Kindermishandeling & Jeugdzorg - Kennis & Studiegebied

 

  Thema

 

Kindermishandeling & Jeugdzorg

als Kennis- & Studiegebied

 

JoHo:berichten en nieuwsblogs
JoHo: crossroad kiezen
1 - Vraag & Proces
1 - Start & Besef   6 - Voorbereiding & Controle           
2 - Oriëntatie  & Verkenning  7 - Inspiratie & Samenwerking
3 - Verzameling  & Selectie   8 - Ervaring & Oefening      
4 - Vergelijking & Afweging    9 - Beslissing & Tevredenheid    
5 - Verdieping & Verbetering   10 - Evaluatie & Vervolg 

Start en Besef

  • Wat: Wat is je hoofdvraag , welk keuzezeproces wil je starten?
  • Hoe: Keuzebesef, het besef dat je een beslissing moet gaan maken
  • JoHo Content: Titel, Uitleg, Footprints, Crossroads
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Inloggen of aansluiten om alle teksten te kunnen zien en alle tools te kunnen gebruiken

Ben je ingelogd als JoHo donateur dan krijg je op deze pagina toegang tot meer gerelateerde informatie.

Ben je ingelogd als abonnee dan zie je alle gerelateerde informatie.

Log in als je nog niet bent ingelogd.

2 - Inhoud & Oriëntatie

2 - Verkennen & Oriënteren

  • Wat: je inlezen in je onderwerp, vraag of proces
  • Hoe: keuze-acceptatie, de acceptatie van de onzekerheid dat je nog niet kunt kiezen
  • Content: kennis, definities, betekenis van het onderwerp, gegevens, feitelijke kennis, omgevingsinformatie
Wat zijn de geschiedenis en definitie van kindermishandeling? - Chapter 1

Wat zijn de geschiedenis en definitie van kindermishandeling? - Chapter 1

  • Onder kindermishandeling vallen agressie en het fysiek pijn doen van een jong kind.
  • Daarnaast valt ook verwaarlozing onder kindermishandeling, waarbij een volwassene bepaalde dingen laat, in plaats van doet, bij het kind (zoals voeden, verzorgen).

Bij kindermishandeling wordt vaak gedacht aan agressie en fysiek pijn doen van een jong en hulpeloos kind. Onder kindermishandeling valt echter ook verwaarlozing, waarbij een volwassene bepaalde dingen juist laat, in plaats van doet, bij het kind (zoals voeden, verzorgen). Verwaarlozing is de meest voorkomende vorm van mishandeling.

In sommige gevallen is de mishandeling zo ernstig, dat de kinderen eraan overlijden. Per jaar sterven 1800 kinderen in de Verenigde Staten aan de gevolgen van mishandeling en verwaarlozing, waarvan de meeste kinderen onder de 4 jaar oud zijn.

In de media komen soms gruwelijke verhalen naar voren over kinderen die mishandeld, misbruikt of verwaarloosd zijn. Deze mediaberichten geven geen goed beeld van kindermishandeling en leiden tot mythes of onwaarheden over dit fenomeen.

Mythes

Mythe 1: Kinderen lopen het meeste risico buitenshuis

In 50 procent van alle kindermoorden zijn de ouders de daders. Daarnaast zijn vaak kennissen en vrienden van de familie betrokken. Dit geldt ook voor minder ernstige vormen zoals verwaarlozing. Kinderen lopen duidelijk het meeste gevaar binnenshuis.

Mythe 2: Kindermishandeling is een steeds groter probleem

Mede door de media-aandacht voor gevallen van kindermishandeling lijkt het, alsof de prevalentie van kindermishandeling steeds groter wordt. Wanneer we naar de geschiedenis kijken wordt duidelijk, dat kindermishandeling een eeuwenoud fenomeen is. De kinderen van vóór 1900 hadden het waarschijnlijk een stuk zwaarder dan die van vandaag de dag. De toename in rapportages en meldingen van kindermishandeling in de 20e eeuw heeft meer te maken met de veranderingen op professioneel en strafrechtelijk gebied. Recente onderzoeken laten juist een daling zien in de prevalentie.

Mythe 3: Risicofactoren leiden altijd tot kindermishandeling

Bepaalde factoren zijn gelinkt aan het vóórkomen van kindermishandeling, zoals een lage sociaal-economische status (SES) in het gezin of ouders die zelf mishandeld zijn in het verleden. Soms is daar het gevaar dat deze risicofactoren als oorzaak van kindermishandeling worden gezien of altijd leiden tot kindermishandeling. De aanwezigheid van risicofactoren kan zeker de kans op kindermishandeling vergroten, maar deze risicofactoren zijn op zichzelf niet genoeg om kindermishandeling te verklaren.

Als we het voorbeeld van SES nemen: gezinnen die weinig geld hebben zullen waarschijnlijk eerder in contact komen met politie of sociale voorzieningen en daardoor zal mishandeling eerder aan het licht komen in deze gezinnen. Daarnaast weten we dat niet alleen arme gezinnen gewelddadig zijn of altijd gewelddadig zijn.

Mythe 4: Soms gebeurt kindermishandeling gewoon

Sommigen nemen het op voor ouders die een keer uit hun slof schieten, omdat ze een keer een slechte dag op het werk hebben gehad of omdat de kinderen wel erg aan het uitdagen waren. Dit is een vreemd excuus als we kijken naar de strafbaarheid van geweld door een vreemde. In dit geval zullen we agressie naar een kind niet toeschrijven aan een ‘slechte dag’ van die volwassene.

Mythe 5: Mildere vormen van kindermishandeling zijn altijd triviaal

Hoewel milder geweld in de eerste plaats minder ernstig is dan extreem geweld, is het niet zo dat minder geweld daardoor weinig consequenties heeft. Lichamelijk straffen van kinderen, bijvoorbeeld, wordt geassocieerd met agressie in kinderen en geweld op volwassen leeftijd. Daarnaast kan milder geweld overgaan in gewelddadigere acties. Het doel van dit boek is om de lezer een duidelijk en empirisch onderbouwd beeld te geven van kindermishandeling.

Het kind als slachtoffer

Kindermishandeling is een moeilijk fenomeen om te onderzoeken. In de eerste plaats is er weinig overeenstemming over wat kindermishandeling precies inhoudt. Daarnaast is het lastig te onderzoeken, omdat het meestal achter gesloten deuren plaatsvindt en verborgen wordt. De kinderen kunnen vaak niet voor zichzelf opkomen. Alle statistieken die bestaan over kindermishandeling moeten dus zeer voorzichtig geïnterpreteerd worden.

Kinderen zijn in ieder geval een groot doelwit voor misdaden. Tieners hebben twee tot drie keer zoveel kans om een gewelddadig trauma te ondergaan (verkrachting, beroving, aanval) dan de populatie in zijn geheel. Dit zijn gevallen waarbij meestal politie of andere instanties worden ingeschakeld. Maar de minder zichtbare vormen van kindermishandeling binnen het gezin zijn veel minder duidelijk gerapporteerd. Van de vastgelegde vormen van kindermishandeling (waarschijnlijk zeer onderschat in aantal) was de meest voorkomende vorm verwaarlozing (78%), dan lichamelijke mishandeling (18%), seksueel misbruik (10%) en psychologische mishandeling (7%).

Schattingen van de totale prevalentie in Westerse populaties stellen dat 10% van alle kinderen lichamelijk of psychisch mishandeld wordt of verwaarloosd wordt, en 15% een vorm van seksueel misbruik meemaakt. Kindermishandeling is daarmee een serieus en veel voorkomend probleem. Vooral wanneer de gevolgen in acht worden genomen: slachtoffers hebben meer kans op psychologische problemen, een lage SES, meer kans om crimineel te worden, drugsproblemen te krijgen en om hun eigen kinderen en partner te mishandelen.

