonlijke gevoelens en intense emoties gedeeld.
- Het uiten van intense emoties kan bevrijdend voelen.
- Het eigen veranderingsproces wordt bevorderd door het feit dat anderen ook een effectief veranderingsproces doormaken.
- Het beleven van intense emoties kan een therapeutisch effect hebben.
- Als groepsleden die al langer lid zijn van de groep intense emoties tonen, kan dit identificerend werken voor nieuwe groepsleden.
- Zelfonthullingen geven groepsleden inzicht in de problemen die ze hebben.
Wat zijn de vaardigheden van een groepsbegeleider?
Deskundige groepsbegeleiders beschikken over een aantal complexe vaardigheden zoals kennis over groepsdynamica, rolmodel zijn in sociale vaardigheden, organisatietalenten en het creëren van een fijne omgeving.
1. Omstandigheden die verandering mogelijk maken
Een groepsbegeleider moet zich bewust zijn van welke ineffectieve gedragspatronen aanwezig zijn in de groep, hoe die veranderd kunnen worden en hoe ze de nieuwe gedragspatronen goed in kunnen laten slijten. Voorbeelden van omstandigheden die verandering mogelijk maken zijn een zekere mate van onderling vertrouwen tussen de groepsleden en een sfeer van hoop en optimisme.
2. Deskundigheid
De mate van deskundigheid die nodig is, hangt af van wat voor soort groep het is. Er zijn echter een aantal deskundigheden die alle begeleiders sowieso nodig hebben.
Groepsdynamica
Een begeleider moet inzicht hebben in groepsdynamica. Op basis hiervan moeten duidelijke doelen worden gesteld en moet ervoor worden gezorgd dat alle groepsleden tot hun recht komen in de groep.
Ervaringsleren
Een begeleider moet deskundig zijn op het gebeid van ervaringsleren. Er wordt namelijk in bijna alle groepen een nadruk gelegd op het onderzoeken van de ervaring van groepsleden.
Persoonlijke groei en geestelijke gezondheid
Bij iedere groep hoort een bepaalde psychologische of sociologische benadering. Daar moeten de groepsbegeleiders vanzelfsprekend veel kennis over hebben.
Diagnostiek
Het is belangrijk dat een groepsbegeleider zinvolle diagnoses kan stellen. De diagnose bepaalt namelijk het proces wat degene in de groep gaat doormaken. Om een diagnose te stellen moeten de ervaringen van het groepslid in kaart worden gebracht. Er moet betekenis worden gegeven aan deze ervaringen. Bij het in kaart brengen van de problemen moet het duidelijk blijven dat het groepslid zelf keuzevrijheid heeft.
3. Doceren van sociale vaardigheden
Een van de belangrijkste manieren om gedrag te reduceren en constructief gedrag te bevorderen, is het verbeteren van de sociale vaardigheden van de deelnemers.
4. Laten zien van sociale vaardigheden
Een zinvolle manieren om sociale vaardigheden aan te leren is om de sociale vaardigheid te laten zien. Dit sluit aan bij de sociale leertheorie van Bandura.
5. Ruimte bieden voor nieuwe ervaringen
Er moet binnen de groep veel ruimte zijn voor het opdoen van nieuwe ervaringen. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het experimenteren met nieuwe gedrags- en denkwijzen.
6. Constructieve feedback en confrontaties
De groepsbegeleider moet ervoor zorgen dat alle deelnemers constructieve feedback ontvangen. Dit betekent dat de groepsleden geen oordeel over elkaar mogen geven, maar alleen bepaald bedrag mogen beschrijven. Een confrontatie hoeft echter niet erg te zijn; als deze constructief is, kan hij aangemoedigd worden door de groepsbegeleider.
7. Corrigerende emotionele ervaringen
De groepsbegeleider moet ervoor zorgen dat de weg vrij is voor corrigerende emotionele ervaringen in de groep. Leermomenten zijn belangrijk voor de deelnemers van de groep.
8. Begeleiden naar oplossen van problemen
Uiteindelijk willen de groepsbegeleiders de deelnemers helpen om patronen in hun gedrag te herkennen en veranderen. Op die manier kan het probleem namelijk ook echt worden opgelost, en dat is het uiteindelijke doel van de groepstherapie.
9. Afspraken maken en nakomen
Het is nodig dat een groepsbegeleider duidelijke afspraken maakt en zelf deze afspraken ook altijd nakomt, om duidelijkheid en openheid te creëren.
10. Organisatie
Naast het begeleiden van de groep zijn er organisatorische taken, zoals het regelen van een locatie voor de bijeenkomst.
Wat is de rol van denkkaders, gevoelens en intuïtie?