Kindermishandeling binnen het gezin

In ongeveer 80% van de jaarlijkse gevallen van kindermishandeling zijn ouders de daders. Moeders meestal voor lichamelijke mishandeling en verwaarlozing, vaders voor seksueel misbruik. Wat is de reden dat kindermishandeling meestal voorkomt binnen het gezin? Een reden is dat agressie richting kinderen soms door normen en waarden in de populatie geaccepteerd of zelfs aangespoord wordt. Hierbij is er een beeld van het gezin:

  1. dat ouders meer macht hebben dan kinderen en dat ouders de ontwikkeling van hun kind onder controle moeten houden,

  2. dat leden van het gezin het welzijn van het kind voor ogen moeten houden, omdat die niet voor zichzelf kan zorgen,

  3. dat gezinnen met een traditionele cultuur sterk zijn,

  4. dat gezinnen het recht hebben op privacy.

Van sociale conditie naar sociaal probleem

Een sociale conditie wordt een sociaal probleem wanneer verschillende groepen actief aan de slag gaan om de conditie onder de aandacht te brengen. In het geval van kindermishandeling is dat terug te zien in het groeiend aantal onderzoeken, tekstboeken, artikelen en specifieke cursussen over kindermishandeling. In 1989 kwam er daarnaast een United Nations Convention on the Rights of the Child (UNCRC) waarmee de Verenigde Naties één lijn wilden trekken in wat wel en niet toegestaan is in de omgang met kinderen.

De vier leidende principes zijn:

  1. geen discriminatie

  2. welzijn van het kind staat voorop

  3. aandacht voor lichamelijke en emotionele ontwikkeling

  4. in acht nemen van de mening en visie van het kind

Alle landen die aangesloten zijn bij deze conventie, moesten culturele gebruiken stoppen die tot mishandeling van het kind zouden leiden. Alleen de Verenigde Staten en Somalië waren landen in de VN die het verdrag niet tekenden. De VS was het niet eens met het verbieden van kind-executies, en was bang de rechten van ouders te minimaliseren (het verdrag spreekt immers over ‘bescherming tegen alle vormen van geweld’).

Kindermishandeling als sociale conditie kwam onder de aandacht door sociaal constructionisme, ofwel doordat vanuit de samenleving reacties kwamen op het fenomeen. Reacties van individuen maar ook van religieuze groepen, politieke partijen en de media. Dit verklaart de cross-culturele verschillen in de visie van kindermishandeling. In sommige culturen wordt anders gekeken naar wat wij misbruik zouden noemen. Pas wanneer binnen zo’n cultuur reacties ontstaan op kindermishandeling, wordt het erkend als een probleem.

Historische context

Onze huidige gedachten over het kind en de kindertijd, zoals dat een kind verzorgd en beschermd dient te worden, zijn pas in de laatste 100 jaar opgekomen. In de eeuwen daarvoor werden kinderen gezien als kleine volwassenen en werd de kindertijd als aparte levensfase niet erkend. De kindertijd op zichzelf is dus een menselijke creatie of sociaal construct. Empey en collega’s (Miller-Perrin & Perrin, 2013: 13) onderscheiden drie perioden in de geschiedenis van de kindertijd:

  1. 1. Onverschilligheid over kindertijd: voor de 15e eeuw: door ziekten, slechte kwaliteit van leven en een hoog sterfte-aantal werden kinderen als weinig waardevol gezien. De meeste kinderen overleefden hun eerste jaren niet, dus er werd emotioneel weinig in hen geïnvesteerd. Kinderen hadden geen onafhankelijke rechten; ze waren politiek machteloos. Ze waren het eigendom van hun ouders. Tot 1800 toonde deze onverschilligheid zich in de infanticide: het vermoorden van kinderen tot 1 jaar oud, wanneer deze ongewild waren (of te groot, te klein, te huilerig, etc.). Een manier om infanticide te schatten in een populatie is door te kijken naar de man:vrouw ratio. Deze hoort ongeveer 1:1 te zijn. In 19e eeuws China was de ratio bijna 4:1 in agrarische gebieden: een goede aanwijzing voor sekse-selectief infanticide.

  2. Ontdekking van de kindertijd: 15e tot 18e eeuw

  3. Aandacht voor de kindertijd: 19e en 20e eeuw: in deze laatste periode werd de kindertijd een aparte levensfase waarbij kinderen gewaardeerd, verzorgd en beschermd dienen te worden. Door deze visie op kinderen zijn allerlei veranderingen in de samenleving doorgevoerd: een kinderarbeid wet, een jeugdstrafrecht systeem, verplichte scholing voor kinderen, etc.

Foeticide

In recente jaren is sekse-selectief foeticide (doden van de foetus) sterk toegenomen. Doordat moderne technologie het mogelijk maakt de sekse van het kind al tijdens de zwangerschap vast te stellen, kunnen ouders bepalen welk geslacht hun kind zal krijgen. Meestal zijn het meisjes die geaborteerd worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld in China, waar een een-kind beleid van kracht is. De Chinese regering laat meestal toe dat ouders een tweede kind krijgen, wanneer de eerste een meisje was, maar daardoor is de foeticide voor het tweede kind weer een stuk hoger geworden.

Ontdekking van kindermishandeling

In de 17e eeuw bestond er een gemengd beeld van kinderen: enerzijds werden zij gezien als een geschenk van God, anderzijds zouden ze een slecht hart hebben en neigen naar kwaadaardig gedrag. Het gevolg was dat kinderen zowel beschermd, als heropgevoed moesten worden. De Protestante hervormers formuleerden de eerste wet tegen kindermishandeling. Maar, deze wet was alleen toe te passen in het geval waar het kind volledig onschuldig was. Als een kind boven de 16 had gevloekt, was de doodstraf nog steeds toegestaan.

De eerste echte beweging tegen kindermishandeling kwam op in de vroege 19e eeuw met de House of Refuge movement in de Verenigde Staten. Deze beweging stond achter het principe van parens patriae – het recht en de verantwoordelijkheid van de staat om diegenen te beschermen die zichzelf niet kunnen beschermen. Door dit principe werden kinderen die verwaarloosd of mishandeld werden, opgevangen in een instelling.

In 1874 werd de Society for the Prevention of Cruelty to Children opgericht. Deze organisatie begon een beweging voor grootschalige veranderingen in de behandeling van kinderen. Het grootste aandachtspunt was dat de organisatie ouders uit hun volledige macht wilde zetten: de staat moest het recht hebben om in te grijpen wanneer nodig.

In de 20e eeuw vonden twee sociale veranderingen plaats die bijdroegen aan het succes van de kind-beweging:

  1. Er ontstonden speciale beroepen die zich bezighielden met de zorg om kinderen: verpleegsters, maatschappelijk werkers en gezinstherapeuten bijvoorbeeld

  2. Vrouwen kregen meer vrijheid en macht binnen het gezin en op de werkvloer, waardoor zij zich ook op konden werpen voor het welzijn van kinderen

Begin 20e eeuw werden allerlei wetten doorgevoerd om kinderen beter te beschermen, zoals het bestraffen van mishandeling door ouders. Toch waren er nog veel gaten: zo was het nog niet verplicht voor professionals om een vermoeden van mishandeling te melden.

Ondanks dit alles werd kindermishandeling pas volledig als sociaal probleem erkend in de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen dr. Kempe het battered child syndrome omschreef. Kempe definieerde kindermishandeling als een klinische conditie die artsen altijd zouden moeten rapporteren aan instanties. Doordat artsen nu ook de ernst gingen inzien van kindermishandeling, werd de kinderbeschermings-beweging veel sterker.

In 1974 kwam de eerste uitgebreide kindermishandelingswet in de VS: de Child Abuse Prevention and Treatment Act (CAPTA).

Definitie van kindermishandeling

Doordat verschillende mensen in de geschiedenis zich hebben opgeworpen in de strijd tegen kindermishandeling, zijn er ook verschillende definities van kindermishandeling ontstaan. Als voorbeeld de discussie over de definitie van lichamelijke mishandeling. Op moment van schrijven is het slaan van een kind als correctie voor ongewenst gedrag niet strafbaar, zolang het kind niet verwond wordt. Veel wetenschappers bepleiten dat dit fysiek straffen een vorm van kindermishandeling is. Maar, cultureel gezien is een aframmeling een geaccepteerd fenomeen: 75% van de Amerikanen vindt dat het soms nodig is het kind te disciplineren met een klap.

Een ander voorbeeld is die van seksueel misbruik. Seksuele interactie met kinderen was gedurende een lange periode in de geschiedenis een algemeen, geaccepteerd en soms zelfs aangemoedigd fenomeen. Vandaag de dag is dit zeker niet zo, hoewel er nog steeds discussie over is. Zo zijn er groepen en organisaties van pedofielen zoals de North American Man/Boy Love Association die willen dat seksuele activiteiten tussen mannen en jongens legaal worden. Wat het moeilijk maakt, is dat we veel dingen niet goed kunnen definiëren: wat is een kind? Wat is seksueel? In dit hoofdstuk proberen de schrijvers de definities zo duidelijk mogelijk te geven.

Ouder-kind geweld

Geweld is: ‘een daad die uitgevoerd is met de intentie van, of een daad die gezien wordt als met de intentie om, een andere persoon lichamelijk te kwetsen’ (Miller-Perrin & Perrin, 2013: 18). Gelles en Straus zien geweld binnen een gezin als ingedeeld in twee continuüms:

  • het rechtmatig-onrechtmatig continuüm: de mate waarin sociale normen geweld toestaan: legitiem/rechtmatig geweld wordt door de vingers gezien (de hand van een 3-jarige slaan), onrechtmatig geweld wordt afgestraft (in het gezicht van een 3-jarige stompen).

  • instrumenteel-expressief continuüm: de mate waarin geweld als middel wordt gebruikt (instrumenteel) of als doel (expressief). Instrumenteel geweld wordt gebruikt met een bepaald doel (het stoppen van een persoon of het aansporen van een persoon). Expressief geweld is het slaan van iemand uit woede, zonder achterliggend doel.

Expressief

Rechtmatig

Rechtmatig/Expressief

Geweld als katharsis (letterlijk: reiniging). Het slaan van het kind om je woede te ventileren

Onrechtmatig/Expressief

De meest erkende en gepubliceerde vorm van mishandeling

Onrechtmatig

Rechtmatig/Instrumenteel

De meest voorkomende vorm van mishandeling: het lichamelijk straffen van kinderen, met als doel het kind te laten inzien dat het iets fout doet

Onrechtmatig/Instrumenteel

Straf waarvan de ouder zegt dat het voor het bestwil van het kind is, maar die de samenleving als strafbaar ziet

Instrumenteel

Vormen van misbruik

Gebruikmakend van bovenstaande indeling van vormen van geweld, komt de Center for Disease Control (CDC) tot de volgende definities:

  • Lichamelijke mishandeling: het met opzet gebruiken van fysieke kracht tegen een kind, dat kan resulteren in lichamelijke verwondingen

  • Seksueel misbruik: een poging tot, of complete handeling, van een seksuele actie, seksueel contact met of seksuele uitbuiting van een kind door een verzorger

  • Psychische mishandeling: intentioneel gedrag van een verzorger dat maakt dat een kind zich waardeloos, ongeliefd, ongewild of in gevaar doet voelen. Bij dit gedrag moet gedacht worden aan beschuldigen, kleineren, intimideren en isoleren, kortom: gedrag dat schadelijk of ongevoelig is voor de ontwikkeling van het kind.

  • Verwaarlozing: het tekortkomen van een verzorger in het vervullen van de lichamelijke, emotionele, medische of ontwikkelingsbehoeften van een kind.

Van deze vier vormen van kindermishandeling zijn er drie een vorm van commissie (het begaan van…) en één (verwaarlozing) een vorm van omissie (nalaten van…).

Samengaan van meerdere vormen van mishandeling

Veel onderzoeken focussen op één vorm van kindermishandeling. In het dagelijks leven is er echter grote overlap tussen verschillende vormen van mishandeling in het gezin. Zo komt lichamelijk geweld en seksueel misbruik bij kinderen vaker voor in gezinnen waar ouders lichamelijk agressief zijn naar elkaar. Daarnaast ondergaan kinderen zelf vaak meerdere vormen van mishandeling: vooral tussen lichamelijke en psychologische mishandeling bestaat een grote overlap, en tussen lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik. Voor deze inter-relaties komt tegenwoordig steeds meer aandacht.

Zorgstelsel rondom het kind

In de VS bestaat een algemene wet rondom de bescherming van kinderen, met bepaalde richtlijnen, maar elke staat moet zelf bepalen hoe dit ingevuld wordt. Drie belangrijke algemene statuten zijn:

  1. De CAPTA uit 1974: elke staat moet het melden van misdrijven verplichten, kinderadvocaten inzetten bij rechtszaken en voor vertrouwelijkheid zorgen in die zaken.

  2. De Adoption Assistant and Child Welfare Act (1980): stelt dat gezinnen intact moeten worden gehouden wanneer mogelijk

  3. De Adoption and Safe Families Act (ASFA; 1997): stelt dat staten minder van pleegzorg afhankelijk moeten zijn en meer permanente oplossingen voor kinderen moeten zoeken (zoals adoptie of het wonen bij familie).

In het zorgstelsel rondom kindermishandeling bestaat een aantal knelpunten. Ten eerste is er een strijd tussen aandacht voor primaire preventie (het voorkómen van kindermishandeling) en interventie (programma’s om slachtoffers van kindermishandeling te identificeren en te behandelen). Ten tweede is er de discussie of beleid moet focussen op het straffen van daders en beschermen van de slachtoffers, of het ondersteunen en behandelen van daders en gezinnen in nood.

De eerste benadering heeft geleid tot hogere straffen voor daders, en wetten die het verplicht maken de mishandeling te melden in de wijk (Megan’s Law). Megan werd vermoord door een eerder veroordeelde kinderlokker die tegenover haar huis was gaan wonen. Haar ouders spanden een rechtszaak aan, waarna het verplicht werd voor alle staten om kinderlokkers te volgen en hun woonplek openbaar te maken.

De straf- en beschermbenadering overheerst op het moment. Toch komt hierbij de notie van het intacte gezin, wanneer mogelijk, in gevaar. Vooral de Kinderbescherming (of Child Protection Service; CPS) moet afwegen tussen deze twee standpunten. Deze heeft als taak het kind te beschermen. Deze bescherming kan zijn op vrijwillige en onvrijwillige basis en kan leiden tot uithuisplaatsing. De CPS biedt preventieve hulp, vaak het vergroten van opvoedcompetenties bij ouders, en postrespons hulp: individuele en gezinsbegeleiding, pleegzorg en hulp bij rechtszaken.

Preventies

Een tiener mag pas autorijden na het leren van, en slagen voor, een rijexamen. Maar een kind krijgen, dat mag iedereen en zonder afleggen van een test. Veel mensen die ouder worden, zijn simpelweg niet voorbereid. Een vorm van preventie van kindermishandeling is het thuis bezoeken van risicogezinnen (arme, alleenstaande, jonge ouders of zwangere tienermoeders). De instanties kunnen op deze manier de thuissituatie controleren en de ouders in een veilige omgeving bijstaan in de opvoeding. Een belangrijke factor in preventie is het vergroten van de kennis over de ontwikkeling van een kind en hoe met het kind om te gaan.

Een andere vorm van preventieve hulp zijn de schoolgebaseerde programma’s. De meesten focussen op de basisschoolkinderen en letten op tekenen van seksueel misbruik of geweld in het gezin. Op een groter niveau in de samenleving vindt preventie plaats door advertenties en campagnes. In deze advertenties worden bijvoorbeeld tips gegeven over het omgaan met woede en hoe ouders met lastige opvoedsituaties om kunnen gaan.