Effectieve groepsbegeleiders gebruiken hun denkkaders, gevoelens en intuïtie geïntegreerd. Met het denkkader kan het gedrag van de groepsleden begrijpelijk worden gemaakt. Gevoelens geven belangrijke informatie over de gebeurtenissen en moeilijkheden die in de groep ontstaan. Intuïtie is vooral belangrijk bij zeer ervaren groepsbegeleiders. Het gaat hier om voorgevoelens over wat er gaat gebeuren; gevoelens die niet per se ergens op gebaseerd zijn. Er moet niet te veel – of enkel – gerekend worden op de intuïtie.
Hoe word je begeleider van een persoonlijke-groei- of therapiegroep?
Om dit te weten, moet je de volgende vragen beantwoorden:
- Ben ik voldoende geschoold in een van de relevante sociale wetenschappen?
- Hoeveel ervaring heb ik als deelnemer en begeleider van persoonlijke-groeigroepen?
- Hoe sensitief ben ik, en in hoeverre heb ik mijn zelfinzichten ontwikkeld en heb ik mijzelf kunnen actualiseren?
- Ben ik lid van een beroepsvereniging?
Wat is coaching psychologie?
De term coaching psychologie is een benaderingswijze binnen de psychologie waarbij verschillende theorieën, methoden en technieken, die naar gedegen onderzoek effectief zijn gebleken, worden gebruikt. Het is een zelfstandige discipline geworden waarvan de meerwaarde bestaat uit een positief startpunt: men start behandeling/begeleiding vanuit een verlangen naar groei en ontwikkeling en niet vanuit een verondersteld psychisch probleem. Het gaat hierbij om ‘het beste uit zichzelf halen’; denk aan de zelfactualisatie uit de piramide van Maslow.
Wat is het verschil tussen coaching en coaching psychologie?
Definities van coaching zijn te verdelen in faciliterende en instructionele benaderingen. Bij faciliterende benaderingen gaat het om het in staat stellen van een individu of groep om zijn volle potentieel tot bloei te laten komen. De instructionele visie richt zich op het verbeteren van prestaties en het ontwikkelen van vaardigheden. Coaching psychologie neemt hierin de aandacht voor psychologische theorie en praktijk extra op. Bij coaching psychologie gaat het om het verhogen van welzijnsgevoelens en prestaties op persoonlijk of arbeidsmatig vlak. Dit wil men bereiken via coaching modellen die gefundeerd zijn op bewezen leertheorieën of psychologische benaderingen.
Hoe is coaching psychologie ontstaan?
Coaching psychologie is een snel uitbreidend gebied van toegepaste psychologie, zowel op het terrein van onderzoek als in de professionele praktijk. Er zijn verschillende opvattingen over het ontstaan van deze discipline. Het wordt echter algemeen geaccepteerd dat de wortels ervan in de humanistische beweging van de jaren zestig van de vorige eeuw liggen.
Welke benaderingen zijn er binnen de coaching psychologie?
De systematische studie naar de psychologie van coaching begint eerder dan de jaren zestig, namelijk rond de jaren twintig vorige eeuw. De toepassing was toen vooral van betekenis in de sportwereld. Coleman R. Griffith werd in Amerika de grondlegger van de psychologie van coaching. Later volgden ook publicaties over coaching op het gebied van management, werkplaats of ‘het leven’ in het algemeen. Maar weinig ervan berust(te) op gedegen empirisch onderzoek.
De studie van de psychologie van coaching moet los gezien worden van de ontwikkeling van coaching psychologie als professie omdat de laatste doelbewust bewezen effectieve psychologische inzichten als basis neemt. Deze benadering is pas in publicaties terug te vinden sinds de jaren negentig vorige eeuw.
Welke modellen gebruiken coaching psychologen?
Uit recent (2006-2007) Brits onderzoek blijkt dat de meeste coaching psychologen in Groot-Brittannië op een faciliterende manier werken. Een minderheid past de instructionele benadering toe. Deze twee benaderingen worden echter niet als een of/of kwestie gezien, maar vormen twee posities in eenzelfde dimensie. Kenmerken van de ene of de andere benadering kunnen naar gelang de situatie ingezet worden. Maar liefst achtentwintig psychologische modellen worden gebruikt door coaching psychologen. De meest populaire zijn: de oplossingsgerichte benadering, de doelgerichte, de cognitieve en de gedragsmatige benadering.
Hoe heeft de coaching psychologie zich ontwikkeld?