Interventies

Een eerste vorm van interventie, namelijk de bestraffing van kindermishandeling, is eigenlijk ook een vorm van preventie. Als een dader gepakt en bestraft wordt, zal hij waarschijnlijk minder snel nogmaals de fout ingaan. Dit wordt ook wel een specifieke afschrikker genoemd in het afschrikkingsmodel (‘deterrence model’). Daarnaast zou het idee van een zware straf ook nieuwe daders moeten tegenhouden: een algemene afschrikker.

Naast het straffen van daders is een nieuwe trend aan het ontstaan die pleit voor medicalisering: waar daders eerst puur gezien werden als ‘slecht’ en ‘zondaars’, worden ze nu eerder ‘ziek’ genoemd en zouden ze behandeling moeten krijgen. Dit zorgt echter weer voor een nieuw probleem: als de daad is gedaan omdat een persoon ziek is, is hij dan nog wel te straffen voor zijn gedrag? Meestal worden straffen en behandeling daarom gecombineerd.

Conclusie

Kindermishandeling is een eeuwenoud probleem. De behandeling van kinderen kreeg pas meer aandacht tijdens de kindbeweging in de tweede helft van de 19e eeuw. Pas rond 1960 werd het concept kindermishandeling ook bekender in de onderzoekswereld. Doordat verschillende partijen aandacht gingen vragen voor het kind, zijn ook verschillende definities ontstaan van wat kindermishandeling precies inhoudt. Deze definities zijn nog steeds niet eenduidig. Wel wordt er nu veel gedaan aan de preventie en interventie van kindermishandeling, waarbij in het beleid van de VS de nadruk ligt op het laatste.

Oefenvragen

Door het sociaal constructivisme is kindermishandeling onder de aandacht van de samenleving gekomen. Wat was het gevolg hiervan voor het kind?

  • Er zijn 4 leidende principes ontstaan voor het kind. Dit houdt in dat het kind geen discriminatie meer mag ervaren, dat het belang van het kind voorop staat, dat er meer aandacht is voor lichamelijke en emotionele ontwikkeling van het kind en dat de mening en visie van het kind in acht wordt genomen.

Wat houdt het battered child syndroom in?

  • Dr. Kempe merkte dat ouders soms met kinderen kwamen die ernstig letsel hadden wat vaak niet paste bij het verhaal dat de ouders hierbij vertelde en wat dus duidde op kindermishandeling. Dit werd het battered child syndroom genoemd.

Welke rol heeft de bredere sociale omgeving bij opvoeding en socialisatie? - Chapter 3

Welke rol heeft de bredere sociale omgeving bij opvoeding en socialisatie? - Chapter 3

  • In sommige gevallen hebben ouders die kinderen mishandelen een stoornis of zijn zelf vroeger mishandeld, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat.
  • Niet alleen de ouders maar de bredere sociale omgeving speelt een rol bij de opvoeding en socialisatie van een kind, en bij het uitoefenen van sociale controle.
  • Kindermishandeling toont aan dat sociale en maatschappelijke factoren in nauw verband staan met wetsovertredingen.

 

Via het probleem van kindermishandeling wordt in dit hoofdstuk aangetoond hoe de bredere sociale omgeving een rol heeft bij opvoeding en socialisatie. Ook in Nederland, een hoogontwikkeld en modern land, worden jaarlijks meer dan 100.000 kinderen mishandeld, verwaarloosd of misbruikt. De oorzaak of reden van deze mishandeling wordt vaak in individuele factoren gezocht: ouders hebben een stoornis, of zijn zelf vroeger mishandeld bijvoorbeeld. Interventies zijn dan ook individueel gericht. Maar de mishandeling vindt plaats in een sociale omgeving, in een buurt: wat is de sociale context van kindermishandeling?

Moderne leven van een kind

In het Westen is het leven van een kind drastisch veranderd in vergelijking met vroeger. Er zijn massale vaccinatierondes om kinderen te beschermen tegen ziekten, kinderen hebben gegarandeerd toegang tot onderwijs en er is een internationaal verdrag over de rechten van een kind. Tegelijk met al deze positieve veranderingen is het duidelijk geworden dat kindermishandeling nog steeds bestaat. De opvattingen over wat mishandeling inhoudt zijn wel veranderd (het straffen van vroeger mag nu niet meer), maar deze verandering in mentaliteit (kinderen krijgen veel meer begrip en worden steeds beter beschermd) gaat niet gepaard met een verandering in gedrag naar kinderen.

Kindermishandeling

Zoals gezegd worden jaarlijks meer dan 100.000 kinderen mishandeld. In 2007 werd dan ook een Actieplan Aanpak Kindermishandeling gelanceerd door de minister van Jeugd en Gezin. Professionals zouden zich meer moeten inzetten voor signalering, opvoedingsondersteuning en deskundigheidsbevordering. In dit actieplan zijn twee aannames over kindermishandeling terug te vinden:

  1. Mishandeling van kinderen is een probleem dat in het gezin besloten ligt (ouderfactoren, relatieproblemen), met wel wat externe invloedsfactoren zoals armoede en werkloosheid.

  2. De problemen kunnen het best opgelost worden door deskundigen, op afstand bestuurd door de overheid.

Deze aannames passen bij een at riskmodel, waarbij problemen op individueel niveau worden bekeken en mensen met een risico hierop worden geïdentificeerd. Wanneer er omgevingsfactoren worden meegenomen, zijn dat factoren die binnen het gezin blijven zoals een sociaaleconomische achterstand.

De schrijver noemt dit model een modern model, omdat het gebaseerd is op de visie van de moderne mens als een rationeel individu die op zichzelf staat en steeds minder is ingebed in een stabiele gemeenschap of religie.

De sociale context

Natuurlijk spelen individuele factoren een belangrijke rol bij kindermishandeling, maar dat is niet het complete plaatje. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat er jaarlijks zoveel kinderen ongemerkt mishandeld kunnen worden? Welke factoren spelen hier een rol? Wegkijken, angst voor verergering van de situatie, respect voor de privacy van een gezin?

Er is al lange tijd bekend welke omgevingsfactoren invloed hebben: armoede, werkloosheid, een eenoudergezin of tienermoeder hebben: allemaal factoren die leiden tot meer stress en spanning. Daaruit voortvloeiend wordt duidelijk dat de sociale kwaliteit van de omgeving heel belangrijk is: de mate van onderlinge steun en betrokkenheid van mensen uit de buurt. Dus ook al is de sociaaleconomische status van twee buurten gelijk, toch kunnen er zeer verschillende cijfers zijn over de prevalentie van mishandeling.

Oorzaak en gevolgrelaties zijn lastig aan te duiden: is het dat slecht functionerende wijken zorgen voor slecht functionerende gezinnen, of andersom? Maar wel is duidelijk dat niet alleen naar kind en ouder moet worden gekeken (een dyadisch model), maar breder.

Sociale controle

Ook in het geval van jeugdcriminaliteit heeft de buurt een belangrijke functie. Sociale controle, oftewel het gezamenlijk uitoefenen van handhaving van normen en waarden in je buurt, hangt sterk af van de sociale cohesie in een wijk. Als er weinig vertrouwen en solidariteit tussen buurtbewoners is, zullen zij weinig sociale controle uitoefenen. En dat leidt weer tot toename van criminaliteit door jongeren.

In Hirschi’s sociale controletheorie dragen we de vraag om: wat maakt dat de meeste ouders hun kinderen niet mishandelen, ook al wonen ze in gelijkwaardige sociaaleconomische buurten? Dit zit in de bindingen die ouders hebben met de samenleving. Bij sterke bindingen die positieve invloed uitoefenen, hebben ouders veel te verliezen als ze niet voor hun kinderen zorgen. Bij zwakke bindingen kan het ouders minder schelen wat de buurt van het denkt. Interventies vanuit deze theorie zouden eerder zijn: het versterken van relaties met familie en buren, en instituties zoals school of peuterspeelzaal.

Interventies

Bovenstaande interventies zijn maar weinig populair in de Westerse, moderne maatschappij. De focus ligt op het individu, met stoornissen of andere problematiek. De aanpak voor kindermishandeling laat dit zien in de RAAK-methodiek, waarbij risicogezinnen worden opgespoord en individuele interventies krijgen. Waarom zijn er dan toch redenen om naar sociale risicofactoren te kijken?

De gemeenschapsnetwerken in Westerse samenlevingen nemen af en worden steeds individualistischer: mensen hebben minder contact met de buren. Dit is als risicofactor naar voren gekomen voor kindermishandeling, dus we moeten verder isolement tegengaan. Dit is ook wel het ‘belang van publieke familiariteit’ (De Winter, 2013). De overheid moet deze familiariteit weer vergroten tussen mensen, door bijvoorbeeld ontmoetingsruimten, parken, ouderkamers. Maar ook het tegengaan van schaalvergroting (de enorme supermarkten), waardoor spontane ontmoetingsplekken zoals de buurtsuper verdwijnen. Ook professionals hebben hier een rol in: praat met ouders ook eens over het ondersteunen van bevriende gezinnen, of het signaleren van opvoedproblemen. Ten slotte zouden we weer de thuisbezoeken van wijkverpleegsters of onderwijzers in ere kunnen herstellen: net als vroeger thuis bij het gezin op gesprek komen. Ouders kunnen hun vragen kwijt, en we kunnen vroegtijdig signaleren.

Dit vergroten van de familiariteit tussen mensen, waardoor we sterkere sociale steun krijgen en dus ook controle en ondersteuning bij het opvoeden van elkaars kinderen, kunnen we versterking van de pedagogische infrastructuur noemen.

Conclusie

Hoewel de moderne tijd veel goeds heeft gebracht, geldt dat niet voor het probleem rond kindermishandeling. Dit wordt vooral als individueel, gezinsgebonden probleem gezien, maar interventies op dat niveau leiden niet tot grote resultaten. De auteur pleit voor een ‘moderne, maar dan betere’ aanpak als oplossing. Er is genoeg onderzoek gedaan naar contextuele risicofactoren op mishandeling, maar die bevindingen worden niet in interventies omgezet. De aanpak is heel eenzijdig. De auteur verklaart dit doordat het onderzoek naar contextuele interventies een stuk complexer en duurder is, en de moderne samenleving is nu eenmaal een die snelle resultaten wil zien. Toch zouden we het probleem van kindermishandeling beter moeten aanpakken door ook sociale en maatschappelijke factoren mee te nemen.

Wat is de essentie van jeugdrecht, jeugdzorg en jeugdbescherming? - Chapter 1

Wat is de essentie van jeugdrecht, jeugdzorg en jeugdbescherming? - Chapter 1

  • Het jeugdrecht is gericht op de optimale ontplooiing en bescherming van jongeren, en bestaat uit alle wettelijke bepalingen met betrekking tot minderjarigen, de juridische relatie met hun ouders en hun bijzondere positie in de maatschappij.
  • Jeugdzorg houdt alle vormen van ondersteuning en hulp in aan jongeren, ouders en/of andere opvoeders, die opvoed- en opgroeiproblemen (dreigen te) hebben. Onder jeugdzorg valt de vrijwillige en gedwongen jeugdhulpverlening, de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen en de zorg voor jongeren met een verstandelijke beperking.

 

Begripsaanduidingen

De onderstaande begrippen staan in het boek centraal:

Jeugdrecht

Het jeugdrecht is gericht op de optimale ontplooiing en bescherming van jongeren. Dit jeugdrecht bestaat uit alle wettelijke bepalingen met betrekking tot minderjarigen, de juridische relatie met hun ouders en hun bijzondere positie in de maatschappij. De volgende bepalingen behoren bij het jeugdrecht:

  • Regeling over de rechtspositie van de jongere in het Burgerlijk Wetboek

  • Bepalingen van het Burgerlijk Wetboek over het ingrijpen in de juridische en daardoor ook in de feitelijke verhouding tussen ouders en hun kinderen

  • Bepalingen van het jeugdstrafrecht en jeugdstrafprocesrecht

  • Bepalingen over de opzet, uitvoering en bekostiging van het jeugdrecht

Deze bepalingen zijn opgenomen in de Kinderwetten van 1901 (in werking sinds 1905) die het Nederlandse jeugdrecht beheersen.

Jeugdbescherming en jeugdbeschermingsrecht

Jeugdbescherming houdt in: ‘Alle bestaande vormen van hulpverlening voor die jongeren wier ontwikkelingsmogelijkheden door bepaalde omstandigheden belemmerd worden’. Jeugdbescherming is het nieuwe ‘bredere’ woord voor kinderbescherming. In de praktijk wordt jeugdbescherming meestal niet in zijn volle breedte gezien, maar wordt er alleen aan het onderdeel justitiële jeugdbescherming gedacht. Hiermee wordt een niet-vrijwillige vorm van jeugdbescherming bedoeld die gegrond is op een uitspraak van de rechter. Vrijwillige vormen van jeugdbescherming zijn bijvoorbeeld het medisch kleuterdagverblijf, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en centra voor opvang en hulp aan drugsverslaafde jongeren. Die vorm van hulpverlening aan minderjarigen die berust op een rechterlijke uitspraak (gedwongen) wordt aangeduid met justitiële jeugdbescherming. Het gedeelte van de kinderwetten die hier betrekking op heeft wordt aangeduid met het begrip jeugdbeschermingsrecht.

Jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg

Onder jeugdhulpverlening wordt de bijzondere zorg voor jongeren verstaan. Dit tot het voorkomen, verminderen of opheffen van problemen of stoornissen die een ongunstige invloed kunnen hebben op hun ontwikkeling. Dit kan van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard zijn. Deze hulpverlening betreft alleen jongeren die bijzondere bescherming nodig hebben en omvat hiermee slechts een onderdeel van de totale jeugdwelzijnszorg. Er is een nauwe samenhang tussen de verschillende voorzieningen. Jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg kunnen niet meer afzonderlijk van elkaar worden gezien omdat zij zeer nauw samenhangen met de algemene zorg voor de mens in de samenleving.

Jeugdzorg

Jeugdzorg is de term die meer en meer wordt gebruikt voor jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. Het houdt alle vormen van ondersteuning en hulp in aan jongeren, eventueel ouders, stiefouders en/of andere opvoeders, die opvoed- en opgroeiproblemen (dreigen te) hebben. Deze ondersteuning en hulp zijn gericht op het verminderen, voorkomen en opheffen van de problemen. Onder jeugdzorg valt de vrijwillige en gedwongen jeugdhulpverlening, de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen en de zorg voor jongeren met een verstandelijke beperking.

Historisch overzicht

De tijd voor 1901

De eerste vorm van armenzorg kenmerkte zich vooral door materiële hulp. Er werd voedsel en kleding uitgedeeld door de rijkere burgers en kerkelijke instanties gedreven door motieven van religieuze aard. Daarna ontstonden er weeshuizen en werden kinderen vaker opgevangen in pleeggezinnen (waar kinderen moesten werken om een plek in het gezin te krijgen – kinderarbeid). Deze vormen ontstonden door de langzaam opkomende visie dat kinderen zorg nodig hadden vanuit de maatschappij in plaats van dat zij als volwassenen werden behandeld na de kleutertijd en omdat de overheid zich wilde ontlasten van de rondzwervende jongeren. Eerst was zorg in particuliere handen maar de overheid kreeg hierin een steeds grotere taak. De vorm van kinderzorg was toen echter nog niet gericht op heropvoeding en resocialisatie, maar op het bewaken en beschermen van de maatschappij. Later kwam men pas tot het idee dat kinderen verzorgd en opgevoed moesten worden en zodoende ging het van materiële kinderzorg naar hulpverlening. Onder invloed van nieuwe wetenschappen als criminologie en psychologie ontstond er besef van de samenhang tussen verwaarlozing en crimineel gedrag en werden er rijksopvoedingsgestichten opgericht. Er groeide een behoefte aan sociale wetgeving, waarbij een van de eerste wetten het Kinderwetje van Van Houten (1874) was. Kinderen onder de 12 jaar mochten nu geen arbeid meer verrichten.