De ontwikkeling van coaching psychologie als professionele tak van psychologie vond simultaan plaats in Australië en Groot-Brittannië. De Australian Psychological Society (APS) creëerde de Interest Group in Coaching Psychology (IGCP) in augustus 2002. De IGCP wil werken vanuit gedegen theoretische inzichten, is onafhankelijk van externe commerciële invloeden, promoot kritisch denken en de ontwikkeling van toegepaste coaching vaardigheden en heeft hoge eisen voor wat betreft professionele integriteit en praktijkvoering. De British Psychological Society (BPS) lanceerde de Special Group in Coaching Psychology in 2004 en deze groeide al snel uit tot een van de grootste subgroepen van de BPS. Ook in landen als Zweden en Denemarken werden aparte werkgroepen voor coaching psychologie opgezet. In 2006 volgde een internationaal forum voor samenwerking en intercultureel onderzoek.
Bron: Handbook of Coaching Psychology - Palmer, Whybrow
Samenvatting van Zes psychologische stromingen en één cliënt: theorie en toepassing voor de praktijk van Weerman
Samenvattingen en studiehulp bij Zes psychologische stromingen en één cliënt: theorie en toepassing voor de praktijk van Weerman
- Boeksamenvatting bij Zes psychologische stromingen en één cliënt: theorie en toepassing voor de praktijk is gedeeld op JoHo WorldSupporter
Inhoudsopgave
- Wat zijn de visies van verschillende psychologische stromingen op de mens en zijn problemen? - Chapter 1
- Wat zegt het eigen levensverhaal over een cliënt die zoekende is naar vitaliteit en levenskracht? - Chapter 2
- Wat houdt de psychodynamische benadering in? - Chapter 3
- Wat houdt de cognitief-gedragstherapeutische benadering in? - Chapter 4
- Wat houdt de cliëntgerichte benadering in? - Chapter 5
- Wat houdt de lichaamsgerichte cliëntbenadering in? - Chapter 6
- Wat houdt de systeemgerichte cliëntbenadering in? - Chapter 7
- Wat houdt de oplossingsgerichte cliëntbenadering in? - Chapter 8
- Hoe werd het traject van verschillende toegepaste therapiën ervaren door de cliënt? - Chapter 9
Naar de samenvatting
Meer lezen
Klinische psychologie en Gezondheidspsychologie als studie en kennisgebied
Werken en jezelf ontwikkelen als coach of psycholoog
Werken als coach in het buitenland
INHOUD
Werken als coach en coaching in het buitenland
van betaald werken, stage lopen tot vrijwilligerswerk doen
Coaching het buitenland: verkennen
- Wat zijn de uitgelichte JoHo boeksamenvattingen en hoofdstukken op het gebied van coaching en gedrag
- Competenties en werkzaamheden als psycholoog of therapeut: uitgelichte boek- en hoofdstuksamenvattingen
- Gedragstherapie en psychotherapie: uitgelichte boeksamenvattingen
- Psychologische gespreksvoering en psychodiagnostiek: uitgelichte boeksamenvattingen
- Wat zijn de belangrijkste themapagina voor opleiding, opvoeding en coaching
Coaching in het buitenland: verdiepen in organisaties
- Wat zijn de uitgelichte organisaties voor werken, stage lopen of vrijwilligerswerk in de coaching en psychologie in het buitenland?
- Wat zijn de uitgelichte organisaties voor loopbaancoaching en trainingen in Nederland?
Coaching in het buitenland: verzekeren
- Waar en hoe kan je werk, stage of vrijwilligerswerk in maatschappelijke en sociale dienstverlening in het buitenland verzekeren?
Coaching in het buitenland: vacatures
- Wat zijn de uitgelichte vacatures
Werken als psycholoog in het buitenland
Werken als psycholoog in het buitenland
van betaald werken, stage lopen tot vrijwilligerswerk doen
INHOUD
Werken als psycholoog het buitenland: verkennen
- Wat zijn de werkzaamheden en competenties in de psychologische sector in binnen- en buitenland per functie
- Wat zijn de uitgelichte JoHo boeksamenvattingen en hoofdstukken op het gebied van psychologie en gedrag
- Competenties en werkzaamheden als psycholoog of therapeut: uitgelichte boek- en hoofdstuksamenvattingen
- Gedragstherapie en psychotherapie: uitgelichte boeksamenvattingen
- Psychologische gespreksvoering en psychodiagnostiek: uitgelichte boeksamenvattingen
Werken als psycholoog in het buitenland: verdiepen in organisaties
- Wat zijn de uitgelichte organisaties voor werken, stage lopen of vrijwilligerswerk in de coaching en psychologie in het buitenland?
- Wat zijn de uitgelichte organisaties voor loopbaancoaching en trainingen in Nederland?
Werken als psycholoog in het buitenland: verzekeren
- Wat is de dekking als je gaat werken in de jeugdzorg, het onderwijs of de












































