Kinderwetten van 1901

Voor 1901 hadden vaders een onaantastbare macht. Sinds 1901 is er sprake van ouderlijke macht die beperkt of ontnomen kan worden. In die tijd zijn er voogdijraden ontstaan, de voorlopers zijn van de huidige Raad van Kinderbescherming, die nodig zijn bij het beperken en ontnemen van gezag.

Naast bovengenoemde wijziging in het Burgerlijk Wetboek was er ook een wijziging in het strafrecht. Voorheen was er openbaar jeugdstrafrecht, maar sinds 1901 wordt een rechtszaak achter gesloten deuren behandeld; wel is de uitspraak openbaar.

Nieuwe straffen waren de tuchtschoolstraf en de terbeschikkingstelling voor jongeren. Voor de tenuitvoerlegging van deze straffen moesten eerst tuchtscholen gebouwd worden, hierdoor konden de kinderwetten pas in 1905 ingevoerd worden.

Daarnaast wordt een nieuwe wet opgericht, de Kinderbeginselenwet, die de volgende zaken mogelijk maakt:

  • subsidiëring van particuliere instellingen op het gebied van kinderzorg

  • de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen

  • de organisatie van de jeugdbescherming

Kinderwetten na 1905

In 1905 werden de Kinderwetten van 1901 ingevoerd. Zij vormen de basis van onze huidige wetten en jeugdbescherming. In 1921 wordt de ondertoezichtstelling voor jongeren ingevoerd, wat een minder ingrijpende maatregel is dan ontzetting of ontheffing. Hiermee wilde men escalatie van gezins- en opvoedingsproblemen voorkomen. Tegelijkertijd kwam er een nieuw soort rechter bij: de kinderrechter. Zijn taken liggen vooral op het gebied van ondertoezichtstelling en jeugdstrafrecht. Er is hierdoor sprake van toegenomen overheidsinvloed, omdat voogdijinstellingen zich nu moeten houden aan voorwaarden die door de overheid worden gesteld.

In 1947 kwam er een herziening van de burgerlijke kinderwet. Ook moesten voogdijinstellingen zich houden aan de voorwaarde3n die door de overheid werden gesteld. In 1956 werden bestaande voogdijraden gereorganiseerd, werden hun taken uitgebreid en werd de nieuwe naam: de Raden voor de Kinderbescherming. In 1996 zijn deze tot één landelijke Raad voor de Kinderbescherming omgevormd. Vanaf 1956 was er ook de mogelijkheid tot adoptie.

In 1965 kwam er een wijziging in het civiele recht, namelijk dat kinderen onder de twaalf jaar niet strafrechtelijk vervolgd mogen worden. Ook werd dit uitgebreid met de maatregel dat kinderen in een inrichting voor buitengewone behandeling geplaatst konden worden. In dit jaar werd ook het kinderstrafrecht en kinderstrafprocesrecht ingevoerd.

In 1978 kwam het blokkaderecht voor pleegouders. In 1989 kwam de Wet op de jeugdhulpverlening, die zorgde voor één samenhangend jeugdbeleid en gericht was op decentralisatie van bevoegdheden. Vanaf 1995 kwamen er vele wetswijzigingen. Onder andere werd de tuchtschool vervangen door jeugddetentie, werd de rechtspositie van een minderjarige en zijn ouders versterkt en werden er taakstraffen ingevoerd.

Recente wetswijzigingen

In 2001 werd de wet Taakstraffen ingevoerd. Hiermee werden taakstraffen een sanctie in het jeugdrecht. Niet alleen moet je jongere een werkstraf uitvoeren, maar het is daarnaast ook de bedoeling dat de schade wordt herstelt en dat de jongere meewerkt aan een leerproject.

In 2011 wordt voor het ouders of voogden verplicht om de terechtzitting van de jeugdige bij te wonen. Dit kan door de rechter zelfs worden afgedwongen, zo nodig worden de ouders door de politie opgehaald. Ook kwam er in 2011 een wet die het voor slachtoffers van twaalf- en dertienjarige daders mogelijk maakte een schadevergoeding van de ouders van de dader te eisen. Daarnaast werd de PIJ (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) maatregel in dit jaar aangescherpt; de sanctie duurt vanaf 2011 niet twee, maar drie jaar.

In 2012 werd de vrijheidsbeperkende maatregel voor jongeren ingevoerd. Ook het gebieds- en contactverbod en de meldplicht vallen hieronder.

Vanaf 2014 is er sprake van het adolescentenrecht. Jeugdigen tot 23 jaar kunnen hierdoor volgens het jeugdstrafrecht worden berecht.

De organisatie van de jeugdhulpverlening

Hoewel het particulier initiatief (gebaseerd op religieuze overwegingen) altijd als eerste heeft ingespeeld op probleemjongeren, heeft de overheid wel steeds meer een voorwaardenscheppende rol gespeeld. In de jaren zestig en zeventig is alternatieve hulpverlening ontstaan die gericht was op vrijwillige hulpverlening, mede omdat er zoveel twijfel was over het plaatsen van minderjarigen in justitiële inrichtingen. Doordat deze hulp vooral preventief was, droeg dit bij aan een snelle afname van het aantal jongeren dat onder een jeugdbeschermingsmaatregel viel. Later is de hulpverlening steeds verder uitgebreid en heeft zich meer gespecialiseerd. Op een gegeven moment ontstond behoefte aan een geïntegreerde aanpak van de problemen met de onderwijssector, de jeugdhulpverlening, de jeugdbescherming en de jeugd-ggz. Vervolgens werden er verschillende nota’s opgesteld, onder andere nota Wiersma, waarin uitgangspunten zijn geformuleerd voor een organisatie van de justitiële kinderbescherming. De nota omvat het beleid en de inrichting van de organen. Dit alles voor een beter functionerende jeugdbescherming. Dit heeft geresulteerd in de Wet op de jeugdzorg, die in werking ging op 1 januari 2005. Sindsdien in jeugdzorg een ingeburgerd begrip: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen en hun ouders.

Samenwerkingsvormen

Er was geen sprake van een duidelijke organisatie. De Maatschappij tot het Nut van het Algemeen heeft hier verandering in gebracht. Zij hebben een vereniging opgericht waar personen en instellingen lid van konden worden die zich bezighielden met de zorg voor verwaarloosde, misdadige en verlaten kinderen. Dit werd de Nederlandse Bond tot Kinderbescherming. In 1970 verschenen de richtlijnen die zij hadden opgesteld waarin uitgangspunten geformuleerd waren voor het goed functioneren van de jeugdhulpverlening. Deze richtlijnen betekenden een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de jeugdhulpverlening. Dit resulteerde in verschillende samenwerkingsverbanden, die overigens inhoudelijk per regio soms niet heel veel samenwerkten. Dit in tegenstelling tot de Bureaus Jeugdzorg, die juist wel meer inhoudelijk samen gingen werken.

Bureau Jeugdzorg is een samenwerkingsverband tussen:

  • de jeugdafdeling van de RIAGG

  • de Raad voor de kinderbescherming

  • voogdij- en gezinsvoogdijinstelling

  • AMK (vroeger: Bureaus Vertrouwensartsen)

  • Adviesbureau voor jeugd en gezin

  • Jongerenadviescentrum

3 - Verkenning & Selectie

3 - Verzamelen & Selecteren

  • Wat: Selecteren van de basisinformatie om je keuzes te  kunnen maken
  • Hoe: Keuzestress, het inzicht in de verschillende keuzes
  • Content: Belangrijke vragen en antwoorden, productoverzichten, advieswijzer

 

Kindermishandeling & Jeugdzorg: samenvattingen van de beste wetenschappelijke artikelen - top 40

Kindermishandeling & Jeugdzorg: samenvattingen van de beste wetenschappelijke artikelen - top 40

Of je nu meer wil weten over de forensisch-medische aspecten van kindermishandeling, of benieuwd bent naar hoe desinformatie in het geheugen geplant kan worden - bij de top 40 van samenvattingen van de wetenschappelijke artikelen over kindermishandeling wordt kindermishandeling en jeugdzorg vanuit een breed spectrum bestudeerd en behandeld.

Kindermishandeling & Jeugdzorg: een selectie van 40 samenvattingen van de beste wetenschappelijke artikelen (alfabetische volgorde)

  1. Begrijpen van de adolescentie als een periode van sociale en affectieve betrokkenheid en flexibiliteit wat betreft doelen - Crone, Dahl - Artikel

  2. Behandeling voor chronische depressie met een schema therapie - Renner et al - Artikel

  3. Bijwerkingen van jeugdervaringen in het leven van vrouwelijke zedendelinquenten - Levenson - Artikel

  4. Consequenties van kindermishandeling in landen met hoge inkomens - Gilbert et al - Artikel

  5. De cumulatieve effecten van de risico- en beschermende factoren van moeders op storend gedrag van hun dochters - van der Molen et al - Artikel

  6. De ontwikkeling van de communicatieve en narratieve vaardigheden bij peuters en kleuters: lessen van forensische interviews over kindermishandeling - Hershkowitz - Artikel

  7. De toename van criminaliteit onder 60+ in Nederland - van Alphen, Oei - Artikel

  8. DNA-methylatie, Gedrag en tegenspoed in Early Life - Szyf - Artikel

  9. Einstein op de bank? Gebrek aan wetenschappelijk bewijs om rechtszaken van kindermishandeling te kunnen beoordelen - Moreno - Artikel

  10. Emotiemodulatie bij PTSD: klinisch en neurobiologisch bewijs voor een dissociatief subtype - Lanius et al - Artikel

  11. Forensisch-medische aspecten van kindermishandeling - Kemp - Artikel

  12. Genetische gevoeligheid voor het milieu - Caspi et al - Artikel

  13. Geriatrische forensische evaluees: een studie - Lewis et al - Artikel

  14. Gezondheidseffecten van kindermishandeling - Kendall-Tackett - Artikel

  15. Het geheugen van kinderen als ooggetuigen: de invloed van cognitieve en sociaal-emotionele factoren - Goodman et al - Artikel

  16. Het probleem met kinderartsen - Williams - Artikel

  17. Het seksueel welzijn van vrouwen die seksueel misbruik hebben ervaren - Lemieux et al - Artikel

  18. Jeugd stress heeft aanhoudende effecten op het functioneren van de amygdala en de ontwikkeling van muizen en mensen - Cohen et al - Artikel

  19. Jeugdige en volwassen zedendelinquenten - Hendriks, Bijleveld - Artikel

  20. Kindermishandeling en DSM-VI mentale stoornissen van volwassenen - Scott et al - Artikel

  21. Kindermishandeling voorspelt een ongunstig depressiebeloop en ongunstige behandeluitkomsten bij depressieve mensen: een meta-analyse - Nanni et al - Artikel

  22. Meta-analyse van psychologische behandelingen voor PTSS bij volwassenslachtoffers van kindermishandeling - Ehring et al - Artikel

  23. Mineral corticoïde receptor Iso/Val genotype controleert de associatie tussen vroegere emotionele verwaarlozing en amygdala activatie - Bogdan et al - Artikel

  24. Neurobiologische en psychiatrische consequenties van kindermishandeling en verwaarlozing - Heim et al - Artikel

  25. Neurologische kijk op kindermishandeling: een kritische review - Hart, Rubia - Artikel

  26. Onderscheid in vrouwelijke en mannelijke seksuele agressie bij adolescenten - Slotboom - Artikel

  27. Onderzoek naar het planten van desinformatie in de menselijke geest: de maakbaarheid van het geheugen - Loftus - Artikel

  28. Onthullingen van seksueel misbruik van kinderen - London et al - Artikel

  29. Onvoorspelbaarheid van vroege ervaringen op mentale stoornissen - Baram et al - Artikel

  30. Openbaarmaking van seksueel misbruik bij kinderen: een model - Goodman-Brown et al - Artikel

  31. Overtreding onder ouderen - Curtice et al - Artikel

  32. Scheidingservaringen in de kindertijd voorspellen hormonale respons van de HPA as in late volwassenheid - Pesonen et al - Artikel

  33. Seksueel misbruik bij kinderen en zwangerschap tijdens de adolescentie - Noll et al - Artikel

  34. Seksueel misbruik bij kinderen, een case study - Leander et al - Artikel

  35. Seksuele problemen en PTSS na seksueel trauma: Een meta-analyse - O'Driscoll et al - Artikel

  36. Telomeren en tegenspoed: te giftig om te negeren - Blackburn, Epel - Artikel

  37. The prevalence of child sexual abuse in out-of-home care - Euser et al (2013) - Artikel

  38. Van kindermishandeling tot gewelddadige overtredende - Topizes et al - Artikel

  39. Veerkracht bij kindslachtoffers van seksueel misbruik: een systematische review van de literatuur - Domhardt et al - Artikel

  40. Wat medieert het verband tussen kindermishandeling en depressie? De rol van emotionele ontregeling, gehechtheid en attributiestijl - Schierholz - Artikel

JoHo: zoekt medewerkers die willen meebouwen aan een betere wereld, en een zichzelf vernieuwende organisatie

Werken, jezelf ontwikkelen en een ander helpen?

JoHo zoekt medewerkers, op verschillend niveau, die willen meebouwen aan een betere wereld en een zich vernieuwende organisatie

Vacatures en mogelijkheden voor vast werk en open sollicitaties

Vacatures en mogelijkheden voor parttime werk en bijbanen

Vacatures en mogelijkheden voor stages en ervaringsplaatsen

4 - Vergelijking & Afweging

4 - Vergelijken & Afwegen

  • Wat: Je keuzeproces starten
  • Hoe: Keuzevergelijking, alternatieven afwegen
  • Content: Vergelijkbare en alternatieve onderwerpen, Aanverwante producten en services
  • Relaties: Gerelateerde paginabundels

  

5 - Verdieping & Versterking

5 - Verdieping & Versterking

  • Wat : Meer kennis en vaardigheden in huis halen
  • Hoe: Verdiepen in de achtergronden of de benodigde vaardigheden om je keuzes te maken
  • Content: Meer kennis opdoen en achtergronden opzoeken
JoHo: menu bestuderen

  

6 - Voorbereiding & Verzekering

6 - Voorbereiden & Checken

  • Wat: Voorbereidingen treffen om je keuze te maken en ze op te volgen
  • Hoe: Keuzevoorbereiding, maatregelen treffen, checklists afwerken
  • Content: Wat moet je doen om je goed voorbereiden voor je keuze of actie? Wat kan je doen om te oefenen of je beter voor te bereiden? Waar moet je aan denken?
JoHo: menu verzekeren

   

7 - Inspiratie & Samenwerking

7 - Inspireren & Samenwerken

  • Wat: Inspiratie opdoen en betrokkenheid bepalen
  • Hoe: Je keuzegeweten laten spreken, tegen je eigen lat houden, past het bij je?, voelt het goed? Haal jij, of een ander, er voldoende inspiratie vandaan?
  • Content: Hoe werkt de praktijk, wat en kan jij ervan leren? Welke ervaringen kan jij delen of zijn al gedeeld? Hoe kan jij anderen inspireren?
JoHo: menu inspireren
JoHo: partner crossroad
Inspireren & Samenwerken: via JoHo WorldSupporter
Duurzaam leven. Ik worstel voorlopig nog. - Koert Hommel
Duurzaamheid. Ik vind het een moeilijk begrip. Het is ook zo’n containerbegrip, dat je naar gelang je voorkeuren of...
Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen? - Koert Hommel
Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het...
Vrijwilligerswerk op afstand: júist nu! - Koert Hommel
Iets doen voor een ander. Je maatschappelijk betrokken tonen. Een steentje bijdragen. Het is van alle tijden en veel...
Oh? Helpt ontwikkelingssamenwerking dan? - Koert Hommel
Ontwikkelingssamenwerking? “Weggegooid geld!” “Het gaat allemaal in de zakken van die bureaucratische...
Zijn Nederlanders bang voor de immigrant geworden? En: stijgt of daalt het draagvlak voor ontwikkelingshulp? - Koert Hommel
Ik las deze week een klein artikel over het afscheid van een directeur, Luitzen Wobma, van 'zijn' particulier...
Blaze in Baseco Manila - deanne WEP
How would your life change if your house burned down? What if you lost almost everything you owned in one snap?...

    

8 - Werk & Ervaring

8 - Ervaren & Werken

  • Wat: Met je proces de slag gaan of werken in het kader van je proces
  • Hoe: Keuze-ervaring, de praktijk ervaren rond je keuzeprocessen, werk maken van je proces, proces maken van je werk
  • Content: Hoe kan je jezelf nuttig maken via stages of vrijwilligerswerk,Is er gerelateerd werk mogelijk,  zijn er vacaturemogelijkheden
JoHo: menu ervaren

  

9 - Beslissing & Berusting

9 - Beslissen & Berusten

  • Wat: Beslissen en tevreden zijn over het besluit dat je hebt genomen.  gaan handelen naar je besluit
  • Hoe: Keuzeproces afronden, Beslissing nemen, Accepteren dat je een beslissing hebt genomen met de kennis en kunde die je nu hebt, Besluit gaan uitvoeren
  • Content: Acceptatieproces starten, Stappen nemen, contacten leggen, services gebruiken, terugkijken, relativeren en waarderen dat je een beslissing hebt genomen

Aanmelden bij JoHo om gebruik te maken van alle teksten en tools
 

Aansluiten bij JoHo als abonnee of donateur

The world of JoHo footer met landenkaart

    Aansluiten bij JoHo met een JoHo abonnement

    JoHo abonnement (€20,- p/j)

    • Voor wie online volledig gebruik wil maken van alle JoHo's en boeksamenvattingen voor alle fases van een studie, met toegang tot alle online HBO & WO boeksamenvattingen en andere studiehulp
    • Voor wie gebruik wil maken van de gesponsorde boeksamenvattingen (en er met zijn pinpoints 10 gratis kan afhalen in een JoHo support center of bij een JoHo partner)
    • Voor wie gebruik wil maken van de vacatureservice en bijbehorende keuzehulp & advieswijzers
    • Voor wie gebruik wil maken van keuzehulp en advies bij werk in het buitenland, lange reizen, vrijwilligerswerk, stages en studie in het buitenland
    • Voor wie extra kortingen wil op (reis)artikelen en services (online + in de JoHo support centers)
    • Voor wie extra kortingen wil op de geprinte studiehulp (zoals tentamen tests en study notes) in de JoHo support centers

     of met een JoHo donateurschap

    JoHo donateurschap (€5,- per jaar)

    • Voor wie €10,- korting wil op zijn JoHo abonnement
    • Voor wie JoHo WorldSupporter en Smokey projecten wil steunen
    • Voor wie gebruik wil maken van alle gedeelde materialen op WorldSupporter
    • Voor wie op zoek is naar de organisatie bij een vacature

     

    Aanmelden & Aansluiten bij JoHo 

    JoHo: menu beslissen
    10 - Vervolg & Evaluatie

    10 - Evalueren & Vervolgen

    • Wat: Terugkijken naar je beslissing en vooruitkijken naar het vervolg
    • Hoe: Je eigen keuze beoordelen, doorgaan naar een volgend keuzeproces gaan, beginnen aan het vervolgproces
    • Content: Naar het volgende onderwerp of naar de volgende activiteit, zoeken naar andere pagina's & activiteiten

     

     

    JoHo: zoeken en vervolgen

    Typ je trefwoord(of combinatie) en klik op 'Zoeken' om het resultaat te zien van de content met het trefwoord in de titel

    JoHo: crossroads uit de bundels
    JoHo: footprints achterlaten
    JoHo: deze pagina delen
    JoHo: themapagina begrijpen

    Topics & Thema's

    Wat vind je op een JoHo Themapagina?

    • Geselecteerde informatie en toegang tot de JoHo tools rond een of meerdere onderwerpen
    • Geautomatiseerde infomatie die aan het thema is gekoppeld

    Crossroad: volgen

    • Via een beperkt aantal geselecteerde webpagina's kan je verder reizen op de JoHo website

    Crossroad: kiezen

    • Via alle aan het chapter verbonden webpagina's kan je verder lezen in een volgend hoofdstuk of tekstonderdeel.

    Footprints: bewaren

    • Je kunt deze pagina bewaren in je persoonlijke lijsten zoals: je eigen paginabundel, je to-do-list, je checklist of bijvoorbeeld je meeneem(pack)lijst. Je vindt jouw persoonlijke lijsten onderaan vrijwel elke webpagina of op je userpage.
    • Dit is een service voor JoHo donateurs en abonnees.

    Abonnement: nemen

    • Hier kun je naar de pagina om je aan te sluiten bij JoHo, JoHo te steunen en zo zelf en volledig gebruik maken van alle teksten en tools.

    Hoe is de pagina op gebouwd

    • Een JoHo Topic-, en Themapagina pagina is opgezet aan de hand van 10 fases rond een bepaalde thema: statussen
    • De status van een thema kan je inzetten bij de belangrijke en minder belangrijke processen rond het thema van de pagina. Zoals keuzes maken, orienteren, voorbereiden, vaardigheden verbeteren, kennis vergroten, gerelateerd werk zoeken of zin geven.
    • Bij elke status vind je unieke of gerelateerde informatie van de JoHo website, die geautomatiseerd of handmatig wordt geplaatst.
    • Een belangrijk deel van de informatie is exclusief beschikbaar voor abonnees. Door in te loggen als abonnee wordt de informatie automatisch zichtbaar. Let wel, niet elke status zal evenveel content bevatten, en de content zal in beweging blijven.
    • De statussen:
    1. Start
    2. Oriëntatie : startpunt bepalen ->bijvoorbeeld: wat is je vraag of wat is het proces dat je gaat starten
    3. Selectie: verkennen en verzamelen van info en keuzehulp
    4. Afweging: opties bekijken en vergelijken -> bijvoorbeeld: alternatieven zoeken
    5. Competentie: verbeteren en competenties -> bijvoorbeeld: wat kan je doen om te slagen?
    6. Voorbereiding: voorbereiden & oefeningen -> bijvoorbeeld: wat kan je doen om te oefenen of je voor te bereiden?
    7. Inspiratie: vastleggen &  lessen -> bijvoorbeeld: wat leer je en heb je geleerd?
    8. Ervaring: vooruithelpen & hulp -> hoe kan je jezelf nuttig maken?
    9. Beslissing: Uitvoeren en tot resultaat brengen -> bijvoorbeeld wat ga je kopen of kiezen?
    10. Evaluatie: Terugkijken en verder gaan -> bijvoorbeeld: wat komt hierna?